pedagogische modellen
1. historische pedagogische visies
filosofen zochten naar de juiste manier om kinderen op te voeden
1.1. Confucius
● chinese filosoof
● leer → moraal
● hij wilde orde en rechtvaardigheid herstellen in China
● persoonlijke leven en maatschappelijke orde → onlosmakend verbonden
⇒ vaste gebruiken, rituelen en omgangsvormen belangrijk
● onderwijs en opvoeden belangrijk om orde en harmonie te bereiken
○ bekwaamheid > afkomst → iedereen gelijk
● geïndividualiseerde aanpak → kinderen volgens hun eigen aard behandelen
● kritiek → afwijkende denkbeelden niet getolereerd
1.2. Plato
● een van eerste filosofen die nadacht over opvoeding en onderwijs
● verzet tegen sofisten (les tegen betaling voor armen,..) → alleen echte waarheid telt, sofisten zijn slechte
leraars
○ socratisch gesprek → kennis uit de gesprekspartner laten komen (kennis zit al in jou)
○ ⇒ denkgesprek: met juiste vragen komt kennis naar boven
● ideeën onderwijs ~ visie op ideale samenleving
● in samenleving 3 standen met specifieke deugd
1. filosofen
○ leiden staat
○ beschikken over kennis en wijsheid
2. wachters iedereen draagt bij aan harmonieuze maatschappij
○ ambtenaren en militairen opvoeding en onderwijs → iedereen op juiste plaa
○ uitvoering wetten opvoeding niet alleen aan ouders
voorstander verplicht onderwijs e
○ moed en standvastigheid
selectietests
3. handwerkers ieder kind zelfde
○ produceren basisopleiding → test
○ deugd = voorzichtigheid beslist of kin
was voor handwerk,
wachter of fi
scholen vandaag → aandacht burgerschap
⇒ erfenis plato
1.3. Al-Ghazali
⇒ bekendste islamitische onderwijskundige
● inspireren door Koran, griekse en latere filosofen
● ideeën opvoeding → vanuit godsdienst en ‘moderne’ aspecten
● ideeën → tonen hoe je een goede gelovige moslim kunt zijn en tegelijk met 2 benen in wereld kunt staan
● onderwijs → niet alleen over geloof, maar ook voorbereiden om die waarden en normen in praktijk te
brengen
, ○ doel opvoeding → zelfstandigheid, kinderen voorbereiden op aards en eeuwig leven (verkrijgen
geetselijk geluk door allah nabij te komen)
○ geen opsplitsing van godsdienst en andere vakken (allah’s aanwezigheid in Koran en natuur)
○ ⇒ onderwijs moet breed zijn (ook spel en ontspanning)
○ Opvoeders moeten perfect voorbeeld zijn: ‘de schaduw van een kromme boom kan nooit recht zijn’
→ als eigen kinderen behandelen, fouten lief verbeteren, aanpassen aan mogelijkheden en niveau,..
● goede daden en karaktervorming = van belang
1.4. Comenius
● voorstander onderwijs voor iedereen → schreef schoolboeken in volkstaal ipv latijn, onderwijs in moedertaal
● leerlingen moeten verklarend leren denken → aandacht voor oorzaak en gevolg
● nadruk op aanschouwelijke ipv enkel op woorden
● orbis sensualium pictus → eerste geïllustreerde woordenboek voor kinderen
○ nadruk op godsdienst
● onderwij in 4 scholen:
○ moederschool
○ volksschool/ moedertaalschool
○ gymnasium
○ academie
1.5. Rousseau
● enorme invloed op pedagogiek
● zijn ideeën ~ romantiek
○ tegenreactie verlichting, nadruk op natuur, emotie en intuïtie
● geassocieerd met uitdrukking ‘terug naar de natuur’
● belangrijke grondslagen van pedagogiek aan hem toegekend
○ belang kinderlijke leefwereld
○ erkenning kind als waardevol persoon op zich
○ aandacht voor ontwikkeling van emoties en intrinsieke motivatie
⇒ belangrijkste is om het kind zichzelf te laten zijn
~ humanistische visie → kinderen van nature goed, het is de samenleving die het slechter maakt
● grondlegger anti-autoritaire opvoeding
● vraag hoe je evenwicht vindt tussen:
○ natuur ↔ maatschappij
○ individuele ↔ sociale
○ jezelf zijn ↔ goed burgerschap
⇒ oplossing: morele opvoeding → opvoeden tot deugdzaamheid
● belangrijk aspect = zelfbeperking → om gelukkig te zijn, niet vergelijken met anderen, maar tevreden zijn
met eigen mogelijkheden
● onderscheid opvoeding meisjes en jongens
○ meisjes: mochten gestraft worden en moesten leren gehoorzamen, leren hoe een goede huisvrouw te zijn
● rousseau’s ideeën bij unschooling → niet naar school en later leren via ervaringen, huishoudelijke taken en
interesses
1.6. Pestalozzi
● voorstander onderwijs voor iedereen & aanschouwelijke aanpak
○ vooral aandacht voor kansarme kinderen en kinderen met beperking
, ● leidde verschillende scholen en tehuizen
● ideeën opvoeding en onderwijs gebaseerd op praktijkervaring
● weinig succes als schoolleider → slechte organisator, niet goed met kinderen
○ maar ideeën sloegen wel aan
● gebruikte tutorsysteem → oudere leerlingen hielpen jongere
● sterk beïnvloed door Rousseau → natuur = belangrijke leermeesteres terwijl samenleving kinderen misvormt
○ om iets te leren → eerst zintuiglijke ervaringen opdoen (leren ging over handelen)
○ goed onderwijs = ontwikkeling in hoofd, hart en handen
1.7. Don Bosco
●
roeping → levensomstandigheden van kinderen in moeilijke situaties te verbeteren
●
richtte kloosterordes op
●
geen theoreticus → gaf ideeën vorm in praktijkwerk
●
hartelijke, redelijke aanpak op basis van zijn geloof van opvoeders
○ liefdevol en geïnteresseerd aanwezig
○ beschikbaar en aanspreekbaar (wederzijds vertrouwen)
○ onvoorwaardelijk inzetten
⇒ opvoeders = assistenten (taak is bijstaan van jongeren)
● leren en ontwikkelen → aangename omgeving
○ belang aan vriendengroep
○ belang voor ruimte voor ontspannende activiteiten, muziek en gezelligheid
● opvoeder zorgen voor structuur, bij overtredingen redelijkheid
● ‘als een opvoeder gezag wil verwerven, moet hij ernaar streven dat zijn leerlingen van hem houden’ →
voorzichtig met straffen
2. klassieke pedagogische stromingen
descriptief → beschrijvend, zonder oordeel
normatief → voorschrijven, wat je moet doen, norm bepalen
- het beste is dat het kind met beide ouders wordt opgevoed
opvoeding hangt af van doelen → moeilijk wetenschappelijk vast te leggen, maar verboden met overtuigingen van
pedagoog ⇒ geen puur theoretische wetenschap, maar heeft onmiddellijke toepassing in maatschappij
3 grote stromingen die ontstonden in 20e eeuw in pedagogisch denken:
● geesteswetenschappelijk pedagogiek, met eerder filosofische insteek
● empirisch-analytische pedagogiek, onderzoek centraal
● kritisch-emancipatorische pedagogiek, focus op sociale rechtvaardigheid
2.1. geesteswetenschappelijke pedagogiek
⇒ mens als onderzoeksobject is fundamenteel anders dan verschijnselen uit natuurwetenschappen → empirische
onderzoeksmethoden niet bruikbaar, elk mens is anders en passen niet in statistieken
→ persoonlijke inbreng van pedagoog = belangrijk
hechten veel belang aan:
● unieke van elk kind
● relatie tussen opvoeder en kind
● praktijkervaring
1. historische pedagogische visies
filosofen zochten naar de juiste manier om kinderen op te voeden
1.1. Confucius
● chinese filosoof
● leer → moraal
● hij wilde orde en rechtvaardigheid herstellen in China
● persoonlijke leven en maatschappelijke orde → onlosmakend verbonden
⇒ vaste gebruiken, rituelen en omgangsvormen belangrijk
● onderwijs en opvoeden belangrijk om orde en harmonie te bereiken
○ bekwaamheid > afkomst → iedereen gelijk
● geïndividualiseerde aanpak → kinderen volgens hun eigen aard behandelen
● kritiek → afwijkende denkbeelden niet getolereerd
1.2. Plato
● een van eerste filosofen die nadacht over opvoeding en onderwijs
● verzet tegen sofisten (les tegen betaling voor armen,..) → alleen echte waarheid telt, sofisten zijn slechte
leraars
○ socratisch gesprek → kennis uit de gesprekspartner laten komen (kennis zit al in jou)
○ ⇒ denkgesprek: met juiste vragen komt kennis naar boven
● ideeën onderwijs ~ visie op ideale samenleving
● in samenleving 3 standen met specifieke deugd
1. filosofen
○ leiden staat
○ beschikken over kennis en wijsheid
2. wachters iedereen draagt bij aan harmonieuze maatschappij
○ ambtenaren en militairen opvoeding en onderwijs → iedereen op juiste plaa
○ uitvoering wetten opvoeding niet alleen aan ouders
voorstander verplicht onderwijs e
○ moed en standvastigheid
selectietests
3. handwerkers ieder kind zelfde
○ produceren basisopleiding → test
○ deugd = voorzichtigheid beslist of kin
was voor handwerk,
wachter of fi
scholen vandaag → aandacht burgerschap
⇒ erfenis plato
1.3. Al-Ghazali
⇒ bekendste islamitische onderwijskundige
● inspireren door Koran, griekse en latere filosofen
● ideeën opvoeding → vanuit godsdienst en ‘moderne’ aspecten
● ideeën → tonen hoe je een goede gelovige moslim kunt zijn en tegelijk met 2 benen in wereld kunt staan
● onderwijs → niet alleen over geloof, maar ook voorbereiden om die waarden en normen in praktijk te
brengen
, ○ doel opvoeding → zelfstandigheid, kinderen voorbereiden op aards en eeuwig leven (verkrijgen
geetselijk geluk door allah nabij te komen)
○ geen opsplitsing van godsdienst en andere vakken (allah’s aanwezigheid in Koran en natuur)
○ ⇒ onderwijs moet breed zijn (ook spel en ontspanning)
○ Opvoeders moeten perfect voorbeeld zijn: ‘de schaduw van een kromme boom kan nooit recht zijn’
→ als eigen kinderen behandelen, fouten lief verbeteren, aanpassen aan mogelijkheden en niveau,..
● goede daden en karaktervorming = van belang
1.4. Comenius
● voorstander onderwijs voor iedereen → schreef schoolboeken in volkstaal ipv latijn, onderwijs in moedertaal
● leerlingen moeten verklarend leren denken → aandacht voor oorzaak en gevolg
● nadruk op aanschouwelijke ipv enkel op woorden
● orbis sensualium pictus → eerste geïllustreerde woordenboek voor kinderen
○ nadruk op godsdienst
● onderwij in 4 scholen:
○ moederschool
○ volksschool/ moedertaalschool
○ gymnasium
○ academie
1.5. Rousseau
● enorme invloed op pedagogiek
● zijn ideeën ~ romantiek
○ tegenreactie verlichting, nadruk op natuur, emotie en intuïtie
● geassocieerd met uitdrukking ‘terug naar de natuur’
● belangrijke grondslagen van pedagogiek aan hem toegekend
○ belang kinderlijke leefwereld
○ erkenning kind als waardevol persoon op zich
○ aandacht voor ontwikkeling van emoties en intrinsieke motivatie
⇒ belangrijkste is om het kind zichzelf te laten zijn
~ humanistische visie → kinderen van nature goed, het is de samenleving die het slechter maakt
● grondlegger anti-autoritaire opvoeding
● vraag hoe je evenwicht vindt tussen:
○ natuur ↔ maatschappij
○ individuele ↔ sociale
○ jezelf zijn ↔ goed burgerschap
⇒ oplossing: morele opvoeding → opvoeden tot deugdzaamheid
● belangrijk aspect = zelfbeperking → om gelukkig te zijn, niet vergelijken met anderen, maar tevreden zijn
met eigen mogelijkheden
● onderscheid opvoeding meisjes en jongens
○ meisjes: mochten gestraft worden en moesten leren gehoorzamen, leren hoe een goede huisvrouw te zijn
● rousseau’s ideeën bij unschooling → niet naar school en later leren via ervaringen, huishoudelijke taken en
interesses
1.6. Pestalozzi
● voorstander onderwijs voor iedereen & aanschouwelijke aanpak
○ vooral aandacht voor kansarme kinderen en kinderen met beperking
, ● leidde verschillende scholen en tehuizen
● ideeën opvoeding en onderwijs gebaseerd op praktijkervaring
● weinig succes als schoolleider → slechte organisator, niet goed met kinderen
○ maar ideeën sloegen wel aan
● gebruikte tutorsysteem → oudere leerlingen hielpen jongere
● sterk beïnvloed door Rousseau → natuur = belangrijke leermeesteres terwijl samenleving kinderen misvormt
○ om iets te leren → eerst zintuiglijke ervaringen opdoen (leren ging over handelen)
○ goed onderwijs = ontwikkeling in hoofd, hart en handen
1.7. Don Bosco
●
roeping → levensomstandigheden van kinderen in moeilijke situaties te verbeteren
●
richtte kloosterordes op
●
geen theoreticus → gaf ideeën vorm in praktijkwerk
●
hartelijke, redelijke aanpak op basis van zijn geloof van opvoeders
○ liefdevol en geïnteresseerd aanwezig
○ beschikbaar en aanspreekbaar (wederzijds vertrouwen)
○ onvoorwaardelijk inzetten
⇒ opvoeders = assistenten (taak is bijstaan van jongeren)
● leren en ontwikkelen → aangename omgeving
○ belang aan vriendengroep
○ belang voor ruimte voor ontspannende activiteiten, muziek en gezelligheid
● opvoeder zorgen voor structuur, bij overtredingen redelijkheid
● ‘als een opvoeder gezag wil verwerven, moet hij ernaar streven dat zijn leerlingen van hem houden’ →
voorzichtig met straffen
2. klassieke pedagogische stromingen
descriptief → beschrijvend, zonder oordeel
normatief → voorschrijven, wat je moet doen, norm bepalen
- het beste is dat het kind met beide ouders wordt opgevoed
opvoeding hangt af van doelen → moeilijk wetenschappelijk vast te leggen, maar verboden met overtuigingen van
pedagoog ⇒ geen puur theoretische wetenschap, maar heeft onmiddellijke toepassing in maatschappij
3 grote stromingen die ontstonden in 20e eeuw in pedagogisch denken:
● geesteswetenschappelijk pedagogiek, met eerder filosofische insteek
● empirisch-analytische pedagogiek, onderzoek centraal
● kritisch-emancipatorische pedagogiek, focus op sociale rechtvaardigheid
2.1. geesteswetenschappelijke pedagogiek
⇒ mens als onderzoeksobject is fundamenteel anders dan verschijnselen uit natuurwetenschappen → empirische
onderzoeksmethoden niet bruikbaar, elk mens is anders en passen niet in statistieken
→ persoonlijke inbreng van pedagoog = belangrijk
hechten veel belang aan:
● unieke van elk kind
● relatie tussen opvoeder en kind
● praktijkervaring