BIOCHEMIE: BEGRIPPENLIJST
HOOFDSTUK 1/ 2 – INTRO EN INTERACTIES IN WATERIGE OMGEVING
Hydrofoob Chemisch deeltje dat afgestoten wordt door
water
Hydrofiel Chemisch deeltje dat aangetrokken wordt
door water
Chiraal centrum Koolstof met vier verschillende functionele
groepen gebonden
Monomeer Relatief eenvoudig organisch molecuul
Polymeer Aaneenschakeling van verschillende
monomeren tot een complexere structuur
Koolhydraat Bepaald type verbindingen van koolstof-,
waterstof- en zuurstofatomen, waarbij de
= saccharide
waterstof- en zuurstofatomen in een
verhouding 2/1 voorkomen
Keton Een organische verbinding met als
functionele groep een keton groep. Deze
groep is een carbonylgroep waaraan 2
koolstofatomen gebonden zijn
Aldehyde Een organische verbinding met als
functionele groep een aldehyde groep. Deze
groep is een carbonylgroep waaraan een
waterstof gebonden is
Sulfaat De zuurrest van zwavelzuur en de zouten
ervan
Fosfaat Chemisch gebonden vorm waarin fosfor het
meest in verbindingen voorkomt
Pillars of life 7 basisprincipes die bepalen hoe we de
chemische reacties kunnen organiseren en
coördineren
1
,Semipermeabel membraan Halfdoorlaatbaar membraan, membraan
dat selectief doorlaatbaar is voor bepaalde
moleculen en andere moleculen zal
tegenhouden
Prokaryoot Eencellig organisme zonder kern
Eukaryoot Meercellig organisme met kern
2
,HOOFDSTUK 2
Amfifiel Verbinding met zowel hydrofobe als
hydrofiele eigenschappen
Alifatisch Verbindingen die wel koolstofketens, maar
geen aromatische ring bevatten
Polair Verbinding waarbij het centrum van de
negatieve ladingen niet samenvalt met het
centrum van de positieve ladingen, door de
verdeling van de elektronen
Apolair Verbinding waarbij het centrum van de
negatieve ladingen samenvalt met het
centrum van de positieve ladingen
Micel Amfifiele structuur van enkele moleculen
groot
Amfoteer Stof die zowel met een zuur als base kan
reageren
Amfoliet Stof met amfotere eigenschappen
Iso-elektrisch punt De pH waarbij de stof geen netto
elektrische lading draagt
Macro-ionen Een groot ion
Tegenionen Een ion dat een ander ionair species
vergezelt om te voldoen aan de elektrische
neutraliteitsvoorwaarde
Isotoon Oplossing waarvan het aantal opgeloste
deeltjes gelijk is aan die van een andere
oplossing/cel
Hypertoon Oplossing waarvan het aantal opgeloste
deeltjes groter is dan die van een andere
oplossing/cel
3
, Hypotoon Oplossing waarvan het aantal opgeloste
deeltjes kleiner is dan die van een andere
oplossing/cel
Osmose Proces op basis van diffusie waarbij een
vloeistof, waarin stoffen zijn opgelost, door
een semipermeabel membraan stroomt, dat
wel de vloeistof doorlaat maar niet de
opgeloste stoffen. Doel: dezelfde
concentratie aan opgeloste stoffen aan
beide kanten van het membraan
COP Colloïd osmotic pressure: het drukverschil
dat tussen 2 eiwitoplossingen (binnen- en
buiten het bloedvat- van verschillende
concentraties tontstaat ten gevolge van
osmose
Donnan evenwicht Beschrijft het evenwicht dat ontstaat tussen
2 oplossingen die geladen deeltjes bevatten,
wanneer die van elkaar gescheiden zijn door
een membraan. Bij dit evenwicht is het
membraan selectief doorlaatbaar voor
sommige geladen deeltjes, gewoonlijk
worden de grote niet doorgelaten
Elektrolyten Kleine, meestal anorganische ionen, die
izcht opgelost in het bloed, de
extracellulaire vloeistof en het cytosol
bevinden. Deze ionen onstaat bij het
oplossen van zouten, basen en zuren
Milliequivalenten Meeteenheid die aangeeft in welke mate
een stof bindingen kan aangaan met andere
