Familiaal vermogensrecht 2024
FAMILIAAL VERMOGENSRECHT 2024 – Britt Koeklenberg
INLEIDING
Wat is familiaal vermogensrecht?
Definitie: regelt de vermogensrechtelijke aspecten van het familie- en gezinsrecht
Recht na hervorming
Situering
o ... in het Belgische privaatrecht
o ... in het licht van de internationalisering/ harmonisering van het Europees en/of
internationaal privaatrecht
Klassieke tripartite
AFDELING 1: SITUERING VAN HET FAMILIAAL VERMOGENSRECHT
Familiaal vermogensrecht en het Belgische privaatrecht
Aanknoping met het familierecht
o Wie behoort tot de ‘familie’?
o Hoe ontstaat de ‘familie’?
Aanknoping met het vermogensrecht
o Privaatautonomie
o Grenzen aan de privaatautonomie
Belgische familiaal vermogensrecht in het licht van de harmonisering en uniformisering in het
Europees/internationaal privaatrecht
Klassiek: grote verscheidenheid door de onlosmakelijk (geachte) band met de cultuur
Gevolgen
o Relatievermogensrecht
o Erfrecht
o Giften
AFDELING 2: DE KLASSIEKE TRIPARTITE
Familiaal vermogensrecht =
Relatievermogensrecht
Erfrecht
Giften (in het bijzonder schenkingen en testamenten)
Relatievermogensrecht (huwelijksvermogensrecht cq samenwoningsvermogensrecht) (1)
Wat?
1
,Familiaal vermogensrecht 2024
o
= Geheel van rechtsregels dat, tijdens de relatie (huwelijk cq samenwoning) en bij de
ontbinding ervan, de vermogensrechtelijke verhoudingen regelt van de partners
(echtgenoten cq samenwoners), zowel ten opzichte van elkaar als tegenover derden
Belangrijke hervorming bij Wet Huwelijksvermogensrecht 22 juli 2018 en bij Wet 19 januari
2022
o Huwelijksvermogensrecht: primair stelsel (art. 212-224 OBW – hierna ook BW),
secundair stelsel (Boek 2 titel 3 BW – vanaf 1 juli 2022)
De wetgever heeft deze regels niet ingevoerd in het
huwelijksvermogensrecht, maar maken deel uit van het huwelijksrecht meer
in het algemeen, en staan daarom nog steeds in het oud burgerlijk wetboek.
o Samenwoningsvermogensrecht (art. 1475-1479 OBW)
Nog geen zicht op wat de hervorming gaat brengen.
Familiaal vermogensrecht in de praktijk? – HVR:
Mag de vrouw wel deze auto verkopen?
o Van wie is de auto?
o Is de vrouw wel beschikkingsbevoegd om de auto te verkopen?
o Kan de meneer iets doen om dit te verhinderen?
o
Erfrecht (2)
Wat?
o = Geheel van rechtsregels dat de overgang regelt van het vermogen van een persoon
bij diens overlijden naar een (of meer) andere levende perso(o)n(en)
Een persoon heeft een vermogen zolang hij persoon is.
2
,Familiaal vermogensrecht 2024
Belangrijke hervorming bij Wet van 31 juli 2017 (en gedeeltelijke reparatie in 2018!) en bij
Wet van 19 januari 2022
o Boek 4 BW (vanaf 1 juli 2022)
o (Enkele bijzondere wetten, zoals Verzekeringswet)
Familiaal vermogensrecht in de praktijk? – erfrecht:
Giften (schenkingen, testamenten, bijzondere soorten giften) (3)
Wat?
o = Een gift is een rechtshandeling onder kosteloze titel waarbij een persoon aan een
andere persoon geheel om niet een vermogens-bestanddeel verschaft.
Giften hebben erfrechtelijke consequenties/belang.
Instrumenten:
o Algemeen: Boek 4 titel 2 BW.
o Bijzondere soorten giften: Boek 4 titel 2 BW.
Familiaal vermogensrecht in de praktijk? – giften
DEEL 1 – RELATIEVERMOGENSRECHT
INLEIDING
Definitie: relatievermogensrecht = het geheel van regels dat de vermogensrechtelijke verhoudingen
beheerst tussen de partners onderling en tegenover derden, zowel tijdens de relatie als bij de
ontbinding ervan
3
,Familiaal vermogensrecht 2024
“Relatie”
Elke relatie?
o Huwelijksvermogensrecht
Zeer goed beschermd
o Samenwoningsvermogensrecht
Nauwelijks of niet beschermd
Deel van de RL pleit voor billijk relatievermogensrecht. Achterliggende idee:
het huwelijksvermogensrecht is niet exclusief voorbehouden voor de
gehuwden, maar ook van toepassing moeten zijn op alle andere personenen
die een duurzame, intieme relatie onderhouden.
Vermogen
Gaat over alles wat de partners/het koppel heeft, al had op ogenblik dat men in de relatie
stapte, of tijdens relatie heeft verworven.
In de continentale stelsels is er een vrije duidelijke afscheiding, we hebben het alleen over de
delen van de goederen die er zijn en we kijken niet naar eventuele aanspraken op
alimentatie.
o Dat gaat niet over vermogen dat er is op ogenblik dat de relatie wordt ontbonden,
maar dat gaat over toekomstig vermogen, toekomstige inkomsten/aanspraken.
o We kunnen juridisch gezien een heel duidelijk onderscheid maken tussen wat er al is
op ogenblik beïndigen en anderzijds aanspraken die er in de toekomst nog zouden
zijn.
Maar die alimentaire aanspraken zijn wel vermogensrechtelijke aanspraken,
dus is een artificieel onderscheid.
