Personenbelasting
Inleidende begrippen
Belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting
Aan personenbelasting zijn de rijksinwoners onderworpen (art 3 WIB92)
- Rijksinwoners (Art.2, §1, 1° eerste lid a, b, c en d WIB 92)
Woonplaats of zetel van fortuin in BE:
- Woonplaats
o = feitelijke woonplaats die noodzakelijk gekenmerkt wordt door een bepaalde
bestendigheid of continuïteit
o Feitelijke woonplaats kan de woonplaats zijn waar de bp met zijn gezin werkelijk is
gevestigd.
o Fiscale woonplaats niet altijd het dezelfde plaats als de burgerlijke woonplaats
(inschrijving rr)
- Zetel van fortuin
o = plaats van waaruit de bp zijn vermogen beheert
Kan onroerend vermoeden zijn
Gedeponeerde gelden op rekeningen,…
o Niet altijd dezelfde plaats van waar de goederen zijn
o Zetel van fortuin wordt pas ingeroepen als de bp geen woonplaats in BE heeft
Wettelijke vermoedens ( art 2, §1,1° tweede en derde lid WIB 92)
- Naar omstandigheden moet worden beoordeeld of iemand in BE zijn woonplaats of zetel van
foruin heeft gevestigd, door 2 wettelijke vermoedens
o Weerlegbaar vermoeden: tweede lid
Inschrijving in het rijksregister behoudens tegenbewijs
De bp mag altijd tegenbewijs leveren als
o Onweerlegbaar vermoeden: derde lid
Woonplaats voor gehuwden / wettelijk samenwonenden
= plaats waar gezin is gevestigd
Bp kan tegen dit geen tegenbewijs leveren
Beide echtgenoten zijn rijksinwoner of niet-rijksinwoner,
Dus onmogelijk voor gehuwden om 1 iemand te hebben die rijksinwoner is
en 1 iemand niet
Inkomsten van beiden moeten aan dezelfde belastingen onderworpen
worden
Asielzoekers niet onderworpen aan personenbelasting
1
,2 wereldwijd inkomen (art 5 WIB 92)
Personenbelasting waaraan een rijksinwoner verschuldigd is wordt berekend op zijn wereldwijd
inkomen
- Dus de moet belastingen betalen op:
o Inkomsten in BE verworven
o Buitenlandse inkomsten
Belastbaar inkomen van rijksinwoner bestaat uit 4 netto-inkomsten:
1) Onroerende ink
2) Roerende ink
3) Beroeps ink
4) Diverse ink
3 belastbaar tijdperk en aanslagjaar
Algemene regel:
- Belastbaar tijdperk:
o = jaar waarin de bp belastbare inkomsten heeft verkregen of behaald (meestal een
kalenderjaar)
- Aanslagjaar
o = jaar waarvoor die inkomsten aangeslagen of belast worden (jaar volgend op
belastbaar tijdperk
Uitzonderingen:
- Soms is het belastbaar tijdperk maar een gedeelte van het kalenderjaar
- Enkel als de gronden van belastbaarheid:
o pas na 1 januari aanwezig zijn
geboorte of immigratie
immigrant komt aan op 05/05/2018 korte aangifte van
05/05/2018 tot 31/12/2018
o voor 31 december zijn weggevallen
overlijden en nooit beroepsinkomsten gehad hebben of emigratie
emigrant vertrekt op 03/04/2018 korte aangifte van 01/01/2018
tot 02/04/2018
voor emigrant is het aanslagjaar = het jaar van vertrek en niet het
volgende jaar aanslagjaar speciaal 2018 (op papier, niet online)
overlijden aanslagjaar = volgende jaar (valt samen met een
volledig kalenderjaar)
Beperkingen van de Federale voordelen (art 129/1 + 174/1 WIB92) :
- als het belastbare tijdperk om een andere reden dan overlijden niet overeenkomst met een
volledig kalenderjaar, worden de meeste federale voordelen mbt de belastinggrondslag zelf
verminderd in verhouding tot de duur van het belastbare tijdperk uitgedrukt in maanden ten
opzichte van 12 maanden
- vb: belastbaar tijdperk dat begint op 1 januari 2019 en eindigt op 20 juni 2019 zal een duur
hebben 6 maanden voor de beperking van de voordelen.
- Vb: belastbaar tijdperk dat begint op 25 september 2019 en eindigt op 31 december 2019,
zal een duur hebben van 3 maand voor de beperking van de voordelen.
2
, Bp moet zelf enkele zaken prorateren als hij geen volledig kalenderjaar rijksinwoner was
(circulaire)
4 individuele aanslag of gemeenschappelijke aanslag
Gemeenschappelijke aanslag (art 126, §1 WIB 92):
- Gehuwden
o Links: man / rechts: vrouw
o Zelfde geslacht links: oudste persoon / rechts: jongste persoon
- Wettelijk samenwonenden (art 2, §1, 2° WIB 92)
o Gelijkgesteld aan gehuwden
o 3 Voorwaarden wettelijk samenwonend:
OV maar door 2 personen afgesloten
Elke partner moet meerderjarig zijn
Elke partner mag niet verbonden zijn door huwelijk of ander wettelijke
samenwoningsverklaring
- GEEN gemeenschappelijke aanslag voor feitelijk samenwonenden
o Wonen gewoon op hetzelfde adres
Individuele aanslag:
- Alleenstaanden
o Afzonderlijke aangifte enkel linker kolom
o Wanneer alleenstaand? Zie art 126, §2 + §3 WIB92)
o Vb p38
Inkomsten van kinderen:
- Wettelijk genot van bepaalde inkomsten is voor de ouders
o Roerende inkomsten
o Onroerende inkomsten
o Diverse inkomsten ( uitz = ontvangen onderhoudsgelden)
- Wettelijk genot van bepaalde inkomsten is voor de kinderen:
o Beroepsinkomsten
o Onderhoudsgelden
Voorstel vereenvoudigde aangifte:
- Brief met ingevulde aangifte, als alles oke is dan niets doen
- Wil je dingen wijzigen, doen op TOW
- Voor kinderen / gepensioneerden / mensen met WL-uitkering
5 volledige decumul (art 127 WIB)
Bij getrouwd koppel: berekening volledig apart en op einde samen
Totaal netto-inkomen van elke gehuwde of wettelijk samenwonende zie art 27 WIB
3
,6 berekening van de belasting (per belastingplichtige)
Excel document!
Gewestelijke personenbelasting:
- Waar je fiscale woonplaats is op 01/01/AJ
- Bv: woonplaats 01/01/19: gent AJ 19 Vlaams gewest
Verhuis Woonplaats 02/01/19: Brussel AJ 20: Brussels gewest
Vak X: code 1 & 2 = federaal / code 3 & 4 = gewestelijk
Autoniemefactor / opcentiemen:
- Berekend op gereduceerde belasting staat
Wordt gereduceerd met 24,957% AJ 19) Belasting staat* 75.043%
- Op deze gereduceerde belasting staat, wordt
Opcentiemen aangerekend
o Vlaams en Waals gewest: 33.257%
o Brussels HG: 32.591%
- Zo krijgt elk gewest fiscale autonomie
7 progressieve belasting
Belastbaar inkomen:
- GBI = gezamenlijk belastbaar inkomen
o Belast aan progressief tarief
o Hierop wordt de basisbelasting berekend
- ABI = afzonderlijk belastbaar inkomen
o Belast aan afzonderlijk tarief
o Bv occasionele winsten
o Een specifiek percentage
GBI aan het progressief tarief progressieve belasting
- Tarief van belasting stijgt naarmate het GBI groter wordt
- Circulaire federaal p7 ’11. Basisbelasting’
Buitenlandse inkomsten, kijken naar oorsprong:
- Uit een dubbelbelastingverdrag - land
o Heffingsbevoegdheid voor BE samenvoeging met de binnenlandse inkomsten
o Heffingsbevoegdheid voor andere verdragsstaat vrijstelling met
progressievoorbehoud in BE (art 155, WIB92)
- Uit een NIET DBV-land
o Geen vrijstelling, maar samenvoeging met de binnenlandse inkomsten
o Eventueel: belasting verminderen met de helft (art 156, WIB92)
4
, 8 Gemiddelde aanslagvoet
NIET KUNNEN BEREKENEN
Sommige inkomsten afzonderlijk belast tegen de gemiddelde aanslagvoet ( art 171, 5° en 6° WIB92)
- Gem AV van dit AJ of gem AV van het laatst vorige jaar warin de bp 12 maanden belastbare
beroepsinkomsten heeft genoten ( art 17, 6° WIB92)
9 Aangiftetermijn
Aangiftetermijn = termijn waarbinnen de aangifte moet worden ingediend
Datum ( op aangifteformulier):
- Papier 30 juni AJ
- TOW 15 juli AJ
- TOW mandataris eind oktober AJ
10 Kladversie versus definitieve aangifte
Kladversie = voorbereiding van de aangifte in de personenbelasting AJ 2019
- Is per gewest
- Invullen van gewest waar op 01/01/AJ de fiscale domicilie is
Kladversie definitieve versie: codes overnemen naar A3 formulier
- Bijlagen moeten niet mee worden opgestuurd
- Bijlagen moeten wel tot 7e jaar volgend op belastbaar tijdperk worden bijgehouden
11 Mogelijke gevolgen bij een laattijdig ingediende aangifte of bij niet-aangifte
Procedure Aanslag van Ambtshalve
- Bp moet juistheid van inkomsten en kosten bewijzen
Driejarige aanslagtermijn:
- Administratie heeft 3 jaar de tijd om de belastingaanslag te vestigen
Belastingverhoging van 10 tot 200%: (art 444, WIB92)
- In functie van het aantal overtredingen zal een belastingverhoging worden opgelegd
o Mag nooit meer bedragen dan het bedrag van de niet-aangegeven inkomsten
o Nooit indien de niet-aangegeven inkomsten > 2500 euro zijn
Administratieve geldboete: (art 445, WIB92 en art 229/1 KB/WIB92)
- Tss €50 en €1250
5
Inleidende begrippen
Belastingplichtigen onderworpen aan de personenbelasting
Aan personenbelasting zijn de rijksinwoners onderworpen (art 3 WIB92)
- Rijksinwoners (Art.2, §1, 1° eerste lid a, b, c en d WIB 92)
Woonplaats of zetel van fortuin in BE:
- Woonplaats
o = feitelijke woonplaats die noodzakelijk gekenmerkt wordt door een bepaalde
bestendigheid of continuïteit
o Feitelijke woonplaats kan de woonplaats zijn waar de bp met zijn gezin werkelijk is
gevestigd.
o Fiscale woonplaats niet altijd het dezelfde plaats als de burgerlijke woonplaats
(inschrijving rr)
- Zetel van fortuin
o = plaats van waaruit de bp zijn vermogen beheert
Kan onroerend vermoeden zijn
Gedeponeerde gelden op rekeningen,…
o Niet altijd dezelfde plaats van waar de goederen zijn
o Zetel van fortuin wordt pas ingeroepen als de bp geen woonplaats in BE heeft
Wettelijke vermoedens ( art 2, §1,1° tweede en derde lid WIB 92)
- Naar omstandigheden moet worden beoordeeld of iemand in BE zijn woonplaats of zetel van
foruin heeft gevestigd, door 2 wettelijke vermoedens
o Weerlegbaar vermoeden: tweede lid
Inschrijving in het rijksregister behoudens tegenbewijs
De bp mag altijd tegenbewijs leveren als
o Onweerlegbaar vermoeden: derde lid
Woonplaats voor gehuwden / wettelijk samenwonenden
= plaats waar gezin is gevestigd
Bp kan tegen dit geen tegenbewijs leveren
Beide echtgenoten zijn rijksinwoner of niet-rijksinwoner,
Dus onmogelijk voor gehuwden om 1 iemand te hebben die rijksinwoner is
en 1 iemand niet
Inkomsten van beiden moeten aan dezelfde belastingen onderworpen
worden
Asielzoekers niet onderworpen aan personenbelasting
1
,2 wereldwijd inkomen (art 5 WIB 92)
Personenbelasting waaraan een rijksinwoner verschuldigd is wordt berekend op zijn wereldwijd
inkomen
- Dus de moet belastingen betalen op:
o Inkomsten in BE verworven
o Buitenlandse inkomsten
Belastbaar inkomen van rijksinwoner bestaat uit 4 netto-inkomsten:
