• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 51 pages
Resume

Samenvatting Boom Juridische studieboeken - Recht in het echt - Empirical Legal Studies (RR118)

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 51 pages

Dit bestand bevat de volledige uitwerkingen per werkgroep van het vak ELS, hierin staat meteen alle stof nodig voor het tentamen geordend per probleem en per hoofdstuk, paragraven.

Aperçu du contenu

Empirical Legal Studies

Probleem 1
Leerdoelen:
1. Hoe verhouden de juridische en empirische bestudering van het recht zich tot elkaar?
2. Hoe verhouden de verschillende benaderingen binnen de empirische bestudering van het
recht zich tot elkaar?
3. Welke onderzoeksmethoden zijn er om het recht empirisch te bestuderen?

Sally F. Moore – Recht en Maatschappelijke
Verandering
Roscoe Pound: Recht is het middel tot ‘social engineering’ (=sociale sturing). Het idee berust op de
veronderstelling, dat sociale verhoudingen zich lenen voor bewuste menselijke controle en dat het
instrument waarmee deze controle gerealiseerd kan worden de wet is.
De wet in de zin = geheel van beginselen, normen, ideeën, regels, gebruiken, alsmede voor de
werkzaamheden van organen die zich bezighouden met wetgeving, bestuur, rechtspraak en
uitvoering, gestuurd door politieke macht en legitimiteit.

Malinowski onderzocht hoe regels als bindende verplichtingen worden opgevat en nageleefd. Hij
richtte zich op hoe recht werkt in het dagelijkse leven, niet alleen binnen formele instituties.

Het 'semi-autonoom sociaal veld' betekent dat sociale groepen hun eigen regels en
handhavingsmechanismen kunnen ontwikkelen. Toch worden ze beïnvloed door bredere
maatschappelijke krachten en juridische systemen.

Hoebel: stelde dat legitieme geweld of dreiging ermee een manier is om juridische normen te
onderscheiden van andere gedragsregels. Toch moeten we niet vergeten dat naleving ook via
andere sociale mechanismen gebeurt, zoals gewoonten en sociale druk.

Max Weber: beschrijft hoe tussen de staat en het individu verschillende kleinere sociale velden
bestaan, die hun eigen regels en handhavingsmechanismen hebben. Deze velden vormen een
rechtsorde, waarin gehoorzaamheid wordt afgedwongen via sociale en juridische middelen.

Volgens Weber is uitsluiting een belangrijk middel van juridische dwang binnen particuliere
organisaties  leden die zich niet aan de regels houden, kunnen worden buitengesloten van de
gemeenschap en de voordelen die deze biedt. Juridische dwang in de economische sfeer vaak
moeilijk effectief toe te passen is, omdat economische actoren vaak beter inzicht hebben in de
markt dan wetgevers en ambtenaren, waardoor ze juridische regels kunnen omzeilen of aanpassen
aan hun belangen.

Het semi-autonoom sociaal veld wordt niet strikt bepaald door een organisatie, maar door zijn
functionele kenmerken: het vermogen om regels te creëren en naleving af te dwingen.

Meerdere semi-autonome sociale velden verbinden zich met elkaar  complexe ketens
(samenlevingen)  sociale netwerken waarin individuen met elkaar verbonden zijn in een
dynamisch systeem.

Een van de manieren waarop gecentraliseerde staten deze sociale velden beïnvloeden, is via
wetgeving  bereikt vaak niet volledig de beoogde doelen. Dit komt doordat nieuwe wetten

,worden geïntroduceerd binnen bestaande sociale structuren, waar al bindende verplichtingen en
normen gelden  sociale verhoudingen sterker dan de wetgeving zelf.

Het concept van het semi-autonoom sociaal veld wordt hier niet voorgesteld als een direct
toepasbaar instrument voor wetgeving, maar als een antropologisch kader (= interdisciplinair
vakgebied dat de wisselwerking tussen recht en cultuur bestudeert) om sociale processen en
zelfregulering binnen complexe samenlevingen te bestuderen.

In sociale systemen bestaan twee soorten regels:

1. Bewust gecreëerde regels –wetten en voorschriften die door wetgevers, rechtbanken en
andere formele instanties worden opgesteld om specifieke effecten te bereiken. Ze zijn
bedoeld om bepaalde sociale verhoudingen vast te leggen en te reguleren.
2. Spontaan ontstane regels – komen voort uit dagelijkse interacties zoals concurrentie,
samenwerking en uitwisseling. Ze worden niet bewust gepland, maar ontwikkelen zich
organisch binnen sociale groepen en kunnen net zo effectief zijn als formele wetten.



H1: Benadering in empirisch onderzoek naar het
recht
1.2 Hoe verhouden de juridische en empirische
bestudering van het recht zich tot elkaar?
Juridische = positiefrechtelijke benadering.
Empirische = sociaalwetenschappelijke benadering.

1.2.1 Accentuering verschillen + 1.2.2 Nuancering verschillen
Dimensies Juridische bestudering Empirische bestudering
Onderzoeksdoelen Praktisch, normatief Beschrijvend, verklarend en objectief
Perspectief Intern Extern
Methode Geesteswetenschappelijk Sociaalwetenschappelijk
Kennisclaims Gebonden aan autoriteit, tijd en Persoonsonafhankelijk en universeel
plaats (in dit specifieke geval) (in ‘alle’ gevallen)

- Intern = rechtswetenschapper volgt de regels van een juridisch systeem waarin de redelijke
afweging van belangen, waarden en doeleinden centraal staat (binnenin).
- Extern = onderzoeker observeert de gedragingen, emoties, opvattingen en belangen van
deelnemers aan de rechtspraktijk van buitenaf en probeert deze te beschrijven en verklaren
zonder zelf een normatieve positie in te nemen t.o.v. de gedragingen en betekenissen die de
onderzochten aan hun eigen handelen toeschrijft (buitenaf).
- Geesteswetenschappelijk = aan de hand van hermeneutische methode: interpretatie van
teksten staan centraal.
- Sociaalwetenschappelijk = op systematische wijze verzamelen en analyseren van gegevens
en uitgebreid verantwoording afleggen over methologische keuzes  replicatiestandaard
(=iedereen moet met jouw onderzoek aan de slag kunnen).
 Nuancering, er is een grijs gebied.

,1.3 Welke benaderingen kunnen worden onderscheiden
binnen de empirische bestudering van het recht
- Recht als instrument  als middel voor gedragsbeïnvloeding.
o Vb. onderzoek door wetenschappelijk onderzoek- en datacentrum, vaak vanuit de politiek:
wets- of beleidsevaluaties. ‘Law in books vs law in action’.
o Opkomst van ELS  zwaartepunt.
- Rechtspluralisme  niet alleen het geldende recht, maar ook andere sociale normen kunnen
door burgers als bindende verplichtingen worden ervaren en als zodanig kunnen
functioneren. ‘Rechtssatz vs rechtsleben’.
o Vb. Semi-Autonomous Social Fields (kennisclip)
- Recht en samenleving  recht wordt verklaard als uitkomst van sociale verhoudingen of
culturele denkbeelden waar her recht vervolgens zelf een bijdrage aan levert.
o vb. wat gebeurt er in de publieke ruimtes met het recht.
Enige overlap  soms kan het in meerdere vallen.


2 Begrijpen van empirisch onderzoek naar het
recht
2.2 Typen onderzoeksvragen
2.2.1 Drie typen onderzoek naar het recht
- Positiefrechtelijk onderzoek (=doctrinair) = mag dit juridisch gezien wel?
o Op basis van rechtsbronnen en interpretatie daarvan.
- Filosofisch onderzoek = is dit wel gerechtvaardigd en wenselijk?
o Op basis van filosofische uitgangen of theorieën.
- Empirisch onderzoek = in hoeverre is dit effectief?
o Op basis ban sociaalwetenschappelijke methoden van dataverzamelingen.
 Enige overlap.


2.2.2 ‘Is and ought’
Het "Is-Ought probleem" verwijst naar de moeilijkheid om vanuit beschrijvende feiten (wat is)
normatieve conclusies (wat zou moeten zijn) te trekken.


2.2.3 Kenmerken van empirische onderzoeksvragen
Een goede empirische onderzoeksvraag is:
1. Neutraal van aard,
2. Voldoende afgebakend,
3. Maatschappelijk en wetenschappelijk relevant.

2.3 Benadering van empirisch-juridisch onderzoek
Empirisch-juridisch onderzoek: de wisselwerking tussen recht en sociale werkelijkheid. Vindt plaats
vanuit verschillende (sub)disciplines van de sociale wetenschappen, zoals de sociologie (= individuen
in de samenleving), antropologie (=culturen van groepen binnen de samenleving) of psychologie
(=individuen in de samenleving).

, Een empirisch onderzoeker bouwt doorgaans voort op bestaande inzichten en probeert daar nieuwe
bevindingen aan toe te voegen. 2 manieren:
1. Deductieve manier = bevindingen door toetsen bestaande theorieën;
2. Inductieve manier = bevindingen wordt gevormd vanuit waarnemingen in de praktijk .


2.4 Methoden van dataverzameling
Kwantitatief Kwalitatief
Doel Kwantificeren Kwalificeren
Benadering Deductief Inductief
Confrontatie theorie-empirie Hypothese Richtinggevende concepten
(sensitizing concepts)
Doorlopen onderzoekscyclus Eenmalig Veelvuldig (iteratief)
Voorbeelden Experiment, enquête Case-studie, etnografie, on- of
semi-restructured interviews,
inhoudanalyse.

Kwalitatief = nadruk op verkennen en interpreteren van het te bestuderen fenomeen en op het
genereren van theorieën en hypothesen.
Kwantitatief = nadruk op het toetsen van hypothesen en theorieën.

Methodes ter bestudering:
 Participerende observatie – Onderzoek waarbij de onderzoeker actief deelneemt aan het sociale veld om
gedrag en interacties te bestuderen.
 Diepte-interviews – Individuele gesprekken waarbij diepgaande informatie wordt verzameld over
persoonlijke ervaringen en perspectieven.
 Focusgroepen – Discussies met een kleine groep mensen om meningen en inzichten over een onderwerp te
verzamelen.
 Inhoudsanalyse – Systematische analyse van teksten, documenten of media om patronen en betekenis te
ontdekken.
 Enquêtes – Gestandaardiseerde vragenlijsten om data te verzamelen van een grote groep respondenten.
 Statistische analyse van al bestaande data – Onderzoek waarbij eerder verzamelde data wordt geanalyseerd
om nieuwe inzichten te verkrijgen.
 Laboratoriumexperimenten – Onderzoek onder gecontroleerde omstandigheden om causale relaties te
testen.
 Veldexperimenten – Experimenten in een natuurlijke omgeving waarbij variabelen worden gemanipuleerd
om effecten te meten.
 Quasi-experimenten – Onderzoek dat lijkt op een experiment maar waarbij niet alle onderzoekscondities
volledig gecontroleerd kunnen worden.

 Combineren van alleen kwantitatieve methode of kwalitatieve methode = triangulatie 
multi-methodes. Wanneer beide wordt gecombineerd  mixed-methodes.

2.5 Kwaliteitsaspecten van empirisch-juridisch
onderzoek
1. Causaliteit (Robuustheid)  oorzaak bepaald gedrag.
a. Voorwaarden:
i. Er is sprake van een significante samenhang tussen de onafhankelijke
variabele (de oorzaak) en de afhankelijke variabele (het gevolg).
ii. De onafhankelijke variabele gaat in de tijd vooraf aan de afhankelijke
variabele.

