Politicologie
Inleiding: het belang van politiek
Politiek heeft impact op ons dagelijks leven <-> beperkte ‘ maakbaarheid’ van de SL
<-> nationale politiek verliest zijn greep
Belang van politiek te bestuderen:
Regelmaat ontdekken in politieke fenomenen en complexe fenomenen vereenvoudigen
• Complexe politieke/sociale werkelijkheid formaliseren
• Instituties en rollen determineren gedrag en vice versa
• Patronen ontdekken door te vergelijken:
❖ Groot aantal observaties
❖ Selectie van beperkt aantal specifieke gevallen
Belang van politiek te bestuderen in een rechtenopleiding:
• Recht volgt uit politiek: politieke beslissingen moeten worden omgezet in rechtsregels zodat de
naleving mogelijk is (bv. publieke opinie zorgt ervoor dat politiek met deze commentaar rekening
houdt
• Recht begrenst/versnelt politiek: bv. principe van de rechtsstaat: politici zijn ook gebonden aan
regels, bv. politici onder druk zetten om wetgeving te maken
• Het rechtssysteem is een machtsfactor en het recht is ideologisch gekleurd: rechters voeren
beleid door wetgeving te interpreteren en rekening te houden met hun ideologische achtergrond,
houden ook rekening met waarden en normen in de MS -> door interpretatie van rechters kijken
politici anders naar hun beleid
• Recht wordt politiek gebruikt: het rechtssysteem is een soort eindstation van de politiek als
bepaalde eerdere middelen niet zijn geslaagd in het doel te bereiken
Les 1: Politiek & staat en macht
Wat is politiek?
Politiek = ordenen en besturen van een territoriaal afgebakende SL dmv machtsuitoefening
Een SL
Politiek is overal waar er regels bestaan bv. verenigingen, scholen, bedrijven = ‘schools of democracy’
➔ Afkomstig van oudgriekse politeia (politika)
Territoriaal afgebakend
Ordenen en besturen
• Staatsrichting en instellingen
• Gedrag: strategie en conflict/samenwerking (doelbewust optreden)
• Beleid
,Evolutie reikwijdte van politiek
19e E: nachtwakersstaat 20e E: sociale welvaartstaat 21e E: regulerende staat
• Politiek = beperkte • politiek = ingrijpende • politiek = allesomvattende
aangelegenheid aangelegenheid impact op dagelijkse leven
• staat grijpt heel beperkt in • meer regels om vooral <-> ruimtelijke onteigening
leven van mensen arbeiders te beschermen van de staat
Wat is macht?
Bindende regels -> niet naleving: sancties, dwangmiddelen <-> burgerlijke ongehoorzaamheid
Burgerlijke ongehoorzaamheid:
1. vorm van protest
2. vreedzaam
3. aanvaarden van gevolgen niet-naleving bindende regels
we volgen de regels zonder na te denken = geïnternaliseerd
regels opleggen en afdwingen dmv machtsuitoefening
Macht vs. Gezag
Robert Dahl Max Weber
Macht = actor A heeft de mogelijkheid om ervoor Macht = mogelijkheid van actor om wil op te
te zorgen dat actor B een handeling verricht die B leggen aan anderen, ook tegen eventuele
anders niet zou verrichten weerstand in
<-> handeling B is niet noodzakelijk in <-> gezag als legitiem aanvaarde
overeenstemming met wat A wil (onbedoelde machtsuitoefening
effecten)
Vormen van gezag (Weber):
• traditioneel: traditie en gewoonte
• charismatisch: persoonlijke eigenschappen
• rationeel-legalistisch: uit respect voor regels
bronnen/types legitimiteit:
❖ input: deelname van burgers aan beleid en
politieke systeem
❖ throughput: kwaliteit
besluitvormingsprocedures
❖ output: resultaat van beleid
Macht omdenken
3 faces of power (Steven Lukes)
1. power of decision making/beslissen en bevelen (Weber, Dahl)
• ‘naakte’ machtsuitoefening, zichtbaar
• Sancties, dwangmiddelen
2. Non-decision-making-power/agenda sitting (Bachrach, Baratz)
• Prioriteit van thema’s op politieke agenda
• Positief: aandacht genereren, zichtbaar
• Negatief: verhinderen dat bepaalde thema’s worden behandeld, onzichtbaar
3. Ideological power/ideologische hegemonie
• Bepalen wat er gedacht wordt, bestaande orde niet ter discussie, onzichtbaar
• Cultureel kader
,Amartya Sen: ongelijkheid = macht (onderdrukking) waardoor mensen niet al hun mogelijkheden
ontwikkelen dus geen ‘echte’ vrijheid
Macht meten
Macht aantonen en bewijzen is moeilijk:
• Veel machtsuitoefening is onzichtbaar
❖ Anticipatie op gevolgen van acties
❖ Agendasetting en ideologische hegemonie
• Macht zit in een machtsstrijd tussen actoren, wisselwerking-wederzijds
• Macht is vaak alleen negatief (veto players)
Macht van de staat?
• Staat concentreert veel macht
• Natiestaat is langzaam doorheen de tijd gegroeid (proces van staatsvorming)
❖ Steeds grotere concentratie van machtsmiddelen (geld, expertise) ten koste van
concurrenten: vb. adel, kerk…
❖ Verwerven van legitimiteit (aanvaard)
❖ Depersonalisatie van gezag (rationeel-legalistisch)
❖ Homogenisering (zelfde regels op geheel grondgebied)
➔ Natiestaat want bevolking, taal en cultuur (de natie, het volk) vallen samen onder 1 staat
• Er valt niet aan staatsmacht te ontkomen: er is steeds politiek daar waar mensen samenleven
• Monopolie op legitiem geweld
Begrenzingen:
❖ Privatiseringen van de ordehandhaving
❖ Staatsgeweld moet proportioneel zijn
❖ Alleen geweld dat nodig is voor doel
❖ Art. 33 Gw
Macht van de staat: Grondwet
= eerste en belangrijkste regel van een land
1. Zegt hoe (andere) regels gemaakt moeten worden (en dus hoe regels kunnen wijzigen)
• Bevat de basisregels van het functioneren van politiek systeem bv. bevoegdheidsverdeling
2. Bevat grondrechten- en vrijheden van burgers bv. bevoegdheidsverdeling
• Bescherming van burgers tegen almachtige staat
• Voorwaarde voor vrije verkiezingen en democratie vb. vrijheid van meningsuiting, vereniging,
vergadering, pers, godsdienst
3. Recenter: socio-economische rechten
• Deze rechten zijn niet individueel afdwingbaar
• Intentieverklaring, ‘voorwerp van zorg’ vb. onderwijs, arbeid, gezonde leefomgeving
Extra voorwaarden in BE om Gw te wijzigen
Gw is niet steeds neergeschreven:
• VK: historisch gegroeid geheel van teksten en gewoonte -> Magna Carta 1215
• Spanningsveld tussen rule of law en supremacy of parliament
• Geen GwH om beslissingen van parlement aan te vechten (zwakkere positie van burgers)
Mislukte poging tot EU-grondwet: doelstellingen Unie en basisrechten burgers
• Negatieve referenda in FR en NL (2005)
, • Gecontesteerd: Superstaat? Christelijke waarden benadrukken? (= identiteit en grenzen aan
Unie)
• Vervangen door Verdrag van Lissabon 2007 (functioneren van instellingen) + Handvest van de
Grondrechten 2012 (vastleggen van burgerlijke rechten en vrijheden)
Les 2: Breuklijnen en ideologieën
Breuklijnen
Politiek = conflict: steeds onenigheid over regels van de SL
➔ Conflicten niet toevallig: patroon -> tegenstellingen/conflicten vloeien voort uit
breuklijnen/politieke aardbevingen
Breuklijn = (Lipset en Rokkan)
1. Diepe, duurzame, politieke tegenstellingen die de maatschappij verdelen (historisch gegroeid)
2. Steeds dezelfde groepen komen tegenover elkaar te staan
3. Groepen zijn georganiseerd – tegenstellingen zijn verhard en uitgekristalliseerd
4. Tegenstelling of breuklijn is geïnstitutionaliseerd in partijen én organisaties
5. (specifieke subcultuur die zich ontwikkelt)
Traditionele breuklijnen
Historisch verklaringsmodel voor het aanwezig zijn van dezelfde breuklijnen in verschillende landen:
Cleavage theory (Lipset en Rokkan 1967)
Natie- en staatsvorming Industriële revolutie
Territoriale eenmaking: uitschakelen lokale Grootschalige massaproductie: landbouw en
elites -> conflict centrum-periferie: aanvaarding kleine ambachten -> industrie
centraal gezag <-> autonomie en regionale ➔ Conflict arbeid-kapitaal: staatsinterventie
identiteit bv. Vlaanderen, Wallonië ter bescherming tegen ongelijkheid,
uitbuiting van WG’s <-> vrijheid van
ondernemen, miner regulering
➔ Links vs. Rechts
Bv. minimumloon, vakantiegeld,
arbeidsvoorwaarden
Revolutie: scheiding tussen kerk en staat -> Urbanisatie: grote demografische
levensbeschouwelijk conflict: neutraliteit van verschuivingen owv veranderingen in
politieke besluitvorming en dienstverlening, werkgelegenheid -> conflict stad-platteland
ethische kwesties, protocollen bv. onderwijs, Bv. boeren, jagers vs kosmopolieten
euthanasie, abortus
• Zijn de traditionele breuklijnen vandaag de dag nog steeds relevant? -> Ja, tot op zekere hoogte
• Kunnen we de traditionele breuklijnen daadwerkelijk terugvinden in verschillende landen? ->
Arbeid-kapitaal is universeel (?), andere breuklijnen = variatie
• Wat als breuklijnen samenvallen/elkaar doorkruisen? -> doorkruisen = mogelijkheid tot
compromissen <-> samenvallen = crisis
Bevroren breuklijnen?
= freezing hypothesis/persistentiestelling
• Invoering algemeen stemrecht = moment van bevriezen (rond jaren 20)
➔ Politieke markt definitief verdeeld, tegenstellingen worden geïnstitutionaliseerd in partijpolitiek
• Breuklijnen blijven stabiel: zichzelf gaan overleven en zichzelf in stand houden
❖ Conflict -> kristalliseert zich in breuklijn -> conflict
❖ Rol partijen: vertalen (nieuwe) conflicten telkens opnieuw in breuklijnen
❖ Bewijs: stabiliteit in partijlandschap + trouw van kiezers (voter alignment)
Inleiding: het belang van politiek
Politiek heeft impact op ons dagelijks leven <-> beperkte ‘ maakbaarheid’ van de SL
<-> nationale politiek verliest zijn greep
Belang van politiek te bestuderen:
Regelmaat ontdekken in politieke fenomenen en complexe fenomenen vereenvoudigen
• Complexe politieke/sociale werkelijkheid formaliseren
• Instituties en rollen determineren gedrag en vice versa
• Patronen ontdekken door te vergelijken:
❖ Groot aantal observaties
❖ Selectie van beperkt aantal specifieke gevallen
Belang van politiek te bestuderen in een rechtenopleiding:
• Recht volgt uit politiek: politieke beslissingen moeten worden omgezet in rechtsregels zodat de
naleving mogelijk is (bv. publieke opinie zorgt ervoor dat politiek met deze commentaar rekening
houdt
• Recht begrenst/versnelt politiek: bv. principe van de rechtsstaat: politici zijn ook gebonden aan
regels, bv. politici onder druk zetten om wetgeving te maken
• Het rechtssysteem is een machtsfactor en het recht is ideologisch gekleurd: rechters voeren
beleid door wetgeving te interpreteren en rekening te houden met hun ideologische achtergrond,
houden ook rekening met waarden en normen in de MS -> door interpretatie van rechters kijken
politici anders naar hun beleid
• Recht wordt politiek gebruikt: het rechtssysteem is een soort eindstation van de politiek als
bepaalde eerdere middelen niet zijn geslaagd in het doel te bereiken
Les 1: Politiek & staat en macht
Wat is politiek?
Politiek = ordenen en besturen van een territoriaal afgebakende SL dmv machtsuitoefening
Een SL
Politiek is overal waar er regels bestaan bv. verenigingen, scholen, bedrijven = ‘schools of democracy’
➔ Afkomstig van oudgriekse politeia (politika)
Territoriaal afgebakend
Ordenen en besturen
• Staatsrichting en instellingen
• Gedrag: strategie en conflict/samenwerking (doelbewust optreden)
• Beleid
,Evolutie reikwijdte van politiek
19e E: nachtwakersstaat 20e E: sociale welvaartstaat 21e E: regulerende staat
• Politiek = beperkte • politiek = ingrijpende • politiek = allesomvattende
aangelegenheid aangelegenheid impact op dagelijkse leven
• staat grijpt heel beperkt in • meer regels om vooral <-> ruimtelijke onteigening
leven van mensen arbeiders te beschermen van de staat
Wat is macht?
Bindende regels -> niet naleving: sancties, dwangmiddelen <-> burgerlijke ongehoorzaamheid
Burgerlijke ongehoorzaamheid:
1. vorm van protest
2. vreedzaam
3. aanvaarden van gevolgen niet-naleving bindende regels
we volgen de regels zonder na te denken = geïnternaliseerd
regels opleggen en afdwingen dmv machtsuitoefening
Macht vs. Gezag
Robert Dahl Max Weber
Macht = actor A heeft de mogelijkheid om ervoor Macht = mogelijkheid van actor om wil op te
te zorgen dat actor B een handeling verricht die B leggen aan anderen, ook tegen eventuele
anders niet zou verrichten weerstand in
<-> handeling B is niet noodzakelijk in <-> gezag als legitiem aanvaarde
overeenstemming met wat A wil (onbedoelde machtsuitoefening
effecten)
Vormen van gezag (Weber):
• traditioneel: traditie en gewoonte
• charismatisch: persoonlijke eigenschappen
• rationeel-legalistisch: uit respect voor regels
bronnen/types legitimiteit:
❖ input: deelname van burgers aan beleid en
politieke systeem
❖ throughput: kwaliteit
besluitvormingsprocedures
❖ output: resultaat van beleid
Macht omdenken
3 faces of power (Steven Lukes)
1. power of decision making/beslissen en bevelen (Weber, Dahl)
• ‘naakte’ machtsuitoefening, zichtbaar
• Sancties, dwangmiddelen
2. Non-decision-making-power/agenda sitting (Bachrach, Baratz)
• Prioriteit van thema’s op politieke agenda
• Positief: aandacht genereren, zichtbaar
• Negatief: verhinderen dat bepaalde thema’s worden behandeld, onzichtbaar
3. Ideological power/ideologische hegemonie
• Bepalen wat er gedacht wordt, bestaande orde niet ter discussie, onzichtbaar
• Cultureel kader
,Amartya Sen: ongelijkheid = macht (onderdrukking) waardoor mensen niet al hun mogelijkheden
ontwikkelen dus geen ‘echte’ vrijheid
Macht meten
Macht aantonen en bewijzen is moeilijk:
• Veel machtsuitoefening is onzichtbaar
❖ Anticipatie op gevolgen van acties
❖ Agendasetting en ideologische hegemonie
• Macht zit in een machtsstrijd tussen actoren, wisselwerking-wederzijds
• Macht is vaak alleen negatief (veto players)
Macht van de staat?
• Staat concentreert veel macht
• Natiestaat is langzaam doorheen de tijd gegroeid (proces van staatsvorming)
❖ Steeds grotere concentratie van machtsmiddelen (geld, expertise) ten koste van
concurrenten: vb. adel, kerk…
❖ Verwerven van legitimiteit (aanvaard)
❖ Depersonalisatie van gezag (rationeel-legalistisch)
❖ Homogenisering (zelfde regels op geheel grondgebied)
➔ Natiestaat want bevolking, taal en cultuur (de natie, het volk) vallen samen onder 1 staat
• Er valt niet aan staatsmacht te ontkomen: er is steeds politiek daar waar mensen samenleven
• Monopolie op legitiem geweld
Begrenzingen:
❖ Privatiseringen van de ordehandhaving
❖ Staatsgeweld moet proportioneel zijn
❖ Alleen geweld dat nodig is voor doel
❖ Art. 33 Gw
Macht van de staat: Grondwet
= eerste en belangrijkste regel van een land
1. Zegt hoe (andere) regels gemaakt moeten worden (en dus hoe regels kunnen wijzigen)
• Bevat de basisregels van het functioneren van politiek systeem bv. bevoegdheidsverdeling
2. Bevat grondrechten- en vrijheden van burgers bv. bevoegdheidsverdeling
• Bescherming van burgers tegen almachtige staat
• Voorwaarde voor vrije verkiezingen en democratie vb. vrijheid van meningsuiting, vereniging,
vergadering, pers, godsdienst
3. Recenter: socio-economische rechten
• Deze rechten zijn niet individueel afdwingbaar
• Intentieverklaring, ‘voorwerp van zorg’ vb. onderwijs, arbeid, gezonde leefomgeving
Extra voorwaarden in BE om Gw te wijzigen
Gw is niet steeds neergeschreven:
• VK: historisch gegroeid geheel van teksten en gewoonte -> Magna Carta 1215
• Spanningsveld tussen rule of law en supremacy of parliament
• Geen GwH om beslissingen van parlement aan te vechten (zwakkere positie van burgers)
Mislukte poging tot EU-grondwet: doelstellingen Unie en basisrechten burgers
• Negatieve referenda in FR en NL (2005)
, • Gecontesteerd: Superstaat? Christelijke waarden benadrukken? (= identiteit en grenzen aan
Unie)
• Vervangen door Verdrag van Lissabon 2007 (functioneren van instellingen) + Handvest van de
Grondrechten 2012 (vastleggen van burgerlijke rechten en vrijheden)
Les 2: Breuklijnen en ideologieën
Breuklijnen
Politiek = conflict: steeds onenigheid over regels van de SL
➔ Conflicten niet toevallig: patroon -> tegenstellingen/conflicten vloeien voort uit
breuklijnen/politieke aardbevingen
Breuklijn = (Lipset en Rokkan)
1. Diepe, duurzame, politieke tegenstellingen die de maatschappij verdelen (historisch gegroeid)
2. Steeds dezelfde groepen komen tegenover elkaar te staan
3. Groepen zijn georganiseerd – tegenstellingen zijn verhard en uitgekristalliseerd
4. Tegenstelling of breuklijn is geïnstitutionaliseerd in partijen én organisaties
5. (specifieke subcultuur die zich ontwikkelt)
Traditionele breuklijnen
Historisch verklaringsmodel voor het aanwezig zijn van dezelfde breuklijnen in verschillende landen:
Cleavage theory (Lipset en Rokkan 1967)
Natie- en staatsvorming Industriële revolutie
Territoriale eenmaking: uitschakelen lokale Grootschalige massaproductie: landbouw en
elites -> conflict centrum-periferie: aanvaarding kleine ambachten -> industrie
centraal gezag <-> autonomie en regionale ➔ Conflict arbeid-kapitaal: staatsinterventie
identiteit bv. Vlaanderen, Wallonië ter bescherming tegen ongelijkheid,
uitbuiting van WG’s <-> vrijheid van
ondernemen, miner regulering
➔ Links vs. Rechts
Bv. minimumloon, vakantiegeld,
arbeidsvoorwaarden
Revolutie: scheiding tussen kerk en staat -> Urbanisatie: grote demografische
levensbeschouwelijk conflict: neutraliteit van verschuivingen owv veranderingen in
politieke besluitvorming en dienstverlening, werkgelegenheid -> conflict stad-platteland
ethische kwesties, protocollen bv. onderwijs, Bv. boeren, jagers vs kosmopolieten
euthanasie, abortus
• Zijn de traditionele breuklijnen vandaag de dag nog steeds relevant? -> Ja, tot op zekere hoogte
• Kunnen we de traditionele breuklijnen daadwerkelijk terugvinden in verschillende landen? ->
Arbeid-kapitaal is universeel (?), andere breuklijnen = variatie
• Wat als breuklijnen samenvallen/elkaar doorkruisen? -> doorkruisen = mogelijkheid tot
compromissen <-> samenvallen = crisis
Bevroren breuklijnen?
= freezing hypothesis/persistentiestelling
• Invoering algemeen stemrecht = moment van bevriezen (rond jaren 20)
➔ Politieke markt definitief verdeeld, tegenstellingen worden geïnstitutionaliseerd in partijpolitiek
• Breuklijnen blijven stabiel: zichzelf gaan overleven en zichzelf in stand houden
❖ Conflict -> kristalliseert zich in breuklijn -> conflict
❖ Rol partijen: vertalen (nieuwe) conflicten telkens opnieuw in breuklijnen
❖ Bewijs: stabiliteit in partijlandschap + trouw van kiezers (voter alignment)