Deel I: Cariësdiagnostiek
1 inleiding
• cariës = ziekte door bacteriële infectie
o subjectieve symptomen => patiënt bepaalt pijn/geen pijn
o objectieve symptomen => gebruikt door tandarts voor goede diagnose
behandeling/management bepalen!
• cariësdiagnostiek:
o cariësdetectie => zien en activiteit bepalen (via ogen, RX, toestellen)
o cariës risicobepaling
=> zo beste behandeloptie & management bepalen!
• ICCMS:
o International Cariës Classification and Management system
o de 4 D’s:
▪ determine => patiëntcariësrisico bepalen (voor in mond te kijken)
▪ detect => klinisch onderzoek: aanwezig?, hoeveel?, actief?
▪ decide => behandelplan bepalen
▪ do => preventief of (minimaal invasief)
▪ recall => obv risico
2 cariës risicobepaling
2.1 DETERMINE: patiënt gerelateerde risicofactoren
=> bepalen tijdens anamnese!
• beschermende factoren:
o ! poetsgewoontes:
▪ frequentie, tijd, tijdstip, methode… => 2x/dag met fluoride tandpasta!
▪ opmerkingen:
• ‘elektrisch poetsen is altijd goed’ => fout: methode is belangrijker!!
• anti-fluoride mensen => meer cariës
• enkel ‘Poets jij?’ vragen => slecht: patiënt liegt, stel diepere vragen (hoe?, wanneer?)
o tandzorg:
▪ regelmatig preventief tandzorg + mogelijkheid tot topische fluoride
▪ op controle nr tandarts en NIET enkel bij klachten
o aanwezigheid systemisch fluoride:
▪ gefluorideerd drinkwater => vooral in ontwikkelingslanden (geen toegang tot fluoride pasta)
• risicofactoren:
o aantal voedingsmomenten: ↑frequentie (in België normaal 5x)
o dieet: ↑suikerhoeveelheid in snacks/dranken (! let op; gezonde snacks ook veel suiker (bv. fruit))
o lage SES:
▪ status => landafhankelijk!
▪ geen gezondheidskennis
▪ moeilijke toegang tot zorg
o lage motivatie: enkel bij pijn naar tandarts
o onmogelijk meewerken: bv bijzondere noden => motorische of mentale beperkingen
o hyposalivatie: sws een hoog risico factor HRF (ook indien goed poetsen…)
1
, • kinderen risicofactoren:
o cariësverleden moeder (NIET vader)
o frequentie fles, beker, fopspeen met toegevoegde suikers
▪ nachtelijk? => nog hogere risico want geen speeksel!
▪ (groei-)melk? => veel suiker
o borstvoeding na 18 maanden
2.2 DETECT: tand gerelateerde risicofactoren
=> bepalen na oraal kijken!
• risicofactoren:
o plaque: locatie en hoeveelheid (bv. indien buccaal, dan doet patiënt zijn best niet)
o biofilm retentie:
▪ erupterende tanden, diepe fissuren, crowding, ortho-app. en prothesen=> moeilijk bereiken!
▪ pathologisch!!
o blootliggende tandwortel: bij ouderen door terugtrekkende gingiva
o hyposalivatie: zie partim cariologie
o dentale infectie: PUFA (pulp exposure/ulceration/fitsel/absess)
o ! cariësverleden (restauraties van <1j) + aanwezige actieve laesies => hoog risico factor (HRF)!
• hoe?
o alle bovenstaande factoren samen
o berekenen door verschillende systemen => allemaal goed!
▪ ICCMS:
• laag risico => geen HRF (normale suikerconsumptie, fluoride gebruik, goed MH)
• matig risico => bestaat niet (want geeft valse veiligheidsgevoel); nu = hoog risico
• hoog risico => wel HRF
▪ CRB fiche: (UZ)
• score op cariës geven => alles optellen!
• scores op gedragsfactoren o 0-4 => laag risico
o > 4 => hoog risico
▪ CAMBRA: te uitgebreid => nvt!
▪ Cariogram:
• makkelijk => goed voor patiënten met lage gezondheidskennis
• RF verdelen in 5 gebieden met elk een percentage voor de totale risico op cariës
o actual chance to avoid cavities => huidige risico
o dieet => bv. frequentie suiker
o bacterie => bv. hoveelheid S.mutans
o vatbaarheid => bv. patiënt met speekselproblemen is vatbaarder
o omstandigheden => bv. toegang tot mondzorg…
2.3 DETECT: stadium en activiteit
• vergelijking vroeger en nu:
vroeger vandaag
- conventionele preparatie - minimaal invasief
- ‘Drill en Fill’ - vullen zonder boren (seal)
- weinig preventie - preventie
- cavitatie behandelen - niet-geactiveerde (initiële) laesies behandelen
2
, • belang van vroegtijdig detectie bij kinderen
o minder invasief, geen anesthesie, korte en eenvoudige behandeling kind tevreden
=> dus nood aan accuraat detectie vr initiële laesies diagnose!
3 cariësdetectie
• inleiding:
o gladde en occlusale. opp. & interproximale dentine cariës => te zien
o interproximale glazuur caries niet altijd zichtbaar!
o termen ivm testen:
▪ sensiviteit => percentage werkelijk positieve resultaten bij zieke personen (A/A+B)
▪ specifiteit => percentage werkelijk negatieve resultaten bij gezonde personen (D/D+C)
o combinatie van visuele en RX => cariës detecteren
o activiteit?
▪ 1 RX => geen info
▪ 2 RX => info over activiteit/progressie
3.1 visuele detectie
• tandopp. reinigen en drogen verkleurde groeven, white spots, diepe schaduw ≈ initiële laesie/ civitates
o ! let op: het is een momentopname:
▪ patiënt poetst tanden (plaque) voor tandarts bezoek => ‘geen risico’ WEL risico
• sonderen?
o GEEN scherpe punt => beschadiging glazuur die nog perfect te herstellen was! zo geen rem.
o WEL ‘Bal ended’ sonde => bv. parosonde
systemen om cariës te schatten:
• ICDAS (= International Caries Detection Assessment System)
o algemeen:
▪ niet elke vlek een score geven; tand in het algemeen bekeken => hoogste score krijgen
▪ niet overscoren => bij twijfel, geef het minste
▪ let op plaats van defect => indien geen ‘cariëslocatie’, mss fluorosis of iets anders…
▪ kleurverandering gebeurt door ≠lichtweerkaatsing door verandering in interprism. ruimte
o cariësscores:
kenmerken behandeling
0 - gezonde tand -
- ! niet alle verkleuringen zijn cariës; soms ontwikkelingsstoornissen (bv. kaasmolaar), fluorosis
1 - na droogblazen: witte opaciteit OF bruine verkleuring => in één fissuur of geïsoleerd preventief
2 - zonder droogblazen: witte opaciteit OF bruin verkleuring => > enkel fissuur + interproximaal preventief
- GEEN verlies opp. integriteit
3 - gelokaliseerd glazuurafbraak (= microcavitatie) => thv witte of bruine verkleuringen B = preventief
- verlies opp. integriteit => ruwheden, haperen bij strelen… O = min. invsf.
4 - onder/rond verkleuringen => schaduw v dentine cariës invasief
- verlies opp. integriteit
5 - caviteit met zichtbare dentine invasief
6 - uitgebreide caviteit met zichtbare dentine invasief
- pulpa (zenuwen) mee betrokken
3
1 inleiding
• cariës = ziekte door bacteriële infectie
o subjectieve symptomen => patiënt bepaalt pijn/geen pijn
o objectieve symptomen => gebruikt door tandarts voor goede diagnose
behandeling/management bepalen!
• cariësdiagnostiek:
o cariësdetectie => zien en activiteit bepalen (via ogen, RX, toestellen)
o cariës risicobepaling
=> zo beste behandeloptie & management bepalen!
• ICCMS:
o International Cariës Classification and Management system
o de 4 D’s:
▪ determine => patiëntcariësrisico bepalen (voor in mond te kijken)
▪ detect => klinisch onderzoek: aanwezig?, hoeveel?, actief?
▪ decide => behandelplan bepalen
▪ do => preventief of (minimaal invasief)
▪ recall => obv risico
2 cariës risicobepaling
2.1 DETERMINE: patiënt gerelateerde risicofactoren
=> bepalen tijdens anamnese!
• beschermende factoren:
o ! poetsgewoontes:
▪ frequentie, tijd, tijdstip, methode… => 2x/dag met fluoride tandpasta!
▪ opmerkingen:
• ‘elektrisch poetsen is altijd goed’ => fout: methode is belangrijker!!
• anti-fluoride mensen => meer cariës
• enkel ‘Poets jij?’ vragen => slecht: patiënt liegt, stel diepere vragen (hoe?, wanneer?)
o tandzorg:
▪ regelmatig preventief tandzorg + mogelijkheid tot topische fluoride
▪ op controle nr tandarts en NIET enkel bij klachten
o aanwezigheid systemisch fluoride:
▪ gefluorideerd drinkwater => vooral in ontwikkelingslanden (geen toegang tot fluoride pasta)
• risicofactoren:
o aantal voedingsmomenten: ↑frequentie (in België normaal 5x)
o dieet: ↑suikerhoeveelheid in snacks/dranken (! let op; gezonde snacks ook veel suiker (bv. fruit))
o lage SES:
▪ status => landafhankelijk!
▪ geen gezondheidskennis
▪ moeilijke toegang tot zorg
o lage motivatie: enkel bij pijn naar tandarts
o onmogelijk meewerken: bv bijzondere noden => motorische of mentale beperkingen
o hyposalivatie: sws een hoog risico factor HRF (ook indien goed poetsen…)
1
, • kinderen risicofactoren:
o cariësverleden moeder (NIET vader)
o frequentie fles, beker, fopspeen met toegevoegde suikers
▪ nachtelijk? => nog hogere risico want geen speeksel!
▪ (groei-)melk? => veel suiker
o borstvoeding na 18 maanden
2.2 DETECT: tand gerelateerde risicofactoren
=> bepalen na oraal kijken!
• risicofactoren:
o plaque: locatie en hoeveelheid (bv. indien buccaal, dan doet patiënt zijn best niet)
o biofilm retentie:
▪ erupterende tanden, diepe fissuren, crowding, ortho-app. en prothesen=> moeilijk bereiken!
▪ pathologisch!!
o blootliggende tandwortel: bij ouderen door terugtrekkende gingiva
o hyposalivatie: zie partim cariologie
o dentale infectie: PUFA (pulp exposure/ulceration/fitsel/absess)
o ! cariësverleden (restauraties van <1j) + aanwezige actieve laesies => hoog risico factor (HRF)!
• hoe?
o alle bovenstaande factoren samen
o berekenen door verschillende systemen => allemaal goed!
▪ ICCMS:
• laag risico => geen HRF (normale suikerconsumptie, fluoride gebruik, goed MH)
• matig risico => bestaat niet (want geeft valse veiligheidsgevoel); nu = hoog risico
• hoog risico => wel HRF
▪ CRB fiche: (UZ)
• score op cariës geven => alles optellen!
• scores op gedragsfactoren o 0-4 => laag risico
o > 4 => hoog risico
▪ CAMBRA: te uitgebreid => nvt!
▪ Cariogram:
• makkelijk => goed voor patiënten met lage gezondheidskennis
• RF verdelen in 5 gebieden met elk een percentage voor de totale risico op cariës
o actual chance to avoid cavities => huidige risico
o dieet => bv. frequentie suiker
o bacterie => bv. hoveelheid S.mutans
o vatbaarheid => bv. patiënt met speekselproblemen is vatbaarder
o omstandigheden => bv. toegang tot mondzorg…
2.3 DETECT: stadium en activiteit
• vergelijking vroeger en nu:
vroeger vandaag
- conventionele preparatie - minimaal invasief
- ‘Drill en Fill’ - vullen zonder boren (seal)
- weinig preventie - preventie
- cavitatie behandelen - niet-geactiveerde (initiële) laesies behandelen
2
, • belang van vroegtijdig detectie bij kinderen
o minder invasief, geen anesthesie, korte en eenvoudige behandeling kind tevreden
=> dus nood aan accuraat detectie vr initiële laesies diagnose!
3 cariësdetectie
• inleiding:
o gladde en occlusale. opp. & interproximale dentine cariës => te zien
o interproximale glazuur caries niet altijd zichtbaar!
o termen ivm testen:
▪ sensiviteit => percentage werkelijk positieve resultaten bij zieke personen (A/A+B)
▪ specifiteit => percentage werkelijk negatieve resultaten bij gezonde personen (D/D+C)
o combinatie van visuele en RX => cariës detecteren
o activiteit?
▪ 1 RX => geen info
▪ 2 RX => info over activiteit/progressie
3.1 visuele detectie
• tandopp. reinigen en drogen verkleurde groeven, white spots, diepe schaduw ≈ initiële laesie/ civitates
o ! let op: het is een momentopname:
▪ patiënt poetst tanden (plaque) voor tandarts bezoek => ‘geen risico’ WEL risico
• sonderen?
o GEEN scherpe punt => beschadiging glazuur die nog perfect te herstellen was! zo geen rem.
o WEL ‘Bal ended’ sonde => bv. parosonde
systemen om cariës te schatten:
• ICDAS (= International Caries Detection Assessment System)
o algemeen:
▪ niet elke vlek een score geven; tand in het algemeen bekeken => hoogste score krijgen
▪ niet overscoren => bij twijfel, geef het minste
▪ let op plaats van defect => indien geen ‘cariëslocatie’, mss fluorosis of iets anders…
▪ kleurverandering gebeurt door ≠lichtweerkaatsing door verandering in interprism. ruimte
o cariësscores:
kenmerken behandeling
0 - gezonde tand -
- ! niet alle verkleuringen zijn cariës; soms ontwikkelingsstoornissen (bv. kaasmolaar), fluorosis
1 - na droogblazen: witte opaciteit OF bruine verkleuring => in één fissuur of geïsoleerd preventief
2 - zonder droogblazen: witte opaciteit OF bruin verkleuring => > enkel fissuur + interproximaal preventief
- GEEN verlies opp. integriteit
3 - gelokaliseerd glazuurafbraak (= microcavitatie) => thv witte of bruine verkleuringen B = preventief
- verlies opp. integriteit => ruwheden, haperen bij strelen… O = min. invsf.
4 - onder/rond verkleuringen => schaduw v dentine cariës invasief
- verlies opp. integriteit
5 - caviteit met zichtbare dentine invasief
6 - uitgebreide caviteit met zichtbare dentine invasief
- pulpa (zenuwen) mee betrokken
3