Drie basisvragen: “niets, Bob en muur”
1. Wat is het juridische kader wanneer de partners geen eigen intiatief nemen?
o Vb: ze huwen, maar ze doen verder niets.
o Wat zegt dan de wet over de vermogensrechtelijke verhoudingen tussen die 2
personen.
2. Wat kunnen we zelf doen?
o Bob de bouwer
o Kunnen we contracten sluiten waarbij we de vermogensrechtelijke verhoudingen
gaan aanpassen?
Kunnen we dat doen?
Wanneer kunnen we dat doen?
Wat kunnen we daar dan allemaal in af strepen?
3. Zijn er zaken waar we niet mogen over contracteren?
o Zijn er obstakels? Zijn er regels van dwingend recht of openbare orde waar we in
contracten niet mogen van afwijken?
4
,Familiaal vermogensrecht 2024
ONDERDEEL 1: HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
AFDELING 1. DEFINITIE EN BEGRIPPEN
Definitie: huwelijksvermogensrecht =geheel van rechtsregels dat, tijdens het huwelijk en bij de
ontbinding ervan, de vermogensrechtelijke verhoudingen regelt van de echtgenoten, zowel
tegenover elkaar als tegenover derden
Lex specialis versus lex generalis
Het gemene recht is gericht op het handelen in eigen economisch belang en dus
onaangepast in de context van de affectieve relaties.
o Huwelijksvermogensrecht is dan de lex specialis, die voor vele aspecten afwijkt van
de lex generalis, het gemene verbintenissen- en overeenkomstenrecht en het
gemene vermogensrecht in het algemeen.
Lex specialis > lex generalis
o Tenzij lex specialis stil zwijgt.
Intern versus extern
Huwelijksvermogensrecht regelt verhoudingen tussen echtgenoten onderling, maar regelt
ook de verhoudingen tussen echtgenoten en derden waarmee ze contracteren.
o Heeft dus interne gevolgen (binnen koppel/echtpaar), maar ook externe gevolgen.
Of een schuldenaar gehuwd is of niet gehuwd is en zo ja onder welk stelsel,
kan voor de SE een belangrijk verschil maken.
o Die externe werking ligt onder vuur. Er zijn een heel aantal auteurs, ook de prof, die
van oordeel zijn dat het voor 3e (vb: SE) niet zou mogen uitmaken of hun SA nu
gehuwd is of niet en zo ja onder welk huwelijkscontract.
Klassiek onderverdeeld in:
Primair huwelijksvermogensrecht
o Wetgever zegt dat dit basisregels zijn, minimale regels zijn die tussen echtgenoten
moeten gelden.
o Dwingendrechtelijk van toepassing zijn.
o Enkele feit dat u in het huwelijk treedt betekend dat het primaire huwelijksstelsel op
u van toepassing is.
o Oud burgerlijk wetboek
Secundair huwelijksvermogensrecht
o Echtgenoten die in het huwelijk treden en die er niet aan denken dat het huwelijk
ook vermogensrechtelijke gevolgen heeft, vallen automatisch onder al die wettelijke
bepalingen, maar ze kunnen ook afwijkingen voorzien van de regels van het wettelijk
stelsel.
o Wettelijk
o Conventioneel
o Boek 2, titel 3 BW
5
,Familiaal vermogensrecht 2024
AFDELING 2. BRONNEN VAN HET HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
Bronnen?
(O)BW
!!! Belangrijke hervorming – Wet Huwelijksvermogensrecht 22 juli 2018
Wet 19 januari 2022 (grotendeels inkanteling “à droit constant”)
HOOFDSTUK 1: HET PRIMAIR STELSEL
INLEIDING
Wat? = Het primair stelsel regelt op eenvormige en dwingende wijze de rechten en verplichtingen
van de echtgenoten onderling, alsmede hun verhouding tegenover derden
Die rechten en plichten tussen echtgenoten onderling tav derde vastleggen, op eenvormige
en dwingende wijze voor alle echtgenoten, zonder dat er contractsvrijheid is.
Waar?: Art. 212-224 OBW
Algemene kenmerken
1. “Minimum minimorum”
o Dit is de ondergrens!
2. Eenvormig en dwingend recht
o Sanctie? Relatieve/absolute nietigheid
3. Wederkerig en krachtens de wet
o Krachtens bv enac nvt: de niet-uitvoering van een van de echtgenoten verleent de
andere niet het recht om de eigen verplichtingen op te schorten
Opgebouwd rond drie krachtlijnen
o Zie verder
AFDELING 1: TOEPASSINGSGEBIED RATIONE PERSONAE EN RATIONE MATERIAE
Toepassingsgebied
Regels gelden tot op het ogenblik dat het huwelijk wordt ontbonden: echtscheiding of overlijden
Alle echtgenoten
o Quid bij echtelijke moeilijkheden?
Antwoord is genuanceerd.
Als algemeen principe, blijft ook in de periode van feitelijke scheiding en
echtelijke moeilijkheden, het primair stelsel gewoon gelden.
Maar dat er een feitelijke scheiding is, kan er wel voor zorgen dat bepaalde
regels uit het primair stelsel worden uitgehold of anders moeten worden
ingevuld.
6
,Familiaal vermogensrecht 2024
Vb 1: een van de belangrijke regels uit het primair stelsel is dat de
gezinswoning van het echtpaar, dat die beschermd is. Die
bescherming bestaat er in essentie in, dat de ene echtgenoot het
voortbestaan niet eenzijdig kan beïndigen. Het zou best wel eens
kunnen dat het feit dat er een feitelijke scheiding bestaat, na verloop
van tijd ook meebrengt dat er geen woning meer is die als
gezinswoning kan geïdentificeerd worden.
Vb 2: echtgenoten moeten bijdragen leveren in de lasten van het
huwelijk. Elke echtgenoot moet naar zijn of haar mogelijkheden
bijdragen. In beginsel moet je die bijdragen in natura leveren in de
gezinswoning (zegt de wet). Bijdragen leveren in de gezinswoning
wordt moeilijk als er sprake is van feitelijkes scheiding, en bijdrage in
natura is vaak niet gewenst. Kunnen ze dan in een periode van
feitelijke scheiding gaan omvormen van nature naar equivalent, door
bijvoorbeeld het betalen van een onderhoudsgeld. De rechtspraak
zegt dat dit kan!
Alleen echtgenoten? (zie ook later)
o Wettelijke samenwoners: Wet 23 november 1998
o Feitelijke samenwoners? Geen wettelijke grondslag
Rechten en verplichtingen uit primair stelsel kunnen niet naar analogie
worden toegepast theorie van de bewuste keuze = feitelijke
samenwoners kiezen er bewust voor hun samenleven te organiseren buiten
1 van de door de wet voorziene statuten, zodat hen ook geen
dwingendrechtelijke verplichtingen kunnen worden opgedrongen.
Nuance: tegenover 3e met wie samenwoners hebben gecontracteerd en
tegenover wie ze de schijn hebben opgewekt gehuwd te zijn, zodat deze 3 e
zich kunnen beroepen op de voor hen meer voordelige bepalingen van het
primair stelsel, onder meer wat de hoofdelijke gehoudenheid voor
huishoudelijke schulden betreft.
Nog andere auteurs nemen theorie van bewuste keuze onder vuur en
verdedigen dat niet de door de partners gekozen vorm van hun SL
determinerend is voor de bepaling van rechten en verplichtingen, maar wel
of zij hebben gekozen voor een duurzame SL.
AFDELING 2. KRACHTLIJNEN VAN HET PRIMAIR STELSEL
Kerngedachte: zoektocht naar een evenwicht tussen drie basisprincipes: gelijkheid, solidariteit en
zelfstandigheid
1. Principiële uitgangspunt: gelijkheid
Art. 212, lid 3 OBW: huwelijk tast de principiële handelingsbekwaamheid niet aan
o Huwelijk kan wel de handelingsbevoegdheid aantasten, maar als het dat doet is het
wel in gelijke mate voor de ene als andere echtgenoten.
Vb: de gezinswoning waar echtgenoten wonen is beschermd. Stel dat een
echtgenoot alleen eigenaar is van een woning, want de ene heeft al een
7
,Familiaal vermogensrecht 2024
woning en is volledig afbetaald en het echtpaar vestigd zich in die woning.
Voor het huwelijk zou u zich de vraag kunnen zeggen, mag de man de
woning verkopen zonder instemming van de vrouw, ja want het is zijn
woning. Ze treden in het huwelijk, mag de man dan de woning verkopen? Ja
dat mag MAAR met akkoord van de vrouw! De handelingsbekwaamheid van
meneer is niet aangetast, maar de -bevoegdheid wel.
Art. 219 OBW
o Echtgenoten kunnen elkaar een volmacht geven, de bevoegdheid verlenen om in
naam en voor rekening van andere echtgenoot rechtshandelingen te stellen, MAAR
de volmacht moet altijd herroepelijk zijn.
Anders zou dit een ondergraving zijn van art. 212 OBW.
Men mag die volmacht niet in de huwelijksovereenkomst zetten, want dit is
een overeenkomst en kan niet eenzijdig worden gewijzigd.
2. Solidariteit en bescherming van het gezinsleven
Hulp- en bijdrageverplichting (art. 213 OBW, art. 217 OBW, art. 221 OBW) - 1
o Wat?
Hulpverplichting= echtgenoten moeten elkaar hulp verschaffen en dat ze
moeten elkaar het nodige verschaffen om een gezamenlijke levensstandaard
te kunnen behouden
Bijdrageverplichting= echtgenoten moeten naar hun mogelijkheden hun
bijdrage leven in de lasten van het huwelijk
Elk van de echtgenoten moet op zijn of haar manier een bijdrage
leveren in het gezinsleven en in alles wat daarbij komt kijken.
Bijdrage leveren, maar niet percee gelijk, niet 50/50, maar naar de
eigen mogelijkheden van elk van die echtgenoten, waarbij de RP
aanvaard dat het perfect mogelijk is dat een van de echtgenoten een
ruimere materiële bijdrage levert en de andere een ruimere
financiële bijdrage levert.
Lasten van het huwelijk = kosten van het dagelijks leven, kosten
huisvestiging, kosten opvoeding kinderen, kosten vrijetijdsbesteding…
Als we kijken naar de RP dan zien we dat de RP in bepaalde gevallen,
het begrip lasten van het huwelijk, alsmaar ruimer opentrekt en
soms gebruikt om het gebrek aan solidariteit tussen echtgenoten te
gaan verhelpen.
