Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 137 pages
Resume

Samenvatting Materieel Strafrecht | Open Universiteit | Pre-master Rechtsgeleerdheid | Inclusief volledige jurisprudentie en voorgeschreven literatuur

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 137 pages

Deze uitgebreide en zorgvuldig gestructureerde samenvatting bestrijkt de leereenheden 1 tot en met 5 van de cursus Materieel Strafrecht (RSB), onderdeel van de pre-master Rechtsgeleerdheid aan de Open Universiteit. De samenvatting behandelt alle kernleerstukken die essentieel zijn voor het begrijpen van strafrechtelijke aansprakelijkheid: de objectieve en subjectieve zijde van het strafbare feit, strafuitsluitingsgronden, strafbare poging en voorbereiding, en de verschillende deelnemingsvormen. Alle voorgeschreven jurisprudentie is volledig uitgewerkt en overzichtelijk verwerkt in de relevante onderdelen van de samenvatting. Daarnaast zijn de voorgeschreven delen uit het tekstboek opgenomen, waaronder: Hoofdstuk 3 par. 1.1–1.3, 2, 3 en 4. Hoofdstuk 4 par. 1 t/m 5 en 7. Hoofdstuk 5 par. 1 t/m 7 en 8.2 t/m 8.5. Hoofdstuk 6 volledig. Hoofdstuk 7, par. 1 t/m 5 en 7 t/m 10. Deze samenvatting is ideaal voor studenten die zich grondig willen voorbereiden op het tentamen Materieel Strafrecht en biedt daarnaast een stevige inhoudelijke basis voor verdere studie binnen het strafrecht. Perfect als naslagwerk of als aanvulling op de collegestof.

Aperçu du contenu

Materieel strafrecht
Samenvatting

1. De objectieve zijde van een strafbaar feit
Tekstboek De Hullu, hoofdstuk 3 par 1.1 -1.3, 2, 3 en 4.

1.0 Inleiding
DE OBJECTIEVE ZIJDE VAN HET STRAFBARE FEIT

De objectieve zijde van een strafbaar feit betreft de uitwendige, waarneembare
kenmerken van het delict, zoals:

 de delictsgedraging (handelen of nalaten),
 daderschap (wie heeft het feit gepleegd?),
 causaliteit (is het gevolg toe te rekenen aan de gedraging?),
 wederrechtelijkheid (is het gedrag in strijd met het recht?),
 tijd en plaats van het feit.

Deze elementen staan tegenover de subjectieve zijde (zoals opzet en schuld),
maar de scheiding is niet absoluut: objectieve kenmerken hebben vaak een
normatieve dimensie en subjectieve elementen kunnen objectief worden ingevuld
(zoals bij culpa of voorwaardelijk opzet).

DE DELICTSGEDRAGING

Geen straf zonder gedraging
Het Nederlandse strafrecht kent het daadstrafrechtbeginsel: strafbaarheid
vereist een waarneembare gedraging. Gedachten of het enkel ‘zijn’ zijn
onvoldoende.

 Pompe: gedraging moet uiterlijk waarneembaar zijn.

 Buruma: er moet een verandering in de buitenwereld zijn bewerkstelligd.

 Straf op innerlijke gezindheid (Gesinnungsstrafrecht) wordt afgewezen.

Typen gedragingen

 Handelen: bijv. slaan, stelen (art. 310 Sr).
 Nalaten: bijv. geen hulp bieden bij een wettelijke plicht (art. 307 Sr).
 Combinatie: handelen en nalaten samen, vooral bij functioneel of
rechtspersoonlijk daderschap.
 De gedraging kan concreet of juist vaag zijn (bijv. ‘mishandeling’ in art.
300 Sr).

Omissiedelicten en zorgplichten

 Sommige delictsomschrijvingen vereisen niet handelen, maar juist het
nalaten van handelen (bijv. art. 307 Sr).



1

,  In zorgplichtbepalingen is de gedraging vaak complexer of minder precies
omschreven.

Verbodentoestanden
Bij zogeheten verbodentoestand-delicten bestaat de strafbaarheid in het laten
voortbestaan van een onrechtmatige toestand.

 Art. 10 Opiumwet (‘aanwezig hebben’ van drugs).
 Art. 26 WWM (wapenbezit).

Relevante arresten:

 HR Vier schepen (1916): verbod richt zich op het laten ontstaan of
voortbestaan van een toestand.
 HR Drie fietsers (1964): ook voortzetten van verboden toestand kan
strafbaar zijn.

