STRAFRECHT 2025
MOGELIJKE VRAGEN
15 meerkeuze vragen met hogere censuur
Mogelijke casusvragen :
- Straftoemetingsregels
- Komt men in aanmerking voor uitstel of opschorting?
- Wanneer kaan iemand vervroegd in vrijheid worden gesteld?
- Wanneer verjaart een bepaalde straf? Na hoeveel tijd kan die niet meer worden
toegepast?
Laatste HC ; 2 proefcasussen → klassikaal oplossen zodat men de techniek weet
NIEUW STRAFWETBOEK
We zitten op een kantelpunt ; nieuw strafwetboek. 2 wetten van 29 februari 2024. Nog
niet zeker of het daadwerkelijk in 2026 in werking treed.
➔ Prof vermoedt dat het iets later zal zijn
Oude strafrecht gaan we nog niet achterwegen laten ; veel zaken daarvan nog zeer
relevant (bv ‘wat de mildste strafwet is’)
Het nieuwe is strenger dan oude ; kan pas toegepast worden op misdrijven toegepast op
zaken na 8 april 2026. Van toepassing op moment dat het werkt.
➔ Op 7 april 2026 ; de milde regels van oude strafwetboek !
➔ Oude regeling van de herhaling toepassen
➔ Dit moet zeker nog 20 jaar toegepast worden want de verjaringstermijn kan tot 30
jaar nog van toepassing zijn
Wij zullen dus later, in de praktijk, beide strafwetten moeten toepassen!
Zal soms distributief moeten ; soms niet duidelijk welke juist het mildste is → dan de
mildste brokjes van de oude en van de nieuwe samenvoegen die in geen enkel wetboek
staan MAAR toch toepassen !!
➔ De mildste zal je dus soms zelf moeten samenvoegen
Soms ook terugkijken nr oud recht omdat veel delen niet veranderd worden door het
nieuwe strafrecht. Het is niet iets totaal anders (bepaalde zaken wel). Ook onderwerpen
die buiten strafwetboek geregeld worden ; worden dus ook niet veranderd (bv die van de
geesteszieken, jeugddelinquenten,…).
Wat gedoceerd → Waar het nieuwe strafrecht het oude wijzigt, dat moet je leren. Wel
nog voornamelijk het oude strafrecht (grijze kaders = nieuwe Sw van 2024)
(4 grote delen : sw, misdrijf, dader, straf → bij 4e deel veranderd heel wat, eerste weinig)
1
, I. INLEIDING TOT DE STUDIE VAN HET STRAFRECHT
A. BEGRIPSBEPALING
I. Bepaling van het strafrecht
Recht is afdwingbaar => De ordening van het leven in een gemeenschap veronderstelt
een aantal dwingende regels waarvan het geheel het geldende recht vormt.
Het recht is pas afdwingbaar indien een overtreding ervan gesanctioneerd kan worden.
Er bestaan 3 sanctiesystemen:
• Burgerlijke sancties
• Administratieve sancties
• Disciplinaire sancties
In sommige gevallen hecht de wetgever aan bepaalde waarden een zodanig belang dat
hij hun handhaving poogt af te dwingen onder de bedreiging van strafsancties of straffen.
• Strafwetboek: bescherming van de menselijke persoon, bescherming van de
eigendommen van de persoon. (=rechtsgoederen die het Strafwetboek op het
oog heeft)
• Bijzondere wetten: bescherming van het milieu, dierenwelzijn, naleving van
sociale of fiscale verplichtingen.
=>Het openbare karakter van de bovenstaande waarden verklaart waarom de wetgever
beroep doet op straffen. De belangen van de particuliere personen staan hier niet
centraal.
3 kenmerken van het strafrecht:
• Publiek recht
• Legaal recht
• Sanctierecht
Positief strafrecht= beoogt de handhaving van een aantal waarden in een bepaald land
op een gegeven ogenblik. Wat het strafrecht beschermt, is dus niet statisch, doch
varieert het in tijd en ruimte.
3 kernbegrippen van het strafrecht:
• Misdrijven
• Sancties
• Daders
Het strafrecht kan gedefinieerd worden als een geheel van wetsbepalingen:
• Die de strafbare gedragingen aangeven en de sancties bepalen, hetzij straffen,
hetzij beveiligingsmaatregelen, die op de daders toepasselijk zijn.
• Die de algemene principes weergeven die op de bestraffing van de daders van
toepassing zijn.
2
,2 soorten strafrecht:
• Positiefstrafrecht: geldende strafrecht vastgelegd in verdragen, wetten, decreten,
ordonnanties en reglementen.
