Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 31 pages
Examen

Samenvatting/ Opgeloste examenvragen Bedrijfs- en ondernemingsstrategie -18/20 in 1e zit!

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 31 pages

Dit document omvat alle opgeloste studie/examenvragen van het vak Bedrijfs- en ondernemingsstrategie, opgelost op basis van de powerpoints/lessen en het handboek. Het zijn uitgebreide antwoorden, en kan dus gebruikt worden als samenvatting. Ik behaalde voor dit opleidingsonderdeel 18/20 in eerste zit!

Aperçu du contenu

Marie Claerhout 2024-2025


Bedrijfs- en ondernemingsstrategie EXAMENVRAGEN
Hoofdstuk 1: The concept of strategy
1. Beschrijf kort de vijf verschillende fasen in de ontwikkeling van het strategisch management
gedurende de voorbije 60 jaar (opgebouwd rond Figuur 1.2, p.10)
a. Financial budgeting (1950): design school
Door beperkte budgetten moest men de focus leggen op objectieve budgettering.
b. Corporate planning (1960): planning school
Men bevond zich in de “booming 60’s” en wou allerlei zaken doen. Hier groeide het
besef dat men niet alles tegelijk kon doen en er noodzaak was aan stapsgewijze
planning.
Corporate plannen gebaseerd op economische voorspellingen voor de middellange
termijn.
Om op korte termijn succesvol te zijn, moeten we op korte termijn subdoelstellingen
gaan formuleren
c. Opkomst of strategic management (1970 – 1980):
Focus op de bedrijfsstrategie en daar bij horende industrie-analyse en positionering van
het bedrijf ten opzichte van zijn concurrenten.
d. Zoektocht naar competitive advantage (1990):
Nadruk op het creëren van een competitief voordeel aan de hand van de interne
middelen en capaciteiten.
Streven naar winstmaximalisatie voor aandeelhouders en gebruik van methoden
zoals refocusing, outsourcing, delayering en cost cutting.
e. Aanpassing aan turbulentie (2000 – heden):
Benutten van informatie en communicatietechnologie; de zoektocht naar flexibiliteit en
strategische innovatie. Het opzetten van strategische allianties. Corporate social
responsability

2. Verschil tussen corporate strategy en business strategy (opgebouwd rond Figuur 1.4, p. 12)
In de meest brede zin: strategie is de manier waarop individuen of organisaties erin (trachten te)
slagen hun doelen te bereiken. Er wordt echter een verschil gemaakt tussen:
a. Bedrijfsstrategie/ Business strategy: Ook wel competitieve strategie genoemd.
Betrokken bij HOE de onderneming concurreert binnen een industrie of markt. Focus:
het creëren van een concurrentievoordeel tov de concurrenten.
De business strategy is bovenal de verantwoordelijkheid van het divisional management.
b. Ondernemingsstrategie/ corporate strategy: Definieert WAAR het bedrijf
concurreert: welke industrieën of markten – kijkt dus naar de industry attractiveness.
Bepaalt de scope van de onderneming op vlak van de sector en markten waarin men
actief is. (Diversificatie, verticale integratie, nieuwe initiatieven, overnames, toewijzing
van middelen aan BU’s,…) Vb. beslissingen inzake de verwerving van nieuwe vestigingen,
de allocatie van middelen tussen verschillende departementen, investering in verticale
integratie,.. De corporate strategy is bovenal de verantwoordelijkheid van het
topmanagement en the corporate strategy staff




1

,Marie Claerhout 2024-2025

3. Leg het verschil uit tussen strategie als ‘positioning’
en strategie als ‘direction’(opgebouwd
rond Figuur 1.5, p. 13)
a. Strategy as positioning: Focus op het heden.
Waar concurreren we?
(Ondernemingsstrategie)
o Omvang van productmarkt
o Geografische omvang
o Verticale omvang
Hoe concurreren we? (bedrijfsstragie)
o Wat is de basis van ons competitief voordeel?
b. Strategy as direction: Focus/voorbereiden op de toekomst
Wat willen we worden? -> Visieverklaring
Wat willen we bereiken? -> Missieverklaring &Prestatiedoelstellingen
Hoe gaan we daar geraken?
-> Richtlijnen voor ontwikkeling
-> Prioriteiten voor investeringen, R&D
-> Groeimodi: organische groei, fusies en overnames, allianties

4. Welke zijn de vier ingrediënten voor een succesvolle strategie van de onderneming
(opgebouwd rond Figuur 1.1, p. 6-7)
a. Eenduidige, consistente, lange termijn doelstellingen.
b. Diepgaand begrip van de competitieve omgeving (markt + concurrenten).
c. Objectieve beoordeling en toewijzing van middelen.
d. Doeltreffende implementatie.




2

,Marie Claerhout 2024-2025



5. Leg het verschil uit tussen een shareholder versus een stakeholderbenadering van strategie
(opgebouwd rond Figuur 1.6, p. 19 en 1.7, p. 20). Heeft stakeholder management voor elke
onderneming hetzelfde belang?
a. Shareholderbenadering: Focus op maximale winstcreatie voor de aandeelhouders,
winst wordt hier bekeken in de enge zin, in monetaire eenheden.
Stakeholderbenadering: Winst wordt bekeken in de ruime zin en omvat alle mogelijke
meerwaarde dat een bedrijf creëert voor zijn stakeholders.
Bekijkt de organisatie als een coalitie van belangengroepen, waar het
topmanagement probeert de verschillende, vaak tegenstrijdige, belangen te
balanceren.
b. Stakeholder management en de noodzaak er aan verschilt per onderneming. Dit is
afhankelijk van wie de stakeholders zijn, hun belang in de onderneming en hun macht
over de onderneming.
Stakeholder analyse is een tool voor het identificeren, begrijpen en prioriteren van
de stakeholder noden, het vormt een basis voor een doeltreffend stakeholder
management.

Bryson: Key steps in stakeholder analysis:
1) Identificeer de lijst van potentiële stakeholders (brainstorm)
2) Rangschik de stakeholder naar gelang hun belang tot en beïnvloeding van de organisatie
3) Identificeer de criteria die elke stakeholder zou kunnen gebruiken om een oordeel te vellen over
de prestatie van de organisatie
4) Ga na hoe goed de organisatie het doet vanuit stakeholder perspectief
5) Identificeer wat gedaan kan worden om elke stakeholder tevreden te stellen
6) Identificeer en leg de lange termijn punten vast samen met individuele stakeholders en de
stakeholders als groep.
=> Deze 6 stappen: = enorme klus voor organisaties. Vb. herstructureringen: bedrijven gaan zich
vaak in zichzelf keren. Binnenskamers de problemen oplossen. Dit is gevaarlijk, vroeg of laat keert
dit zich tegen de organisatie.

Eden en Akerman: stakeholder power/interest grid en bijhorende management reacties
Er zijn 2 niveaus waarop je de stakeholders kan indelen:
• Macht-dimensie
• Belang-dimensie:

POWER/INTEREST GRID:
• Crowd: laag belang, lage
macht.
• Players: hoog belang, hoge
macht (bv.
belangrijke klant).
• Context setters: laag belang,
hoge macht (bv. bepaalde
politiekers).
• Subjects: hoog belang, lage macht (bv. individuele buurtbewoner).
MANAGERIAL RESPONSES:
• Crowd -> monitor (minimale inspanning).
• Players -> manage closely (kunnen schade berokkenen; betrekken in projecten).
• Context setters -> keep satisfied (voldoen aan wat ze verwachten).
• Subjects -> keep informed (informatie geven; communicatie vanuit organisatie).
3

, Marie Claerhout 2024-2025




Hoofdstuk 2: Industry analysis
6. Wat is PEST-analyse? p. 43 e.v. Moet aan elke omgevingsfactor hetzelfde gewicht
worden gegeven in een PEST-analyse? Waarom of waarom niet?

