ORGANISATIETHEORIE
THEORIE 1: INTRODUCTIE
1. Wat zijn organisaties
Voorbeelden van organisaties: UGent, Aldi, huisartsenpraktijk, Loodgieter…
- Die organisaties hebben verschillende dimensies:
o Groot - klein
o Publiek – privaat – non-profit
o Fysiek – virtueel
o Producten – diensten
o …
- Twijfelgevallen: familie, kerk, mafia
o Familie: samenlevingsvorm = cultureel gekleurd organisatie maar niet zo
gelabeld maar familie heeft doelstellingen, structuur, verleningsdiensten…
o Kerk: verschilt ook veel vlakken van traditionele organisatie (primair doel
winst, autoriteit obv geloof…
o Mafia: niet legaal dus geen organisatie voor sommigen maar opnieuw heeft
ze doelstellingen, structuur…
Wat zijn de essentiële kenmerken van organisatie dan?
- Structuur, legitimiteit, mensen, cultuur, macht, leider(schap), doelstellingen…
- Verschil tussen harde en zachte kenmerken
o Hard: tastbaar/meetbaar
o Zacht: gericht op menselijke interactie
Cultuur: als ‘glue’ binnen een organisatie: gelijke waarden en normen…
Macht: structuren moeilijk te benaderen zonder zien van machtsprocessen
- Bv. leider heeft macht op zijn werknemers om bepaalde zaken uit te voeren
Legitimiteit: voorwaarde organisatie om te blijven bestaan
Definitie van een organisatie: structuur waarin mensen worden gecoördineerd om bepaalde
doelstellingen te bereiken
- Aldrich & Ruef: organisaties zijn doelgericht, grensbewaking* en sociaal
geconstrueerde systemen van menselijke activiteit
, - Hatch: organisatie bestaat uit sociale structuur, culturele structuur, fysieke structuur
en technologie + omgeving
o Benadrukken dat systemen sociaal geconstrueerd worden
o bepaalde kijk (= sociale constructie) kan een organisatie vormen en die staat
niet altijd vast
*grensbewaking: boundary maintaining = organisaties stellen grenzen vast om hun
unieke identiteit en positie in de markt te behouden
Waarom zijn er zoveel organisaties?
- Meyer & Bromley: culturele rationalisatie (vs. verklaring obv functionalisme/macht)
culturele veranderingen zorgen ervoor dat mensen gaan organiseren en daar zijn 3
pijlers voor
o Verwetenschappelijking: mensen zetten ontdekkingen vd wetenschap om in
de praktijk
o Individualisering: mensen zijn zelfstandiger en ondernemender geworden
o (Hoger) onderwijs: meer skills en kennis maakt actor krachtiger waardoor
sneller stappen maken om zelf organisatie op te richten
2. Wat is organisatietheorie
Definitie is het kort: studiedomein die kijkt hoe organisaties werken
- Meer in detail: interdisciplinaire focus op effect van sociale organisaties op gedrag en
attitude van individuen in de organisatie
- Effecten van individuele kenmerken/acties op een organisatie
Waarom zijn er zoveel theorieën?
- Theorieën kunnen niet los gezien worden van maatschappelijke ontwikkelingen +
theorieën zetten sommige organisatie-aspecten/dimensies op de achtergrond en
nieuwe theorieën vaak reactie op oude(re) theorieën
o Actie-reactie: kettingreactie waarbij organisatietheorie reageren op elkaar
,ALDRICH & RUEF: WAT ZIJN ORGANISATIES
- Organisaties zijn belangrijk want ze vormen fundamentele blokken in de samenleving waardoor
collectieve acties verschijnen hun producten vormen de infrastructuur vd samenleving
- Organisaties worden gevormd door de context waarin ze worden opgericht
- We hebben ambigue gevoelens tov. organisaties
o Organisaties gezien als onze dienstverleners om een meer gevarieerd leven te voorzien, ze
beantwoorden onze noden
o Doordat organisaties gaan groeien worden meer mensen slaaf van die organisaties
Definitie van organisaties: organisaties zijn doelgericht, grensbewaking en sociaal geconstrueerde
systemen van menselijke activiteit
- Doelgericht (=goal direction): organisaties zijn systemen met een doel (vaak impliciet)
- Grensbewaking (=boundary maintenance): grenzen tussen organisatie en omgeving
- Actieve systemen (=activity systems): organisaties hebben actieve systemen om hun doelen/werk
te bereiken dit kan mensen, info of ‘rauw’ materiaal omvatten
Landschap van organisaties: 3 beschrijvende kenmerken van een bedrijf
- De grootte van een bedrijf (scheef verdeeld, veel kleine en weinig grote)
- Aandeel in verkrijgen van middelen (grote bedrijven dominant)
- aantal werknemers (meeste werknemers in grote bedrijven, kleine bedrijven toch groot aandeel)
veel kleine bedrijven maar grote zijn economisch dominant in 3 sectoren werkt meer dan 70% in grote
bedrijven: productie, transport & communicatie, financieën en verzekering
HATCH: WAT IS ORGANISATIETHEORIE
- tabel 1 met toepassingen van organisatietheorie Hatch zal deze niet gebruiken
- figuur 1 (p6): uit welke disciplines auteurs inspiratie halen om te schrijven over organisaties
o prehistory: ideeën over organisaties voor dat iemand dacht aan organisatietheorie als een
discipline
- deze fases vervangen elkaar niet maar accumuleren
- concepten over theorieën abstraction & chunking
Behoud multipel perspectief in de organisatietheorie omdat
- omarmen van complexiteit en contradicties in de theorie
- beter verstaan van acties van anderen
- meer efficiënt bij het intreden in een organisatie omdat je open perspectief hebt
, Vergelijken van modern, symbolic and postmodern perspectieven
- Samenvattende tabel p14
- Modernism en symbolic interpretivism is in eeuwige strijd om de juiste methode te vinden
o Postmodernism ontstaat uit deze strijd en zoekt naar de waarheid
Zie organisatie
: als figuur in tabel 2
MEYER & BROMLEY: DE WERELDWIJDE EXPANSIE VAN ‘ORGANIZATION’
- Uitleg voor de uitbreiding van formele organisaties
o Deze mogelijk gemaakt door het verspreiden van culturele rationalisatie gekarakteriseerd
door scientism en de explosie van educatie
- Benaderen van institutionele theorieën op 3 manieren
o De stijging van organization door culturele rationalisatie
o Constructie van organisaties als actoren met een doel
o Organisaties maken structuren die ver van instrumentele rationaliteit liggen
De interne complexiteit van organisaties groeit door de wereldwijde culturele veranderingen
Global cultural rationalization: globalisatie zorgt voor 2 afhankelijke veranderingen
- Een expansie van afhanklijkheid van elkaar
- Contorle van afhanklijkheid voor nationale staten bestaat niet (= geen supernationale overheid)
Oplossing: regeren met beleid geworteld in het liberalisme
Deze culturele veranderingen vormen de samenleving: 3 dimensies die karakter van organisaties vormen
Samen zorgen ze voor een culturele verandering apart niet echt organizationele verandering
- Scientization: sociale probelemen die worden benadert adhv wetenschappelijke methode zorgt
voor meer formele organisaties
- Rechten en capaciteiten van individu: die krijgt er meer door de liberale kijk
- Educatie: educatie wordt een universeel recht en plicht + meer hoger onderwijs
Vanaf p 373 nog samenvatten
THEORIE 1: INTRODUCTIE
1. Wat zijn organisaties
Voorbeelden van organisaties: UGent, Aldi, huisartsenpraktijk, Loodgieter…
- Die organisaties hebben verschillende dimensies:
o Groot - klein
o Publiek – privaat – non-profit
o Fysiek – virtueel
o Producten – diensten
o …
- Twijfelgevallen: familie, kerk, mafia
o Familie: samenlevingsvorm = cultureel gekleurd organisatie maar niet zo
gelabeld maar familie heeft doelstellingen, structuur, verleningsdiensten…
o Kerk: verschilt ook veel vlakken van traditionele organisatie (primair doel
winst, autoriteit obv geloof…
o Mafia: niet legaal dus geen organisatie voor sommigen maar opnieuw heeft
ze doelstellingen, structuur…
Wat zijn de essentiële kenmerken van organisatie dan?
- Structuur, legitimiteit, mensen, cultuur, macht, leider(schap), doelstellingen…
- Verschil tussen harde en zachte kenmerken
o Hard: tastbaar/meetbaar
o Zacht: gericht op menselijke interactie
Cultuur: als ‘glue’ binnen een organisatie: gelijke waarden en normen…
Macht: structuren moeilijk te benaderen zonder zien van machtsprocessen
- Bv. leider heeft macht op zijn werknemers om bepaalde zaken uit te voeren
Legitimiteit: voorwaarde organisatie om te blijven bestaan
Definitie van een organisatie: structuur waarin mensen worden gecoördineerd om bepaalde
doelstellingen te bereiken
- Aldrich & Ruef: organisaties zijn doelgericht, grensbewaking* en sociaal
geconstrueerde systemen van menselijke activiteit
, - Hatch: organisatie bestaat uit sociale structuur, culturele structuur, fysieke structuur
en technologie + omgeving
o Benadrukken dat systemen sociaal geconstrueerd worden
o bepaalde kijk (= sociale constructie) kan een organisatie vormen en die staat
niet altijd vast
*grensbewaking: boundary maintaining = organisaties stellen grenzen vast om hun
unieke identiteit en positie in de markt te behouden
Waarom zijn er zoveel organisaties?
- Meyer & Bromley: culturele rationalisatie (vs. verklaring obv functionalisme/macht)
culturele veranderingen zorgen ervoor dat mensen gaan organiseren en daar zijn 3
pijlers voor
o Verwetenschappelijking: mensen zetten ontdekkingen vd wetenschap om in
de praktijk
o Individualisering: mensen zijn zelfstandiger en ondernemender geworden
o (Hoger) onderwijs: meer skills en kennis maakt actor krachtiger waardoor
sneller stappen maken om zelf organisatie op te richten
2. Wat is organisatietheorie
Definitie is het kort: studiedomein die kijkt hoe organisaties werken
- Meer in detail: interdisciplinaire focus op effect van sociale organisaties op gedrag en
attitude van individuen in de organisatie
- Effecten van individuele kenmerken/acties op een organisatie
Waarom zijn er zoveel theorieën?
- Theorieën kunnen niet los gezien worden van maatschappelijke ontwikkelingen +
theorieën zetten sommige organisatie-aspecten/dimensies op de achtergrond en
nieuwe theorieën vaak reactie op oude(re) theorieën
o Actie-reactie: kettingreactie waarbij organisatietheorie reageren op elkaar
,ALDRICH & RUEF: WAT ZIJN ORGANISATIES
- Organisaties zijn belangrijk want ze vormen fundamentele blokken in de samenleving waardoor
collectieve acties verschijnen hun producten vormen de infrastructuur vd samenleving
- Organisaties worden gevormd door de context waarin ze worden opgericht
- We hebben ambigue gevoelens tov. organisaties
o Organisaties gezien als onze dienstverleners om een meer gevarieerd leven te voorzien, ze
beantwoorden onze noden
o Doordat organisaties gaan groeien worden meer mensen slaaf van die organisaties
Definitie van organisaties: organisaties zijn doelgericht, grensbewaking en sociaal geconstrueerde
systemen van menselijke activiteit
- Doelgericht (=goal direction): organisaties zijn systemen met een doel (vaak impliciet)
- Grensbewaking (=boundary maintenance): grenzen tussen organisatie en omgeving
- Actieve systemen (=activity systems): organisaties hebben actieve systemen om hun doelen/werk
te bereiken dit kan mensen, info of ‘rauw’ materiaal omvatten
Landschap van organisaties: 3 beschrijvende kenmerken van een bedrijf
- De grootte van een bedrijf (scheef verdeeld, veel kleine en weinig grote)
- Aandeel in verkrijgen van middelen (grote bedrijven dominant)
- aantal werknemers (meeste werknemers in grote bedrijven, kleine bedrijven toch groot aandeel)
veel kleine bedrijven maar grote zijn economisch dominant in 3 sectoren werkt meer dan 70% in grote
bedrijven: productie, transport & communicatie, financieën en verzekering
HATCH: WAT IS ORGANISATIETHEORIE
- tabel 1 met toepassingen van organisatietheorie Hatch zal deze niet gebruiken
- figuur 1 (p6): uit welke disciplines auteurs inspiratie halen om te schrijven over organisaties
o prehistory: ideeën over organisaties voor dat iemand dacht aan organisatietheorie als een
discipline
- deze fases vervangen elkaar niet maar accumuleren
- concepten over theorieën abstraction & chunking
Behoud multipel perspectief in de organisatietheorie omdat
- omarmen van complexiteit en contradicties in de theorie
- beter verstaan van acties van anderen
- meer efficiënt bij het intreden in een organisatie omdat je open perspectief hebt
, Vergelijken van modern, symbolic and postmodern perspectieven
- Samenvattende tabel p14
- Modernism en symbolic interpretivism is in eeuwige strijd om de juiste methode te vinden
o Postmodernism ontstaat uit deze strijd en zoekt naar de waarheid
Zie organisatie
: als figuur in tabel 2
MEYER & BROMLEY: DE WERELDWIJDE EXPANSIE VAN ‘ORGANIZATION’
- Uitleg voor de uitbreiding van formele organisaties
o Deze mogelijk gemaakt door het verspreiden van culturele rationalisatie gekarakteriseerd
door scientism en de explosie van educatie
- Benaderen van institutionele theorieën op 3 manieren
o De stijging van organization door culturele rationalisatie
o Constructie van organisaties als actoren met een doel
o Organisaties maken structuren die ver van instrumentele rationaliteit liggen
De interne complexiteit van organisaties groeit door de wereldwijde culturele veranderingen
Global cultural rationalization: globalisatie zorgt voor 2 afhankelijke veranderingen
- Een expansie van afhanklijkheid van elkaar
- Contorle van afhanklijkheid voor nationale staten bestaat niet (= geen supernationale overheid)
Oplossing: regeren met beleid geworteld in het liberalisme
Deze culturele veranderingen vormen de samenleving: 3 dimensies die karakter van organisaties vormen
Samen zorgen ze voor een culturele verandering apart niet echt organizationele verandering
- Scientization: sociale probelemen die worden benadert adhv wetenschappelijke methode zorgt
voor meer formele organisaties
- Rechten en capaciteiten van individu: die krijgt er meer door de liberale kijk
- Educatie: educatie wordt een universeel recht en plicht + meer hoger onderwijs
Vanaf p 373 nog samenvatten