1) Onroerende ink
2) Roerende ink
3) Beroeps ink
4) Diverse ink
3 belastbaar tijdperk en aanslagjaar
Algemene regel:
- Belastbaar tijdperk:
o = jaar waarin de bp belastbare inkomsten heeft verkregen of behaald (meestal een
kalenderjaar)
- Aanslagjaar
o = jaar waarvoor die inkomsten aangeslagen of belast worden (jaar volgend op
belastbaar tijdperk
Uitzonderingen:
- Soms is het belastbaar tijdperk maar een gedeelte van het kalenderjaar
- Enkel als de gronden van belastbaarheid:
o pas na 1 januari aanwezig zijn
geboorte of immigratie
immigrant komt aan op 05/05/2018 korte aangifte van
05/05/2018 tot 31/12/2018
o voor 31 december zijn weggevallen
overlijden en nooit beroepsinkomsten gehad hebben of emigratie
emigrant vertrekt op 03/04/2018 korte aangifte van 01/01/2018
tot 02/04/2018
voor emigrant is het aanslagjaar = het jaar van vertrek en niet het
volgende jaar aanslagjaar speciaal 2018 (op papier, niet online)
overlijden aanslagjaar = volgende jaar (valt samen met een
volledig kalenderjaar)
Beperkingen van de Federale voordelen (art 129/1 + 174/1 WIB92) :
- als het belastbare tijdperk om een andere reden dan overlijden niet overeenkomst met een
volledig kalenderjaar, worden de meeste federale voordelen mbt de belastinggrondslag zelf
verminderd in verhouding tot de duur van het belastbare tijdperk uitgedrukt in maanden ten
opzichte van 12 maanden
- vb: belastbaar tijdperk dat begint op 1 januari 2019 en eindigt op 20 juni 2019 zal een duur
hebben 6 maanden voor de beperking van de voordelen.
- Vb: belastbaar tijdperk dat begint op 25 september 2019 en eindigt op 31 december 2019,
zal een duur hebben van 3 maand voor de beperking van de voordelen.
2
, Bp moet zelf enkele zaken prorateren als hij geen volledig kalenderjaar rijksinwoner was
(circulaire)
4 individuele aanslag of gemeenschappelijke aanslag
Gemeenschappelijke aanslag (art 126, §1 WIB 92):
- Gehuwden
o Links: man / rechts: vrouw
o Zelfde geslacht links: oudste persoon / rechts: jongste persoon
- Wettelijk samenwonenden (art 2, §1, 2° WIB 92)
o Gelijkgesteld aan gehuwden
o 3 Voorwaarden wettelijk samenwonend:
OV maar door 2 personen afgesloten
Elke partner moet meerderjarig zijn
Elke partner mag niet verbonden zijn door huwelijk of ander wettelijke
samenwoningsverklaring
- GEEN gemeenschappelijke aanslag voor feitelijk samenwonenden
o Wonen gewoon op hetzelfde adres
Individuele aanslag:
- Alleenstaanden
o Afzonderlijke aangifte enkel linker kolom
o Wanneer alleenstaand? Zie art 126, §2 + §3 WIB92)
o Vb p38
Inkomsten van kinderen:
- Wettelijk genot van bepaalde inkomsten is voor de ouders
o Roerende inkomsten
o Onroerende inkomsten
o Diverse inkomsten ( uitz = ontvangen onderhoudsgelden)
- Wettelijk genot van bepaalde inkomsten is voor de kinderen:
o Beroepsinkomsten
o Onderhoudsgelden
Voorstel vereenvoudigde aangifte:
- Brief met ingevulde aangifte, als alles oke is dan niets doen
- Wil je dingen wijzigen, doen op TOW
- Voor kinderen / gepensioneerden / mensen met WL-uitkering
5 volledige decumul (art 127 WIB)
Bij getrouwd koppel: berekening volledig apart en op einde samen
Totaal netto-inkomen van elke gehuwde of wettelijk samenwonende zie art 27 WIB
3
,6 berekening van de belasting (per belastingplichtige)
Excel document!
