Basisbegrippen van het recht
Lesweek 1
Deel 1: Wat is recht?
HB. P. 13 - 22
Hoofdstuk 1: Het recht = Een geheel van gedragsregels
Afdeling 1: Begrippen
Het objectief recht (= le droit objectif)
= Het recht als geheel van gedragsregels met specifieke kenmerken.
- Juridische gedragsnorm heeft een hypothetische structuur.
- Aan algemeen omschreven feiten worden algemeen omgeschreven
gevolgen gekoppeld voor degene tot wie de norm zich richt.
- Om deze norm toe te passen op concrete feiten, moet men
nagaan of de feiten beantwoorden aan de norm beschreven
hypothese.
o Als dit het geval is, duid de norm aan wat de rechtsgevolgen
zijn gekoppeld aan de feiten/daden.
Het subjectief recht (= le droit subjectif)
= Juridisch bekrachtigde aanspraken en bevoegdheden die een
rechtssubject op bepaalde zaken of ten aanzien van een persoon kan
uitoefenen om zijn doelstellingen te verwezenlijken.
Het privaat recht (= le droit privé)
= Rechtsregels die de private rechtsverhoudingen tussen burgers
kunnen regelen.
- De belangrijkste bron van het Belgische burgerlijke recht =
BURGERLIJK WETBOEK (BW).
o Door Napoleon ingevoerd op 21 maart 1804.
o De inhoud van het privaat recht sterk geëvolueerd met als
gevolg van wijzigingen in de:
Wet
Rechtspraak
Rechtsleer
o De structuur van de Napoleontische codex is meer dan 200
jaar ongewijzigd.
- Vanaf 1 november 2020 zal er een nieuw Burgerlijk Wetboek worden
ingevoerd dat wilt zeggen dat vanaf deze datum het origineel boek
het: ‘Oud Burgerlijk Wetboek’ zal heten.
Het publiekrecht (= le droit public)
= Regelt de uitoefening van staatsgezag.
Rechtsfeiten (= les faits juridiques)
= Feiten waaraan de rechtsregel gevolgen verbindt.
1
,Basisbegrippen van het recht
Rechtshandelingen (= les actes juridiques)
= Menselijke wilsverklaringen waaraan het recht rechtsgevolgen verbindt
en deze worden gesteld om rechtsgevolgen met zich mee te brengen.
Rechtsgevolgen (= les effets juridique – les conséquences juridiques)
= Gevolgen die het recht koppelt aan feiten die beantwoorden aan de
hypothese die in de norm vervat ligt.
2
,Basisbegrippen van het recht
Afdeling 2: Centrale elementen in het begrip recht
In de meeste positiefrechtelijke definities van het recht gaat het over
een geheel van gedragsregelen. Deze gedragsregelen worden
opgelegd door de maatschappij. De overtreding ervan wordt
gesanctioneerd.
Het recht zegt:
- Wat mag
- Wat niet mag
- En wat eventueel moet
In de definities van recht zitten telkens bepaalde eigenschappen die
telkens terugkomen.
- Dit noemt men de harde kern van wat recht is.
A. Een geheel van gedragsregelen met bijkomende
institutionele voorschriften
Rechtsregelen verschillen fundamenteel van natuurwetten en
wetenschappelijke regelen. De natuurweten en wetenschappelijke
regelen geven de werkelijkheid weer op een of ander punt.
Rechtsregelen daarentegen schrijven een gedragswijze voor.
- Ze formuleren een bevel of een verbod.
- Ze bepalen hoe het moet niet hoe het is.
- De intensiteit van een bevel of een verbod kan uiteenlopend zijn.
Hoe is de intensiteit uiteenlopend?:
1. De toepasbaarheid van de rechtsregel:
o In bepaalde gevallen is de rechtsregel slechts van toepassing
als diegene dit zelf wil.
Hiervoor moet men gebruik maken van bepaalde
juridische instellingen.
Voorbeeld:
De plichten van echtgenoten gelden enkel voor diegenen
die beslissen te huwen.
Wie geen koopcontract sluit, wordt niet beïnvloed door
de regelen inzake de koopovereenkomst.
o Andere rechtsregelen gelden ongetwijfeld voor iedereen
Voorbeeld:
Strafrecht
3
, Basisbegrippen van het recht
2. Een onderscheid tussen aanvullend en dwingend recht
o Imperatief of dwingend recht
= Men kan niet op geldige wijze van juridische normen
afwijken.
Voorbeeld:
Publiekrecht
Meeste delen van het personen- en familie recht (=
onderdeel privaatrecht)
o Suppletief of aanvullend recht
= Normen die men zelf geldig een afwijkende regeling
bedingen die voorrang heeft op de wijze waarop de wet
dezelfde rechtsverhoudingen reguleert.
Voorbeeld:
De wettelijke regeling van de koop-
verkoopovereenkomst vanuit het BW is enkel van
toepassing indien de partijen zelf geen andere afspraken
hebben gemaakt. Is dit wel het geval, dan primeert de
tussen partijen bedongen regeling.
Gedragsregelen zijn de kern van het objectief recht. Naast
gedragsregelen omvat het objectief recht ook een aantal bijkomende
voorschriften die het nodige institutioneel en begripsmatig kader
vormen.
Voor de formulering en toepassing van de eigenlijke gedragsregels en
die de afdwinging hiervan verzekeren.
- Voorbeeld:
Grondwettelijke, administratieve en gerechtelijke organisatie, niet-
normatieve begripsomschrijvingen.
4
Lesweek 1
Deel 1: Wat is recht?
HB. P. 13 - 22
Hoofdstuk 1: Het recht = Een geheel van gedragsregels
Afdeling 1: Begrippen
Het objectief recht (= le droit objectif)
= Het recht als geheel van gedragsregels met specifieke kenmerken.
- Juridische gedragsnorm heeft een hypothetische structuur.
- Aan algemeen omschreven feiten worden algemeen omgeschreven
gevolgen gekoppeld voor degene tot wie de norm zich richt.
- Om deze norm toe te passen op concrete feiten, moet men
nagaan of de feiten beantwoorden aan de norm beschreven
hypothese.
o Als dit het geval is, duid de norm aan wat de rechtsgevolgen
zijn gekoppeld aan de feiten/daden.
Het subjectief recht (= le droit subjectif)
= Juridisch bekrachtigde aanspraken en bevoegdheden die een
rechtssubject op bepaalde zaken of ten aanzien van een persoon kan
uitoefenen om zijn doelstellingen te verwezenlijken.
Het privaat recht (= le droit privé)
= Rechtsregels die de private rechtsverhoudingen tussen burgers
kunnen regelen.
- De belangrijkste bron van het Belgische burgerlijke recht =
BURGERLIJK WETBOEK (BW).
o Door Napoleon ingevoerd op 21 maart 1804.
o De inhoud van het privaat recht sterk geëvolueerd met als
gevolg van wijzigingen in de:
Wet
Rechtspraak
Rechtsleer
o De structuur van de Napoleontische codex is meer dan 200
jaar ongewijzigd.
- Vanaf 1 november 2020 zal er een nieuw Burgerlijk Wetboek worden
ingevoerd dat wilt zeggen dat vanaf deze datum het origineel boek
het: ‘Oud Burgerlijk Wetboek’ zal heten.
Het publiekrecht (= le droit public)
= Regelt de uitoefening van staatsgezag.
Rechtsfeiten (= les faits juridiques)
= Feiten waaraan de rechtsregel gevolgen verbindt.
1
,Basisbegrippen van het recht
Rechtshandelingen (= les actes juridiques)
= Menselijke wilsverklaringen waaraan het recht rechtsgevolgen verbindt
en deze worden gesteld om rechtsgevolgen met zich mee te brengen.
Rechtsgevolgen (= les effets juridique – les conséquences juridiques)
= Gevolgen die het recht koppelt aan feiten die beantwoorden aan de
hypothese die in de norm vervat ligt.
2
,Basisbegrippen van het recht
Afdeling 2: Centrale elementen in het begrip recht
In de meeste positiefrechtelijke definities van het recht gaat het over
een geheel van gedragsregelen. Deze gedragsregelen worden
opgelegd door de maatschappij. De overtreding ervan wordt
gesanctioneerd.
Het recht zegt:
- Wat mag
- Wat niet mag
- En wat eventueel moet
In de definities van recht zitten telkens bepaalde eigenschappen die
telkens terugkomen.
- Dit noemt men de harde kern van wat recht is.
A. Een geheel van gedragsregelen met bijkomende
institutionele voorschriften
Rechtsregelen verschillen fundamenteel van natuurwetten en
wetenschappelijke regelen. De natuurweten en wetenschappelijke
regelen geven de werkelijkheid weer op een of ander punt.
Rechtsregelen daarentegen schrijven een gedragswijze voor.
- Ze formuleren een bevel of een verbod.
- Ze bepalen hoe het moet niet hoe het is.
- De intensiteit van een bevel of een verbod kan uiteenlopend zijn.
Hoe is de intensiteit uiteenlopend?:
1. De toepasbaarheid van de rechtsregel:
o In bepaalde gevallen is de rechtsregel slechts van toepassing
als diegene dit zelf wil.
Hiervoor moet men gebruik maken van bepaalde
juridische instellingen.
Voorbeeld:
De plichten van echtgenoten gelden enkel voor diegenen
die beslissen te huwen.
Wie geen koopcontract sluit, wordt niet beïnvloed door
de regelen inzake de koopovereenkomst.
o Andere rechtsregelen gelden ongetwijfeld voor iedereen
Voorbeeld:
Strafrecht
3
, Basisbegrippen van het recht
2. Een onderscheid tussen aanvullend en dwingend recht
o Imperatief of dwingend recht
= Men kan niet op geldige wijze van juridische normen
afwijken.
Voorbeeld:
Publiekrecht
Meeste delen van het personen- en familie recht (=
onderdeel privaatrecht)
o Suppletief of aanvullend recht
= Normen die men zelf geldig een afwijkende regeling
bedingen die voorrang heeft op de wijze waarop de wet
dezelfde rechtsverhoudingen reguleert.
Voorbeeld:
De wettelijke regeling van de koop-
verkoopovereenkomst vanuit het BW is enkel van
toepassing indien de partijen zelf geen andere afspraken
hebben gemaakt. Is dit wel het geval, dan primeert de
tussen partijen bedongen regeling.
Gedragsregelen zijn de kern van het objectief recht. Naast
gedragsregelen omvat het objectief recht ook een aantal bijkomende
voorschriften die het nodige institutioneel en begripsmatig kader
vormen.
Voor de formulering en toepassing van de eigenlijke gedragsregels en
die de afdwinging hiervan verzekeren.
- Voorbeeld:
Grondwettelijke, administratieve en gerechtelijke organisatie, niet-
normatieve begripsomschrijvingen.
4