Juridische context
1. Inleiding
Wat is recht?
= methode om de samenleving te ordenen
- Recht is overal
- Wordt bepaald en opgelegd door de samenleving (democratie: door kamer van
volksvertegenwoordigers waar wij voor stemmen)
- Handhaving – recht (complementair)
Bv: Ikea & balenciaga | balenciaga kopieert de zak van de ikea en verkoopt deze voor een veel
hogere prijs (daarbij werd het auteursrecht van ikea geschonden)
Bv: 2 kunstwerken van Jean-Marie De Decker | de foto van hem werd gemaakt na zijn
verkiezingsnederlaag (fotograaf had dus auteursrecht), later is er van de foto een schilderij
gemaakt dat verkocht werd voor € 100.000. Fotograaf is naar de rechtbank gestapt.
→ verschil in handhaving::
- Schilderij: wel naar de rechtbank
- Ikea-zak: niet naar de rechtbank, maar verkocht dezelfde zak
voor €0,90 zodat meer mensen hem zouden kopen en
gebruikten marketing die daarop aanstuurde.
Types rechten
1) Objectieve rechten (‘the law’)
• Geheel van rechtsregels en/of normen dat de samenleving ordent
• Algemene, abstracte bewoordingen
• Onafhankelijk van concrete persoon of situatie
2) Subjectieve rechten (‘the right to…’)
• Een door het recht erkende aanspraak op iemands gedrag
• Een bepaalde (persoonlijke) bevoegdheid
• Concreet recht van een persoon in bepaalde situatie
• Vindt zijn basis in objectief recht
Natuurlijke personen en rechtspersonen
Natuurlijke personen Rechtspersonen Zaken
= mens met specifieke = organisatie of groepering met - Kapitaal
eigenschappen een specifiek doel - Intellectuele eigendom
- Wij, elk individu (vennootschapn VZW, bedrijf) - Goederen
- Plaatst de natuurlijke - Dieren
persoon onder een
stolp, dus niet als jezelf
- Schermt risico’s af
,Alles wat niet verboden is, mag (?)
Volledige vrijheid is nog altijd het uitgangspunt, maar de uitoefening van subjectieve rechten (mijn
spullen mogen niet gestolen worden, …) kent limieten.
Er is dan ook een verbod op ‘rechtsmisbruik’:
= Algemeen rechtsbeginsel
• een soort objectief recht maar geen wetgeving
• Hof van Cassatie: hoogste rechtbank van België – kunnen rechtspraken van vorige
rechtbanken teniet doen
- Normale uitoefening van subjectieve rechten door voorzichtig en bezorgd persoon
- Men mag subjectief recht niet gebruiken als enig doel de andere te schaden
- Men mag van twee gelijke manieren om recht uit te oefenen, niet zomaar de meest
schadelijke kiezen (een zeer abstracte formulering
- Handhaving: herstel in natura of schadevergoeding
Bv: Verbouwd natuurhistorisch Naturalis museum in Leiden – het ontwerp van de oorspronkelijke
architect is veranderd, er werd een bijbouw geplaatst en het interieur werd volledig aangepast door
de nieuwe eigenaar met een nieuw architectenbureau. Architectuur is ook vatbaar voor intellectuele
eigendomsbescherming via het auteursrecht. Je mag je als architect dus ook verzetten tegen de
verminking van jouw ontwerp door een andere persoon. Het eigendomsrecht van de architect wordt
dus overtreden. Dat recht leidt in deze situatie tot een geschil. Niet elke (interieur)architect heeft
auteursrechtelijke bescherming. Maar is het een verminking? Het is gekomen tot een juridische
procedure, neemt veel tijd in beslag, dus er is een minnelijke schikking aangegaan waarbij de
oorspronkelijke architect 1,5 miljoen euro kreeg. (in België zou dit rechtsmisbruik zijn, dus helemaal
anders dan in Nederland – het eigendomsrecht en auteursrecht liggen heel ver uit elkaar dus
rechtbank zegt dat dit rechtsmisbruik is)
Hiërarchie der normen
= tussen al die bronnen van objectief recht zit er een bepaalde hiërarchie/rangorde. Bepaalde types
van wetgeving zijn dus belangrijker dan anderen. Bv: grondwet is belangrijker dan alle gewone
wetgevingen, decreten enzovoort die de federale overheid, Vlaamse overheid, de deelstaatregeringen
tout court maken, moeten altijd in overeenstemming zijn met hogere rechtsbronnen (= de Grondwet)
→ nieuwe wet wordt gemaakt: passeert altijd Raad van State om na te kijken of dat die wel conform
is aan de Grondwet. Soms wordt later ontdekt dat die wet toch niet overeenkomt met de grondwet,
dat wordt dan uitgesproken door het Grondwettelijk Hof.