Cassatie 22 april 1976 – onder de lasten van het huwelijk worden de
kosten van de huisvestiging gerekend, traditioneel zei men als men
geen woning huur, maar men gaat een woning kopen dus een lening
sluiten, dan zijn ook de interesten die men op die lening betaald,
lasten van het huwelijk. Want door het feit dat men een lening kon
sluiten, moet men geen woning huren en dat is dus gelijk te stellen
aan de huurprijs die u anders moet betalen. In het arrest van het HvC
ontstond de vraag of het verwerven zelf van een OG een last van het
gezin kan zijn? Echtgenoten waren gehuwd onder een stelsel van
scheiding van goederen (= echtgenoten hebben 2 vermogens, dus in
8
,Familiaal vermogensrecht 2024
1 vermogen zit alles wat ze voor het huwelijk hebben, tijdens het
huwelijk via erfenis, schenking of testament krijgen of tijdens het
huwelijk door arbeid verkrijgen). In het wettelijk stelstel hebben ze 3
vermogens, want ze hebben een gemeenschap en wanneer dan een
huwelijk wordt ontbonden, gaan we de gemeenschap in 2 gelijke
delen toebedelen, abstractie makend van wie de goederen in de
gemeenschap heeft gebracht. In een stelsel van scheiding van
goederen is die solidariteit er niet en wordt er dus op het ogenblik
van de ontbinding, geen verdeling gemaakt van datgene wat men
over heeft gehouden. Echtgenoten waren dus gehuwd onder stelsel
van scheiding van goederen en hadden tijdens het huwelijk een
gezinswoning gekocht, 50/50. Ze hadden de gezinswoning
gefinancierd door een lening aan te gaan en ze hebben die lening
terugbetaald met inkomsten voornamelijk van meneer, want
mevrouw werkte niet buitenshuis. De lening was eigenlijk afbetaald
met opbrengsten van de arbeid van meneer. Meneer wilt scheiden,
de vrouw heeft de helft van dat huis, maar de meneer zegt eigenlijk
heb je dat helemaal niet, want ik heb dat betaald. Die periodieke
betalingen waren eigenlijk schenkingen, en die zijn op elk ogenblik
herroepelijk, dus de man wilt dat de vrouw dit terugbetaald. De
vrouw heeft niet veel geld, dus zou de helft van het huis aan meneer
moeten geven. Het hof zegt dat dit niet kan: als een echtpaar beslist
om een gezinswoning aan te kopen op de 2 namen en die wordt
gefinancieerd met inkomsten uit arbeid, dan is wat meneer periodiek
doet geen schenking, maar zijn bijdrageverplichting in de lasten van
het huwelijk, niet alleen mbt interesten, maar ook mbt
kapitaalsgedeelte dat hij heeft terugbetaald. De solidariteit die
tussen die ex-echtgenoten onder druk kwam te staan, toch wordt
beschermd. De RP breidt elke keer het concept van bijdrage in de
lasten sinds ’76 uit en daardoor gaat men de solidariteit in de
bijdrageverplicht alsmaar groter maken.
o Hoeveel?
Evenredige verplichting
o Hoe?
In natura in de gezinswoning (principe)
Bestedingsvolgorde – art. 217 BW: inkomsten moeten bij voorrang worden
besteed aan de bijdrage in de lasten van het huwelijk
o Hoelang?
Zolang ze echggenoten zijn, maar bijdrageverplichting kan ook tijdens
feitelijke scheiding, maar wordt omgevormd naar geldelijke verplichting.
o Handhaving?
Echtgenoten zijn wettelijk verplicht bij te dragen en deze verplichting is
wederkerig.
Achterstallige bijdragen kunnen worden opgeëist
9
, Familiaal vermogensrecht 2024
Voor de toekomst kunnen echtgenoten, via dringende voorlopige
maatregelen, verzoeken dat 1 van hen wordt veroordeeld tot
betaling van een onderhoudsbijdrage, hetzij via art. 221 BW hetzij via
dringende voorlopige maatregel.
Echtgenoot-SE kan een sommendelegatie (art. 221, lid 2 BW) vragen
Bescherming van de gezinswoning (art. 215 OBW) – 2
o Wat?
Als echtgenoten een bepaald goed bestemmen tot gezinswoning, de
voornaamste woning van een echtpaar, dan kunnen ze de bestemming maar
opgeven met akkoord van de 2 echtgenoten en we gaan dat juridisch
technisch in elkaar puzzelen door art. 215 OBW. Er wordt een onderscheid
gemaakt naargelang dat 1 van de echtgenoten eigenaar is of dat ze huren.
Opdat een woning als gezinswoning kan worden beschermd, moet er aan 3
cumulatieve voorwaarden zijn voldaan:
1. Voornaamste gezinswoning
2. Woning moet daadwerkelijk dienstdoen als gezinswoning
3. Onroerend
o Hoelang?
Uitgangspunt: voor de duur van het huwelijk
Maar de bescherming houdt niet principieel op te bestaan door de feitelijke
scheiding.
Einde: ontbinding huwelijk, door overlijden/echtscheiding
o Hoe?
(Één van de) echtgenoten is/zijn houder van een zakelijk recht op de
gezinswoning (§1)
Er kan maar worden beschikt over ZR met instemming van de andere
echtgenoot.
o Beschikking moet ruim worden geïnterpreteerd: verkopen,
verhuren,…
o De gezinswoning wordt dan niet onbeschikbaar.
Instemming van beide echtgenoten, maar de wet legt geen
vormvereisten op.
o Vaak zal een geschrift moeten worden voorzien.
Handhaving – weigering instemming
o Andere echtgenoot kan zich wenden tot de
familierechtbank, of bij spoedeisendheid, tot de voorzitter
van die rechtbank om een rechterlijke machtiging te
verkrijgen
Handhaving – dringende voorlopige maatregelen
o Kan vragen om andere echtgenoot een beschikkingsverbod
op te leggen (art. 223 BW)
Handhaving – vervreemding zonder instemming
o Vatbaar voor nietigverklaring + schadevergoeding (art. 224
BW)
o Termijn: 1 jaar
10
FAMILIAAL VERMOGENSRECHT 2024 – Britt Koeklenberg
INLEIDING
Wat is familiaal vermogensrecht?