De PEST-analyse is een raamwerk voor het
analyseren van de ruime omgeving (macro-
omgeving) van de onderneming. Het biedt een
simpele systematische aanpak voor het
identificeren van de factoren die een sector
(zullen) beïnvloeden. (Politiek, Economie, Socio-
cultureel, Technologie)

Het doen van een PEST-analyse is essentieel om
inzicht te krijgen in de opportuniteiten en bedreigingen die een bedrijf zal tegenkomen in de
toekomst, maar is bovenal essentieel omdat deze factoren een invloed uitoefenen op de industrie
waarin een bedrijf zich bevindt.

Een zeer grondige omgevingsanalyse brengt een hoge kost met zich mee en zorgt voor een overload
aan informatie. De key tot een doeltreffende omgevingsanalyse is onderscheid maken tussen wat
belangrijk is en wat niet. Diegene die de analyse uitvoert dient te oordelen, met het doel van de
analyse in het achterhoofd, welke factoren het meest impact kunnen of zullen hebben.
7. Leg uit “Porter’s five forces of competition” (mogelijk met mini-case). Opgebouwd rond
Figuren 2.2 (p. 48) en 2.3 (p. 49). Beschrijf in meer detail de determinanten van ”force x ” (bijv.
de “threat of entry”) (p. 48 – 55)

“Porter’s five forces” is een raamwerk voor het analyseren van de nabije omgeving (micro-
omgeving) van de onderneming. Het wordt gebruikt om de factoren die de intensiteit van de
competitie in een markt bepalen, te analyseren en classificeren.

Horizontale competitie
- De dreiging van substituten: De afwezigheid van substituten zorgt voor een lagere
prijsgevoeligheid bij klanten. De aanwezigheid van substituten zorgt er voor dat klanten
makkelijker zullen overschakelen bij prijswijziging of ontevredenheid.
- De dreiging van toetreding: Wanneer een markt hoger rendement haalt uit kapitaal dan de
kosten van het kapitaal, en er dus ruimte is om winst te maken, zal dit nieuwe ondernemingen
aantrekken. Deze stijgende competitiviteit zal de winstgevendheid onder druk zetten. Een
toetredingsbarrière is elk voordeel dat de gevestigde ondernemingen hebben ten opzichte van
nieuwe toetreders. (Vb. Kapitaal vereisten, schaalvoordelen, kostenvoordelen, product
differentiatie, toegang tot distributiekanalen, wettelijke barrières,…)
- De rivaliteit tussen de gevestigde ondernemingen: De intensiteit van de onderlinge competitie
tussen de gevestigde ondernemingen (Agressief – latent), is afhankelijk van 5 factoren.
1. De concentratie refereert naar de hoeveelheid en grote van concurrenten
2. De diversiteit van de concurrenten, hoe groter de differentiatie in doelen, kosten,
strategie, hoe lager de nood aan agressieve prijs competitie.
3. De product differentiatie, hoe harder producten op elkaar lijken hoe groter de nood aan
prijs competitie.