stoffen
4
HOOFDSTUK 1/ 2 – INTRO EN INTERACTIES IN WATERIGE OMGEVING
Hydrofoob Chemisch deeltje dat afgestoten wordt door
water
Hydrofiel Chemisch deeltje dat aangetrokken wordt
door water
Chiraal centrum Koolstof met vier verschillende functionele
groepen gebonden
Monomeer Relatief eenvoudig organisch molecuul
Polymeer Aaneenschakeling van verschillende
monomeren tot een complexere structuur
Koolhydraat Bepaald type verbindingen van koolstof-,
waterstof- en zuurstofatomen, waarbij de
= saccharide
waterstof- en zuurstofatomen in een
verhouding 2/1 voorkomen
Keton Een organische verbinding met als
functionele groep een keton groep. Deze
groep is een carbonylgroep waaraan 2
koolstofatomen gebonden zijn
Aldehyde Een organische verbinding met als
functionele groep een aldehyde groep. Deze
groep is een carbonylgroep waaraan een
waterstof gebonden is
Sulfaat De zuurrest van zwavelzuur en de zouten
ervan
Fosfaat Chemisch gebonden vorm waarin fosfor het
meest in verbindingen voorkomt
Pillars of life 7 basisprincipes die bepalen hoe we de
chemische reacties kunnen organiseren en
coördineren
1
,Semipermeabel membraan Halfdoorlaatbaar membraan, membraan
dat selectief doorlaatbaar is voor bepaalde
moleculen en andere moleculen zal
tegenhouden
Prokaryoot Eencellig organisme zonder kern
Eukaryoot Meercellig organisme met kern
2
,HOOFDSTUK 2
Amfifiel Verbinding met zowel hydrofobe als
hydrofiele eigenschappen
Alifatisch Verbindingen die wel koolstofketens, maar
geen aromatische ring bevatten
Polair Verbinding waarbij het centrum van de
negatieve ladingen niet samenvalt met het
centrum van de positieve ladingen, door de
verdeling van de elektronen
Apolair Verbinding waarbij het centrum van de
negatieve ladingen samenvalt met het
centrum van de positieve ladingen
Micel Amfifiele structuur van enkele moleculen
groot
Amfoteer Stof die zowel met een zuur als base kan
reageren
Amfoliet Stof met amfotere eigenschappen
Iso-elektrisch punt De pH waarbij de stof geen netto
elektrische lading draagt
Macro-ionen Een groot ion
Tegenionen Een ion dat een ander ionair species
vergezelt om te voldoen aan de elektrische
neutraliteitsvoorwaarde
Isotoon Oplossing waarvan het aantal opgeloste
deeltjes gelijk is aan die van een andere
oplossing/cel
Hypertoon Oplossing waarvan het aantal opgeloste
deeltjes groter is dan die van een andere
oplossing/cel
3
, Hypotoon Oplossing waarvan het aantal opgeloste
deeltjes kleiner is dan die van een andere
oplossing/cel
Osmose Proces op basis van diffusie waarbij een
vloeistof, waarin stoffen zijn opgelost, door
een semipermeabel membraan stroomt, dat
wel de vloeistof doorlaat maar niet de
opgeloste stoffen. Doel: dezelfde
concentratie aan opgeloste stoffen aan
beide kanten van het membraan
COP Colloïd osmotic pressure: het drukverschil
dat tussen 2 eiwitoplossingen (binnen- en
buiten het bloedvat- van verschillende
concentraties tontstaat ten gevolge van
osmose
Donnan evenwicht Beschrijft het evenwicht dat ontstaat tussen
2 oplossingen die geladen deeltjes bevatten,
wanneer die van elkaar gescheiden zijn door
een membraan. Bij dit evenwicht is het
membraan selectief doorlaatbaar voor
sommige geladen deeltjes, gewoonlijk
worden de grote niet doorgelaten
Elektrolyten Kleine, meestal anorganische ionen, die
izcht opgelost in het bloed, de
extracellulaire vloeistof en het cytosol
bevinden. Deze ionen onstaat bij het
oplossen van zouten, basen en zuren
Milliequivalenten Meeteenheid die aangeeft in welke mate
een stof bindingen kan aangaan met andere
stoffen
4