Samenvatting vakdidactiek Tijd
Semester 1
Lotte Onghena 1BaLo2
, Hoofdstuk 1: aanleren van tijdsbesef in de lagere school
Algemene doelstelling van tijd die men nastreeft, is het ontwikkelen en vergroten van
tijdsbesef. Leerlingen leren over verschillende soorten tijdsbesef
1. Wat is tijd?
1.1 het begrip ‘tijd’
Tijd is een realiteit waar we niet om heen kunnen. Alles speelt zich af in de tijd. De mens
kent al duizenden jaren land de eenheden dag, maand en jaar. Een dag is de tijd die de
aarde nodig heeft om eenmaal rond haar as te draaien.
Tijdsbesef is het herkennen en ervaren van het verloop van tijd.
Tijd is evenwel een complex en moeilijk vatbaar gegeven:
- Het is een abstract begrip
- Tijd kan je objectief meten, maar is tegelijk ook een subjectief begrip. Zo kan een
activiteit voor iemand lang duren, terwijl voor een ander de tijd vliegt.
- Tijdsbegrip is niet aangeboren maar aangeleerd
- Tijdsbegrip groeit langzaam bij kinderen
1.2 verschillende soorten tijdsbesef
a) Cyclische tijd: biologische tijd en dagelijkse tijd
Biologische tijd gaat over de natuur bepaalde tijdritmes in planten, dieren en mensen:
dit is een inwendige, natuurlijk klok.
Bv: wanneer je honger krijgt
Dagelijkse tijd is afgeleid van deze biologische tijd en heeft betrekking op uren, dagen,
maanden, jaren, seizoenen. Het gaat om het cyclische karakter van de tijd, deze zaken
keren steeds terug
Dit houdt in dat kinderen zich bewust zijn van en kunnen omgaan met:
- Tijdsvolgorde: de opeenvolging van tijd
- Tijdsduur: de duur van een tijdsinterval
b) Historische tijd of lineaire tijd
Tijd verloopt ook lineair, komt niet meer op dezelfde wijze terug.
Historisch besef houdt in:
- Besef van het verleden
Lotte Onghena 1BaLo2
, - Beheersen van begrippen om het verleden te hanteren
- Middelen kunnen hanteren om het verleden te structureren
- In de tijd kunnen situeren van geschiedkundige feiten
- Een besef van de lengte van tijd, ‘het niet herhaalbare’
Historische tijd groeit langzaam bij kinderen en is pas ontwikkeld vanaf 10 jaar
Historisch tijdsbesef = basis voor historisch bewustzijn. Dit is het besef dat de huidige
wereld en het kind zelf het resultaat zijn van een historisch proces
Concreet:
- De historische bepaaldheid van hun bestaan inzien.
- De verbondenheid van hun bestaan inzien met het bestaan van
oudere/toekomstige generaties.
- Inzien dat de wereld van nu een andere is dan die van vroeger en dan die van in
de toekomst (evolutie)
Kanttekening: hoe werken aan historisch tijdsbesef blijft een discussiepunt binnen
geschiedenis didactiek.
Volgens onderzoek komt een volwaardig tijdsbesef pas vanaf ongeveer 11- jarige leeftijd
tot stand. Maar uit recent onderzoek blijkt dat kinderen vanaf de kleuterschool
veranderingen in de tijd kunnen onderscheiden op basis van bv: vervoer, kleding, ...
Omgaan met historische tijd is dus ook mogelijk bij jonge kinderen. Tijd moet zoveel
mogelijk gevisualiseerd en geconcretiseerd worden. Leerlingen die werden
geconfronteerd met verhalende, beeldende contexten (prenten, historische verhalen)
zijn veel meer in staat om historische kennis en een referentiekader te verwerven.
2. ‘Tijd’ in de eindtermen en leerplannen
2.2 Tijd in de eindtermen lager onderwijs
Het algemene doel: is het ontwikkelen en vergroten van dagelijks en historisch
tijdsbesef
Eindtermen bestaan uit drie rubrieken:
- De dagelijkse tijd
- Historische tijd
- Algemene vaardigheden tijd
Wat dagelijkse tijd betreft is het vooral van belang dat leerlingen vaardigheden
ontwikkelen om greep te krijgen op de ‘eigen’ tijd.
3.1 De leerlingen kunnen de tijd die ze nodig hebben voor een voor hen bekende bezigheid realistisch
schatten.
Lotte Onghena 1BaLo2
Semester 1
Lotte Onghena 1BaLo2
, Hoofdstuk 1: aanleren van tijdsbesef in de lagere school
Algemene doelstelling van tijd die men nastreeft, is het ontwikkelen en vergroten van
tijdsbesef. Leerlingen leren over verschillende soorten tijdsbesef
1. Wat is tijd?
1.1 het begrip ‘tijd’
Tijd is een realiteit waar we niet om heen kunnen. Alles speelt zich af in de tijd. De mens
kent al duizenden jaren land de eenheden dag, maand en jaar. Een dag is de tijd die de
aarde nodig heeft om eenmaal rond haar as te draaien.
Tijdsbesef is het herkennen en ervaren van het verloop van tijd.
Tijd is evenwel een complex en moeilijk vatbaar gegeven:
- Het is een abstract begrip
- Tijd kan je objectief meten, maar is tegelijk ook een subjectief begrip. Zo kan een
activiteit voor iemand lang duren, terwijl voor een ander de tijd vliegt.
- Tijdsbegrip is niet aangeboren maar aangeleerd
- Tijdsbegrip groeit langzaam bij kinderen
1.2 verschillende soorten tijdsbesef
a) Cyclische tijd: biologische tijd en dagelijkse tijd
Biologische tijd gaat over de natuur bepaalde tijdritmes in planten, dieren en mensen:
dit is een inwendige, natuurlijk klok.
Bv: wanneer je honger krijgt
Dagelijkse tijd is afgeleid van deze biologische tijd en heeft betrekking op uren, dagen,
maanden, jaren, seizoenen. Het gaat om het cyclische karakter van de tijd, deze zaken
keren steeds terug
Dit houdt in dat kinderen zich bewust zijn van en kunnen omgaan met:
- Tijdsvolgorde: de opeenvolging van tijd
- Tijdsduur: de duur van een tijdsinterval
b) Historische tijd of lineaire tijd
Tijd verloopt ook lineair, komt niet meer op dezelfde wijze terug.
Historisch besef houdt in:
- Besef van het verleden
Lotte Onghena 1BaLo2
, - Beheersen van begrippen om het verleden te hanteren
- Middelen kunnen hanteren om het verleden te structureren
- In de tijd kunnen situeren van geschiedkundige feiten
- Een besef van de lengte van tijd, ‘het niet herhaalbare’
Historische tijd groeit langzaam bij kinderen en is pas ontwikkeld vanaf 10 jaar
Historisch tijdsbesef = basis voor historisch bewustzijn. Dit is het besef dat de huidige
wereld en het kind zelf het resultaat zijn van een historisch proces
Concreet:
- De historische bepaaldheid van hun bestaan inzien.
- De verbondenheid van hun bestaan inzien met het bestaan van
oudere/toekomstige generaties.
- Inzien dat de wereld van nu een andere is dan die van vroeger en dan die van in
de toekomst (evolutie)
Kanttekening: hoe werken aan historisch tijdsbesef blijft een discussiepunt binnen
geschiedenis didactiek.
Volgens onderzoek komt een volwaardig tijdsbesef pas vanaf ongeveer 11- jarige leeftijd
tot stand. Maar uit recent onderzoek blijkt dat kinderen vanaf de kleuterschool
veranderingen in de tijd kunnen onderscheiden op basis van bv: vervoer, kleding, ...
Omgaan met historische tijd is dus ook mogelijk bij jonge kinderen. Tijd moet zoveel
mogelijk gevisualiseerd en geconcretiseerd worden. Leerlingen die werden
geconfronteerd met verhalende, beeldende contexten (prenten, historische verhalen)
zijn veel meer in staat om historische kennis en een referentiekader te verwerven.
2. ‘Tijd’ in de eindtermen en leerplannen
2.2 Tijd in de eindtermen lager onderwijs
Het algemene doel: is het ontwikkelen en vergroten van dagelijks en historisch
tijdsbesef
Eindtermen bestaan uit drie rubrieken:
- De dagelijkse tijd
- Historische tijd
- Algemene vaardigheden tijd
Wat dagelijkse tijd betreft is het vooral van belang dat leerlingen vaardigheden
ontwikkelen om greep te krijgen op de ‘eigen’ tijd.
3.1 De leerlingen kunnen de tijd die ze nodig hebben voor een voor hen bekende bezigheid realistisch
schatten.
Lotte Onghena 1BaLo2