RELIGIE
Les 1: “Zingeving”
1.1 Wetenschap, betekenis, leefwereld
- Edmund Husserl (1859-1938) = Joodse filosoof (“vader van fenomenologie”)
- Leefwereld =
o Intersubjectief we delen onze wereld met anderen
o Persoonlijk bv. stoelen dienen voor mensen om op te zitten
o Betekenisvol alle dingen rondom ons hebben een persoonlijke
betekenis
We leven in een persoonlijke en gedeelde wereld vol betekenis
- Wetenschap:
o Vertrekt van de leefwereld medische wetenschap vertrekt vanuit het
feit dat we oud en ziek worden (heel betekenisvol!)
o Maakt abstractie van de leefwereld (subject-object, afstandelijkheid,
onpersoonlijk) bij lijk opensnijden voor anatomie-onderzoek:
afstandelijk mee omgaan, je ziet dat niet als persoon maar als
“moleculair organisme”, je kijkt daar niet meer persoonlijk en
betekenisvol naar
o Is een ‘tijdelijke opschorting’ van de normale omgang met de
leefwereld je mag enkel zo “onpersoonlijk” met een lijk omgaan voor
anatomische redenen, je mag niet zomaar een random dode
opensnijden
o Keert terug naar de leefwereld na dat de dissectie gedaan is, ga je
terug respectvol om met dat lijk
- Filmpje (Cosmic Eye) als voorbeeld van vertrekt uit en terugkeer naar de
leefwereld als je inzoomt op een oog (retina etc bekijken) dan zie je dat niet
als iets van een persoon maar als een hoopje moleculen in wetenschappelijke
context
- Belangrijke vraag: de relatie van de wetenschap tot de leefwereld?
o Een meer ‘wetenschappelijke’ leefwereld? bv invloed van het
wetenschappelijke denken op datingapps (door algoritmes worden
personen omgezet tot een onpersoonlijk profiel om die beter te linken
aan een ander profiel)
o Een autonome leefwereld? is de leefwereld voor een stuk immuun
voor de wetenschap? Want als de “anatomie les” gedaan is, keer je
terug naar de leefwereld en behandel je dat lijk met respect (en bv niet
mee gooien)
- Redelijkheid en rationaliteit
o Nieuwe vrienden zoeken door mensen hun persoonlijkheidstesten te
vergelijken via Excel = wetenschappelijk rationeel
o Maar volgends leefwereld totaal onredelijk
,1.2 De “zingevende”, “cognitieve” en “manipulatieve”
interesses van de mens
- Zingevende interesse = verlangen naar het leiden van een
betekenis- en waardevol leven, betekenisvolle dingen te doen,
betekenisvol te zijn is fundamenteel drijvende kracht
- Cognitieve interesse = verlangen naar kennis
- Manipulatieve interesse = verlangen naar controle
- Zingevende en cognitief:
o Stelling 1: Er zijn activiteiten in ons leven die lijken te gaan
over “cognitieve interesse”, maar die eigenlijk fundamenteel over
zingeving gaan.
bv. met buurman of vriendin praten = erkenning en waardering
tonen (praten met iemand is dus niet om kennis te verwerven maar
is ook betekenisvol)
o Stelling 2: Op het domein van de zingeving bestaat er redelijkheid en
onredelijkheid. Wat ‘redelijk’ en ‘onredelijk’ is, is echter niet hetzelfde
als wat vanuit cognitief oogpunt ‘rationeel’ en ‘irrationeel’ is.
bv. kennis verwerven of je partner je bedriegt: via ingehuurde
detective is de rationele manier (cognitief: daarmee heb je de
grootste kans op zekere kennis) of via redelijke manier (gewoon
vragen, leidt niet tot een vertrouwensbreuk, maar dat zou op
cognitief vlak irrationeel zijn, want leidt niet zeker tot juiste kennis)
o Stelling 3: Wetenschappelijke (cognitieve) bevindingen, zijn vaak
slechts van relatief belang voor de zingevende relaties in de leefwereld.
bv. als je al 5 jaar samen bent met je partner en je komt er dan
achter dat feromonen ook meespelen in verliefdheid, dan gaat dat je
beleving van liefde niet veranderen
bv. als je auto kapot is ga je die niet straffen, maar repareren en
via diezelfde redenering ga je een moordenaar ook niet proberen
“repareren” (via psychologische behandelingen) maar wel straffen
(mensen niet zien als biochemische “machine” en dus leefwereld
ook niet proberen veranderen volgens wetenschappelijke inzichten =
naïeve en onwenselijke gedachte) het inzicht dat wij neurologisch
gedetermineerd zijn is irrelevant voor onze gevoelens naar elkaar
bv. als wetenschappers een schilderij van een windmolen
beschrijft als een doek met verfstrepen wetenschappelijke
inzichten moeten onze blik niet veranderen
- Zingevend en manipulatief:
o Stelling 1: Er zijn zaken in ons leven die lijken te gaan over onze
‘manipulatieve interesse’, maar die eigenlijk fundamenteel over
, zingeving gaan (en die niet kunnen bereikt worden door manipulatief
handelen).
bv. geluk: je zou niet echt gelukkig zijn in een geprogrammeerde
geluk-wereld terwijl je aan een machine bent gekoppeld (want je bent
gelukkig als je een match wint omdat je die ook niet had kunnen
winnen = geen controle, staat buiten jou)
bv. erkenning en waardering: als je mensen een pilletje geeft
waardoor ze jou leuk vinden en appreciëren, dan heeft dat geen waarde
(waarde bestaat er uit dat je die appreciatie ook niet had kunnen
krijgen = geen controle)
o Stelling 2: De focus op de manipulatieve interesse kan uiteindelijk de
zingevende dimensie aantasten.
bv. je bent niet bevriend met iemand om daar iets van gedaan te
krijgen (als dat wel zo is, maar dat de vriendschap kapot)
bv. radioactief afval stockeren in bepaald gebied: burgers stemmen
daar mee in, maar als de staat daar een compensatie (geld) voor geeft,
gaan minder mensen daarmee instemmen (want dan denken uit
manipulatieve gedachten i.p.v. zingevende)
1.3 Conclusie
- ‘Mysterie’ (vs. ‘probleem’)
o Zingeving heeft te maken met perplexiteit (verwondering, verbijstering,
verontwaardiging,…)
o Niet iets wat je moet oplossen (of vriendschappen “gebruiken” om iets
op te lossen)
- Betrokkenheid (vs. afstandelijkheid)
o Het heeft te maken met geraakt worden door de dingen, gevoelig zijn
voor bepaalde waardevolle zaken, eerder dan met nuchtere kennis.
- Afhankelijkheid (vs. controle)
o Het heeft te maken met zaken die noodzakelijkerwijs buiten onze
controle vallen.
o Je bent afhankelijk van vriendschappen want je controleert die zelf niet
- Traditie (vs. innovatie)
o In onze omgang met deze ‘issues’ maken we gebruik van culturele en
traditionele elementen (omgangsvormen, rituelen, gebruiken,
kunstwerken,…). Het gebruik daarvan kan men op geen enkele manier
rationeel verantwoorden.
, Les 2 (en 3): “Religie”
- Theologie = religie vanuit binnen perspectief
- Religiewetenschappen = religie vanuit buiten perspectief
- Focus van dit hoofdstuk ligt op:
o De relatie tussen religie, zingeving en (wetenschappelijke) rationaliteit
o Verschillende disciplinaire perspectieven
o Religie en wetenschap hebben een geschiedenis
o Religie en wetenschap komen enkel met elkaar in conflict als ze op
elkaars grondgebied komen
- Mythes:
o Religie en wetenschap zijn al de hele geschiedenis met elkaar in conflict
deze mythe is begonnen in de 19de eeuw
o Religie en wetenschap komen noodzakelijk met elkaar in conflict
o Religie is ten dode op geschreven
o Geloven is onredelijk
De relatie tussen geloof en wetenschap is misvormd in ons hoofd
2.1 Religie en wetenschap: historisch
- Peter Harrison (º1955) = historicus, gespecialiseerd in de relatie tussen geloof
en wetenschap zijn hoofdpunt: het beeld van een eeuwenoud conflict
tussen geloof en wetenschap is een mythe
- Vergelijking “Maps and territories”
o Historicus projecteert ons beeld van Israël en Egypte (als soevereine
staten) op het verleden (toen bestonden die entiteiten niet)
o Je kan dus ook niet “religie” en “wetenschap” zoals we die nu kennen
terug projecteren naar die entiteiten in het verleden, want hoe ze dat in
het verleden ervaarden correspondeert niet met onze hedendaagse
theorie
Het oude en middeleeuwse Westen:
- Religio = morele deugd (onderdeel van rechtvaardigheid) van eerbetoon aan
God. (= een gewoonte die je geperfectioneerd hebt; “als je God eert, dan doe
je wat je moet doen”
o ≠ systeem van waarheden (of overtuigingen zo denken wij er nu
over, maar was toen nog niet
o ≠ verschillende religies zo denken wij er nu over, maar was toen nog
niet
- Scientia = intellectuele deugd (= gewoonte die ons kenvermogen
perfectioneert = vermogen om op een goede manier te redeneren en om
juiste conclusies te trekken uit bepaalde premissen)
o ≠ allerlei kengebieden zo denken wij er nu over, maar was toen nog
niet
Les 1: “Zingeving”
1.1 Wetenschap, betekenis, leefwereld
- Edmund Husserl (1859-1938) = Joodse filosoof (“vader van fenomenologie”)
- Leefwereld =
o Intersubjectief we delen onze wereld met anderen
o Persoonlijk bv. stoelen dienen voor mensen om op te zitten
o Betekenisvol alle dingen rondom ons hebben een persoonlijke
betekenis
We leven in een persoonlijke en gedeelde wereld vol betekenis
- Wetenschap:
o Vertrekt van de leefwereld medische wetenschap vertrekt vanuit het
feit dat we oud en ziek worden (heel betekenisvol!)
o Maakt abstractie van de leefwereld (subject-object, afstandelijkheid,
onpersoonlijk) bij lijk opensnijden voor anatomie-onderzoek:
afstandelijk mee omgaan, je ziet dat niet als persoon maar als
“moleculair organisme”, je kijkt daar niet meer persoonlijk en
betekenisvol naar
o Is een ‘tijdelijke opschorting’ van de normale omgang met de
leefwereld je mag enkel zo “onpersoonlijk” met een lijk omgaan voor
anatomische redenen, je mag niet zomaar een random dode
opensnijden
o Keert terug naar de leefwereld na dat de dissectie gedaan is, ga je
terug respectvol om met dat lijk
- Filmpje (Cosmic Eye) als voorbeeld van vertrekt uit en terugkeer naar de
leefwereld als je inzoomt op een oog (retina etc bekijken) dan zie je dat niet
als iets van een persoon maar als een hoopje moleculen in wetenschappelijke
context
- Belangrijke vraag: de relatie van de wetenschap tot de leefwereld?
o Een meer ‘wetenschappelijke’ leefwereld? bv invloed van het
wetenschappelijke denken op datingapps (door algoritmes worden
personen omgezet tot een onpersoonlijk profiel om die beter te linken
aan een ander profiel)
o Een autonome leefwereld? is de leefwereld voor een stuk immuun
voor de wetenschap? Want als de “anatomie les” gedaan is, keer je
terug naar de leefwereld en behandel je dat lijk met respect (en bv niet
mee gooien)
- Redelijkheid en rationaliteit
o Nieuwe vrienden zoeken door mensen hun persoonlijkheidstesten te
vergelijken via Excel = wetenschappelijk rationeel
o Maar volgends leefwereld totaal onredelijk
,1.2 De “zingevende”, “cognitieve” en “manipulatieve”
interesses van de mens
- Zingevende interesse = verlangen naar het leiden van een
betekenis- en waardevol leven, betekenisvolle dingen te doen,
betekenisvol te zijn is fundamenteel drijvende kracht
- Cognitieve interesse = verlangen naar kennis
- Manipulatieve interesse = verlangen naar controle
- Zingevende en cognitief:
o Stelling 1: Er zijn activiteiten in ons leven die lijken te gaan
over “cognitieve interesse”, maar die eigenlijk fundamenteel over
zingeving gaan.
bv. met buurman of vriendin praten = erkenning en waardering
tonen (praten met iemand is dus niet om kennis te verwerven maar
is ook betekenisvol)
o Stelling 2: Op het domein van de zingeving bestaat er redelijkheid en
onredelijkheid. Wat ‘redelijk’ en ‘onredelijk’ is, is echter niet hetzelfde
als wat vanuit cognitief oogpunt ‘rationeel’ en ‘irrationeel’ is.
bv. kennis verwerven of je partner je bedriegt: via ingehuurde
detective is de rationele manier (cognitief: daarmee heb je de
grootste kans op zekere kennis) of via redelijke manier (gewoon
vragen, leidt niet tot een vertrouwensbreuk, maar dat zou op
cognitief vlak irrationeel zijn, want leidt niet zeker tot juiste kennis)
o Stelling 3: Wetenschappelijke (cognitieve) bevindingen, zijn vaak
slechts van relatief belang voor de zingevende relaties in de leefwereld.
bv. als je al 5 jaar samen bent met je partner en je komt er dan
achter dat feromonen ook meespelen in verliefdheid, dan gaat dat je
beleving van liefde niet veranderen
bv. als je auto kapot is ga je die niet straffen, maar repareren en
via diezelfde redenering ga je een moordenaar ook niet proberen
“repareren” (via psychologische behandelingen) maar wel straffen
(mensen niet zien als biochemische “machine” en dus leefwereld
ook niet proberen veranderen volgens wetenschappelijke inzichten =
naïeve en onwenselijke gedachte) het inzicht dat wij neurologisch
gedetermineerd zijn is irrelevant voor onze gevoelens naar elkaar
bv. als wetenschappers een schilderij van een windmolen
beschrijft als een doek met verfstrepen wetenschappelijke
inzichten moeten onze blik niet veranderen
- Zingevend en manipulatief:
o Stelling 1: Er zijn zaken in ons leven die lijken te gaan over onze
‘manipulatieve interesse’, maar die eigenlijk fundamenteel over
, zingeving gaan (en die niet kunnen bereikt worden door manipulatief
handelen).
bv. geluk: je zou niet echt gelukkig zijn in een geprogrammeerde
geluk-wereld terwijl je aan een machine bent gekoppeld (want je bent
gelukkig als je een match wint omdat je die ook niet had kunnen
winnen = geen controle, staat buiten jou)
bv. erkenning en waardering: als je mensen een pilletje geeft
waardoor ze jou leuk vinden en appreciëren, dan heeft dat geen waarde
(waarde bestaat er uit dat je die appreciatie ook niet had kunnen
krijgen = geen controle)
o Stelling 2: De focus op de manipulatieve interesse kan uiteindelijk de
zingevende dimensie aantasten.
bv. je bent niet bevriend met iemand om daar iets van gedaan te
krijgen (als dat wel zo is, maar dat de vriendschap kapot)
bv. radioactief afval stockeren in bepaald gebied: burgers stemmen
daar mee in, maar als de staat daar een compensatie (geld) voor geeft,
gaan minder mensen daarmee instemmen (want dan denken uit
manipulatieve gedachten i.p.v. zingevende)
1.3 Conclusie
- ‘Mysterie’ (vs. ‘probleem’)
o Zingeving heeft te maken met perplexiteit (verwondering, verbijstering,
verontwaardiging,…)
o Niet iets wat je moet oplossen (of vriendschappen “gebruiken” om iets
op te lossen)
- Betrokkenheid (vs. afstandelijkheid)
o Het heeft te maken met geraakt worden door de dingen, gevoelig zijn
voor bepaalde waardevolle zaken, eerder dan met nuchtere kennis.
- Afhankelijkheid (vs. controle)
o Het heeft te maken met zaken die noodzakelijkerwijs buiten onze
controle vallen.
o Je bent afhankelijk van vriendschappen want je controleert die zelf niet
- Traditie (vs. innovatie)
o In onze omgang met deze ‘issues’ maken we gebruik van culturele en
traditionele elementen (omgangsvormen, rituelen, gebruiken,
kunstwerken,…). Het gebruik daarvan kan men op geen enkele manier
rationeel verantwoorden.
, Les 2 (en 3): “Religie”
- Theologie = religie vanuit binnen perspectief
- Religiewetenschappen = religie vanuit buiten perspectief
- Focus van dit hoofdstuk ligt op:
o De relatie tussen religie, zingeving en (wetenschappelijke) rationaliteit
o Verschillende disciplinaire perspectieven
o Religie en wetenschap hebben een geschiedenis
o Religie en wetenschap komen enkel met elkaar in conflict als ze op
elkaars grondgebied komen
- Mythes:
o Religie en wetenschap zijn al de hele geschiedenis met elkaar in conflict
deze mythe is begonnen in de 19de eeuw
o Religie en wetenschap komen noodzakelijk met elkaar in conflict
o Religie is ten dode op geschreven
o Geloven is onredelijk
De relatie tussen geloof en wetenschap is misvormd in ons hoofd
2.1 Religie en wetenschap: historisch
- Peter Harrison (º1955) = historicus, gespecialiseerd in de relatie tussen geloof
en wetenschap zijn hoofdpunt: het beeld van een eeuwenoud conflict
tussen geloof en wetenschap is een mythe
- Vergelijking “Maps and territories”
o Historicus projecteert ons beeld van Israël en Egypte (als soevereine
staten) op het verleden (toen bestonden die entiteiten niet)
o Je kan dus ook niet “religie” en “wetenschap” zoals we die nu kennen
terug projecteren naar die entiteiten in het verleden, want hoe ze dat in
het verleden ervaarden correspondeert niet met onze hedendaagse
theorie
Het oude en middeleeuwse Westen:
- Religio = morele deugd (onderdeel van rechtvaardigheid) van eerbetoon aan
God. (= een gewoonte die je geperfectioneerd hebt; “als je God eert, dan doe
je wat je moet doen”
o ≠ systeem van waarheden (of overtuigingen zo denken wij er nu
over, maar was toen nog niet
o ≠ verschillende religies zo denken wij er nu over, maar was toen nog
niet
- Scientia = intellectuele deugd (= gewoonte die ons kenvermogen
perfectioneert = vermogen om op een goede manier te redeneren en om
juiste conclusies te trekken uit bepaalde premissen)
o ≠ allerlei kengebieden zo denken wij er nu over, maar was toen nog
niet