Basisbegrippen van het recht
Lesweek 1
Deel 2: Basisbegrippen
HB. P. 24 - 121
Inleiding
(Herhaling)
Verschil:
- Het verschil tussen een horizontale verhouding tussen
gelijken (burgers).
o Deze worden gereld door het privaat recht
- Publiekrecht is een verticale verhouding (overheid
vanboven, burgers van onder).
o Publiek recht regelt het staatsgezag.
o Synoniem: burgerlijkrecht, civielrecht
- Dit hoofdstuk gaat over personenrecht.
o Onderdeel van het privaat recht.
- In strafrecht valt niet onder privaatrecht maar onder
publiekrecht.
- Geschil tussen huurder en verhuurder is privaatrecht (=
tussen burgers)
Objectiefrecht versus subjectief recht:
- Objectief recht geheel van rechtsregels dat vandaag de dag
in ons land geldig is.
- Subjectief recht door het recht bekrachtigde aanspraken van
rechtssubjecten (= rechtspersonen / mensen zoals u en ik)
die zij kunnen gelden van een andere mens.
o De rechten van de rechtssubjecten.
Deze les: wat zijn rechtssubjecten.
o De rechten van de rechtssubjecten zijn verschillend
van persoon tot persoon.
Bij de staat van de persoon.
1
,Basisbegrippen van het recht
Hoofdstuk 1: Rechtssubjecten
Afdeling 1: Begrippen
Rechtssubject
= Persoon voor wie de rechtsnorm rechten plichten meebrengt.
- De persoon in wiens hoofde rechten en plichten bestaan of
kunnen bestaan.
Een persoon
= Een drager van rechten en plichten. (= def. van ‘een persoon’)
Verschil rechtsfeiten en rechtshandelingen:
- Rechtsfeit
= Een feit waaraan door het recht rechtsgevolgen koppelt.
o Voorbeeld:
De geboorte
Fysiek waarneembaar feit.
Aan de geboorte worden rechtszaken
gekoppeld.
1. Vestiging van de moederlijke
afstemming.
2. Bij de geboorte moet de naam van de
moeder in de geboorte-acte worden
vermeld.
3. De naam van de moeder is degene die
het kind baart.
Regel van de burgerlijke stand.
Maar aan de andere kant wordt moet de vrouw
wie in de geboorteacte staat is daarmee de
moeder van het kind.
o Ouderlijke rechten worden haar
toegeëigend.
Je rijdt met je fiets door het rood licht.
‘Is het de bedoeling met door het rood licht
rijden de daaraan gekoppelde rechtszaken te
bekomen?’
2
,Basisbegrippen van het recht
- Rechtshandeling
= Menselijke wilsverklaring waarin je de rechtsgevolgen die
verbonden zijn aan de daad die je hebt uitgevoerd.
o Voorbeeld:
Menselijke wilsverklaring = ‘ik wil een kind’
= vaderlijke erkenning
Materiele
rechtshandelingProcesrechtshandeling
De aankoop van een zaak.
De bedoeling is om iets te verkopen om een
prijs te ontvangen.
De koper wilt iets krijgen en wil daarvoor een
prijs geven.
o Wederzijdse rechtshandeling
Rechtsfeit Rechtshandeling
Gemeenschappelijk
De beide genereren rechtsgevolgen
Verschil
Het is niet telkens de bedoeling Het is de bedoeling om de
om de rechtsgevolgen die rechtsgevolgen te verkrijgen die
verbonden zijn aan een daad te verbonden zijn aan de een daad.
verkrijgen.
(juridische) Persoonlijkheid:
= Het geheel van rechten en plichten van een rechtssubject.
= We gebruiken deze term enkel voor fysieke personen zoals U en
ik.
- Deze persoonlijkheid heeft 2 facetten
o Staat van de persoon: (= l’état)
= Het geheel van bepaalde hoedanigheden van een
persoon die zijn rechtspositie in de maatschappij en
de familie bepalen en hem onderscheiden van andere
personen wat.
Onderscheid met betrekking op het bezit en de
uitoefening van de rechten. Art. 6 § 2 BW.
3
, Basisbegrippen van het recht
o In deze definitie zijn 3 elementen die de staat van
persoon kunnen onderscheiden:
In het geheel van bepaalde hoedanigheden.
1. Maatschappelijk niveau: (= status civitatis)
2. Staat in de familie: (= status familiae)
o In de familie heb je een afstammelingsrechtelijke
positie.
Adoptief
Deze positie determineert de rechten in de
familie.
Huwelijk
De staat in de familie veranderd.
o Je hebt een ‘nieuwe’ familie
Nieuwe rechten en plichten
= soms hen helpen
Deze zaken hebben een invloed op je
rechtspositie.
3. Staat als enkeling:
Fysieke elementen
Je leeftijd
o Bij het worden van 18 wordt je
rechtspositie enorm veranderd
Je involueerd van onbekwame
minderjarige naar volledig
handelingsbekwame meerderjarige.
Psychisch elementen
Dementeren, alzheimer
o Juridische mechanisme als je niet meer
capabel bent om te handelen.
Je zult onbekwaam worden
verklaard.
Dus je psychische toestand heeft een effect
op je rechtspositie.
4
Lesweek 1
Deel 2: Basisbegrippen
HB. P. 24 - 121
Inleiding
(Herhaling)
Verschil:
- Het verschil tussen een horizontale verhouding tussen
gelijken (burgers).
o Deze worden gereld door het privaat recht
- Publiekrecht is een verticale verhouding (overheid
vanboven, burgers van onder).
o Publiek recht regelt het staatsgezag.
o Synoniem: burgerlijkrecht, civielrecht
- Dit hoofdstuk gaat over personenrecht.
o Onderdeel van het privaat recht.
- In strafrecht valt niet onder privaatrecht maar onder
publiekrecht.
- Geschil tussen huurder en verhuurder is privaatrecht (=
tussen burgers)
Objectiefrecht versus subjectief recht:
- Objectief recht geheel van rechtsregels dat vandaag de dag
in ons land geldig is.
- Subjectief recht door het recht bekrachtigde aanspraken van
rechtssubjecten (= rechtspersonen / mensen zoals u en ik)
die zij kunnen gelden van een andere mens.
o De rechten van de rechtssubjecten.
Deze les: wat zijn rechtssubjecten.
o De rechten van de rechtssubjecten zijn verschillend
van persoon tot persoon.
Bij de staat van de persoon.
1
,Basisbegrippen van het recht
Hoofdstuk 1: Rechtssubjecten
Afdeling 1: Begrippen
Rechtssubject
= Persoon voor wie de rechtsnorm rechten plichten meebrengt.
- De persoon in wiens hoofde rechten en plichten bestaan of
kunnen bestaan.
Een persoon
= Een drager van rechten en plichten. (= def. van ‘een persoon’)
Verschil rechtsfeiten en rechtshandelingen:
- Rechtsfeit
= Een feit waaraan door het recht rechtsgevolgen koppelt.
o Voorbeeld:
De geboorte
Fysiek waarneembaar feit.
Aan de geboorte worden rechtszaken
gekoppeld.
1. Vestiging van de moederlijke
afstemming.
2. Bij de geboorte moet de naam van de
moeder in de geboorte-acte worden
vermeld.
3. De naam van de moeder is degene die
het kind baart.
Regel van de burgerlijke stand.
Maar aan de andere kant wordt moet de vrouw
wie in de geboorteacte staat is daarmee de
moeder van het kind.
o Ouderlijke rechten worden haar
toegeëigend.
Je rijdt met je fiets door het rood licht.
‘Is het de bedoeling met door het rood licht
rijden de daaraan gekoppelde rechtszaken te
bekomen?’
2
,Basisbegrippen van het recht
- Rechtshandeling
= Menselijke wilsverklaring waarin je de rechtsgevolgen die
verbonden zijn aan de daad die je hebt uitgevoerd.
o Voorbeeld:
Menselijke wilsverklaring = ‘ik wil een kind’
= vaderlijke erkenning
Materiele
rechtshandelingProcesrechtshandeling
De aankoop van een zaak.
De bedoeling is om iets te verkopen om een
prijs te ontvangen.
De koper wilt iets krijgen en wil daarvoor een
prijs geven.
o Wederzijdse rechtshandeling
Rechtsfeit Rechtshandeling
Gemeenschappelijk
De beide genereren rechtsgevolgen
Verschil
Het is niet telkens de bedoeling Het is de bedoeling om de
om de rechtsgevolgen die rechtsgevolgen te verkrijgen die
verbonden zijn aan een daad te verbonden zijn aan de een daad.
verkrijgen.
(juridische) Persoonlijkheid:
= Het geheel van rechten en plichten van een rechtssubject.
= We gebruiken deze term enkel voor fysieke personen zoals U en
ik.
- Deze persoonlijkheid heeft 2 facetten
o Staat van de persoon: (= l’état)
= Het geheel van bepaalde hoedanigheden van een
persoon die zijn rechtspositie in de maatschappij en
de familie bepalen en hem onderscheiden van andere
personen wat.
Onderscheid met betrekking op het bezit en de
uitoefening van de rechten. Art. 6 § 2 BW.
3
, Basisbegrippen van het recht
o In deze definitie zijn 3 elementen die de staat van
persoon kunnen onderscheiden:
In het geheel van bepaalde hoedanigheden.
1. Maatschappelijk niveau: (= status civitatis)
2. Staat in de familie: (= status familiae)
o In de familie heb je een afstammelingsrechtelijke
positie.
Adoptief
Deze positie determineert de rechten in de
familie.
Huwelijk
De staat in de familie veranderd.
o Je hebt een ‘nieuwe’ familie
Nieuwe rechten en plichten
= soms hen helpen
Deze zaken hebben een invloed op je
rechtspositie.
3. Staat als enkeling:
Fysieke elementen
Je leeftijd
o Bij het worden van 18 wordt je
rechtspositie enorm veranderd
Je involueerd van onbekwame
minderjarige naar volledig
handelingsbekwame meerderjarige.
Psychisch elementen
Dementeren, alzheimer
o Juridische mechanisme als je niet meer
capabel bent om te handelen.
Je zult onbekwaam worden
verklaard.
Dus je psychische toestand heeft een effect
op je rechtspositie.
4