PSYCHODIAGNOSTISCH WERKEN
2
,WAT IS INTELLIGENTIE?
INTELLIGENTIE IN DE NAÏEVE PSYCHOLOGISCHE THEORIE
Er zijn heel wat verschillende opvattingen en ideëen omtrent het begrip intelligentie. Zo
wordt er vaak gedacht dat het stabiel is en ongeveer constant blijft gedurende het leven.
In de volksmond worden intelligentie en termen als: slim, knap, snel van begrip etc. vaak
gelinkt aan elkaar.
ONDERZOEK STERNBERG
Leken zien intelligentie vooral als iets impliciet, dit wil zeggen dat zij intelligentie als vast
en onveranderbaar zien. Ook hebben ze een breder en diffuser beeld van intelligentie in
vergelijking met de wetenschap. Zo nemen zij ook het alledaags functioneren en de
common sence van een persoon mee in rekening wanneer ze iemands intelligentie
beoordelen. De inschatting van intelligentie bij anderen die we goed kennen correleert
hoog met de resultaten uit intelligentietesten.
TAAK VAN PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAP
Wil vooral het begrip van intelligentie afbakanen door op basis van onderzoek een
definitie op te stellen.
Wetenschappelijke opvattingen lekenopvattingen:
Gedefinieerd
Meetbaar
Toetsing
WETENSCHAPPELIJKE AFBAKENING VAN HET BEGRIP
Intelligentie wordt bij onderzoek afgebakend tot de ‘academische’ intelligentie.
BORING
“Intelligentie is wat de test meet.”
Circulaire definitie
Wordt vaak gebruikt
Eerder verwarrend dan verhelderend
NIVEAUS VAN INTELLIGENTIE
De meest wetenschappelijke definities bevinden zich op niveau B en C.
NIVEAU A
= het aangeboren potentieel tot intelligent handelen
Ligt vast in de hersenen
Cultuuronafhankelijk
Stabiel
Niet meetbaar => theoretische veronderstelling
2
, NIVEAU B
= de interactie tussen genetische aanleg en omgevingsinvloeden/leerervaringen
Cultuurgebonden
Veranderlijk
In principe meetbaar
Afhankelijk van:
Opvoeding
Leefomstandigheden voor en na geboorte (vb: culturele gewoonten)
Onderwijs
Levenservaringen
NIVEAU C
= wat een intelligentietest meet, de gemeten intelligentie van een persoon
DEFINITIE
Geen duidelijke definitie, wel gemeenschappelijke factoren:
Onderliggende verstandelijke cognitieve processen en vaardigheden
Belang van metacognitie
Uitvoeringsprocessen
Abstract redeneren
Vermogen tot problemen oplossen
Vermogen te leren aanpassen aan nieuwe taken en omstandigheden
3
2
,WAT IS INTELLIGENTIE?
INTELLIGENTIE IN DE NAÏEVE PSYCHOLOGISCHE THEORIE
Er zijn heel wat verschillende opvattingen en ideëen omtrent het begrip intelligentie. Zo
wordt er vaak gedacht dat het stabiel is en ongeveer constant blijft gedurende het leven.
In de volksmond worden intelligentie en termen als: slim, knap, snel van begrip etc. vaak
gelinkt aan elkaar.
ONDERZOEK STERNBERG
Leken zien intelligentie vooral als iets impliciet, dit wil zeggen dat zij intelligentie als vast
en onveranderbaar zien. Ook hebben ze een breder en diffuser beeld van intelligentie in
vergelijking met de wetenschap. Zo nemen zij ook het alledaags functioneren en de
common sence van een persoon mee in rekening wanneer ze iemands intelligentie
beoordelen. De inschatting van intelligentie bij anderen die we goed kennen correleert
hoog met de resultaten uit intelligentietesten.
TAAK VAN PSYCHOLOGIE ALS WETENSCHAP
Wil vooral het begrip van intelligentie afbakanen door op basis van onderzoek een
definitie op te stellen.
Wetenschappelijke opvattingen lekenopvattingen:
Gedefinieerd
Meetbaar
Toetsing
WETENSCHAPPELIJKE AFBAKENING VAN HET BEGRIP
Intelligentie wordt bij onderzoek afgebakend tot de ‘academische’ intelligentie.
BORING
“Intelligentie is wat de test meet.”
Circulaire definitie
Wordt vaak gebruikt
Eerder verwarrend dan verhelderend
NIVEAUS VAN INTELLIGENTIE
De meest wetenschappelijke definities bevinden zich op niveau B en C.
NIVEAU A
= het aangeboren potentieel tot intelligent handelen
Ligt vast in de hersenen
Cultuuronafhankelijk
Stabiel
Niet meetbaar => theoretische veronderstelling
2
, NIVEAU B
= de interactie tussen genetische aanleg en omgevingsinvloeden/leerervaringen
Cultuurgebonden
Veranderlijk
In principe meetbaar
Afhankelijk van:
Opvoeding
Leefomstandigheden voor en na geboorte (vb: culturele gewoonten)
Onderwijs
Levenservaringen
NIVEAU C
= wat een intelligentietest meet, de gemeten intelligentie van een persoon
DEFINITIE
Geen duidelijke definitie, wel gemeenschappelijke factoren:
Onderliggende verstandelijke cognitieve processen en vaardigheden
Belang van metacognitie
Uitvoeringsprocessen
Abstract redeneren
Vermogen tot problemen oplossen
Vermogen te leren aanpassen aan nieuwe taken en omstandigheden
3