VERTALEN EN TOLKEN 1
16. OVERZICHT TOLKEN EN TOLKWETENSCHAP
A. WAT IS TOLKEN (BASISDEF)
Definitie vertalen
= een proces of activiteit waarbij een brontekst in taal 1 vervangen w door een doeltekst in taal 2
Definitie tolken
= een vorm van vertalen waarin een unieke en definitieve omzetting in een andere taal geproduceerd w op basis van
een eenmalige presentatie van een uiting in een brontaal
Er bestaan enkele overeenkomsten MAAR ook verschillen tussen beide
OVEREENKOMSTEN TSS V EN T
1. Tolken is een vorm van Vertalen
Vb: Tolkwetenschap is ook een subdiscipline binnen de Vertaalwetenschap
Gemeenschappelijke kenmerken:
Productie van tekst
Met de bedoeling dezelfde betekenis weer te geven
In een andere taal en cultuur
VERSCHILLEN TSS V EN T
1. Tolken is onmiddellijk
De brontekst is maar één keer beschikbaar
2. Tolken is uniek en definitief
De doeltekst is geproduceerd onder tijdsdruk, correctie en revisie slechts beperkt mogelijk
3. Een “uiting” kan ook een idee of een boodschap zijn EN NIET per se een zin
VERTALEN MET KLEINE OF GROTE “V”?
Vertalen = overkoepelende term voor zowel schriftelijk vertalen, als mondeling en visueel-gestueel tolken
<-> vertalen = praktijk van schriftelijk vertalen
DUS geschreven brontekst w vervangen door geschreven doeltekst (= geschreven vertaling)
wordt NIET systematisch op deze manier toegepast in de literatuur
B. SOORTEN TOLKEN (VOLGENS 6 PARAMETERS)
1. Modus (tolkmodi)
Consecutief: eerst luisteren, dan het woord nemen wnr de spreker zwijgt
Kort of lang: enkele seconden tot 10min
Beperkt geheugen DUS drm toepassing van specifiek notitiesysteem
Simultaan: ‘bijna’ gelijktijdig met de spreker
Vertraging/décalage = ear voice span (pas vertalen na enkele seconden van input)
Verdeelde aandacht: luisteren en spreken
Simultaan met tekst (SIMTXT)
Tolk hoort de spreker EN heeft de geschreven tekst mondelinge vertaling
= met OF zonder voorbereidingstijd
Multimodaal simultaan
Spreker + visuele input (transcript speech zoals in SIMTXT, PPT, ondertitels of gecombineerd)
2. Setting
, Conferentietolken: grote meetings etc. van nationale en internationale organisaties bv. EU
Meestal simultaan en monologisch (1 spreker grote groep toehoorders)
Meestal van B-taal of C-taal naar A-taal (moedertaal)
B-taal = actieve taal
C-taal = passieve taal
Soms “retour” van A naar B-taal
NB: relaistolken: X Z (pivot) A
Gesprekstolken/dialoogtolken
Medische, juridische (gerechtstolk), sociale sector (sociaal tolk)
= consecutief en dialogisch (gesprek tussen 2 mensen)
In beide richtingen: BA en AB
NB: verbindingstolken/liaison tolken
3. Modaliteit (welk semiotisch kanaal?)
Gesproken modaliteit = “tolken”
De tolk hoort en spreekt <-> de toehoorders horen/luisteren
Visueel-gestueel tolken gebarentaal gebarentolk (gebarentaaltolk, doventolk)
= bedoeld voor doven/slechthorenden
Weinig notities want je gebruikt hoofd, handen, gelaat
Bijna altijd simultaan (kort consecutief kan)
WRM? Communicatie tss dove gebarentalige en horende niet-gebarentalige
HOE? De tolk hoort en tolkt in een visueel-gestuele taal of kijkt er zelf naar en spreekt
Visueel-gestuele taal: handen + andere delen lichaam (hoofd, gelaat)
Onafhankelijkheid v gesproken taal in dezelfde regio
Voorbeelden:
VGT = Vlaamse gebarentaal
NGT = Nederlandse gebarentaal
Verbaal + non-vocaal verbaal + vocaal OF andersom
Live subtitling = vorm van toegankelijkheid
Overlap met audiovisueel vertalen (AVT) en media accessability, mediatoegankelijkheid (AM)
4. Hulpmiddelen
Zonder hulpmiddelen (fluistertolken/ chuchotage)
Voor 1 of 2 luisteraars
Biduletolken = met een mobiele tolkset (simultaan)
Voor kleine groep luisteraars
Cabinetolken = vanuit een aparte geluidsdichte cabine (simultaan)
Voor een groter groep
Remote tolken of telefoontolken
Respeaken of live-ondertitelen = spraakherkenning
Vb: les geven in het Engels en daarbij werden ook ENG ondertitels makkelijker?
Machinetolken
Vb: Google Translate, Skype Voice-to-voice translation
5. Professionaliteit
Professionele tolk bv. conferentietolk
16. OVERZICHT TOLKEN EN TOLKWETENSCHAP
A. WAT IS TOLKEN (BASISDEF)
Definitie vertalen
= een proces of activiteit waarbij een brontekst in taal 1 vervangen w door een doeltekst in taal 2
Definitie tolken
= een vorm van vertalen waarin een unieke en definitieve omzetting in een andere taal geproduceerd w op basis van
een eenmalige presentatie van een uiting in een brontaal
Er bestaan enkele overeenkomsten MAAR ook verschillen tussen beide
OVEREENKOMSTEN TSS V EN T
1. Tolken is een vorm van Vertalen
Vb: Tolkwetenschap is ook een subdiscipline binnen de Vertaalwetenschap
Gemeenschappelijke kenmerken:
Productie van tekst
Met de bedoeling dezelfde betekenis weer te geven
In een andere taal en cultuur
VERSCHILLEN TSS V EN T
1. Tolken is onmiddellijk
De brontekst is maar één keer beschikbaar
2. Tolken is uniek en definitief
De doeltekst is geproduceerd onder tijdsdruk, correctie en revisie slechts beperkt mogelijk
3. Een “uiting” kan ook een idee of een boodschap zijn EN NIET per se een zin
VERTALEN MET KLEINE OF GROTE “V”?
Vertalen = overkoepelende term voor zowel schriftelijk vertalen, als mondeling en visueel-gestueel tolken
<-> vertalen = praktijk van schriftelijk vertalen
DUS geschreven brontekst w vervangen door geschreven doeltekst (= geschreven vertaling)
wordt NIET systematisch op deze manier toegepast in de literatuur
B. SOORTEN TOLKEN (VOLGENS 6 PARAMETERS)
1. Modus (tolkmodi)
Consecutief: eerst luisteren, dan het woord nemen wnr de spreker zwijgt
Kort of lang: enkele seconden tot 10min
Beperkt geheugen DUS drm toepassing van specifiek notitiesysteem
Simultaan: ‘bijna’ gelijktijdig met de spreker
Vertraging/décalage = ear voice span (pas vertalen na enkele seconden van input)
Verdeelde aandacht: luisteren en spreken
Simultaan met tekst (SIMTXT)
Tolk hoort de spreker EN heeft de geschreven tekst mondelinge vertaling
= met OF zonder voorbereidingstijd
Multimodaal simultaan
Spreker + visuele input (transcript speech zoals in SIMTXT, PPT, ondertitels of gecombineerd)
2. Setting
, Conferentietolken: grote meetings etc. van nationale en internationale organisaties bv. EU
Meestal simultaan en monologisch (1 spreker grote groep toehoorders)
Meestal van B-taal of C-taal naar A-taal (moedertaal)
B-taal = actieve taal
C-taal = passieve taal
Soms “retour” van A naar B-taal
NB: relaistolken: X Z (pivot) A
Gesprekstolken/dialoogtolken
Medische, juridische (gerechtstolk), sociale sector (sociaal tolk)
= consecutief en dialogisch (gesprek tussen 2 mensen)
In beide richtingen: BA en AB
NB: verbindingstolken/liaison tolken
3. Modaliteit (welk semiotisch kanaal?)
Gesproken modaliteit = “tolken”
De tolk hoort en spreekt <-> de toehoorders horen/luisteren
Visueel-gestueel tolken gebarentaal gebarentolk (gebarentaaltolk, doventolk)
= bedoeld voor doven/slechthorenden
Weinig notities want je gebruikt hoofd, handen, gelaat
Bijna altijd simultaan (kort consecutief kan)
WRM? Communicatie tss dove gebarentalige en horende niet-gebarentalige
HOE? De tolk hoort en tolkt in een visueel-gestuele taal of kijkt er zelf naar en spreekt
Visueel-gestuele taal: handen + andere delen lichaam (hoofd, gelaat)
Onafhankelijkheid v gesproken taal in dezelfde regio
Voorbeelden:
VGT = Vlaamse gebarentaal
NGT = Nederlandse gebarentaal
Verbaal + non-vocaal verbaal + vocaal OF andersom
Live subtitling = vorm van toegankelijkheid
Overlap met audiovisueel vertalen (AVT) en media accessability, mediatoegankelijkheid (AM)
4. Hulpmiddelen
Zonder hulpmiddelen (fluistertolken/ chuchotage)
Voor 1 of 2 luisteraars
Biduletolken = met een mobiele tolkset (simultaan)
Voor kleine groep luisteraars
Cabinetolken = vanuit een aparte geluidsdichte cabine (simultaan)
Voor een groter groep
Remote tolken of telefoontolken
Respeaken of live-ondertitelen = spraakherkenning
Vb: les geven in het Engels en daarbij werden ook ENG ondertitels makkelijker?
Machinetolken
Vb: Google Translate, Skype Voice-to-voice translation
5. Professionaliteit
Professionele tolk bv. conferentietolk