ABS II (Van Cruchten)
Osteologie achterste lidmaat
Achterbenen bij het paard, belangrijke stuw functie en draag functie. Grote hondenrassen: moeten grote
massa dragen ➔ vaak heupproblemen. Heupdysplasie of geleidelijk aan problemen, controle bij honden
voor de kweek. Heupbenen zijn met elkaar versmolten via bot ➔ synostose. Patella is eigenlijk een
sesambeen.
Bekkengordel
Oorspronkelijk aparte beenderen: ilium, pubis en ischium.
Eq
Hoogte is groter dan de breedte ➔ geboortekanaal. Veulen past er zo door: voorbenen naar voor. Bekken
van een hengst zien we centraal een uitsteeksel naar boven, niet bij de merrie (tuberculum pubicum
dorsale). Metingen via medische beeldvorming om te controleren of het veulen kan passeren, bekijken
van beenpunten. Zeker als het een merrie is waar er al problemen bij de geboorte is geweest.
, 2
• Os coxis: stuitbeen ➔ niet aanwezig bij de huisdieren aangezien zij een staart hebben
• Iliumvleugel
o Tuber sacrale
o Tuber coxae
▪ Verbinding tussen beide: crista iliaca
• Incisura ischiadica major en minor
o Tussen de twee zien we een kam: spina ischiadica
▪ Brede bekkenband: opening boven de incisura ➔ foramen
• Acetabulum: kom van het bekken waar het caput gaat inpassen
• Pubis
o Twee zitbeenknobbels: tuber ischiadica
• Symphisis pelvis: versmeltingsnaad van de bekkenbodem
• Sacrum met de iliumvleugels ➔ syndesmose met elastinevezels ➔ naar het einde van de dracht
zal door de hormonen gaan de elastinevezels bewegelijker worden ➔ sacrum kan een beetje naar
boven bewegen ➔ bevordering van de bevalling
• Pecten pubis: opgedeeld in een
tuberculum pubicum ventrale en
dorsale (enkel hengst)
o Tussen eminentio ilio-pubica
Driehoekige vorm: zitbeenknobbels, minder wijd dat de illiumvleugels.
Arcus ischiadicus
Foramen obturatum (2): overspannen met een membraan, behalve op bepaalde plaatsen waar leidingen
doorkomen.
, 3
Acetabulum opgebouwd uit verschillende delen: glad gedeelte in ongeveer
een maanvormig ➔ fascies lunata. Bekleed met gewrichtskraakbeen ➔
caput femur met ook kraakbeen ➔ schokdempend effect. Fossa acetabuli ➔
aanhechtingsligament dat zorgt dat de kop van de femur in het acetabulum
blijft. Als het acetabulum te ondiep is en ook de kop van de femor ook niet
goed is afgerond ➔ kop kan er veel makkelijker uitgaan. Ligamenti
transversum acetabili (overbrugt de incisura acetabuli) voorkomt dat de kop
eruit kan geraken, moet doorgesneden worden als we het achterbeen van de
heup willen verwijderen.
Bij runderen kan er wel opzij geslagen worden met de achterbenen ➔ zo
dicht mogelijk tegen de dij gaan staan. Het paard kan niet opzij slaan, enkel naar achter. Dit komt omdat
het een extra ligament heeft ➔ lig. accessorium caput ossis femoris. Verderzetting van een pees van een
spier (m. rectus abdominis), langs een sulcus ➔ loopt uit in de incisura acetabuli. Enigste dier van de
klassieke huisdieren die het heeft.
Bo
, 4
Geen driehoekige vorm maar een vierkant als vorm. Geboortekanaal meer ovaal ➔ breedte meer
gelijkaardig aan de hoogte (aangepast naar de vorm van het kalf). Grotendeels gelijkaardig aan deze van
het paard. Centraal bij de versmelting zien we het pecten pubis. Referentiepunt voor de diameter te
bepalen. Tuber ischiadicum opgedeeld in verschillende delen. Eminentia iliopublica ➔ twee uitsteeksels,
worden verbonden door een ligament (aanhechting m. obl. abd. ext.). Vinden we bij alle diersoorten.
Carn
Tuber coxae en tuber sacrale gaan over in elkaar, geen duidelijke onderscheiding. Rechthoekige vorm in
plaats van een vierkant. Ruwe verhevenheden ➔ verbinding voor de sacraal vleugels. Acetabulum ➔
vergroting door een kraakbeenring die erop zit. Kop van de femur kan er nog moeilijker uit. Pecten ook bij
de carnivoren aanwezig.