Gewestelijke personenbelasting:
- Waar je fiscale woonplaats is op 01/01/AJ
- Bv: woonplaats 01/01/19: gent AJ 19 Vlaams gewest
Verhuis Woonplaats 02/01/19: Brussel AJ 20: Brussels gewest
Vak X: code 1 & 2 = federaal / code 3 & 4 = gewestelijk
Autoniemefactor / opcentiemen:
- Berekend op gereduceerde belasting staat
Wordt gereduceerd met 24,957% AJ 19) Belasting staat* 75.043%
- Op deze gereduceerde belasting staat, wordt
Opcentiemen aangerekend
o Vlaams en Waals gewest: 33.257%
o Brussels HG: 32.591%
- Zo krijgt elk gewest fiscale autonomie
7 progressieve belasting
Belastbaar inkomen:
- GBI = gezamenlijk belastbaar inkomen
o Belast aan progressief tarief
o Hierop wordt de basisbelasting berekend
- ABI = afzonderlijk belastbaar inkomen
o Belast aan afzonderlijk tarief
o Bv occasionele winsten
o Een specifiek percentage
GBI aan het progressief tarief progressieve belasting
- Tarief van belasting stijgt naarmate het GBI groter wordt
- Circulaire federaal p7 ’11. Basisbelasting’
Buitenlandse inkomsten, kijken naar oorsprong:
- Uit een dubbelbelastingverdrag - land
o Heffingsbevoegdheid voor BE samenvoeging met de binnenlandse inkomsten
o Heffingsbevoegdheid voor andere verdragsstaat vrijstelling met
progressievoorbehoud in BE (art 155, WIB92)
- Uit een NIET DBV-land
o Geen vrijstelling, maar samenvoeging met de binnenlandse inkomsten
o Eventueel: belasting verminderen met de helft (art 156, WIB92)
4
, 8 Gemiddelde aanslagvoet
NIET KUNNEN BEREKENEN
Sommige inkomsten afzonderlijk belast tegen de gemiddelde aanslagvoet ( art 171, 5° en 6° WIB92)
- Gem AV van dit AJ of gem AV van het laatst vorige jaar warin de bp 12 maanden belastbare
beroepsinkomsten heeft genoten ( art 17, 6° WIB92)
9 Aangiftetermijn
Aangiftetermijn = termijn waarbinnen de aangifte moet worden ingediend
Datum ( op aangifteformulier):
- Papier 30 juni AJ
- TOW 15 juli AJ
- TOW mandataris eind oktober AJ
10 Kladversie versus definitieve aangifte
Kladversie = voorbereiding van de aangifte in de personenbelasting AJ 2019
- Is per gewest
- Invullen van gewest waar op 01/01/AJ de fiscale domicilie is
Kladversie definitieve versie: codes overnemen naar A3 formulier
- Bijlagen moeten niet mee worden opgestuurd
- Bijlagen moeten wel tot 7e jaar volgend op belastbaar tijdperk worden bijgehouden
11 Mogelijke gevolgen bij een laattijdig ingediende aangifte of bij niet-aangifte
Procedure Aanslag van Ambtshalve
- Bp moet juistheid van inkomsten en kosten bewijzen
Driejarige aanslagtermijn:
- Administratie heeft 3 jaar de tijd om de belastingaanslag te vestigen
Belastingverhoging van 10 tot 200%: (art 444, WIB92)
- In functie van het aantal overtredingen zal een belastingverhoging worden opgelegd
o Mag nooit meer bedragen dan het bedrag van de niet-aangegeven inkomsten
o Nooit indien de niet-aangegeven inkomsten > 2500 euro zijn
Administratieve geldboete: (art 445, WIB92 en art 229/1 KB/WIB92)
- Tss €50 en €1250
5