4

Table des matières

  1. 01 Hoofdstuk 1: The concept of strategy 1
    1. d. Zoektocht naar competitive advantage (1990): 1
  2. 02 Hoofdstuk 2: Industry analysis 4
  3. 03 6. Wat is PEST-analyse? p. 43 e.v. Moet aan elke omgevingsfactor hetzelfde gewicht worden gegeven in een PEST-analyse? Waarom of waarom niet? 4
    1. Horizontale competitie 4
    2. Fasen van segmentatie: 5
  4. 04 Hoofdstuk 3: Resources and capabilities 7
    1. Het winstgevendheids-potentieel van middelen of capaciteiten hangt af 8 basiselementen en 3 dimensies: 9
    2. De 6 stappen van een value chain analyse van de kosten positie: 11
    3. iii. Selecteer de meest belovende differentiatie variabelen. 12
    4. Welke drivers of uniqueness moeten dienen als primaire basis van de differentiatiestrategie van een onderneming? 12
    5. Aan de aanbodzijde onderscheiden we hierbij 3 belangrijke overwegingen: 12
    6. 1) Vooreerst vaststellen waarin een onderneming een groter potentieel heeft zich te onderscheiden van (of zich te onderscheiden aan een lagere kost dan) concurrenten!  analyse interne krachten in termen van resources & capabilities 2) Het identificeren van linken tussen activiteiten. Differentiatievariabelen kunnen interageren over verschillende activiteiten. Deze moeten dus op elkaar afgestemd zijn 3) Identificeren van het “gemak” waarmee de verschillende types van uniqueness behouden 12
    7. kunnen worden. Hoe meer differentiatie gebaseerd is op middelen eigen aan het bedrijf of vaardigheden die een complexe coördinatie van een groot aantal individuen vereisen, hoe moeilijker het is voor tegenstanders om deze te kopiëren. 12
    8. De kernelementen waarmee men differentiatie voordelen kan realiseren zijn: branding, advertising, design, service, quality, new product development. 12
  5. 05 Hoofdstuk 5: Industry evolution and strategic change 13
    1. De industry life cycle is the supply-side equivalent of the product lifecycle. 13
    2. b. De groei fase 13
    3. c. De maturiteitsfase 13
    4. d. De vervalfase 13
    5. Vier belangrijke instrumenten van “strategic change management”: 14
    6. Reorganisatie en nieuwe mensen. 14
    7. Vb. Extern gerekruteerde CEO zorgen voor grotere strategische verandering dan intern gepromoveerde CEO’s. Vb. crisis management 14
  6. 06 Hoofdstuk 6: Technology-based industries and the management of innovation 16
    1. a. Eigendomsrechten op de innovatie (patents, copyrights, trademarks and trade secrets) 16
    2. De mogelijkheid om eigendomsrechten waar te maken en toe te passen in een rechtzaak indien nodig. Afhankelijk van het type innovatie. Vb. voor chemische producten kunnen patenten een effectieve bescherming bieden, voor producten die nieuwe configuraties omvatten van bestaande componenten of nieuwe productierocessen -> vaak falen van patenten 16
    3. Patenten: exclusief recht op een nieuw, waardevol product, proces, substantie of design Copyright: exclusieve productie-, publicatie- of verkoopsrechten voor de ontwerpers van artistieke, literaire, musicale,.. werken 16
    4. Trademark = woorden, symbolen en andere tekens, gebruikt om de goederen en diensten van een bepaald bedrijf te onderscheiden (basis brand identification) 16
    5. Trade secrets = legale bescherming voor recepten, formules, industriële processen,.. gebruikt in een bedrijfsproces. 16
    6. b. Tacticness en complexiteit van de technologie. 16
    7. c. De voorsprong (lead-time) die de innovator heeft op de imitators. 17
    8. d. Complementaire middelen. 17
    9. Licensing / licentie: Je hebt je kennis, deze gepatenteerd, anderen doen de productie, je krijgt een fee voor elke eenheid product die verkocht wordt. Je geeft aan iemand een licentie om je product uit te baten 17
    10. Risk and return: Beperkt (investerings)risico en beperkte returns, risico dat de licentiehouder te weinig gemotiveerd is of de innovatie steelt. 17
    11. Resource requirements: Beperkte nood aan middelen. 17
    12. Outsourcing certain functions: je maakt bijvoorbeeld het product zelf, doet de innovatie en marketing, maar besteedt andere funites uit 17
    13. Risk and return: Beperkt de kapitaal investering maar kan afhankelijkheid creëren aan leveranciers/partners. 17
    14. Resource requirements: Geeft de mogelijkheid externe middelen en capaciteiten te gebruiken. 17
    15. Strategic alliances: een samenwerking tussen twee ondernemingen, overeenkomt op LT. Een andere partner heeft GEEN aandeel in kapitaal 17
    16. Risk and return: Het voordeel van flexibiliteit, risico op informele structuur. 17
    17. Joint venture: je brengt je innovatie in, je andere partner brengt geld in (50-50 of andere verhouding). Een andere partner heeft WEL aandeel in kapitaal 17
    18. Risk and return: Gedeelde investering en risico, risico op geschillen en cultuurclash tussen de partners. (-> de meeste joint ventures hebben een korte levensduur: ofwel is er een ontbinding ofwel neemt één van de partners de joint venture over met 100% van de aandelen) 17
    19. Resource requirements: Maakt het mogelijk de middelen en capaciteiten van meerdere ondernemingen te bundelen 17
    20. Internal commercialization: internalisatie: je gaat alles zelf doen. Grootste investering maar volledige controle over het innovatieproces. Echter nood aan distributiecapaciteit, marketingcapaciteit,.. 18
  7. 07 Hoofdstuk 7: Corporate strategy 20
    1. De 3 determinanten van de scope: 20
    2. Verticale integratie is noch goed, noch slecht, dit hangt steeds af van de situatie. Aan de hand van de volgende determinanten kunnen we het relatieve voordeel van verticale integratie afwegen tegenover markt transacties: 21
  8. 08 Hoofdstuk 8: Global strategies and the multinational corporation (MNE) 23
    1. Vier sleutelfactoren: 24
    2. De keuze van toetreding hangt af van 5 sleutelfactoren: 25
    3. Elke natie vertegenwoordigt een unieke combinatie van onderscheidende kenmerken. Ghemawat’s CAGE raamwerk biedt een startpunt voor de analyse van de verschillen tussen naties. Het onderscheidt 4 verschillende afstanden waar ondernemingen rekening mee moeten houden bij het overwegen een bepaalde markt te betreden. 25
    4. Administrative and political distance: 26
    5. Afwezigheid van een gemeenschappelijke politieke of monetaire associatie. 26
    6. Politieke vijandigheid. 26
    7. Zwakke wettelijke en financiële instituties. 26
    8. Industrieën die het meest geaffecteerd worden door dit soort afstand: industriëen die door de overheid als belangrijk worden geacht (energie, defensie, telecommunicatie) 26
    9. Geographical distance: 26
    10. Gebrek aan gemeenschappelijke grenzen, waterwegen, geschikt transport of communicatieverbindingen. 26
    11. Fysieke afgelegenheid. 26
    12. Industrieën die het meest geaffecteerd worden door dit soort afstand: producten met lage value-to-weight (cement) die fragiel (glas) of bederfelijk (melk) zijn, of waar communicatie vitaal is (financiële diensten) 26
    13. Economic distance: 26
    14. Verschillende consumenten inkomens. 26
    15. Verschillende kosten en kwaliteit van natuurlijke, financiële of menselijke hulpbronnen. 26
    16. Verschil in informatie en kennis. 26
    17. Industrieën die het meest geaffecteerd worden door dit soort afstand: producten wiens vraag sensitief is door consumeteninkomenlevels (luxegoederen) & arbeidsintensieve producten (kleding) 26
    18. Keuzes over de internationaliseringsstrategie worden gezien als een afweging tussen de 26
    19. voordelen van wereldwijde integratie en die van nationale aanpassing. 26
  9. 09 Hoofdstuk 9: Realizing strategy 27
    1. = een hiërarchische structuur kan NOOIT alle relaties tussen al de betrokken actoren vatten, laat staan 30
    2. sturen op een strakke wijze. 30
    3. Organisaties zijn complexe systemen waarvan het gedrag voortvloeit uit de interacties van een groot 30
    4. aantal onafhankelijke factoren. Dit gedrag van complexe systemen heeft interessante kenmerken die 30
    5. belangrijke implicaties hebben voor het management van organisaties. De complexiteitstheorie wijst 30
    6. ons op volgende eigenschappen: 30

Livre connecté
 image
Robert M. Grant, Judith J. Jordan Foundations of Strategy
Éditeur: februari 2015 ISBN: 9781118914700 Édition: 1

Infos sur le Document

Publié le
7 avril 2025
Nombre de pages
31
Écrit en
2024/2025
Type
Examen
Contient
Questions et réponses
€10,46

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
filosofevub
4,2
(42)
Vendu
343
Abonnés
153
Éléments
62
Dernière vente
1 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions