MEDICIJNEN EN NUTRICIJNEN DEEL 2
Hoofdstuk 1: GENEESMIDDELEN BIJ PIJN
1. Mechanisme van pijn
DENIFITIE VAN PIJN
= Onplezierige, sensorische en emotionele ervaring die gepaard gaat met feitelijke of
mogelijke weefselbeschadiging
Pijnstillers = analgetica
Koortsverlagende middelen = antipyretica
EVOLUTIE VAN DE PIJNBESTRIJDING
vroeger = zonder verdoving
FUNCTIE VAN PIJN
Pijn heeft een signaalfunctie: waarschuwing voor gevaar.
= belangrijkste functie van pijn (reflex om je hand weg te trekken, in je hand
zitten antennen die pijn waarnemen en doorsturen naar de hersenen die
verwerken dat en sturen dat terug naar de hand voor actie.
PIJNBELEVING
UITDRUKKEN PIJNGEWAARWORDING
, SOORTEN PIJN
LD: Ken je de verschillende soorten pijn en weet je hoe nociceptieve pijnsignalen gevormd
en doorgegeven worden.
Nociceptieve pijn (afkomstig van weefselschade)
• Meestal een aanwijsbare fysiologische oorzaak, bv. ontsteking
of trauma
• Meestal eenvoudig te behandelen door analgetica. (pijnstillers)
Geleiding van een "schadelijke" prikkel langs een afferent,
nociceptief neuron, via het ruggenmerg naar de hersenen
In de hersenen wordt het signaal verwerkt en terug
gekoppeld
• Efferente neuronen: (dalend)
- moduleren de pijn (lichaamseigen pijnstillingssysteem)
- contact met afferente nociceptieve neuronen
- vrijstelling endorfines en enkefalines (opiöidachtige
componenten)
= stoffen die ervoor zorgen dat je minder pijn ervaart
• Verminderde pijngewaarwording (daling overdracht van zenuwimpulsen)
na binding opioïdachtige stoffen met de opioïdreceptoren op de afferente
nociceptieve neuronen.
• pijnprikkels in het CZS. Neurotransmitters
• Glutamaat is de belangrijkste neurotransmitter voor het
overbrengen van prikkels in het CZS
In rust zijn de natriumkanalen gesloten.
Als een pijnsignaal doorgegeven moet worden, gaan de natriumkanalen
open.
Stimulatie van natriumkanalen = pijngewaarwording.
Blokkering natriumkanalen = anesthesie (verdoving).
Neuropathische pijn (pijn niet afkomstig van weefselschade)
• Neurologisch probleem met gewaarwording van pijn, bv. zenuwaantasting door infectie
(gordelroos), trauma (fantoompijn), metabole ziekten (diabetische (voet) neuropathie)…
, • Precieze oorzaak is vaak moeilijk aan te duiden en ook moeilijk te behandelen.
• Kan tot uiting komen via hyperalgesie, paresthesie en allodynie
• Diabetische voet
• Fantoompijn
• Gordelroos
2. Analgetica
LD: Weet je wat ‘analgetica’ zijn en ken je de verschillende soorten volgens de WHO
pijnladder.
LD: Kan je het geneesmiddel paracetamol bespreken inclusief de toxiciteit.
LD: Weet je wat het verschil is tussen analgetica en anesthetica.
Soorten niet-opioïde analgetica
• Paracetamol
- Analgeticum (pijnstillend)
- Antipyreticum (koortswerend)
- Géén ontstekingsremmend effect
- Veilig (weinig bijwerkingen)
- Eerste keuze voor kinderen, ouderen, zwangerschap
- Werkingsmechanisme?
POSOLOGIE (dosis x frekwentie)
Risicofactoren die een lagere dosering vereisen
➔ Leverinsufficiëntie
➔ Ernstige nierinsufficiëntie
➔ Chronisch alcoholgebruik
• Acetylsalicylzuur
- Géén eerste keuze als behandeling van pijn of koorts
- Eerste keuze: anti-aggregans (voorkomen samenkleven
trombocyten)
, LD: Ken je het werkingsmechanisme, therapeutisch effect, soorten en vermelde
bijwerkingen van de opioïden.
• Narcotische analgetica (opioïden)
➔ Werken in op het centraal zenuwstelsel
➔ Behoren tot de verdovende middelen
➔ Werken uitsluitend pijnstillend
➔ Zijn verslavend, zowel fysisch als psychisch
➔ Krachtige pijnstillers: post-operatief, na trauma, palliatieve
zorg
➔ Zwakwerkende en sterkwerkende opioïden
➔ Doelwit: opioïdreceptoren (farmacodynamische fase)
➔ Verminderen afgifte neurotransmitter glutamaat
➔ Verminderen prikkelbaarheid neuronen
➔ Remmen overdracht pijnsignaal tussen afferente nociceptieve
neuronen
➔ Verschillende soorten opioïde receptoren: pijnstilling hoofdzakelijk
door activatie van de μ-receptoren
➔ Opioïdreceptoren: ruggenmerg, hersenen, spijsverteringsstelsel
Effect op de pijngewaarwording
Sedatie, onderdrukking van de ademhaling, nausea, obstipatie, jeuk,
pupilvernauwing, hypotensie
Hoofdstuk 1: GENEESMIDDELEN BIJ PIJN
1. Mechanisme van pijn
DENIFITIE VAN PIJN
= Onplezierige, sensorische en emotionele ervaring die gepaard gaat met feitelijke of
mogelijke weefselbeschadiging
Pijnstillers = analgetica
Koortsverlagende middelen = antipyretica
EVOLUTIE VAN DE PIJNBESTRIJDING
vroeger = zonder verdoving
FUNCTIE VAN PIJN
Pijn heeft een signaalfunctie: waarschuwing voor gevaar.
= belangrijkste functie van pijn (reflex om je hand weg te trekken, in je hand
zitten antennen die pijn waarnemen en doorsturen naar de hersenen die
verwerken dat en sturen dat terug naar de hand voor actie.
PIJNBELEVING
UITDRUKKEN PIJNGEWAARWORDING
, SOORTEN PIJN
LD: Ken je de verschillende soorten pijn en weet je hoe nociceptieve pijnsignalen gevormd
en doorgegeven worden.
Nociceptieve pijn (afkomstig van weefselschade)
• Meestal een aanwijsbare fysiologische oorzaak, bv. ontsteking
of trauma
• Meestal eenvoudig te behandelen door analgetica. (pijnstillers)
Geleiding van een "schadelijke" prikkel langs een afferent,
nociceptief neuron, via het ruggenmerg naar de hersenen
In de hersenen wordt het signaal verwerkt en terug
gekoppeld
• Efferente neuronen: (dalend)
- moduleren de pijn (lichaamseigen pijnstillingssysteem)
- contact met afferente nociceptieve neuronen
- vrijstelling endorfines en enkefalines (opiöidachtige
componenten)
= stoffen die ervoor zorgen dat je minder pijn ervaart
• Verminderde pijngewaarwording (daling overdracht van zenuwimpulsen)
na binding opioïdachtige stoffen met de opioïdreceptoren op de afferente
nociceptieve neuronen.
• pijnprikkels in het CZS. Neurotransmitters
• Glutamaat is de belangrijkste neurotransmitter voor het
overbrengen van prikkels in het CZS
In rust zijn de natriumkanalen gesloten.
Als een pijnsignaal doorgegeven moet worden, gaan de natriumkanalen
open.
Stimulatie van natriumkanalen = pijngewaarwording.
Blokkering natriumkanalen = anesthesie (verdoving).
Neuropathische pijn (pijn niet afkomstig van weefselschade)
• Neurologisch probleem met gewaarwording van pijn, bv. zenuwaantasting door infectie
(gordelroos), trauma (fantoompijn), metabole ziekten (diabetische (voet) neuropathie)…
, • Precieze oorzaak is vaak moeilijk aan te duiden en ook moeilijk te behandelen.
• Kan tot uiting komen via hyperalgesie, paresthesie en allodynie
• Diabetische voet
• Fantoompijn
• Gordelroos
2. Analgetica
LD: Weet je wat ‘analgetica’ zijn en ken je de verschillende soorten volgens de WHO
pijnladder.
LD: Kan je het geneesmiddel paracetamol bespreken inclusief de toxiciteit.
LD: Weet je wat het verschil is tussen analgetica en anesthetica.
Soorten niet-opioïde analgetica
• Paracetamol
- Analgeticum (pijnstillend)
- Antipyreticum (koortswerend)
- Géén ontstekingsremmend effect
- Veilig (weinig bijwerkingen)
- Eerste keuze voor kinderen, ouderen, zwangerschap
- Werkingsmechanisme?
POSOLOGIE (dosis x frekwentie)
Risicofactoren die een lagere dosering vereisen
➔ Leverinsufficiëntie
➔ Ernstige nierinsufficiëntie
➔ Chronisch alcoholgebruik
• Acetylsalicylzuur
- Géén eerste keuze als behandeling van pijn of koorts
- Eerste keuze: anti-aggregans (voorkomen samenkleven
trombocyten)
, LD: Ken je het werkingsmechanisme, therapeutisch effect, soorten en vermelde
bijwerkingen van de opioïden.
• Narcotische analgetica (opioïden)
➔ Werken in op het centraal zenuwstelsel
➔ Behoren tot de verdovende middelen
➔ Werken uitsluitend pijnstillend
➔ Zijn verslavend, zowel fysisch als psychisch
➔ Krachtige pijnstillers: post-operatief, na trauma, palliatieve
zorg
➔ Zwakwerkende en sterkwerkende opioïden
➔ Doelwit: opioïdreceptoren (farmacodynamische fase)
➔ Verminderen afgifte neurotransmitter glutamaat
➔ Verminderen prikkelbaarheid neuronen
➔ Remmen overdracht pijnsignaal tussen afferente nociceptieve
neuronen
➔ Verschillende soorten opioïde receptoren: pijnstilling hoofdzakelijk
door activatie van de μ-receptoren
➔ Opioïdreceptoren: ruggenmerg, hersenen, spijsverteringsstelsel
Effect op de pijngewaarwording
Sedatie, onderdrukking van de ademhaling, nausea, obstipatie, jeuk,
pupilvernauwing, hypotensie