= gewone wet
, Belgische staatsstructuur
→ heel wat verkiezingen vielen dit jaar samen, is het gevolg van onze staatsstructuur
19de eeuw
- Eenheidsstaat: maar één centraal gezag dat het objectief recht bepaalde voor het hele
grondgebied van België
- Één centraal gezag
- Ruime autonomie voor steden en gemeenten (op dat niveau dus ook verschillen op details,
maar grote lijnen wel hetzelfde)
Nu
- Federale staat
- Meer bevoegdheden voor gemeenschappen en gewesten (bevoegdheden worden dus
verdeeld onder de deelstaten Wallonië en Vlaanderen)
- Nog altijd een centrale sturing, maar veel kleiner
Toekomst
- Politieke discussie: confederale staat?
= Niet een volledige onafhankelijkheid van Vlaanderen en
Wallonië, maar het idee van federale staatsstructuur nog verder
optrekken en de bevoegdheden nog meer verdelen tussen de
deelstaten
Gemeenschappen (taal) Gewesten
1) Vlaamse Gemeenschap 1) Vlaamse Gewest
2) Franse Gemeenschap 2) Brusselse Hoofdstedelijke Gewest
3) Duitstalige gemeenschap 3) Waalse Gewest
- Duitstalige gemeenschap zit in Waalse Gewest : die overlappingen, complexiteiten, zorgen
voor conflicten
- We hebben zowel een federale staat met bevoegdheden, gemeenschappen met
bevoegdheden en gewesten met bevoegdheden
1. Inleiding
Wat is recht?
= methode om de samenleving te ordenen
- Recht is overal
- Wordt bepaald en opgelegd door de samenleving (democratie: door kamer van
volksvertegenwoordigers waar wij voor stemmen)
- Handhaving – recht (complementair)
Bv: Ikea & balenciaga | balenciaga kopieert de zak van de ikea en verkoopt deze voor een veel
hogere prijs (daarbij werd het auteursrecht van ikea geschonden)
Bv: 2 kunstwerken van Jean-Marie De Decker | de foto van hem werd gemaakt na zijn
verkiezingsnederlaag (fotograaf had dus auteursrecht), later is er van de foto een schilderij
gemaakt dat verkocht werd voor € 100.000. Fotograaf is naar de rechtbank gestapt.
→ verschil in handhaving::
- Schilderij: wel naar de rechtbank
- Ikea-zak: niet naar de rechtbank, maar verkocht dezelfde zak
voor €0,90 zodat meer mensen hem zouden kopen en
gebruikten marketing die daarop aanstuurde.
Types rechten
1) Objectieve rechten (‘the law’)
• Geheel van rechtsregels en/of normen dat de samenleving ordent
• Algemene, abstracte bewoordingen
• Onafhankelijk van concrete persoon of situatie
2) Subjectieve rechten (‘the right to…’)
• Een door het recht erkende aanspraak op iemands gedrag
• Een bepaalde (persoonlijke) bevoegdheid
• Concreet recht van een persoon in bepaalde situatie
• Vindt zijn basis in objectief recht
Natuurlijke personen en rechtspersonen
Natuurlijke personen Rechtspersonen Zaken
= mens met specifieke = organisatie of groepering met - Kapitaal
eigenschappen een specifiek doel - Intellectuele eigendom
- Wij, elk individu (vennootschapn VZW, bedrijf) - Goederen
- Plaatst de natuurlijke - Dieren
persoon onder een
stolp, dus niet als jezelf
- Schermt risico’s af
,Alles wat niet verboden is, mag (?)
Volledige vrijheid is nog altijd het uitgangspunt, maar de uitoefening van subjectieve rechten (mijn
spullen mogen niet gestolen worden, …) kent limieten.
Er is dan ook een verbod op ‘rechtsmisbruik’:
= Algemeen rechtsbeginsel
• een soort objectief recht maar geen wetgeving
• Hof van Cassatie: hoogste rechtbank van België – kunnen rechtspraken van vorige
rechtbanken teniet doen
- Normale uitoefening van subjectieve rechten door voorzichtig en bezorgd persoon
- Men mag subjectief recht niet gebruiken als enig doel de andere te schaden
- Men mag van twee gelijke manieren om recht uit te oefenen, niet zomaar de meest
schadelijke kiezen (een zeer abstracte formulering
- Handhaving: herstel in natura of schadevergoeding
Bv: Verbouwd natuurhistorisch Naturalis museum in Leiden – het ontwerp van de oorspronkelijke
architect is veranderd, er werd een bijbouw geplaatst en het interieur werd volledig aangepast door
de nieuwe eigenaar met een nieuw architectenbureau. Architectuur is ook vatbaar voor intellectuele
eigendomsbescherming via het auteursrecht. Je mag je als architect dus ook verzetten tegen de
verminking van jouw ontwerp door een andere persoon. Het eigendomsrecht van de architect wordt
dus overtreden. Dat recht leidt in deze situatie tot een geschil. Niet elke (interieur)architect heeft
auteursrechtelijke bescherming. Maar is het een verminking? Het is gekomen tot een juridische
procedure, neemt veel tijd in beslag, dus er is een minnelijke schikking aangegaan waarbij de
oorspronkelijke architect 1,5 miljoen euro kreeg. (in België zou dit rechtsmisbruik zijn, dus helemaal
anders dan in Nederland – het eigendomsrecht en auteursrecht liggen heel ver uit elkaar dus
rechtbank zegt dat dit rechtsmisbruik is)
Hiërarchie der normen
= tussen al die bronnen van objectief recht zit er een bepaalde hiërarchie/rangorde. Bepaalde types
van wetgeving zijn dus belangrijker dan anderen. Bv: grondwet is belangrijker dan alle gewone
wetgevingen, decreten enzovoort die de federale overheid, Vlaamse overheid, de deelstaatregeringen
tout court maken, moeten altijd in overeenstemming zijn met hogere rechtsbronnen (= de Grondwet)
→ nieuwe wet wordt gemaakt: passeert altijd Raad van State om na te kijken of dat die wel conform
is aan de Grondwet. Soms wordt later ontdekt dat die wet toch niet overeenkomt met de grondwet,
dat wordt dan uitgesproken door het Grondwettelijk Hof.
= gewone wet
, Belgische staatsstructuur
→ heel wat verkiezingen vielen dit jaar samen, is het gevolg van onze staatsstructuur
19de eeuw
- Eenheidsstaat: maar één centraal gezag dat het objectief recht bepaalde voor het hele
grondgebied van België
- Één centraal gezag
- Ruime autonomie voor steden en gemeenten (op dat niveau dus ook verschillen op details,
maar grote lijnen wel hetzelfde)
Nu
- Federale staat
- Meer bevoegdheden voor gemeenschappen en gewesten (bevoegdheden worden dus
verdeeld onder de deelstaten Wallonië en Vlaanderen)
- Nog altijd een centrale sturing, maar veel kleiner
Toekomst
- Politieke discussie: confederale staat?
= Niet een volledige onafhankelijkheid van Vlaanderen en
Wallonië, maar het idee van federale staatsstructuur nog verder
optrekken en de bevoegdheden nog meer verdelen tussen de
deelstaten
Gemeenschappen (taal) Gewesten
1) Vlaamse Gemeenschap 1) Vlaamse Gewest
2) Franse Gemeenschap 2) Brusselse Hoofdstedelijke Gewest
3) Duitstalige gemeenschap 3) Waalse Gewest
- Duitstalige gemeenschap zit in Waalse Gewest : die overlappingen, complexiteiten, zorgen
voor conflicten
- We hebben zowel een federale staat met bevoegdheden, gemeenschappen met
bevoegdheden en gewesten met bevoegdheden