Ann Peeters Krachtig onderwijzen doelstellingen
LEES PAGINA 3-9 IN DE CURSUS
1. Soorten doelen
We onderscheiden 4 criteria waarmee je doelen kan indelen:
Uitdrukkingsgraad
Persoonlijkheidscomponent
Complexiteit
Eenduidigheidsgraad
1.1 Uitdrukkingsgraad
Impliciete doelen
Impliciete doelen zijn niet geschreven op lesvoorbereidingen of in de
agenda. Ze zitten automatisch vervat in de context en daardoor niet
vooraf te voorspellen.
Onverwachte wendingen in het klasgebeuren: er gebeurt soms een
verrassende onverwacht wending waardoor het doel veranderd bij
een kringgesprek begint iemand over kanker en uiteindelijk weten
alle kinderen nu hoe kanker wordt bestreden.
via leermiddelen de veranderde genderrollen worden verwerkt in
boeken waardoor de stereotype worden doorbroken.
Interactiewijze van de leerkracht: tijdens de interacties leiden
leerlingen vaak tot onbedoelde leerresultaten – positieve maar ook
negatieve
Positief de leerkracht zegt automatisch asjeblieft als ze de toets
uitdeelt.
Negatief kinderen leren scheldwoorden op de speelplaats zoals
bitch, homo,..
Alle impliciete doelen vormen het verborgen leerplan dat via gebruiken en
gewoonten in de klas en in de school aan de leerlingen wordt
meegegeven.
Expliciete doelen
Expliciete doelen zijn vooral bewust geformuleerde doelen.
Algemene doelen: dit vormt de basis voor de meer concrete niveaus
dit wordt ook het pedagogisch project noemen. De algemene doelen
maken de waarden die het pedagogisch project wil realiseren
duidelijk. trouw zijn, verdraagzaam zijn, voorrang geven aan de
armste in de meest brede zin, solidariteit tonen,….
Eindtermen en ontwikkelingsdoelen: opgesteld door de Vlaamse
overheid
, Ann Peeters Krachtig onderwijzen doelstellingen
o Eindtermen: ze moeten gerealiseerd worden binnen een
bepaalde graad of leerjaar. Alle scholen moeten die bereikt
hebben tegen het einde van de basisschool.
o Ontwikkelingsdoel: ze moeten niet bereikt worden, maar wel
worden nagestreven. Ook dit is tegen het einde van de
basisschool.
Leerplandoelen: er zijn 3 leerplannen van de 3 onderwijskoepels. De
eindtermen zitten hier in verwerkt maar ze verschillen ten opzichte
van elkaar. De leerplandoelen zijn vak per vak gemaakt.
Lesdoelen: dit is op het niveau van de klas. Ze worden opgesteld
door de leerkracht en zijn moeten na de les of lessenreeks
gerealiseerd zijn.
1.2 Persoonlijkheidscomponent
Dynamische-affectieve doelen (DAS)
Dit deel is de motor van ons gedrag. Het zal ons gedrag in een
welbepaalde richting sturen.
Dynamismen: onze interesses, ingesteldheid, houdingen, attitudes,
behoeftes, streving, neiging, verlangens, motieven, waarden en wil.
o Leerlingen zetten zich in voor een goed doel
o Leerlingen streven naar een verzorgd handschrift
o Leerlingen hebben een kritische houding ten aanzien
van reclame
Affecten: dit zijn gevoelens, deze zijn het gevolg van het al
dan niet vervuld zijn van dynamismen.
o Leerlingen beleven plezier aan het lezen van
gedichten
o Leerlingen laten zich niet overheersen door boosheid
o Leerlingen durven vrij in water te bewegen
Sociale vaardigheden:
o Leerlingen kunnen hun ongelijk toegeven
o Leerlingen kunnen hulp vragen
o Leerlingen kunnen een geheim bewaren
Senso psycho motorische doelen (SPM)
Motoriek: het vermogen te bewegen
o Grove motoriek: lopen, zwemmen, zagen deze bewegingen
verlopen grotendeels automatisch.
o Fijne motoriek: knippen, schrijven, tekenen
deze bewegingen hebben veel aandacht en
concentratie nodig.
LEES PAGINA 3-9 IN DE CURSUS
1. Soorten doelen
We onderscheiden 4 criteria waarmee je doelen kan indelen:
Uitdrukkingsgraad
Persoonlijkheidscomponent
Complexiteit
Eenduidigheidsgraad
1.1 Uitdrukkingsgraad
Impliciete doelen
Impliciete doelen zijn niet geschreven op lesvoorbereidingen of in de
agenda. Ze zitten automatisch vervat in de context en daardoor niet
vooraf te voorspellen.
Onverwachte wendingen in het klasgebeuren: er gebeurt soms een
verrassende onverwacht wending waardoor het doel veranderd bij
een kringgesprek begint iemand over kanker en uiteindelijk weten
alle kinderen nu hoe kanker wordt bestreden.
via leermiddelen de veranderde genderrollen worden verwerkt in
boeken waardoor de stereotype worden doorbroken.
Interactiewijze van de leerkracht: tijdens de interacties leiden
leerlingen vaak tot onbedoelde leerresultaten – positieve maar ook
negatieve
Positief de leerkracht zegt automatisch asjeblieft als ze de toets
uitdeelt.
Negatief kinderen leren scheldwoorden op de speelplaats zoals
bitch, homo,..
Alle impliciete doelen vormen het verborgen leerplan dat via gebruiken en
gewoonten in de klas en in de school aan de leerlingen wordt
meegegeven.
Expliciete doelen
Expliciete doelen zijn vooral bewust geformuleerde doelen.
Algemene doelen: dit vormt de basis voor de meer concrete niveaus
dit wordt ook het pedagogisch project noemen. De algemene doelen
maken de waarden die het pedagogisch project wil realiseren
duidelijk. trouw zijn, verdraagzaam zijn, voorrang geven aan de
armste in de meest brede zin, solidariteit tonen,….
Eindtermen en ontwikkelingsdoelen: opgesteld door de Vlaamse
overheid
, Ann Peeters Krachtig onderwijzen doelstellingen
o Eindtermen: ze moeten gerealiseerd worden binnen een
bepaalde graad of leerjaar. Alle scholen moeten die bereikt
hebben tegen het einde van de basisschool.
o Ontwikkelingsdoel: ze moeten niet bereikt worden, maar wel
worden nagestreven. Ook dit is tegen het einde van de
basisschool.
Leerplandoelen: er zijn 3 leerplannen van de 3 onderwijskoepels. De
eindtermen zitten hier in verwerkt maar ze verschillen ten opzichte
van elkaar. De leerplandoelen zijn vak per vak gemaakt.
Lesdoelen: dit is op het niveau van de klas. Ze worden opgesteld
door de leerkracht en zijn moeten na de les of lessenreeks
gerealiseerd zijn.
1.2 Persoonlijkheidscomponent
Dynamische-affectieve doelen (DAS)
Dit deel is de motor van ons gedrag. Het zal ons gedrag in een
welbepaalde richting sturen.
Dynamismen: onze interesses, ingesteldheid, houdingen, attitudes,
behoeftes, streving, neiging, verlangens, motieven, waarden en wil.
o Leerlingen zetten zich in voor een goed doel
o Leerlingen streven naar een verzorgd handschrift
o Leerlingen hebben een kritische houding ten aanzien
van reclame
Affecten: dit zijn gevoelens, deze zijn het gevolg van het al
dan niet vervuld zijn van dynamismen.
o Leerlingen beleven plezier aan het lezen van
gedichten
o Leerlingen laten zich niet overheersen door boosheid
o Leerlingen durven vrij in water te bewegen
Sociale vaardigheden:
o Leerlingen kunnen hun ongelijk toegeven
o Leerlingen kunnen hulp vragen
o Leerlingen kunnen een geheim bewaren
Senso psycho motorische doelen (SPM)
Motoriek: het vermogen te bewegen
o Grove motoriek: lopen, zwemmen, zagen deze bewegingen
verlopen grotendeels automatisch.
o Fijne motoriek: knippen, schrijven, tekenen
deze bewegingen hebben veel aandacht en
concentratie nodig.