• Wijsgerig strafrecht: gericht op het onderzoek van de rationele en morele
funderingen van het recht van de gemeenschap om te straffen, van de
doelstellingen van de straffen en van de eigenschappen die de straffen moeten
bezitten om hun sociale functies te vervullen.
Men maakt bij het wijsgerig strafrecht een onderscheid tussen:
• Absolute leer: houdt voor dat omdat misdaan is, de straf moet volgen. Er wordt
gestraft omdat er is gezondigd. Er is een schuld aan de gemeenschap die moet
worden vereffend. De staat is gerechtigd te bestraffen, eenvoudigweg omdat er
een misdrijf is gepleegd. (= Punitur, quia peccatum est)
• Relatieve leer: ziet in de straf een geëigend middel om misdrijven te voorkomen.
Er wordt gestraft zodat er niet meer zou worden gezondigd. Er wordt niet gestraft
omdat de betrokkene dit verdient, maar wel omdat het maatschappelijk nuttig is.
(= Punitur, ne peccetur)
=> De praktijk weerspiegelt een combinatie van elementen uit zowel de absolute leer als
de relatieve leer, met de nadruk op de relatieve leer.
II. Kenmerken van het strafrecht
a. Strafrecht is publiekrecht
1 Verticale rechtsverhouding
Publiekrechtelijke of verticale rechtsverhouding= verhouding tussen dader en
gemeenschap die ontstaat bij het plegen van een misdrijf. => wezenlijk deel van het
strafrecht
Het recht tot straffen komt toe aan het staatsorgaan maar dit is geen noodzakelijk of
grondelement van het strafrecht. De staat is enkel een tussenkomende macht. In
strafzaken ligt het initiatief bij het OM , maar deze vertegenwoordigt de gemeenschap en
niet de staat. =>Monopolie om te straffen berust bij de staat.
2. Horizontale rechtverhouding
Privaatrechtelijke of horizontale rechtsverhouding= verhouding tussen de dader en het
slachtoffer. =>geen wezenlijk deel van het strafrecht.
• Er bestaan misdrijven zonder slachtsoffers. In dit geval ontstaat er geen
horizontale rechtsverhouding.
VB. bepaalde inbreuken op het wegverkeer, inbreuken op wetgeving mbt verdovende
middelen, bepaalde inbreuken op milieuwetgeving, …
3
, • Zelf is er een slachtoffer, dan nog is er in regel geen initiatief vereist van het
slachtoffer o de strafprocedure mogelijk te maken. De strafprocedure wordt
opgestart door het OM, dus namens de gemeenschap en niet namens het
slachtoffer. Uitzondering => klachtmisdrijven
• Het slachtoffer kan wel deelnemen aan de strafprocedure maar de uitoefening
van de strafvordering ligt in handen van het OM. Het slachtoffer staat niet in voor
het vorderen van de straffen, dit is een zaak van publiekrecht. Het slachtoffer kan
wel een schadevergoeding vorderen, dit is een zaak van het privaatrecht.
3. Privatisering van het strafrecht
De private verhouding tussen de dader en het slachtoffer gaat meer en meer het
strafproces beïnvloeden. De positie van het slachtoffer is doorheen de tijd sterker
geworden in de strafprocedure.
VB. betrekken van het slachtoffer in de procedure van de voorwaardelijke
invrijheidstelling, uitbreiding van de mogelijkheden tot inzage in de lopende strafdossiers
tot alle belanghebbenden.
b. Legaalrecht (=legaliteitsbeginsel)
=geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgaande wettelijke
strafbepaling. De wetgever moet optreden om een bepaalde gedraging strafbaar te
stellen. (art. 12, tweede lid Gw. en art. 14 Gw.)
Twee fundamentele waarborgen van de burger tegen de willekeur van de overheid:
• Men kan niet vervolgd worden voor gedragingen die op het ogenblik dat men ze
stelde, geen misdrijf uitmaakte.
• Men kan niet veroordeeld worden tot straffen die, op het ogenblik van het plegen
van het misdrijf, daarop niet gesteld waren.
c. Sanctierecht
Straffen of sancties in het privaatrecht hebben een andere functie dan strafrechtelijke
sancties (publiek recht):
• Privaat recht: het particulier belang van het individuele rechtssubject staat op de
voorgrond. Privaatrechtelijke sancties streven naar het herstel van de
geschonden regel door het toekennen van een schadevergoeding.
• Strafrecht: het publiek belang staat op de voorgrond. Strafrechtelijke sancties zijn
gekenmerkt door leedtoevoeging, die de schuldige dader treft in zijn vrijheid, zijn
vermogen of zijn eer.
4
MOGELIJKE VRAGEN
15 meerkeuze vragen met hogere censuur
Mogelijke casusvragen :
- Straftoemetingsregels
- Komt men in aanmerking voor uitstel of opschorting?
- Wanneer kaan iemand vervroegd in vrijheid worden gesteld?
- Wanneer verjaart een bepaalde straf? Na hoeveel tijd kan die niet meer worden
toegepast?
Laatste HC ; 2 proefcasussen → klassikaal oplossen zodat men de techniek weet
NIEUW STRAFWETBOEK
We zitten op een kantelpunt ; nieuw strafwetboek. 2 wetten van 29 februari 2024. Nog
niet zeker of het daadwerkelijk in 2026 in werking treed.
➔ Prof vermoedt dat het iets later zal zijn
Oude strafrecht gaan we nog niet achterwegen laten ; veel zaken daarvan nog zeer
relevant (bv ‘wat de mildste strafwet is’)
Het nieuwe is strenger dan oude ; kan pas toegepast worden op misdrijven toegepast op
zaken na 8 april 2026. Van toepassing op moment dat het werkt.
➔ Op 7 april 2026 ; de milde regels van oude strafwetboek !
➔ Oude regeling van de herhaling toepassen
➔ Dit moet zeker nog 20 jaar toegepast worden want de verjaringstermijn kan tot 30
jaar nog van toepassing zijn
Wij zullen dus later, in de praktijk, beide strafwetten moeten toepassen!
Zal soms distributief moeten ; soms niet duidelijk welke juist het mildste is → dan de
mildste brokjes van de oude en van de nieuwe samenvoegen die in geen enkel wetboek
staan MAAR toch toepassen !!
➔ De mildste zal je dus soms zelf moeten samenvoegen
Soms ook terugkijken nr oud recht omdat veel delen niet veranderd worden door het
nieuwe strafrecht. Het is niet iets totaal anders (bepaalde zaken wel). Ook onderwerpen
die buiten strafwetboek geregeld worden ; worden dus ook niet veranderd (bv die van de
geesteszieken, jeugddelinquenten,…).
Wat gedoceerd → Waar het nieuwe strafrecht het oude wijzigt, dat moet je leren. Wel
nog voornamelijk het oude strafrecht (grijze kaders = nieuwe Sw van 2024)
(4 grote delen : sw, misdrijf, dader, straf → bij 4e deel veranderd heel wat, eerste weinig)
1
, I. INLEIDING TOT DE STUDIE VAN HET STRAFRECHT
A. BEGRIPSBEPALING
I. Bepaling van het strafrecht
Recht is afdwingbaar => De ordening van het leven in een gemeenschap veronderstelt
een aantal dwingende regels waarvan het geheel het geldende recht vormt.
Het recht is pas afdwingbaar indien een overtreding ervan gesanctioneerd kan worden.
Er bestaan 3 sanctiesystemen:
• Burgerlijke sancties
• Administratieve sancties
• Disciplinaire sancties
In sommige gevallen hecht de wetgever aan bepaalde waarden een zodanig belang dat
hij hun handhaving poogt af te dwingen onder de bedreiging van strafsancties of straffen.
• Strafwetboek: bescherming van de menselijke persoon, bescherming van de
eigendommen van de persoon. (=rechtsgoederen die het Strafwetboek op het
oog heeft)
• Bijzondere wetten: bescherming van het milieu, dierenwelzijn, naleving van
sociale of fiscale verplichtingen.
=>Het openbare karakter van de bovenstaande waarden verklaart waarom de wetgever
beroep doet op straffen. De belangen van de particuliere personen staan hier niet
centraal.
3 kenmerken van het strafrecht:
• Publiek recht
• Legaal recht
• Sanctierecht
Positief strafrecht= beoogt de handhaving van een aantal waarden in een bepaald land
op een gegeven ogenblik. Wat het strafrecht beschermt, is dus niet statisch, doch
varieert het in tijd en ruimte.
3 kernbegrippen van het strafrecht:
• Misdrijven
• Sancties
• Daders
Het strafrecht kan gedefinieerd worden als een geheel van wetsbepalingen:
• Die de strafbare gedragingen aangeven en de sancties bepalen, hetzij straffen,
hetzij beveiligingsmaatregelen, die op de daders toepasselijk zijn.
• Die de algemene principes weergeven die op de bestraffing van de daders van
toepassing zijn.
2
,2 soorten strafrecht:
• Positiefstrafrecht: geldende strafrecht vastgelegd in verdragen, wetten, decreten,
ordonnanties en reglementen.
• Wijsgerig strafrecht: gericht op het onderzoek van de rationele en morele
funderingen van het recht van de gemeenschap om te straffen, van de
doelstellingen van de straffen en van de eigenschappen die de straffen moeten
bezitten om hun sociale functies te vervullen.
Men maakt bij het wijsgerig strafrecht een onderscheid tussen:
• Absolute leer: houdt voor dat omdat misdaan is, de straf moet volgen. Er wordt
gestraft omdat er is gezondigd. Er is een schuld aan de gemeenschap die moet
worden vereffend. De staat is gerechtigd te bestraffen, eenvoudigweg omdat er
een misdrijf is gepleegd. (= Punitur, quia peccatum est)
• Relatieve leer: ziet in de straf een geëigend middel om misdrijven te voorkomen.
Er wordt gestraft zodat er niet meer zou worden gezondigd. Er wordt niet gestraft
omdat de betrokkene dit verdient, maar wel omdat het maatschappelijk nuttig is.
(= Punitur, ne peccetur)
=> De praktijk weerspiegelt een combinatie van elementen uit zowel de absolute leer als
de relatieve leer, met de nadruk op de relatieve leer.
II. Kenmerken van het strafrecht
a. Strafrecht is publiekrecht
1 Verticale rechtsverhouding
Publiekrechtelijke of verticale rechtsverhouding= verhouding tussen dader en
gemeenschap die ontstaat bij het plegen van een misdrijf. => wezenlijk deel van het
strafrecht
Het recht tot straffen komt toe aan het staatsorgaan maar dit is geen noodzakelijk of
grondelement van het strafrecht. De staat is enkel een tussenkomende macht. In
strafzaken ligt het initiatief bij het OM , maar deze vertegenwoordigt de gemeenschap en
niet de staat. =>Monopolie om te straffen berust bij de staat.
2. Horizontale rechtverhouding
Privaatrechtelijke of horizontale rechtsverhouding= verhouding tussen de dader en het
slachtoffer. =>geen wezenlijk deel van het strafrecht.
• Er bestaan misdrijven zonder slachtsoffers. In dit geval ontstaat er geen
horizontale rechtsverhouding.
VB. bepaalde inbreuken op het wegverkeer, inbreuken op wetgeving mbt verdovende
middelen, bepaalde inbreuken op milieuwetgeving, …
3
, • Zelf is er een slachtoffer, dan nog is er in regel geen initiatief vereist van het
slachtoffer o de strafprocedure mogelijk te maken. De strafprocedure wordt
opgestart door het OM, dus namens de gemeenschap en niet namens het
slachtoffer. Uitzondering => klachtmisdrijven
• Het slachtoffer kan wel deelnemen aan de strafprocedure maar de uitoefening
van de strafvordering ligt in handen van het OM. Het slachtoffer staat niet in voor
het vorderen van de straffen, dit is een zaak van publiekrecht. Het slachtoffer kan
wel een schadevergoeding vorderen, dit is een zaak van het privaatrecht.
3. Privatisering van het strafrecht
De private verhouding tussen de dader en het slachtoffer gaat meer en meer het
strafproces beïnvloeden. De positie van het slachtoffer is doorheen de tijd sterker
geworden in de strafprocedure.
VB. betrekken van het slachtoffer in de procedure van de voorwaardelijke
invrijheidstelling, uitbreiding van de mogelijkheden tot inzage in de lopende strafdossiers
tot alle belanghebbenden.
b. Legaalrecht (=legaliteitsbeginsel)
=geen feit is strafbaar dan uit kracht van een daaraan voorafgaande wettelijke
strafbepaling. De wetgever moet optreden om een bepaalde gedraging strafbaar te
stellen. (art. 12, tweede lid Gw. en art. 14 Gw.)
Twee fundamentele waarborgen van de burger tegen de willekeur van de overheid:
• Men kan niet vervolgd worden voor gedragingen die op het ogenblik dat men ze
stelde, geen misdrijf uitmaakte.
• Men kan niet veroordeeld worden tot straffen die, op het ogenblik van het plegen
van het misdrijf, daarop niet gesteld waren.
c. Sanctierecht
Straffen of sancties in het privaatrecht hebben een andere functie dan strafrechtelijke
sancties (publiek recht):
• Privaat recht: het particulier belang van het individuele rechtssubject staat op de
voorgrond. Privaatrechtelijke sancties streven naar het herstel van de
geschonden regel door het toekennen van een schadevergoeding.
• Strafrecht: het publiek belang staat op de voorgrond. Strafrechtelijke sancties zijn
gekenmerkt door leedtoevoeging, die de schuldige dader treft in zijn vrijheid, zijn
vermogen of zijn eer.
4