Definitie: regelt de vermogensrechtelijke aspecten van het familie- en gezinsrecht
Recht na hervorming
Situering
o ... in het Belgische privaatrecht
o ... in het licht van de internationalisering/ harmonisering van het Europees en/of
internationaal privaatrecht
Klassieke tripartite
AFDELING 1: SITUERING VAN HET FAMILIAAL VERMOGENSRECHT
Familiaal vermogensrecht en het Belgische privaatrecht
Aanknoping met het familierecht
o Wie behoort tot de ‘familie’?
o Hoe ontstaat de ‘familie’?
Aanknoping met het vermogensrecht
o Privaatautonomie
o Grenzen aan de privaatautonomie
Belgische familiaal vermogensrecht in het licht van de harmonisering en uniformisering in het
Europees/internationaal privaatrecht
Klassiek: grote verscheidenheid door de onlosmakelijk (geachte) band met de cultuur
Gevolgen
o Relatievermogensrecht
o Erfrecht
o Giften
AFDELING 2: DE KLASSIEKE TRIPARTITE
Familiaal vermogensrecht =
Relatievermogensrecht
Erfrecht
Giften (in het bijzonder schenkingen en testamenten)
Relatievermogensrecht (huwelijksvermogensrecht cq samenwoningsvermogensrecht) (1)
Wat?
1
,Familiaal vermogensrecht 2024
o
= Geheel van rechtsregels dat, tijdens de relatie (huwelijk cq samenwoning) en bij de
ontbinding ervan, de vermogensrechtelijke verhoudingen regelt van de partners
(echtgenoten cq samenwoners), zowel ten opzichte van elkaar als tegenover derden
Belangrijke hervorming bij Wet Huwelijksvermogensrecht 22 juli 2018 en bij Wet 19 januari
2022
o Huwelijksvermogensrecht: primair stelsel (art. 212-224 OBW – hierna ook BW),
secundair stelsel (Boek 2 titel 3 BW – vanaf 1 juli 2022)
De wetgever heeft deze regels niet ingevoerd in het
huwelijksvermogensrecht, maar maken deel uit van het huwelijksrecht meer
in het algemeen, en staan daarom nog steeds in het oud burgerlijk wetboek.
o Samenwoningsvermogensrecht (art. 1475-1479 OBW)
Nog geen zicht op wat de hervorming gaat brengen.
Familiaal vermogensrecht in de praktijk? – HVR:
Mag de vrouw wel deze auto verkopen?
o Van wie is de auto?
o Is de vrouw wel beschikkingsbevoegd om de auto te verkopen?
o Kan de meneer iets doen om dit te verhinderen?
o
Erfrecht (2)
Wat?
o = Geheel van rechtsregels dat de overgang regelt van het vermogen van een persoon
bij diens overlijden naar een (of meer) andere levende perso(o)n(en)
Een persoon heeft een vermogen zolang hij persoon is.
2
,Familiaal vermogensrecht 2024
Belangrijke hervorming bij Wet van 31 juli 2017 (en gedeeltelijke reparatie in 2018!) en bij
Wet van 19 januari 2022
o Boek 4 BW (vanaf 1 juli 2022)
o (Enkele bijzondere wetten, zoals Verzekeringswet)
Familiaal vermogensrecht in de praktijk? – erfrecht:
Giften (schenkingen, testamenten, bijzondere soorten giften) (3)
Wat?
o = Een gift is een rechtshandeling onder kosteloze titel waarbij een persoon aan een
andere persoon geheel om niet een vermogens-bestanddeel verschaft.
Giften hebben erfrechtelijke consequenties/belang.
Instrumenten:
o Algemeen: Boek 4 titel 2 BW.
o Bijzondere soorten giften: Boek 4 titel 2 BW.
Familiaal vermogensrecht in de praktijk? – giften
DEEL 1 – RELATIEVERMOGENSRECHT
INLEIDING
Definitie: relatievermogensrecht = het geheel van regels dat de vermogensrechtelijke verhoudingen
beheerst tussen de partners onderling en tegenover derden, zowel tijdens de relatie als bij de
ontbinding ervan
3
,Familiaal vermogensrecht 2024
“Relatie”
Elke relatie?
o Huwelijksvermogensrecht
Zeer goed beschermd
o Samenwoningsvermogensrecht
Nauwelijks of niet beschermd
Deel van de RL pleit voor billijk relatievermogensrecht. Achterliggende idee:
het huwelijksvermogensrecht is niet exclusief voorbehouden voor de
gehuwden, maar ook van toepassing moeten zijn op alle andere personenen
die een duurzame, intieme relatie onderhouden.
Vermogen
Gaat over alles wat de partners/het koppel heeft, al had op ogenblik dat men in de relatie
stapte, of tijdens relatie heeft verworven.
In de continentale stelsels is er een vrije duidelijke afscheiding, we hebben het alleen over de
delen van de goederen die er zijn en we kijken niet naar eventuele aanspraken op
alimentatie.
o Dat gaat niet over vermogen dat er is op ogenblik dat de relatie wordt ontbonden,
maar dat gaat over toekomstig vermogen, toekomstige inkomsten/aanspraken.
o We kunnen juridisch gezien een heel duidelijk onderscheid maken tussen wat er al is
op ogenblik beïndigen en anderzijds aanspraken die er in de toekomst nog zouden
zijn.
Maar die alimentaire aanspraken zijn wel vermogensrechtelijke aanspraken,
dus is een artificieel onderscheid.
Drie basisvragen: “niets, Bob en muur”
1. Wat is het juridische kader wanneer de partners geen eigen intiatief nemen?
o Vb: ze huwen, maar ze doen verder niets.
o Wat zegt dan de wet over de vermogensrechtelijke verhoudingen tussen die 2
personen.
2. Wat kunnen we zelf doen?
o Bob de bouwer
o Kunnen we contracten sluiten waarbij we de vermogensrechtelijke verhoudingen
gaan aanpassen?
Kunnen we dat doen?
Wanneer kunnen we dat doen?
Wat kunnen we daar dan allemaal in af strepen?
3. Zijn er zaken waar we niet mogen over contracteren?
o Zijn er obstakels? Zijn er regels van dwingend recht of openbare orde waar we in
contracten niet mogen van afwijken?
4
,Familiaal vermogensrecht 2024
ONDERDEEL 1: HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
AFDELING 1. DEFINITIE EN BEGRIPPEN
Definitie: huwelijksvermogensrecht =geheel van rechtsregels dat, tijdens het huwelijk en bij de
ontbinding ervan, de vermogensrechtelijke verhoudingen regelt van de echtgenoten, zowel
tegenover elkaar als tegenover derden
Lex specialis versus lex generalis
Het gemene recht is gericht op het handelen in eigen economisch belang en dus
onaangepast in de context van de affectieve relaties.
o Huwelijksvermogensrecht is dan de lex specialis, die voor vele aspecten afwijkt van
de lex generalis, het gemene verbintenissen- en overeenkomstenrecht en het
gemene vermogensrecht in het algemeen.
Lex specialis > lex generalis
o Tenzij lex specialis stil zwijgt.
Intern versus extern
Huwelijksvermogensrecht regelt verhoudingen tussen echtgenoten onderling, maar regelt
ook de verhoudingen tussen echtgenoten en derden waarmee ze contracteren.
o Heeft dus interne gevolgen (binnen koppel/echtpaar), maar ook externe gevolgen.
Of een schuldenaar gehuwd is of niet gehuwd is en zo ja onder welk stelsel,
kan voor de SE een belangrijk verschil maken.
o Die externe werking ligt onder vuur. Er zijn een heel aantal auteurs, ook de prof, die
van oordeel zijn dat het voor 3e (vb: SE) niet zou mogen uitmaken of hun SA nu
gehuwd is of niet en zo ja onder welk huwelijkscontract.
Klassiek onderverdeeld in:
Primair huwelijksvermogensrecht
o Wetgever zegt dat dit basisregels zijn, minimale regels zijn die tussen echtgenoten
moeten gelden.
o Dwingendrechtelijk van toepassing zijn.
o Enkele feit dat u in het huwelijk treedt betekend dat het primaire huwelijksstelsel op
u van toepassing is.
o Oud burgerlijk wetboek
Secundair huwelijksvermogensrecht
o Echtgenoten die in het huwelijk treden en die er niet aan denken dat het huwelijk
ook vermogensrechtelijke gevolgen heeft, vallen automatisch onder al die wettelijke
bepalingen, maar ze kunnen ook afwijkingen voorzien van de regels van het wettelijk
stelsel.
o Wettelijk
o Conventioneel
o Boek 2, titel 3 BW
5
,Familiaal vermogensrecht 2024
AFDELING 2. BRONNEN VAN HET HUWELIJKSVERMOGENSRECHT
Bronnen?
(O)BW
!!! Belangrijke hervorming – Wet Huwelijksvermogensrecht 22 juli 2018
Wet 19 januari 2022 (grotendeels inkanteling “à droit constant”)
HOOFDSTUK 1: HET PRIMAIR STELSEL
INLEIDING
Wat? = Het primair stelsel regelt op eenvormige en dwingende wijze de rechten en verplichtingen
van de echtgenoten onderling, alsmede hun verhouding tegenover derden
Die rechten en plichten tussen echtgenoten onderling tav derde vastleggen, op eenvormige
en dwingende wijze voor alle echtgenoten, zonder dat er contractsvrijheid is.
Waar?: Art. 212-224 OBW
Algemene kenmerken
1. “Minimum minimorum”
o Dit is de ondergrens!
2. Eenvormig en dwingend recht
o Sanctie? Relatieve/absolute nietigheid
3. Wederkerig en krachtens de wet
o Krachtens bv enac nvt: de niet-uitvoering van een van de echtgenoten verleent de
andere niet het recht om de eigen verplichtingen op te schorten
Opgebouwd rond drie krachtlijnen
o Zie verder
AFDELING 1: TOEPASSINGSGEBIED RATIONE PERSONAE EN RATIONE MATERIAE
Toepassingsgebied
Regels gelden tot op het ogenblik dat het huwelijk wordt ontbonden: echtscheiding of overlijden
Alle echtgenoten
o Quid bij echtelijke moeilijkheden?
Antwoord is genuanceerd.
Als algemeen principe, blijft ook in de periode van feitelijke scheiding en
echtelijke moeilijkheden, het primair stelsel gewoon gelden.
Maar dat er een feitelijke scheiding is, kan er wel voor zorgen dat bepaalde
regels uit het primair stelsel worden uitgehold of anders moeten worden
ingevuld.
6
,Familiaal vermogensrecht 2024
Vb 1: een van de belangrijke regels uit het primair stelsel is dat de
gezinswoning van het echtpaar, dat die beschermd is. Die
bescherming bestaat er in essentie in, dat de ene echtgenoot het
voortbestaan niet eenzijdig kan beïndigen. Het zou best wel eens
kunnen dat het feit dat er een feitelijke scheiding bestaat, na verloop
van tijd ook meebrengt dat er geen woning meer is die als
gezinswoning kan geïdentificeerd worden.
Vb 2: echtgenoten moeten bijdragen leveren in de lasten van het
huwelijk. Elke echtgenoot moet naar zijn of haar mogelijkheden
bijdragen. In beginsel moet je die bijdragen in natura leveren in de
gezinswoning (zegt de wet). Bijdragen leveren in de gezinswoning
wordt moeilijk als er sprake is van feitelijkes scheiding, en bijdrage in
natura is vaak niet gewenst. Kunnen ze dan in een periode van
feitelijke scheiding gaan omvormen van nature naar equivalent, door
bijvoorbeeld het betalen van een onderhoudsgeld. De rechtspraak
zegt dat dit kan!
Alleen echtgenoten? (zie ook later)
o Wettelijke samenwoners: Wet 23 november 1998
o Feitelijke samenwoners? Geen wettelijke grondslag
Rechten en verplichtingen uit primair stelsel kunnen niet naar analogie
worden toegepast theorie van de bewuste keuze = feitelijke
samenwoners kiezen er bewust voor hun samenleven te organiseren buiten
1 van de door de wet voorziene statuten, zodat hen ook geen
dwingendrechtelijke verplichtingen kunnen worden opgedrongen.
Nuance: tegenover 3e met wie samenwoners hebben gecontracteerd en
tegenover wie ze de schijn hebben opgewekt gehuwd te zijn, zodat deze 3 e
zich kunnen beroepen op de voor hen meer voordelige bepalingen van het
primair stelsel, onder meer wat de hoofdelijke gehoudenheid voor
huishoudelijke schulden betreft.
Nog andere auteurs nemen theorie van bewuste keuze onder vuur en
verdedigen dat niet de door de partners gekozen vorm van hun SL
determinerend is voor de bepaling van rechten en verplichtingen, maar wel
of zij hebben gekozen voor een duurzame SL.
AFDELING 2. KRACHTLIJNEN VAN HET PRIMAIR STELSEL
Kerngedachte: zoektocht naar een evenwicht tussen drie basisprincipes: gelijkheid, solidariteit en
zelfstandigheid
1. Principiële uitgangspunt: gelijkheid
Art. 212, lid 3 OBW: huwelijk tast de principiële handelingsbekwaamheid niet aan
o Huwelijk kan wel de handelingsbevoegdheid aantasten, maar als het dat doet is het
wel in gelijke mate voor de ene als andere echtgenoten.
Vb: de gezinswoning waar echtgenoten wonen is beschermd. Stel dat een
echtgenoot alleen eigenaar is van een woning, want de ene heeft al een
7
,Familiaal vermogensrecht 2024
woning en is volledig afbetaald en het echtpaar vestigd zich in die woning.
Voor het huwelijk zou u zich de vraag kunnen zeggen, mag de man de
woning verkopen zonder instemming van de vrouw, ja want het is zijn
woning. Ze treden in het huwelijk, mag de man dan de woning verkopen? Ja
dat mag MAAR met akkoord van de vrouw! De handelingsbekwaamheid van
meneer is niet aangetast, maar de -bevoegdheid wel.
Art. 219 OBW
o Echtgenoten kunnen elkaar een volmacht geven, de bevoegdheid verlenen om in
naam en voor rekening van andere echtgenoot rechtshandelingen te stellen, MAAR
de volmacht moet altijd herroepelijk zijn.
Anders zou dit een ondergraving zijn van art. 212 OBW.
Men mag die volmacht niet in de huwelijksovereenkomst zetten, want dit is
een overeenkomst en kan niet eenzijdig worden gewijzigd.
2. Solidariteit en bescherming van het gezinsleven
Hulp- en bijdrageverplichting (art. 213 OBW, art. 217 OBW, art. 221 OBW) - 1
o Wat?
Hulpverplichting= echtgenoten moeten elkaar hulp verschaffen en dat ze
moeten elkaar het nodige verschaffen om een gezamenlijke levensstandaard
te kunnen behouden
Bijdrageverplichting= echtgenoten moeten naar hun mogelijkheden hun
bijdrage leven in de lasten van het huwelijk
Elk van de echtgenoten moet op zijn of haar manier een bijdrage
leveren in het gezinsleven en in alles wat daarbij komt kijken.
Bijdrage leveren, maar niet percee gelijk, niet 50/50, maar naar de
eigen mogelijkheden van elk van die echtgenoten, waarbij de RP
aanvaard dat het perfect mogelijk is dat een van de echtgenoten een
ruimere materiële bijdrage levert en de andere een ruimere
financiële bijdrage levert.
Lasten van het huwelijk = kosten van het dagelijks leven, kosten
huisvestiging, kosten opvoeding kinderen, kosten vrijetijdsbesteding…
Als we kijken naar de RP dan zien we dat de RP in bepaalde gevallen,
het begrip lasten van het huwelijk, alsmaar ruimer opentrekt en
soms gebruikt om het gebrek aan solidariteit tussen echtgenoten te
gaan verhelpen.