Gedraging en wil
Gedragingen vereisen enig bewustzijn of wil, maar dit is niet gelijk aan opzet of
schuld.

 Reflexen of onbewuste gedragingen zijn niet strafrechtelijk relevant.

 HR Azewijnse paard (1946): gedraging strekt zich via touw uit over de
grens en kan aan dader worden toegerekend.

DADERSCHAP

Gewoon daderschap
Een dader is degene aan wie een strafbare gedraging kan worden toegerekend.
In Nederland wordt dit benaderd vanuit de sociale handelingsleer:
gedragingen worden beoordeeld in hun maatschappelijke context.

Voor daderschap is vereist:

 een strafbare gedraging,
 die aan de dader kan worden toegerekend,
 en die wederrechtelijk is.

FUNCTIONEEL DADERSCHAP

Definitie en criteria
Een persoon die niet zelf de gedraging uitvoerde, kan toch als dader gelden
indien:

1. hij beschikkingsmacht had over de gedraging,
2. en deze gedraging aanvaardde (of placht te aanvaarden).

Deze twee voorwaarden zijn bekend als de IJzerdraadcriteria.

 HR IJzerdraad (1954): eigenaar van een eenmanszaak werd
verantwoordelijk gehouden voor gedragingen van zijn personeel.

Verruiming van het aanvaardingscriterium



2

,  HR Drijfmest (2003): aanvaarding kan ook bestaan uit onvoldoende zorg
betrachten ter voorkoming van de gedraging. Functioneel daderschap kan
dus ook bij nalaten bestaan.

Toepassing
Functioneel daderschap wordt met name aangenomen bij:

 Economische en milieudelicten,
 Bedrijfsmatig of organisatorisch handelen,
 Klassieke delicten, zoals in het Abortusarrest (1983).

Reikwijdte
Functioneel daderschap is mogelijk bij elk type delict, mits:

 de delictsomschrijving toerekening toelaat,
 er een hiërarchische of organisatorische relatie bestaat,
 de gedraging voldoende aan de functionele dader kan worden
toegeschreven.

DADERSCHAP VAN DE RECHTSPERSOON

Wettelijk kader

 Art. 51 lid 1 Sr: een rechtspersoon kan strafbare feiten plegen.
 Art. 51 lid 2 Sr: feitelijk leidinggevenden of opdrachtgevers kunnen mede
aansprakelijk zijn.

Kan een rechtspersoon elk delict plegen?
In beginsel wel. Rechtspersonen kunnen in theorie elk strafbaar feit plegen, zelfs
commune delicten zoals verkrachting of doodslag, mits toerekening mogelijk is.
Vooral bij deelneming is hun aansprakelijkheid vrijwel onbetwist.

Redelijke toerekening als maatstaf
De centrale vraag is: kan de gedraging, gelet op de omstandigheden, in
redelijkheid aan de rechtspersoon worden toegerekend?

HR DRIJFMEST (2003): TOETSINGSKADER

De Hoge Raad formuleerde vier omstandigheden voor toerekening aan de
rechtspersoon:

1. Werkzaamheid: gedraging is verricht door iemand werkzaam voor de
rechtspersoon.
2. Normale bedrijfsvoering of taakuitoefening: gedraging past binnen
de activiteiten van de rechtspersoon.
3. Dienstigheid: gedraging kwam de rechtspersoon ten goede.
4. Aanvaarding of onvoldoende zorg: gedraging is aanvaard of
onvoldoende voorkomen.

→ Dit sluit aan bij het verruimde aanvaardingscriterium uit het IJzerdraad-
arrest.

Nuances


3

,  De vier omstandigheden zijn niet limitatief en kennen geen rangorde.
 Combinaties versterken redelijke toerekening.
 Er moet een reëel verband bestaan tussen gedraging en rechtspersoon.




AANVULLENDE JURISPRUDENTIE

 HR Furazolidon (1993): gedraging werd aan de rechtspersoon
toegerekend zonder concrete dader, omdat het paste in de normale
bedrijfsvoering.
 HR V&D (1948): dienstigheid is relevant, maar niet doorslaggevend.
 Abortusarrest (1983): impliciete toepassing van functioneel daderschap.

OVERWEGINGEN UIT DE LITERATUUR

 Rechtsplichtschending: schending van een zorgplicht kan een basis
vormen voor toerekening.
 Type rechtspersoon: mate van decentralisatie, interne structuur en
zelfstandigheid van bedrijfsonderdelen zijn van invloed.
 Geen vaste rangorde: omstandigheden uit Drijfmest moeten altijd in hun
samenhang worden beoordeeld.

1.1 Causaliteit
WAT IS CAUSALITEIT IN HET STRAFRECHT?

Causaliteit betreft de vraag of een strafrechtelijk relevant gevolg (zoals letsel of
dood) in causaal verband staat met een gedraging van de verdachte. Het is dus
een verbinding tussen handeling (of nalaten) en gevolg. In het strafrecht is dit
met name van belang bij materiele delicten zoals:

 Art. 300 Sr – Mishandeling
 Art. 307 Sr – Dood door schuld

Hoewel causaliteit niet als zelfstandig leerstuk in het Algemeen Deel van het
Wetboek van Strafrecht voorkomt, speelt het in veel delictsomschrijvingen een
centrale rol. Volgens Mulder moet elke strafrechtelijk relevante gedraging een
'storende ingreep' zijn in het juridische belangenevenwicht.

WANNEER SPEELT CAUSALITEIT EEN ROL?

 Bij gedragingen met gevolgvereisten (bijv. dood, letsel)
 Bij nalaten (niet-handelen)
 Bij ketens van oorzaken (bijv. medische complicaties na mishandeling)
 Bij cumulatieve oorzaken (meerdere gedragingen leiden samen tot het
gevolg)
 Bij alternatieve scenario's (meerdere gedragingen hadden mogelijk het
gevolg kunnen veroorzaken)

De vraag is dan: kan het gevolg juridisch aan de gedraging worden toegerekend?


4

Table des matières

  1. 01 1. De objectieve zijde van een strafbaar feit 1
    1. 1.0 Inleiding 1
    2. 1.1 Causaliteit 4
    3. 1.2 Causaliteit in het geval van nalaten 6
    4. 1.3 Wederrechtelijkheid en facetwederrechtelijkheid 7
    5. 1.4 Plaats en tijd van het delict 9
    6. Jurisprudentielijst 11
  2. 02 2. De subjectieve zijde van een strafbaar feit 19
    1. 2.1 Plaatsbepaling van opzet en schuld 19
    2. 2.2 Over opzet in het algemeen 23
    3. 2.3 Indirect opzet (zekerheids- en waarschijnlijkheidsbewustzijn) 26
    4. 2.4 Voorwaardelijke opzet als ondergrens van opzet 27
    5. 2.5 Bijzondere vormen van opzet 29
    6. 2.6 Schuld als bestanddeel 32
    7. 2.7 Afsluitende opmerkingen over opzet en schuld 36
    8. Overige bronnen 37
    9. Jurisprudentielijst 38
  3. 03 3. Strafuitsluitingsgronden 54
    1. 3.1 Inleidende opmerkingen over strafuitsluitingsgronden 54
    2. 3.2 Overmacht (art. 40 Sr.) 58
    3. 3.3 Noodweer en noodweerexces (art. 41 Sr) 61
    4. 3.4 Handelen op gezag van de overheid (art. 42 en 43 Sr) 63
    5. 3.5 Ontoerekenbaarheid vanwege een psychische stoornis (art. 39 Sr) 66
    6. 3.6 Ontbreken van materiële wederrechtelijkheid 68
    7. 3.7 Afwezigheid van alle schuld 71
    8. 3.8 Strafuitsluitingsgronden voor de rechtspersoon 73
    9. Jurisprudentielijst 76
  4. 04 4. De strafbare poging en voorbereiding 88
    1. 4.1 Plaatsbepaling 88
    2. 4.2 Strafbare poging (art. 45 Sr) 88
    3. 4.3 Strafbare voorbereiding 92
    4. 4.4 Vrijwillige terugtred bij poging en voorbereiding 95
    5. Jurisprudentielijst 98
  5. 05 5. Deelneming aan strafbare feiten 106
    1. 5.1 Algemene aspecten van deelneming 106
    2. 5.2 Medeplegen 110
    3. 5.3 Doen plegen 113
    4. 5.4 Uitlokken 115
    5. 5.5 Medeplichtigheid 119
    6. 5.6 Samengestelde, meervoudige en gecombineerde deelneming 122
    7. 5.7 Deelnemen volgens bijzondere delicten 124
    8. 5.8 Collectieve aansprakelijkheid & Slotbeschouwing deelneming 127
    9. Overige bronnen 129
    10. Jurisprudentielijst 130

Infos sur le Document

Cours
Publié le
6 avril 2025
Nombre de pages
137
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€9,96
Acheté par 41 étudiants

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Student7890
3,9
(61)
Vendu
585
Abonnés
7
Éléments
20
Dernière vente
19 heures de cela

Avis d'acheteurs vérifiés




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions