Consumentenpsychologie
Over beïnvloed en beïnvloed worden
PSYCHOLOGIE
STROMINGEN EN TOEPASSINGSGEBIEDEN
Stromingen = rode = verschillende verklaringen
voor een bepaald gedrag wordt bepaald door een
stroming
Behaveriosime: gedrag wordt bepaald door
omgeving – door die prikkel, stel ik die reactie
Psychoanalyse: Alles wat wij doen wordt gedreven
door ons levensdrift (voortplanting bv), verlangen
naar rust = doodsdrift
Cognitieve psychologie: prikkels worden verwerkt
tot iets nieuws, je bent in staat prikkels om te zetten in gedrag, zonder dat die is aangeleerd –
bouwt verder op behaviorisme
Biologische: veel ligt al vast via erfelijkheid, stuurt uw hormonen enz aan, dus gedrag wordt
bepaald door genetisch materiaal
Humanistisch: mens is in staat volledig autonoom te denken, gedrag is gericht op worden wie je
bent – stap per stap dingen doen om te worden wie je bent
Studiedomeinen = onderwerpen die je gaat bestuderen
Klinische: mensen die therapie volgen, mensen leren omgaan met zaken die het mentaal
welbevinden beïnvloeden
Sportpsychologie: hoe ervoor zorgen dat ze beter presteren
Bedrijfs: op een goede manier met elkaar laten samenwerken
Consumentenpsychologie: focus op de consument, waarom gaan mensen producten
gebruiken/verkopen/kopen.
,CONSUMENTENPSYCHOLOGIE
Meer in de les dan in boek, maar wel structuur van
boek
BELANG VAN DIT OPLEIDINGSONDERDEEL
- Iedereen die actief deelneemt aan onze maatschappij is een consument.
- Als communicatie-professional wil je consumenten informeren maar vooral ook
beïnvloeden.
- Om dit effectief en strategisch waar te maken, heb je voldoende kennis nodig over hoe
een consument denkt en handelt.
- Je moet ook weten waar en hoe je die consument kan beïnvloeden en wat wel of niet
werkt.
- Hoe kan jij inschatten en argumenteren waarom een campagne of boodschap haar
doel zal bereiken?
Hoofdstuk 1: Wat is consumentengedrag
DOELSTELLINGEN
Na de studie van dit hoofdstuk:
- kun je consumentengedrag omschrijven
- kun je omschrijven wat we verstaan onder ‘producten’
- kun je het ontstaan en het belang van de ConPsy duiden
- kun je de consumptiemaatschappij beschrijven
- kun je tonen hoe de consumptiemaatschappij is ontstaan
- kun je een beschrijving geven van de productlevenscyclus
- kun je het verschil duiden tussen marketing en ConPsy
- kun je verschillende benaderingen van ConPsy toelichten
,BEGRIPPEN
CONSUMENTENGEDRAG (Van Raay en Antonides)
Het betreft:
- mentale en fysieke handelingen (wat in hoofd en koopgedrag)
- met hun aanleidingen, oorzaken en gevolgen (nadenken, waarom koop ik dat, ben ik nu
tevreden…)
- van individuele en (meestal) kleine groepen
- betreffende oriëntatie, aanschaf, gebruik, onderhoud, en afdanken, van (schaarse)
goederen, diensten en waarden (
- uit de commerciële sector, overheids- en huishoudelijke sector
- leidend tot functievervulling en het bereiken van doelen en waarden
- en hiermee tot tevredenheid en welzijn
- lettend op korte- en langetermijneffecten
- en de individuele en maatschappelijke gevolgen.’
MENTALE EN FYSIEKE HANDELINGEN
Pre-aankoop = mentaal – wil ik dat kopen, bij wie,
waarom…
Aankoop: naar de winkel gaat etc.
Postaankoop: gebruiken, maar ook ben ik tevreden,
ga’k het nog is kopen… = combinatie
Begin beslissingsmoment consument
Eerst ervoor zorgen dat ze jouw product gezien hebben,
in aanraking komen en beeld vormen
Weten wat uw product doet
Vind ik dat een goed product, heb ik dat nodig, ga ik spijt
hebben als ik het niet koop
, Beslissen: ga ik het kopen, waar…
Pas aanschaf en gebruik = fysiek gedrag
CONSUMPTIECYCLUS
Wanneer ga ik beslissen dat ik het niet meer nodig heb/iets nieuw
wil aankopen = niet altijd als het versleten is
GOEDEREN, DIENSTEN EN WAARDEN
GOEDEREN EN DIENSTEN
Opm. 1.2.2: Index voor consumentenvertrouwen = geen leerstof
Inferieure: niet noodzakelijk, maar ook geen
luxe – een prul kopen in de winkel (je hebt het
niet nodig, maar ook niets heel speciaals) of bv
een oude skere auto kopen: eigenlijk heb je
een betere nodig, maar je kon dat niet betalen
Noodzakelijk= echt nodig
Luxe = niet noodzakelijk (soms een
noodzakelijk iets dat luxe wordt doordat je het ‘betere’ koopt)
CONSUMPTIEMAATSCHAPPIJ
- Wat is een consumptiemaatschappij? Consumeren is een vrijetijdsbesteding, niet
omdat we het nodig hebben, maar wel omdat we het leuk vinden
- In welke mate maak jij daar zelf deel van uit?
Over beïnvloed en beïnvloed worden
PSYCHOLOGIE
STROMINGEN EN TOEPASSINGSGEBIEDEN
Stromingen = rode = verschillende verklaringen
voor een bepaald gedrag wordt bepaald door een
stroming
Behaveriosime: gedrag wordt bepaald door
omgeving – door die prikkel, stel ik die reactie
Psychoanalyse: Alles wat wij doen wordt gedreven
door ons levensdrift (voortplanting bv), verlangen
naar rust = doodsdrift
Cognitieve psychologie: prikkels worden verwerkt
tot iets nieuws, je bent in staat prikkels om te zetten in gedrag, zonder dat die is aangeleerd –
bouwt verder op behaviorisme
Biologische: veel ligt al vast via erfelijkheid, stuurt uw hormonen enz aan, dus gedrag wordt
bepaald door genetisch materiaal
Humanistisch: mens is in staat volledig autonoom te denken, gedrag is gericht op worden wie je
bent – stap per stap dingen doen om te worden wie je bent
Studiedomeinen = onderwerpen die je gaat bestuderen
Klinische: mensen die therapie volgen, mensen leren omgaan met zaken die het mentaal
welbevinden beïnvloeden
Sportpsychologie: hoe ervoor zorgen dat ze beter presteren
Bedrijfs: op een goede manier met elkaar laten samenwerken
Consumentenpsychologie: focus op de consument, waarom gaan mensen producten
gebruiken/verkopen/kopen.
,CONSUMENTENPSYCHOLOGIE
Meer in de les dan in boek, maar wel structuur van
boek
BELANG VAN DIT OPLEIDINGSONDERDEEL
- Iedereen die actief deelneemt aan onze maatschappij is een consument.
- Als communicatie-professional wil je consumenten informeren maar vooral ook
beïnvloeden.
- Om dit effectief en strategisch waar te maken, heb je voldoende kennis nodig over hoe
een consument denkt en handelt.
- Je moet ook weten waar en hoe je die consument kan beïnvloeden en wat wel of niet
werkt.
- Hoe kan jij inschatten en argumenteren waarom een campagne of boodschap haar
doel zal bereiken?
Hoofdstuk 1: Wat is consumentengedrag
DOELSTELLINGEN
Na de studie van dit hoofdstuk:
- kun je consumentengedrag omschrijven
- kun je omschrijven wat we verstaan onder ‘producten’
- kun je het ontstaan en het belang van de ConPsy duiden
- kun je de consumptiemaatschappij beschrijven
- kun je tonen hoe de consumptiemaatschappij is ontstaan
- kun je een beschrijving geven van de productlevenscyclus
- kun je het verschil duiden tussen marketing en ConPsy
- kun je verschillende benaderingen van ConPsy toelichten
,BEGRIPPEN
CONSUMENTENGEDRAG (Van Raay en Antonides)
Het betreft:
- mentale en fysieke handelingen (wat in hoofd en koopgedrag)
- met hun aanleidingen, oorzaken en gevolgen (nadenken, waarom koop ik dat, ben ik nu
tevreden…)
- van individuele en (meestal) kleine groepen
- betreffende oriëntatie, aanschaf, gebruik, onderhoud, en afdanken, van (schaarse)
goederen, diensten en waarden (
- uit de commerciële sector, overheids- en huishoudelijke sector
- leidend tot functievervulling en het bereiken van doelen en waarden
- en hiermee tot tevredenheid en welzijn
- lettend op korte- en langetermijneffecten
- en de individuele en maatschappelijke gevolgen.’
MENTALE EN FYSIEKE HANDELINGEN
Pre-aankoop = mentaal – wil ik dat kopen, bij wie,
waarom…
Aankoop: naar de winkel gaat etc.
Postaankoop: gebruiken, maar ook ben ik tevreden,
ga’k het nog is kopen… = combinatie
Begin beslissingsmoment consument
Eerst ervoor zorgen dat ze jouw product gezien hebben,
in aanraking komen en beeld vormen
Weten wat uw product doet
Vind ik dat een goed product, heb ik dat nodig, ga ik spijt
hebben als ik het niet koop
, Beslissen: ga ik het kopen, waar…
Pas aanschaf en gebruik = fysiek gedrag
CONSUMPTIECYCLUS
Wanneer ga ik beslissen dat ik het niet meer nodig heb/iets nieuw
wil aankopen = niet altijd als het versleten is
GOEDEREN, DIENSTEN EN WAARDEN
GOEDEREN EN DIENSTEN
Opm. 1.2.2: Index voor consumentenvertrouwen = geen leerstof
Inferieure: niet noodzakelijk, maar ook geen
luxe – een prul kopen in de winkel (je hebt het
niet nodig, maar ook niets heel speciaals) of bv
een oude skere auto kopen: eigenlijk heb je
een betere nodig, maar je kon dat niet betalen
Noodzakelijk= echt nodig
Luxe = niet noodzakelijk (soms een
noodzakelijk iets dat luxe wordt doordat je het ‘betere’ koopt)
CONSUMPTIEMAATSCHAPPIJ
- Wat is een consumptiemaatschappij? Consumeren is een vrijetijdsbesteding, niet
omdat we het nodig hebben, maar wel omdat we het leuk vinden
- In welke mate maak jij daar zelf deel van uit?