Cassatie 22 april 1976 – onder de lasten van het huwelijk worden de
kosten van de huisvestiging gerekend, traditioneel zei men als men
geen woning huur, maar men gaat een woning kopen dus een lening
sluiten, dan zijn ook de interesten die men op die lening betaald,
lasten van het huwelijk. Want door het feit dat men een lening kon
sluiten, moet men geen woning huren en dat is dus gelijk te stellen
aan de huurprijs die u anders moet betalen. In het arrest van het HvC
ontstond de vraag of het verwerven zelf van een OG een last van het
gezin kan zijn? Echtgenoten waren gehuwd onder een stelsel van
scheiding van goederen (= echtgenoten hebben 2 vermogens, dus in
8
,Familiaal vermogensrecht 2024
1 vermogen zit alles wat ze voor het huwelijk hebben, tijdens het
huwelijk via erfenis, schenking of testament krijgen of tijdens het
huwelijk door arbeid verkrijgen). In het wettelijk stelstel hebben ze 3
vermogens, want ze hebben een gemeenschap en wanneer dan een
huwelijk wordt ontbonden, gaan we de gemeenschap in 2 gelijke
delen toebedelen, abstractie makend van wie de goederen in de
gemeenschap heeft gebracht. In een stelsel van scheiding van
goederen is die solidariteit er niet en wordt er dus op het ogenblik
van de ontbinding, geen verdeling gemaakt van datgene wat men
over heeft gehouden. Echtgenoten waren dus gehuwd onder stelsel
van scheiding van goederen en hadden tijdens het huwelijk een
gezinswoning gekocht, 50/50. Ze hadden de gezinswoning
gefinancierd door een lening aan te gaan en ze hebben die lening
terugbetaald met inkomsten voornamelijk van meneer, want
mevrouw werkte niet buitenshuis. De lening was eigenlijk afbetaald
met opbrengsten van de arbeid van meneer. Meneer wilt scheiden,
de vrouw heeft de helft van dat huis, maar de meneer zegt eigenlijk
heb je dat helemaal niet, want ik heb dat betaald. Die periodieke
betalingen waren eigenlijk schenkingen, en die zijn op elk ogenblik
herroepelijk, dus de man wilt dat de vrouw dit terugbetaald. De
vrouw heeft niet veel geld, dus zou de helft van het huis aan meneer
moeten geven. Het hof zegt dat dit niet kan: als een echtpaar beslist
om een gezinswoning aan te kopen op de 2 namen en die wordt
gefinancieerd met inkomsten uit arbeid, dan is wat meneer periodiek
doet geen schenking, maar zijn bijdrageverplichting in de lasten van
het huwelijk, niet alleen mbt interesten, maar ook mbt
kapitaalsgedeelte dat hij heeft terugbetaald. De solidariteit die
tussen die ex-echtgenoten onder druk kwam te staan, toch wordt
beschermd. De RP breidt elke keer het concept van bijdrage in de
lasten sinds ’76 uit en daardoor gaat men de solidariteit in de
bijdrageverplicht alsmaar groter maken.
o Hoeveel?
Evenredige verplichting
o Hoe?
In natura in de gezinswoning (principe)
Bestedingsvolgorde – art. 217 BW: inkomsten moeten bij voorrang worden
besteed aan de bijdrage in de lasten van het huwelijk
o Hoelang?
Zolang ze echggenoten zijn, maar bijdrageverplichting kan ook tijdens
feitelijke scheiding, maar wordt omgevormd naar geldelijke verplichting.
o Handhaving?
Echtgenoten zijn wettelijk verplicht bij te dragen en deze verplichting is
wederkerig.
Achterstallige bijdragen kunnen worden opgeëist
9
, Familiaal vermogensrecht 2024
Voor de toekomst kunnen echtgenoten, via dringende voorlopige
maatregelen, verzoeken dat 1 van hen wordt veroordeeld tot
betaling van een onderhoudsbijdrage, hetzij via art. 221 BW hetzij via
dringende voorlopige maatregel.
Echtgenoot-SE kan een sommendelegatie (art. 221, lid 2 BW) vragen
Bescherming van de gezinswoning (art. 215 OBW) – 2
o Wat?
Als echtgenoten een bepaald goed bestemmen tot gezinswoning, de
voornaamste woning van een echtpaar, dan kunnen ze de bestemming maar
opgeven met akkoord van de 2 echtgenoten en we gaan dat juridisch
technisch in elkaar puzzelen door art. 215 OBW. Er wordt een onderscheid
gemaakt naargelang dat 1 van de echtgenoten eigenaar is of dat ze huren.
Opdat een woning als gezinswoning kan worden beschermd, moet er aan 3
cumulatieve voorwaarden zijn voldaan:
1. Voornaamste gezinswoning
2. Woning moet daadwerkelijk dienstdoen als gezinswoning
3. Onroerend
o Hoelang?
Uitgangspunt: voor de duur van het huwelijk
Maar de bescherming houdt niet principieel op te bestaan door de feitelijke
scheiding.
Einde: ontbinding huwelijk, door overlijden/echtscheiding
o Hoe?
(Één van de) echtgenoten is/zijn houder van een zakelijk recht op de
gezinswoning (§1)
Er kan maar worden beschikt over ZR met instemming van de andere
echtgenoot.
o Beschikking moet ruim worden geïnterpreteerd: verkopen,
verhuren,…
o De gezinswoning wordt dan niet onbeschikbaar.
Instemming van beide echtgenoten, maar de wet legt geen
vormvereisten op.
o Vaak zal een geschrift moeten worden voorzien.
Handhaving – weigering instemming
o Andere echtgenoot kan zich wenden tot de
familierechtbank, of bij spoedeisendheid, tot de voorzitter
van die rechtbank om een rechterlijke machtiging te
verkrijgen
Handhaving – dringende voorlopige maatregelen
o Kan vragen om andere echtgenoot een beschikkingsverbod
op te leggen (art. 223 BW)
Handhaving – vervreemding zonder instemming
o Vatbaar voor nietigverklaring + schadevergoeding (art. 224
BW)
o Termijn: 1 jaar
10