Onderzoeksmethoden voor
bedrijfskundigen
Academisch schrijven
academische titel
Voldoet aan 5 eisen:
1. Informatief
a. Onderwerp
b. Vraag / doel?
c. Soort onderzoek?
2. Passend
a. Juiste idee geven aan lezer
3. Zakelijk
a. Neutrale woordkeuze
b. Passende wetenschappelijke stijl
c. Niet ‘leuk’
d. Geen afkortingen
4. Niet te lang (max 8)
a. Ondertitel indien meer woorden nodig
b. Geen punt (indien geen ondertitel; anders wel)
5. Geen vraag / zin
structuur en alinea-indeling van een tekst
Alinea = blok doorlopende tekst rond 1 onderwerp.
Elk idee krijgt een nieuwe alinea.
Lengte : tussen 3 en 10 zinnen.
Thematische alinea
Deel van de inhoud van de tekst
Gaat over 1 van je subvragen.
Bestaat uit kernzin en een uitwerking van die kernzin.
Structurerende alinea
Dragen zorg voor samenhang tekst
Lezer wegwijs maken in tekst
Lees-ondersteunende functies:
- Inleidend: aankondiging structuur of inhoud tekst.
- Verbindend: toelichting samenhang voorgaande en volgende alinea’s.
, - Afsluitend: samenvatting voorgaande.
Vaak voorkomende fouten: harde returns & geen samenhang
kernzinnen in alinea’s
Samenvattende zin van de alinea. Staat meestal in de eerste of tweede zin, in sommige gevallen in de
laatste zin.
Als de kernzin in de tweede zin staat, dan heeft de eerste zin een inleidende functie.
Kernzin staat in de laatste zin, kan indien standpunt controversieel is.
signaalwoorden/verbindingswoorden
Opsomming en, ook, verder, voorts, daarnaast, bovendien, ten eerste (in de eerste
plaats), ten tweede, ten derde, ten slotte, niet alleen.....maar ook,
zowel.....als, vervolgens, daarbij komt dat, ...
Tegenstelling maar, echter, toch, daarentegen, integendeel, evenwel,
enerzijds....anderzijds, aan de ene kant....aan de andere kant, in
tegenstelling tot, desondanks, daar staat tegenover, niettemin, ...
Reden want, aangezien, omdat, immers, namelijk, daarom, vanwege, …
Oorzaak – gevolg doordat, daardoor, waardoor, hierdoor, met als gevolg, ten gevolge
van, dit is te danken/wijten aan, de oorzaak hiervan, zodat, bijgevolg,
dan ook, ...
Uitleg, verklaring bijvoorbeeld, dat houdt in, dat wil zeggen, met andere woorden, ter
illustratie, ...
Voorbeeld bijvoorbeeld, zoals, zo, ter illustratie, stel, ...
Voorwaarde als, indien, wanneer, op voorwaarde dat, tenzij, ...
Toegeving (al)hoewel, ondanks, weliswaar, al, toch,..
Samenvatting kortom, samenvattend, dus, met andere woorden, concluderend, het
komt erop neer, ...
Verbindingswoorden: structuurwoorden, signaalwoorden en verwijswoorden.
Structuurwoorden: brengen structuur in de tekst.
Ten slotte = structuurwoord. Tot besluit.
Tenslotte = signaalwoord. Immers.
Signaalwoorden: signaleren een verband tussen zinnen.
Want, ook, maar, doordat, opdat, omdat, bijvoorbeeld, in vergelijking met, dus, ..
Verwijswoorden: verwijzen naar een woord.
Die, dat, deze, zij, waarmee, daarover, hieruit, hierdoor, ervan, erin, waardoor, ...
! er/hier/daar/waar + voorzetsel => in 1 woord.
Die -> de-woorden
bedrijfskundigen
Academisch schrijven
academische titel
Voldoet aan 5 eisen:
1. Informatief
a. Onderwerp
b. Vraag / doel?
c. Soort onderzoek?
2. Passend
a. Juiste idee geven aan lezer
3. Zakelijk
a. Neutrale woordkeuze
b. Passende wetenschappelijke stijl
c. Niet ‘leuk’
d. Geen afkortingen
4. Niet te lang (max 8)
a. Ondertitel indien meer woorden nodig
b. Geen punt (indien geen ondertitel; anders wel)
5. Geen vraag / zin
structuur en alinea-indeling van een tekst
Alinea = blok doorlopende tekst rond 1 onderwerp.
Elk idee krijgt een nieuwe alinea.
Lengte : tussen 3 en 10 zinnen.
Thematische alinea
Deel van de inhoud van de tekst
Gaat over 1 van je subvragen.
Bestaat uit kernzin en een uitwerking van die kernzin.
Structurerende alinea
Dragen zorg voor samenhang tekst
Lezer wegwijs maken in tekst
Lees-ondersteunende functies:
- Inleidend: aankondiging structuur of inhoud tekst.
- Verbindend: toelichting samenhang voorgaande en volgende alinea’s.
, - Afsluitend: samenvatting voorgaande.
Vaak voorkomende fouten: harde returns & geen samenhang
kernzinnen in alinea’s
Samenvattende zin van de alinea. Staat meestal in de eerste of tweede zin, in sommige gevallen in de
laatste zin.
Als de kernzin in de tweede zin staat, dan heeft de eerste zin een inleidende functie.
Kernzin staat in de laatste zin, kan indien standpunt controversieel is.
signaalwoorden/verbindingswoorden
Opsomming en, ook, verder, voorts, daarnaast, bovendien, ten eerste (in de eerste
plaats), ten tweede, ten derde, ten slotte, niet alleen.....maar ook,
zowel.....als, vervolgens, daarbij komt dat, ...
Tegenstelling maar, echter, toch, daarentegen, integendeel, evenwel,
enerzijds....anderzijds, aan de ene kant....aan de andere kant, in
tegenstelling tot, desondanks, daar staat tegenover, niettemin, ...
Reden want, aangezien, omdat, immers, namelijk, daarom, vanwege, …
Oorzaak – gevolg doordat, daardoor, waardoor, hierdoor, met als gevolg, ten gevolge
van, dit is te danken/wijten aan, de oorzaak hiervan, zodat, bijgevolg,
dan ook, ...
Uitleg, verklaring bijvoorbeeld, dat houdt in, dat wil zeggen, met andere woorden, ter
illustratie, ...
Voorbeeld bijvoorbeeld, zoals, zo, ter illustratie, stel, ...
Voorwaarde als, indien, wanneer, op voorwaarde dat, tenzij, ...
Toegeving (al)hoewel, ondanks, weliswaar, al, toch,..
Samenvatting kortom, samenvattend, dus, met andere woorden, concluderend, het
komt erop neer, ...
Verbindingswoorden: structuurwoorden, signaalwoorden en verwijswoorden.
Structuurwoorden: brengen structuur in de tekst.
Ten slotte = structuurwoord. Tot besluit.
Tenslotte = signaalwoord. Immers.
Signaalwoorden: signaleren een verband tussen zinnen.
Want, ook, maar, doordat, opdat, omdat, bijvoorbeeld, in vergelijking met, dus, ..
Verwijswoorden: verwijzen naar een woord.
Die, dat, deze, zij, waarmee, daarover, hieruit, hierdoor, ervan, erin, waardoor, ...
! er/hier/daar/waar + voorzetsel => in 1 woord.
Die -> de-woorden