Table des matières

  1. 01 Empirical Legal Studies 1
  2. 02 Probleem 1 1
  3. 03 Sally F. Moore – Recht en Maatschappelijke Verandering 1
  4. 04 H1: Benadering in empirisch onderzoek naar het recht 2
    1. 1.2 Hoe verhouden de juridische en empirische bestudering van het recht zich tot elkaar? 2
    2. 1.3 Welke benaderingen kunnen worden onderscheiden binnen de empirische bestudering van het recht 3
  5. 05 2 Begrijpen van empirisch onderzoek naar het recht 3
    1. 2.2 Typen onderzoeksvragen 3
    2. 2.3 Benadering van empirisch-juridisch onderzoek 3
    3. 2.4 Methoden van dataverzameling 4
    4. 2.5 Kwaliteitsaspecten van empirisch-juridisch onderzoek 4
  6. 06 Probleem 2 5
  7. 07 Why the ‘’haves’’ come out ahead – Marc Galanter 5
    1. 1 A Typology of parties 5
    2. 2 Lawyers 5
    3. 3 Institutional facilities 6
    4. 4 Rules 6
  8. 08 H4: Wat burgers weten en vinden van het recht 6
    1. 4.2 Knowlegde and Opnion about Law (KOL) 6
    2. 4.3 Rechtsgevoel en rechtsbewustzijn 7
    3. 4.4 Een Amerikaanse en Europese benadering van ‘legal consciousness’ 7
    4. 4.5 Rechtsvervreemding 8
    5. 4.6 Legitimiteit 8
  9. 09 H5 Toegang tot het recht: recht hebben, vragen en krijgen 9
    1. 5.1 Introductie 9
    2. 5.2 Wat is toegang tot recht? 9
    3. 5.3 Mobilisatie van rechten 10
    4. 5.4 Toegankelijkheid van het rechtssysteem 11
  10. 10 Probleem 3 13
  11. 11 De ontwikkeling van carrière-oriëntaties van rechtenstudenten – W.J. Kortleven & N.L. Holvast 13
    1. 1 Inleiding 13
    2. 2 Onderzoekscontext en methodologie 13
    3. 3 Bevindingen 14
    4. 4 Van public interest drift naar private interest shift 14
  12. 12 Trajectories of legal work in the context of machine learning AI: conceptualizing mediated evolution – James Faulconbrigde 15
    1. Kernpunten van het artikel 15
    2. Concept van ‘mediated evolution’ 15
    3. Conclusie 16
    4. H17: Juristen in een veranderende samenleving 16
    5. 17.1 Introductie 16
    6. 17.2 Opleiding en socialisatie tot jurist 16
    7. 17.3 Een overzicht van het juridisch beroepenveld 17
    8. 17.4 Maatschappelijke trends 18
    9. 17.5 Van mystieke professie tot T-shaped laywer 19
  13. 13 Probleem 4 21
  14. 14 H12: Buitengerechtelijke conflictoplossing: arbitrage, bindend advies en mediation 21
    1. 12.1 Introductie 21
    2. 12.2 Buitengerechtelijke conflictoplossing 22
    3. 12.6 Inzichten uit (empirisch) onderzoek naar mediation 22
    4. 12.7 Mediation in relatie tot rechtspraak 24
  15. 15 H13: Rechtspraak als instituut en organisatie 25
    1. 13.2 Drie perspectieven op de rechterlijke organisatie 25
    2. 13.3 Empirisch onderzoek naar de rechterlijke organisatie 25
  16. 16 H15: Internationale rechtspraak als balanceer-act 27
    1. 15.1 Introductie 27
    2. 15.2 Een classificatie van internationale gerechtshoven 27
    3. 15.3 Internationale rechtspraak en de spanning tussen autoriteit, autonomie, afhankelijkheid en ambitie 27
    4. 15.4 Internationale rechtspraak en de spanning tussen ideaal en praktijk 29
  17. 17 Probleem 5 30
  18. 18 Routes van het recht – J.W. De Keiser, P. van La, R. Horselenberg & M. Jelicic (leerdoel 2) 30
    1. Klassieke experimenten in de rechtspsychologie 30
  19. 19 Judging the Judiciary by the Numbers – J.J. Rachlinski & A.J. Wistrich (LD 1) 33
    1. De invloed van persoonlijke kenmerken van rechters 33
    2. Factors Outside the Record: Inadmissible Evidence, Emotion, and Invidious Biases 34
  20. 20 H14: Denkfouten en onterechte veroordelingen in de rechtspraak 34
    1. 14.1 Introductie 34
    2. 14.2 Theorieën over rechterlijke oordeelsvorming 34
    3. 14.3 Menselijke denkprocessen en hun valkuilen 35
    4. 14.4 Strategieën om de invloed van denkfouten te beperken 37
  21. 21 Probleem 6 38
  22. 22 H7: De achterkant van het wetgevingsproces (t/m 7.4) 38
    1. 7.2 Wetgevingsproces 38
    2. 7.3 Theoretische en empirische reflecties op agendering van wetgeving 38
    3. 7.4 Reflecties op het werk van wetgevingsjuristen 39
  23. 23 Over het ongelijk speelveld en de regulering van belangenvertegenwoordiging – B. Fraussen & C. Braun 40
    1. Inleiding: Lobbyen tussen levensader en uitwas 40
    2. Belangenvertegenwoordiging: altijd aanwezig, nooit welkom? 40
    3. Belangenvertegenwoordiging geregeld: mobilisatie en strategie 40
    4. Drie kernproblemen als toetsingskader –> belangenvertegenwoordigingsmatrix 40
    5. Slotbeschouwing: Meer transparantie is niet genoeg 41
  24. 24 H8: Effecten en effectiviteit van wetgeving 41
    1. 8.2 Begripsbepaling 41
    2. 8.3 Hoe kan het dat effecten van wetgeving vaak tegenvallen? 42
    3. 8.4 Onderzoek naar de effecten van wetgeving 42
  25. 25 Gedragen gedragsverandering – L. Tummers 43
    1. Noodzaak tot gedragen gedragsverandering 43
    2. Gedragsverandering door de overheid 43
    3. Model voor gedragen gedragsverandering 43
    4. Onderzoek naar gedragen gedragsverandering 44
  26. 26 Probleem 7 44
  27. 27 Risicogericht toezicht is niet vrij van risico’s - de Wolf & Honingh 44
    1. Inleiding 44
    2. Risico’s zijn bekend en meetbaar 44
    3. De sturende werking van risicoanalyses 45
    4. Conclusie: van risicoanalyse naar risicomanagement 45
  28. 28 Following the herd – B. van Rooij & A. Fine 46
  29. 29 H10: Handhaving en naleving van regels 46
    1. 10.1 Introductie 46
    2. 10.2 Handhaving 46
    3. 10.3 Regelgerichte en risicogerichte handhaving 50

Livre connecté
 image
Éditeur: 15 augustus 2024 ISBN: 9789462129566 Édition: 1

Infos sur le Document

Cours
Livre entier ?
Oui
Publié le
3 juillet 2025
Nombre de pages
51
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€8,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
gwenroelofs
5,0
(1)
Vendu
33
Abonnés
1
Éléments
25
Dernière vente
3 semaines de cela




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions