Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 42 pages
Resume

Samenvatting Retailmarketing - Retailmarketing

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 42 pages

1. De student is in staat om de Retailmarketingmix P’s en C’s te benoemen zodanig dat het winkelconcept (online/offline) erdoor verbeterd wordt, daarbij rekening houdend met concurrentie en (dynamische) Retailontwikkelingen. 2. De student kan op basis van een gerichte bedrijfsscan conclusies formuleren, zodanig dat inzichtelijk wordt waar de pijnpunten liggen voor één mkb-retailer op het gebied van de invulling van de Retailmarketingmix. 3. De student kan een webshop maken en de C’s goed tot uiting laten kom

Aperçu du contenu

Retail marketing

Hoofdstuk 14:

Kanaalkeuzestrategie;

Singlechannelaanpak -> multichannelaanpak -> crosschanelaanpak -> omnichannelaanpak ->
ecosystem




e-commerce = internet
om twee reden belangrijk:

1. Een retailer die hier niet aan mee doet verliest klanten aan retailers die wel aan e-commerce
doet
2. Succesvolle e-strategieën leiden tot duurzame klantrelaties en klantwaarde.

e-strategieën -> behoefte efficiëntie en gemak door verlagen van zoekkosten, aanbod vergroten en
distributiemogelijkheden uit te breiden.
consumenten veranderen van groepen naar individuen waarmee je waardevolle relatie kunt
onderhouden.

s-commerce = social media
m-commerce = mobiele vorm
p-commerce = eigen goederenverkoop via websites van andere e-commercespelers.

Er zijn meerdere touchpoints om klantinteractie te hebben. De retailer lost twee zaken op van de
klant namelijk, informatie en productbehoefte. = informatie- en productfulfilment-matrix.

- Click en collect
- Click en reserve
- Showroom

Multichannelmarketing = het ontwikkelen en uitvoeren van marketingstrategieën om met klanten in
meer dan een kanaal interactie te hebben.
multitouchpointmanagement = strategievorming, via branding en marketingcommunicatie naar
concrete verkoop, aftersalesservice, het delen ven vinden van informatie en het geven van feedback
in verschillende kanalen.
denken niet in kanalen, maar zijn meer bezig met merk en hoe zij met een merk kunnen interacteren.

Agile commerce = retailers competenties moeten opbouwen om de veranderingen die elkaar steeds
sneller opvolgen het liefst voor te blijven.

Mensen die meerdere kanalen gebruiken voor aankoop besteden meer aan singlechannelkopers.

,Multiperspective = verbonden met multitouchpointstategie (directe distributie vanuit centrale
locaties naar individuele consumenten)

De nieuwe situatie is de new Retail mindset

One stock = alle voorraden in een database worden bijgehouden zodat je altijd weet wat er
beschikbaar is.
ship-from-strore = hete versturen van e-commerceaankoop vanuit winkel, toe te voegen kan beter
en efficiënter gebruikgemaakt worden van het geïnvesteerde kapitaal in de voorraad.

BOPIS= buy online pick-up in store.

Formatstrategie;

Formats = verschillende verschijningsvormen of concepten van een fysieke of online retailer die
allemaal onder hetzelfde retailmerk vallen.

Multiformuleaanpak = kruidvat en trekpleister

Single format

Formatstrategie = belangrijk strategisch component geworden omdat de bevolkingssamenstelling
veranderd maar ook de behoefte veranderen.

Utilistisch winkelen = zo snel en efficiënt mogelijk richting een oplossing komen tijdens het winkelen.
-> convenience

Hedonistisch winkelen = gaat het om de beleving, het prikkelen van de zintuigen en het aanwakkeren
van de fantasie. -> experience

Locatiebeleid;

In de fysieke retail is de keuze van de vestigingsplaats een belangrijke beslissing.
ze baseren zich op een of andere manier op de zwaartekrachtmodellen of gravitatiemodellen.

Reilly’s law of retail gravitation is primair het geven van een verklaring voor de omvang van het
verzorgingsgebied van een bepaalde winkel.

Locatiebeleid is een belangrijk element in het retailmarketingproces.

Point of indifference = het punt waar aantrekkingskracht twee winkelgebieden en de consument
even groot zijn.

Central place theory = aantal verfijningen die de bezwaren die in te brengen zijn tegen reilly’s model
gedeeltelijk ondervangen = verschillende combinaties van range en tresholds, leid tot een opbouw
van een winkelaanbod

Verzorgingsgebied: range (de afstand die een consument net aflegt voor het aanschaf van een
artikel) en treshold (de minimale bevolkingsomvang die aanwezig moet zijn om rendabel te retailen)

Oude vesteging = kannibalisatie

Treshold -> rent paying ability

Afstand vervangen door accessibility = bereikbaarheid

De consequentie is dat men de verzorgingsgebieden niet meer in isoafstanden maar in isochronen.

,Top van hierachie = binnenstad
middenstad = stadsdeelcentrum en de wijkverzorgende centra
buitenstad = ‘’lege meubelboulevards’

Het kiezen van een vestegingsplaats is een langer termijn keuze.

Negatief verband tussen omvang verzorgingsgebied en de besteding per inwoner:

1. Share of purchase / share of wallet per inwoner zal kleine gemeenten hoger zijnn dan in een
grote gemeente waar over het algemeen een sterkere concurrentiedruk bestaat.

Hoofdstuk 15:

Indeling van het assortiment;

Assortiment omloop = vernieuwen binnen een x aantal jaren.

Om het aanbod te kunnen managen word het verdeeld in productclusters.

Retailers combineren een breed en diep assortiment, category killers.

SKU = stock keeping units.

Iemand die zich bezig houd met het samenstellen van assortimenten is een category manager.

Artikelgroep = categorie

Convencience = lage betrokkenheid
shopping goods = emotioneel
speciality goods = emotioneel en wil geholpen worden
preference goods = lage betrokkenheid, maar wil de
verschillen goed kennen.

, Kernassortiment = schoenen
randassortiment = sokken
aanvullend assortiment = etc.



Dure artikelen, merken
gemiddeld
goedkoop met weinig meerwaarde




A merken = premium merken = starbucks
b merken =
c merken = bier Amstel, laptop acer
c merken

Private label = van 1 bepaalde retailer:

1. Generics = merkloos artikelen
2. Fancymerken = uitsluitend bij een bepaalde retailer
3. Winkelmerken = verbinding tussen merknaam en winkel
4. Premiumwinkelmerken = pasen, kerst, naam van de winkel dragen en bijzondere uitstraling
hebben

Polariseren = ene kant een premium merk kopen en andere kant iets van de onderkant kopen

Assortimentsindeling;

ADM = assortimentsdominantiematrix

Ankerassortiment/koestergroepen = betreft grote deelmarkten, waarin een hoger dan gemiddeld
marktaandeel wordt bereikt.




Catergorymanagement = het proces waarbij de retailer, al dan niet in samenwerking met een
fabrikant op een efficiënte wijze zorgt voor een passend aanbod en dus meerwaarde voor de
shopper.

Livre connecté
 image
Frank Quix, L.S. Sloot Retailmarketing
Éditeur: Inconnu ISBN: 9789001298784 Édition: 8

Infos sur le Document

Cours
Livre entier ?
Oui
Publié le
18 avril 2025
Nombre de pages
42
Écrit en
2022/2023
Type
Resume
€7,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
7
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions