Histologie – examen
1. HO Les Histologie Les 4
Spierweefsel
- Lage contractiele cellen
- Matige extracellulaire matrix
- Functie = beweging
Sterke, snelle en discontinue
bewuste contractie
Lange, veelkernige cellen
Sterke, snelle en continue
onbewuste contractie
Onregelmatig vertakte cellen,
verbonden door
intercalairschijven
Zwakke, trage en onbewuste
contractie
Vele spoelvormige cellen
Algemene opbouw van skeletspieren
Structuele basis -> lange,
cilindirische veelkernige cellen
(30cm lang, 60μm doorsnede)
Organisatie in bundels
Verkorten of contractie
Fusie van meerder myoblasten
(perifere kernen onder de
celmembraan = sacrolemma)
Organisatie in bundels
Verkorten of contractie
1 dwarsdoorsnede:
vezels dicht tegen de
rand
2 overlangs: gestreepte
patronen, contractiele
enheden gesorteerd
3 transversale/
longitudinale =
gebundeld
,Opbouw van skeletspiervezel
Spiervezels en bindweefsels hangen nauw samen
= functionele eenheid
Rond de spier = epymisum (laag bindweefsel)
Langs buitenkant = septae/membranen die naar binnen gaan in de spier
Bindweefselschede = perimesym (rond spiercel)
Bindweefsel van de skeletspier: epimysium
Bindweefsel van de skeletspier: perimysium
Bindweefsel van de skeletspier: endomysium
Epimysium: Losse bindweefsellaag direct onder
de spierfascie -> vormt de verbinding met de
spier
Perimysium: bindweefselschede rond
secundaire bundels.
Overbrengen trekkrachten van de spier op de
pees, samenvoegen van verschillende primaire
bundels tot secundaire bundels
Endomysium: Binnenste bindweefsellaag, rond
afzonderlijke spiercellen
Samenvoeging van spiercellen tot primaire
bundels, bevat eindtakken van motorische
axonen naar motorische eindplaatjes,
scheurbestendigheid
Dwarsdoorsnede van skeletspiervezel
Lamine = verankeren (ook in zenuwbundels om motorische informatie uit te wisselen)
, Lengtedoorsnede van skeletspiervezel ->
uitgebreid haarvatennetwerk
Peesovergang
Spoelvormige spieren versmallen ter hoogte van de peesovergang
Collageenbundels vervlechten met plooien van celmembraan
Algemene opbouw van contractiele elementen
Myofibrillen: Contractiele elementen
- Dunne cylindrische structuren
- Overlappende, herhalende assemblages van filamenten
- Myosine: Dikke filamenten
- Actine: Dunne filamenten
Banden en lijnen
Skeletspiervezels zijn gestreept en bestaan uit banden en lijnen.
- A banden: donkere anisotrope banden; mysoine
- I banden: lichte isotrope banden; vooral actine
- Z lijn: dunne lijn in elke I band; eiwitschijf die actinefilamenten bij elkaar houdt
- H band: lichtere zone in de A band; geen overlap tussen actine en myosine
- M lijn: aanhechting van dikke filamenten; in het midden van de A band
Tijdens spiercontractie schuiven de actine en mysoine filamenten over elkaar en
worden de I- en H banden kleiner.
1. HO Les Histologie Les 4
Spierweefsel
- Lage contractiele cellen
- Matige extracellulaire matrix
- Functie = beweging
Sterke, snelle en discontinue
bewuste contractie
Lange, veelkernige cellen
Sterke, snelle en continue
onbewuste contractie
Onregelmatig vertakte cellen,
verbonden door
intercalairschijven
Zwakke, trage en onbewuste
contractie
Vele spoelvormige cellen
Algemene opbouw van skeletspieren
Structuele basis -> lange,
cilindirische veelkernige cellen
(30cm lang, 60μm doorsnede)
Organisatie in bundels
Verkorten of contractie
Fusie van meerder myoblasten
(perifere kernen onder de
celmembraan = sacrolemma)
Organisatie in bundels
Verkorten of contractie
1 dwarsdoorsnede:
vezels dicht tegen de
rand
2 overlangs: gestreepte
patronen, contractiele
enheden gesorteerd
3 transversale/
longitudinale =
gebundeld
,Opbouw van skeletspiervezel
Spiervezels en bindweefsels hangen nauw samen
= functionele eenheid
Rond de spier = epymisum (laag bindweefsel)
Langs buitenkant = septae/membranen die naar binnen gaan in de spier
Bindweefselschede = perimesym (rond spiercel)
Bindweefsel van de skeletspier: epimysium
Bindweefsel van de skeletspier: perimysium
Bindweefsel van de skeletspier: endomysium
Epimysium: Losse bindweefsellaag direct onder
de spierfascie -> vormt de verbinding met de
spier
Perimysium: bindweefselschede rond
secundaire bundels.
Overbrengen trekkrachten van de spier op de
pees, samenvoegen van verschillende primaire
bundels tot secundaire bundels
Endomysium: Binnenste bindweefsellaag, rond
afzonderlijke spiercellen
Samenvoeging van spiercellen tot primaire
bundels, bevat eindtakken van motorische
axonen naar motorische eindplaatjes,
scheurbestendigheid
Dwarsdoorsnede van skeletspiervezel
Lamine = verankeren (ook in zenuwbundels om motorische informatie uit te wisselen)
, Lengtedoorsnede van skeletspiervezel ->
uitgebreid haarvatennetwerk
Peesovergang
Spoelvormige spieren versmallen ter hoogte van de peesovergang
Collageenbundels vervlechten met plooien van celmembraan
Algemene opbouw van contractiele elementen
Myofibrillen: Contractiele elementen
- Dunne cylindrische structuren
- Overlappende, herhalende assemblages van filamenten
- Myosine: Dikke filamenten
- Actine: Dunne filamenten
Banden en lijnen
Skeletspiervezels zijn gestreept en bestaan uit banden en lijnen.
- A banden: donkere anisotrope banden; mysoine
- I banden: lichte isotrope banden; vooral actine
- Z lijn: dunne lijn in elke I band; eiwitschijf die actinefilamenten bij elkaar houdt
- H band: lichtere zone in de A band; geen overlap tussen actine en myosine
- M lijn: aanhechting van dikke filamenten; in het midden van de A band
Tijdens spiercontractie schuiven de actine en mysoine filamenten over elkaar en
worden de I- en H banden kleiner.