Ontwikkelingspsychologie: Wetenschappelijke studie van patronen van groei,
verandering, stabiliteit bij mensen vanaf conceptie tot en met late volwassenheid- tot de
dood.
Doelen ontwikkelingspsychologie: beschrijven, verklaren en optimaliseren van
ontwikkeling. Begrijpen wat normaal en afwijkend gedrag is en hoe bepaalde
omgevingsfactoren of erfelijke factoren bijdragen aan ontwikkeling.
3 ontwikkelingsdomeinen:
1. Fysieke ontwikkeling
2. Cognitieve ontwikkeling
3. Sociaal-emotionele ontwikkeling en persoonlijkheidsontwikkeling
Ontwikkelingsfasen
- Prenatale periode (conceptie tot geboorte)
- Babytijd (0-2)
- Peuter en kleutertijd (2-6)
- Schooltijd (6-12)
- Adolescentie (12-20)
Ontwikkelen in sociale omgeving (invloeden)
- Cohort
- Sociaalhistorische gebeurtenissen (-grote historische gebeurtenis)
- Normatieve gebeurtenissen
Historische gebeurtenissen -kleinere impact gebeurtenis, cohorteffecten
Leeftijdsgebonden invloeden
Sociaal-culturele invloeden
- Niet-normatieve gebeurtenissen
Kanttekeningen:
- Veel onderzoek gebaseerd op rijke witte westerse kinderen (WEIRD-populatie)
Ontwikkeling wordt gemaakt tot discipline die zich bezighoudt met de ontwikkeling
van kinderen met diverse achtergronden van over de hele wereld
Centrale vraagstukken
1. Continue verandering – Discontinue verandering
Continue verandering: veranderingen geleidelijk en kwantitatief
Discontinue verandering: abrupte veranderingen in stadia en kwalitatief
2. Kritieke perioden – Gevoelige perioden
Kritieke perioden: specifieke tijdsvensters waarin bepaalde gebeurtenissen of
ervaringen noodzakelijk zijn voor een normale ontwikkeling.
Gevoelige perioden: tijden waarin een individu bijzonder gevoelig is voor bepaalde
invloeden, maar deze invloeden zijn niet noodzakelijkerwijs onomkeerbaar.
3. Levensloopmodel – Focus op specifieke perioden
Multidimensionaliteit: ontwikkeling heeft verschillende dimensies, die zijn met elkaar
verbonden en verandering in 1 dimensie kan invloed hebben op een andere dimensie
(fy, co, so-em)
Multidirectionaliteit: ontwikkeling verloopt niet altijd lineair
Plasticiteit: ontwikkeling is veranderlijk en flexibel
Contextuele invloeden: ontwikkeling wordt beïnvloed door de context waarin een
persoon leeft.
4. Nature – Nurture
Vaak interactie tussen beide: genetische vormen basis, maar omgeving beïnvloedt
hoe deze tot uiting komen
,Geschiedenis:
16e en 17e eeuw: filosofen liepen voorop bij theorievorming over de aard van het kind
- Locke: ‘tabula rasa’ = onbeschreven blad,
Uitsluitend gevormd door ervaringen
- Rousseau: kinderen zijn ‘nobele wilden’
Gevoel voor goed/kwaad (moraal) aangeboren
Vrouwen belemmerd academische carrière te volgen
- Hollingworth
- Montessori
Middeleeuwen: kind niet anders behandeld dan volwassene
18e en 19e eeuw: begin bestudering ontwikkeling kinderen
- Bijhouden baby biografieën
- Industrialisatie + andere historische trends bijdragen versnelde ontwikkeling
van de nieuwe op kinderen gerichte discipline
Eerste helft 20e eeuw: eerste grootschalige systematische studies naar veranderingen
in leven van kinderen
Verwachte toekomstthema’s:
- Groeiende specialisatie
- Meer aandacht diversiteitsvraagstukken
- Grotere invloed ontwikkelingspsychologie op maatschappelijke kwesties
- Verdergaande invloed van technologische ontwikkelingen
Perspectieven ontwikkelingen kinderen – H2
1. Psychodynamisch perspectief (Freud & Erikson)
Benadering binnen de psychologie die ervan uitgaat dat gedrag wordt gemotiveerd door
innerlijke krachten, herinneringen en conflicten, waarvan een persoon zich nauwelijks
bewust is en waarover hij weinig controle heeft.
Psychoanalytische theorie Freud
Persoonlijkheid wordt gevormd door kinderlijke wensen/verlangens/behoeften.
1. ID: primitieve en instinctieve deel van onze geest (onmiddelijke bevrediging
basisbehoeften en driften)
2. EGO: rationele deel dat bemiddelt tussen verlangens ID en realiteit buitenwereld
3. Superego : morele geweten – normen en waarden maatschappij en ons gedrag
beoordeelt
Seksuele : oraal, anaal, fallistische, latentie en genitale fase
Psychosociale theorie Erikson
Persoonlijkheidsontwikkeling in gehele levensloop door samenleving en cultuur (leren
door ervaring wat te doen)
Elk stadia een psychosociaal conflict dat opgelost moet worden om naar volgende te
gaan
, 2. Het behavioristisch perspectief (Pavlov, Skinner en Bandura)
Benadering binnen de psychologie die ervan uitgaat dat je moet kijken naar
waarneembaar gedrag en externe stimuli in de omgeving om de ontwikkeling van het
individu te begrijpen.
Klassieke conditionering, stimuli (Pavlov)
Operante conditionering, bekrachtiging en straf beïnvloeden gedrag (Skinner)
3. Sociaal cognitieve leertheorie Bandura
Leren door te imiteren
Sociaal cognitief leren (afkijken):
1. Aandacht (waarnemen gedrag model)
2. Retentie (gedrag van waarneming opslaan en in andere setting herinneren)
3. Reproductie (gedrag dat je herinnert reproduceren)
4. Motivatie (gedreven gedrag te leren/reproduceren doordat het oplevert/je opkijkt
naar model)
Modelling: voordoen gedrag
Elementen van behaviorisme en cognitieve psychologie
4. Het cognitief perspectief
Processen die mensen in staat stellen de wereld te kennen, begrijpen en overdenken
De cognitieve ontwikkelingspsychologie (Piaget)
Iedereen doorloopt in vaste volgorde een reeks universele cognitieve ontwikkelingsstadia
1. Sensomotorisch (0-2 jaar) zintuigen, motoriek, geheugen, object permanentie
2. Preoperationeel (2-7 jaar) taal, fijne motoriek, symbolisch en egocentrisch denken
3. Concreet-operationeel (7-12 jaar) conservatie van hoeveelheid, reversibiliteit
4. Formeel-operationeel (12-20 jaar) logisch redeneren, abstract denken
Reageren of aanpassen door nieuwe informatie door assimilatie of accommodatie
Assimilatie: nieuwe info wordt in bestaande schema’s opgenomen
Accommodatie; bestaande schema’s worden aangepast door nieuwe kennis
De informatieverwerkingstheorie
Probeert te identificeren op welke manieren mensen info coderen, opslaan en terughalen.
Cognitieve groei door kwantitatieve veranderingen in mentale processen en capaciteiten.
De cognitieve neurowetenschap
Relatie tussen neuroprocessen en cognitieve activiteit.
- Neurologische activiteiten ten grondslag.
- Proberen locaties en functies in hersenen te identificeren, gerelateerd aan
verschillende typen cognitieve activiteiten.
5. Het systemisch perspectief (Vygotsky & Bandura)
Verschijnselen binnen de gehele context waarin ze zich tonen of afspelen
Constante voortdurende interacties tussen verschillende interne en externe factoren
Bio-ecologisch model (Bronfenbrenner)
5 omgevingsniveaus die elk organisme gelijktijdig beïnvloeden (onderlinge samenhang)
- Microsysteem: dagelijkse directe omgeving
- Mesosysteem: relaties tussen onderdelen in microsysteem
- Exosysteem: systemen waar individu geen onderdeel
van uit maakt, maar wel invloed hebben
- Macrosysteem: overkoepelende culturele en
maatschappelijke invloeden
- Chronosysteem : invloed van tijd op ontwikkeling
Sociaal-culturele theorie (Vygotsky)
Kinderen leren de wereld te begrijpen door wederzijdse
interactie
, Scaffolding: ondersteuning mensen omgeving leren taak net boven eigen niveau (zone
van naaste ontwikkeling) – tot hoger niveau
Andere systeemgerichte benaderingen
Er zijn nog veel meer benaderingen, voorbeeld:
- Contextuele systeemgerichte benadering; intergenerationele invloeden
6. Het evolutionair perspectief (Lorenz)
Gedrag probeert te identificeren dat het resultaat is van genetische erfenis van onze
voorouders
- Natuurlijke selectie (Darwin): natuurlijk selectieproces zorgt dat eigenschappen
worden aangepast aan omgeving
- Genetische erfenis: fysieke en persoonlijkheidseigenschappen
- 1 Van de snelst groeiende gebieden: Gedragsgenetica en epigenetica
In hoeverre beïnvloeden ervaringen en leefomstandigheden de erfelijke aanleg?
Waarom belangrijk meerdere perspectieven toepassen op ontwikkeling
van het kind?
Elk perspectief gericht op eigen veronderstellingen en richt zich op verschillende
aspecten van ontwikkeling (andere inzichten)
- Eclectische benadering: combineren verschillende perspectieven
- Hollistische benadering: onderlinge verbindingen perspectieven
Alle perspectieven zijn continu in ontwikkeling en er zijn er nog meer, zoals:
- Humanistische psychologie: aangeboren drang voor zelfactualisatie
- Zelfdeterminatietheorie: menselijke motivatie
3 natuurlijke basisbehoeften welbevinden en groei van mensen beïnvloeden:
1. Autonomie
2. Verbondenheid
3. Competentie