• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 26 pages
Resume

Basisbegrippen van recht - Deel 2 Hoofdstuk 2 Samenvatting

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 26 pages

Dit is een volledige samenvatting (boek ppt notities) van het tweede hoofdstuk van deel twee van het vak Basisbegrippen van het recht. Dit vak wordt gedoceerd in het eerste bachelorjaar rechten aan de UGent.

Aperçu du contenu

Basisbegrippen van het recht

Lesweek 2

Deel 2: Basisbegrippen
HB. P. 24 - 121

Hoofdstuk 2: Bekwaamheid
Afdeling 1: Begrippen

Feitelijke bekwaamheid (= la capacité de fait)
= De feitelijke mogelijkheid die een persoon bezin om een bepaalde
daad te stellen.

Rechtsbekwaamheid of genotsbekwaamheid (= la capacité de
jouissance)
= De bevoegdheid om titularis te zijn van rechten en plichten.
- De notie is zeer verwant met het begrip van persoonlijkheid.

Handelingsbekwaamheid (= la capacité d’exercice)
= De bevoegdheid om rechten en plichten zelf en zelfstandig uit te
voeren.

- Genots- en handelingsbekwaamheid zijn juridische begrippen.
Feitelijke bekwaamheid is dit niet.
- De eigen aard van fysieke personen en van rechtspersonen verklaar
een aantal verschillen op vlak van genots- en
handelingsbekwaamheid.

Afdeling 2: De bekwaamheid van fysieke personen
A. Genotsbekwaamheid

Genotsbekwaamheid of rechtsbekwaamheid
= De bevoegdheid om titularis te zijn van rechten en plichten.
- Dit heb je al vanaf de geboorte.

Deze bekwaamheid is passief: je hebt de rechten en de plichten of je
hebt ze niet.

Principe:
= Er is een volledige genotsbekwaamheid voor alle Belgen (= Art. 4 BW)
- Deze principiële gelijkheid werd opgenomen in de Belgische
Grondwet (= Art. 10 en 11 GW.).
- Ook is deze gelijkheid opgenomen in het internationaal recht (= Art.
14 EVRM).




1

,Basisbegrippen van het recht

Uitzonderingen op de principiele genotsbekwaamheid:
- Algemene beperkingen = met betrekking tot (twee) categorieën
personen.
o De algemene beperking van de principiIële volledige
genotsbekwaamheid kan niet volledig zijn maar slechts
gedeeltelijk. Omdat een volledige rechtsonbekwaamheid in
ons rechtsstelsel niet mogelijk is.
 Dit zou een ontkenning zijn van de juridische
persoonlijkheid.
- Specifieke beperkingen = met betrekking tot één bepaalde
rechtsverhouding.

1. Algemene beperking voor:
- Vreemdelingen
o Ivm. burgerlijke rechten (Art. 5 BW)
o Ivm. politieke rechten

Voorbeeld van een beperking inzake burgerlijke rechten:
Art. 10, tweede lid Grondwet: De Belgen zijn gelijk voor de wet; zij alleen
zijn tot de burgerlijke en militaire bedieningen benoembaar, behoudens de
uitzonderingen die door een wet kunnen worden gesteld.

Voorbeeld van een beperking inzake politieke rechten:
Gemeentekieswet (voor gemeenteraadsverkiezingen)
Art. 1: stemrecht voor Belgen
Art. 1bis: stemrecht voor EU-onderdanen (= niet belgen), mits
schriftelijke aanvraag mogen ze ook stemmen. (= uitzondering op de
principiele genotsbekwaamheid)
Art. 1ter: stemrecht voor niet-EU-onderdanen mits schriftelijke aanvraag,
na minimum vijf jaar ononderbroken wettig hoofdverblijf vereist in België.

- Zwaar strafrechtelijk veroordeelden
o Er zijn verschillende gradaties van misdrijven.
o Overtredingen, wanbedrijven en misdaden (= ergste) worden
onder misdrijven verdeeld.
o Ontzetting uit bepaalde politieke en/of burgerlijke rechten als
bijkomende straf door hun misdrijf.
 Politieke rechten
 Niet meer mogen stemmen.
 Burgerlijke rechten
 Niet meer mogen getuigen in een rechtszaak.




2

,Basisbegrippen van het recht

2. Specifieke beperkingen:
- Opgelegd door de wet
o Voorbeelden:

1. Onbekwaamheid om te huwen met naaste bloed- en aanverwanten (=
Art. 161-163 BW.)
= Huwelijkbeletselen/huwelijksverboden
- Wettelijke regels die zeggen dat twee personen niet mogen trouwen.
o Het gevolg als dit toch zou gebeuren, de rechtshandeling zal
absoluut nietig verklaard worden.
- Voorbeeld:
o Je mag niet met je moeder, grootmoeder, je dochter, je
kleindochter, (half-)broer of zus trouwen.
 Maw. Het huwelijk is verboden tussen bloedverwanten in
de neergaande en opgaande verticale lijn.
o Het trouwen van neven en nichten mogen wel. Want dit is een
verwantschap van de 4de graad. (= geen huwelijksbeletsel)
o Maar je mag niet trouwen met je oom of tante, want dit is een
verwantschap van de 3de graad.
o Ratio legis
= Gehandicapte kinderen en ruzies in de familie vermijden.
- Je geniet hier dus niet van het recht om te kunnen trouwen met je
bloedverwanten.
= beperking van de genotsbekwaamheid.

Art 164 BW.:
- Sommige huwelijken mogen toch doorgaan.
o Hiervoor is een proces bij de familierechtbank nodig.
o Mit opheffing van een relatief (= tussen neven en nichten)
(geen absoluut) huwelijksbeletsel kan het huwleijk toch
doorgaan.




3

, Basisbegrippen van het recht

2. Art 411 BW:
- Een voogd mag geen goederen kopen van een pupil (=
minderjarige, het kind die onder voogdij staat).
o Waarom is dit?:
 Omdat de pupil moet worden beschermt tegen een
belangenconflict.
- Dit is een verbod om eigenaar te worden van goederen waarvan de
pupil eigenaar is.
o Er is een belangenconflict
 De pupil wil zijn goed zo duur mogelijk verkopen.
 Maar de voogd wil het goed zo goedkoop mogelijk
aanschaffen.
o Om dit belangenconflict te beperken is deze wetgeving en
beperking op de genotsbekwaamheid er gekomen.

- De voogd kan niet genieten van het recht om zaken aan te kopen
van de pupil.
o Dit is een beperking van zijn genotsbekwaamheid.

Wat is voogdij?:
- Sinds 2001 is de voogdij hervormt.
o Vroeger viel een kind onder voogdij na de sterfte van één van
de ouders.
o Maar sinds 2001 is het enkel zo dat in een (uitzonderlijke)
omstandigheid de beide ouders sterven/of niet meer bekwaam
zijn om ouderlijk gezag uit te voeren dat het kind onder
voogdij staat.
 Er is dus geen enkele ouder meer die ouderlijk gezag
kan uitoefenen.
- Een rechter zal een voogd aanstellen wanneer de beide ouders
sterven of als ze niet meer in staat zijn om het ouderlijk gezag uit
te oefenen.
o Voorbeeld:
 Beide ouders liggen in coma en ze kunnen geen
beslissingen meer nemen over het kind (= niet capabel
om ouderlijk gezag uit te oefenen).
- De voogd impliceert de tussenkomst van de rechter.
o En hij moet ook een toeziende voogd aanstellen.




4

Infos sur le Document

Publié le
22 septembre 2020
Nombre de pages
26
Écrit en
2019/2020
Type
Resume
€4,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
studentrechten2
4,0
(8)
Vendu
11
Abonnés
9
Éléments
22
Dernière vente
4 année de cela


Avis d'acheteurs vérifiés




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions