Thema 0 : Introductie tot onderzoek
Groepsopdrachten = mini-onderzoeken
Het doel van onderzoek is inzicht krijgen in een bepaalde vraag/probleemstelling
- Kwantitatief onderzoek : via surveys of bestaande datasets
- Kwalitatief onderzoek : via interviews, analyse van documenten, etc.
Het nut van mini-onderzoeken (= groeps-opdrachten) :
- Theorie toesten aan de praktijk
- Waarde en beperkingen van theorie ervaren
- Voeling vergroten met bedrijfsleven
Fasen van het onderzoek
Thema 0 : Introductie tot organiseren
Organiseren
Organiseren : het regelen/installeren van collectieve activiteiten zodat het collectieve
resultaat superieur is aan het resultaat van individuen die alleen werken
- Er zijn hier meerdere mensen betrokken
- Collectief resultaat > som resultaat van ieder individu afzonderlijk
- Door taken te verdelen en op elkaar af te stemmen
We moeten organiseren, omdat samenwerken tot een beter resultaat leidt
Organisatie
Organisatie :
- De regelmatigheden die het resultaat zijn van organiseren
- Een duurzaam, geregeld en doelgericht samenwerkingsverband
- Kenmerken :
o Kenmerken van organiseren (zie hierboven)
o Duurzaam en geregeld
o Doelgericht
1
,Voordelen van organiseren
De volgende voordelen leiden tot superieure resultaten
- Arbeidsdeling en specialisatie
- Grotere capaciteit om om te gaan met complexe omgevingen
o Groter creatief denkvermogen en groter netwerk zorgen voor een grotere
capaciteit
- Schaalvoordelen
o Economies of scale : productievolume uitbreiden voor hogere winst
o Economies of scope : productgamme uitbreiden voor hogere winst omdat
bepaalde investeringen slechts éénmaal nodig zijn
- Lagere transactiekosten : mensen laten specialiseren in transacties = hogere
efiiciëntie
- Uitoefenen macht en controle : meer mensen zorgen voor meer invloed
Risico’s bij slecht organiseren
Suboptimale keuzes wat betreft organisatie leiden tot negatieve gevolgen :
- Beperkte motivatie en moreel (bv. stakingen, protesten, …)
- Late en onjuiste beslissingen (bv. arrestatie Dutroux)
- Conflict en gebrek aan coördinatie
- Slecht reageren op nieuwe kansen en externe veranderingen (bv. afwijzing plannen
digitale camera 1975)
- Stijgende kosten
Opdracht : ‘De ramp met de Columbia Space Shuttle’ -> nalezen
Kernaspecten omtrent organiseren
1. Structuur
o Centralisatie/hiërarchie
o Specialisatie
o Regels, standaarden, tijdschema’s
2. Integratie
3. Controle
4. Motivatie
5. Leren
6. Managen van de organisatiegrenzen
2
,Thema 1 : Structuur
De mechanistische organisatie
Filmfragment Modern Times
Kenmerken van dit filmpje :
- Centralisatie + hiërarchie : er worden geen beslissingen gemaakt door werknemers
- Specialisatie : iedereen heeft een belangrijke rol (iedereen kan vervangen worden,
maar elke taak is afhankelijk van de voorgaande)
- Efficiëntie + snelheid : hoe sneller, hoe efficiënter -> efficiëtie is het belangrijkste
doel
- Motivatie ligt heel laag : weinig intrinsieke motivatie
- Men staat open voor innovatie, maar telkens met het oog op verbeterende
efficiëntie
Oorsprong van de mechanistische organisatie
De mechanistische organisatie is ontstaan onder invloed van de industriële revolutie, ze
haalde inspiratie uit de aanpak van Frederik de Grote in het leger (1712-1786)
- Leger vroeger : onopgeleide mensen, huursoldaten, …
- Leger FdG :
o Invoering uniform (gelijkwaardigheid) -> elke rang had een eigen uniform
o Standaard wapens : soldaten werden getraind om hetzelfde wapen te
gebruike (efficiënter)
o Soldaten kregen een opleiding
Stroming 1 : Scientific management
Frederick Taylor (1856-1915)
Frederick Taylor was de grondlegger van deze stroming, hij was een Amerikaans ingenieur.
Hij zorgde ervoor dat de efficiëntie in fabrieken verhoogden, maar was ook erg
controversieel (kreeg veel kritiek). Zijn manier van werken zorgde voor demotivatie bij de
werknemers. De basis is dat er een sterk geloof in de kracht van de wetenschap nodig is.
De 5 basisprincipes
1. Gebruik wetenschappelijke methoden om de efficiëntste manier van werken te
verrichten/te bepalen
o Reduceer werk tot in de kleinst mogelijke eenheden, dan experimenteren om
te bepalen wat de goedkoopste/efficiëntste manier is om deze eenheid
mogelijk te maken
2. Verschuif alle verantwoordelijkheid voor het organiseren van het werk van de
arbeider naar de manager
o Na het bepalen van hoe de kleine eenheden uitgevoerd moeten worden, deze
taak uitleggen aan de arbeiders
• Verdwijning voeling van het eindproduct
• Geen inspraak meer
• Demotivatie?
3. Selecteer de beste ‘man’ (juiste ‘man’ op de juiste plaats)
4. Train ‘hem’ om het werk efficiënt te verrichten
5. Controleer/stuur de prestaties
3
, Impact van Taylor
Taylor => functioneel mechanisme : functies worden geautomatiseerd (output is
voorspelbaar)
- Arbeidsdeling (scheiding denken, doen en controle)
- Werkstructurering
- Standaardisatie
- Regels => voorspelbaarheid van gedrag werkemers & kwantiteit/kwaliteit producten
- Vooral populair bij dictators en progressieven
- Time motion studies (Gilbreth)
o Fotografie gebruiken om tot de beste manier van werken te komen (zo de
perfecte manier van werken tonen)
Stroming 2 : klassieke managementtheorie
Henri Fayol (1841-1925)
Henri Fayol was de grondlegger van deze theorie, hij was een Franse mijndirecteur. Hij legde
zich toe op de vraag hoe het topmanagement het bedrijg moest leiden (<-> Taylor : focus op
de werkvloer). Het management is een proces van plannen/voorspellen, organiseren, leiden,
coördineren en controleren.
Principes van management
- Eenheid van bevel : iedereen heeft 1 baas (zorgt voor de juiste hiërarchie)
- Span of control : verwijzing naar de hoeveelheid medewerkers waaraan men leiding
geeft
o Hoe hoger in de organisatie, hoe breder de span of control
o Hoe lager in de organisatie, hoe hoger die kan zijn
- Scalaire keten : vanuit ieder punt in de organisatie is er exact 1 lijn naar de top van de
organisatie (CEO)
- Eenheid van richting : iedereen in de organisatie zou zich achter hetzelfde doel
moeten zetten en dat kan enkel door die scalaire keten
- Specialisatie : handig om beter te worden in 1 bepaalde functie
- Gelijkheid
- Rechtvaardige beloning
- Initiatief : kleine beslissingen mag men zelf maken
- Teamspirit; samenhorigheid; goede verhoudingen
- Streven naar laag personeelsverloop (voorspelbaarheid behouden)
- Discipline en orde
- Autoriteit en verantwoordelijkheid moeten hand in hand gaan
o Autoriteit (macht) >>> verantwoordelijkheid en toerekening
▪ Willekeurig gedrag, onverantwoordelijk gedrag, corruptie
o Verantwoordelijkheid >>> autoriteit
▪ Onmogelijkheid om middelen te krijgen en om dingen te krijgen ->
frustratie voor het individu; gebrek aan resultaten voor de organisatie
4
Groepsopdrachten = mini-onderzoeken
Het doel van onderzoek is inzicht krijgen in een bepaalde vraag/probleemstelling
- Kwantitatief onderzoek : via surveys of bestaande datasets
- Kwalitatief onderzoek : via interviews, analyse van documenten, etc.
Het nut van mini-onderzoeken (= groeps-opdrachten) :
- Theorie toesten aan de praktijk
- Waarde en beperkingen van theorie ervaren
- Voeling vergroten met bedrijfsleven
Fasen van het onderzoek
Thema 0 : Introductie tot organiseren
Organiseren
Organiseren : het regelen/installeren van collectieve activiteiten zodat het collectieve
resultaat superieur is aan het resultaat van individuen die alleen werken
- Er zijn hier meerdere mensen betrokken
- Collectief resultaat > som resultaat van ieder individu afzonderlijk
- Door taken te verdelen en op elkaar af te stemmen
We moeten organiseren, omdat samenwerken tot een beter resultaat leidt
Organisatie
Organisatie :
- De regelmatigheden die het resultaat zijn van organiseren
- Een duurzaam, geregeld en doelgericht samenwerkingsverband
- Kenmerken :
o Kenmerken van organiseren (zie hierboven)
o Duurzaam en geregeld
o Doelgericht
1
,Voordelen van organiseren
De volgende voordelen leiden tot superieure resultaten
- Arbeidsdeling en specialisatie
- Grotere capaciteit om om te gaan met complexe omgevingen
o Groter creatief denkvermogen en groter netwerk zorgen voor een grotere
capaciteit
- Schaalvoordelen
o Economies of scale : productievolume uitbreiden voor hogere winst
o Economies of scope : productgamme uitbreiden voor hogere winst omdat
bepaalde investeringen slechts éénmaal nodig zijn
- Lagere transactiekosten : mensen laten specialiseren in transacties = hogere
efiiciëntie
- Uitoefenen macht en controle : meer mensen zorgen voor meer invloed
Risico’s bij slecht organiseren
Suboptimale keuzes wat betreft organisatie leiden tot negatieve gevolgen :
- Beperkte motivatie en moreel (bv. stakingen, protesten, …)
- Late en onjuiste beslissingen (bv. arrestatie Dutroux)
- Conflict en gebrek aan coördinatie
- Slecht reageren op nieuwe kansen en externe veranderingen (bv. afwijzing plannen
digitale camera 1975)
- Stijgende kosten
Opdracht : ‘De ramp met de Columbia Space Shuttle’ -> nalezen
Kernaspecten omtrent organiseren
1. Structuur
o Centralisatie/hiërarchie
o Specialisatie
o Regels, standaarden, tijdschema’s
2. Integratie
3. Controle
4. Motivatie
5. Leren
6. Managen van de organisatiegrenzen
2
,Thema 1 : Structuur
De mechanistische organisatie
Filmfragment Modern Times
Kenmerken van dit filmpje :
- Centralisatie + hiërarchie : er worden geen beslissingen gemaakt door werknemers
- Specialisatie : iedereen heeft een belangrijke rol (iedereen kan vervangen worden,
maar elke taak is afhankelijk van de voorgaande)
- Efficiëntie + snelheid : hoe sneller, hoe efficiënter -> efficiëtie is het belangrijkste
doel
- Motivatie ligt heel laag : weinig intrinsieke motivatie
- Men staat open voor innovatie, maar telkens met het oog op verbeterende
efficiëntie
Oorsprong van de mechanistische organisatie
De mechanistische organisatie is ontstaan onder invloed van de industriële revolutie, ze
haalde inspiratie uit de aanpak van Frederik de Grote in het leger (1712-1786)
- Leger vroeger : onopgeleide mensen, huursoldaten, …
- Leger FdG :
o Invoering uniform (gelijkwaardigheid) -> elke rang had een eigen uniform
o Standaard wapens : soldaten werden getraind om hetzelfde wapen te
gebruike (efficiënter)
o Soldaten kregen een opleiding
Stroming 1 : Scientific management
Frederick Taylor (1856-1915)
Frederick Taylor was de grondlegger van deze stroming, hij was een Amerikaans ingenieur.
Hij zorgde ervoor dat de efficiëntie in fabrieken verhoogden, maar was ook erg
controversieel (kreeg veel kritiek). Zijn manier van werken zorgde voor demotivatie bij de
werknemers. De basis is dat er een sterk geloof in de kracht van de wetenschap nodig is.
De 5 basisprincipes
1. Gebruik wetenschappelijke methoden om de efficiëntste manier van werken te
verrichten/te bepalen
o Reduceer werk tot in de kleinst mogelijke eenheden, dan experimenteren om
te bepalen wat de goedkoopste/efficiëntste manier is om deze eenheid
mogelijk te maken
2. Verschuif alle verantwoordelijkheid voor het organiseren van het werk van de
arbeider naar de manager
o Na het bepalen van hoe de kleine eenheden uitgevoerd moeten worden, deze
taak uitleggen aan de arbeiders
• Verdwijning voeling van het eindproduct
• Geen inspraak meer
• Demotivatie?
3. Selecteer de beste ‘man’ (juiste ‘man’ op de juiste plaats)
4. Train ‘hem’ om het werk efficiënt te verrichten
5. Controleer/stuur de prestaties
3
, Impact van Taylor
Taylor => functioneel mechanisme : functies worden geautomatiseerd (output is
voorspelbaar)
- Arbeidsdeling (scheiding denken, doen en controle)
- Werkstructurering
- Standaardisatie
- Regels => voorspelbaarheid van gedrag werkemers & kwantiteit/kwaliteit producten
- Vooral populair bij dictators en progressieven
- Time motion studies (Gilbreth)
o Fotografie gebruiken om tot de beste manier van werken te komen (zo de
perfecte manier van werken tonen)
Stroming 2 : klassieke managementtheorie
Henri Fayol (1841-1925)
Henri Fayol was de grondlegger van deze theorie, hij was een Franse mijndirecteur. Hij legde
zich toe op de vraag hoe het topmanagement het bedrijg moest leiden (<-> Taylor : focus op
de werkvloer). Het management is een proces van plannen/voorspellen, organiseren, leiden,
coördineren en controleren.
Principes van management
- Eenheid van bevel : iedereen heeft 1 baas (zorgt voor de juiste hiërarchie)
- Span of control : verwijzing naar de hoeveelheid medewerkers waaraan men leiding
geeft
o Hoe hoger in de organisatie, hoe breder de span of control
o Hoe lager in de organisatie, hoe hoger die kan zijn
- Scalaire keten : vanuit ieder punt in de organisatie is er exact 1 lijn naar de top van de
organisatie (CEO)
- Eenheid van richting : iedereen in de organisatie zou zich achter hetzelfde doel
moeten zetten en dat kan enkel door die scalaire keten
- Specialisatie : handig om beter te worden in 1 bepaalde functie
- Gelijkheid
- Rechtvaardige beloning
- Initiatief : kleine beslissingen mag men zelf maken
- Teamspirit; samenhorigheid; goede verhoudingen
- Streven naar laag personeelsverloop (voorspelbaarheid behouden)
- Discipline en orde
- Autoriteit en verantwoordelijkheid moeten hand in hand gaan
o Autoriteit (macht) >>> verantwoordelijkheid en toerekening
▪ Willekeurig gedrag, onverantwoordelijk gedrag, corruptie
o Verantwoordelijkheid >>> autoriteit
▪ Onmogelijkheid om middelen te krijgen en om dingen te krijgen ->
frustratie voor het individu; gebrek aan resultaten voor de organisatie
4