INTRO:
Epidemiologie = studie die zich bezig houdt met een (nieuwe) ziekte => niet alleen
infectieziekten, maar richt zich ook op chronische ziekten
= methode van onderzoek naar gezondheid en ziekte in populatie
= over begrijpen hoe ziekte zich ontwikkelt heeft
Dient om gezondheidsproblemen te controleren – gezondheid te verbeteren
- Hvl komt het voor?
- Wat ligt er aan de oorzaak?
- Welk vaccin kunnen we gebruiken?
Transmission rate = snelheid waarmee een ziekte zich verspreidt van een besmette persoon
naar een andere binnen de populatie
Fatality rate = percentage mensen dat overlijdt aan een ziekte in verhouding met het aantal
mensen die door de ziekte getroffen zijn
Incubation period = de tijd die verstrijkt tussen het moment van blootstelling aan een ziekte
verwekker (virus/bacterie) en het moment waarop de eerste symptomen optreden
Van onderzoek naar beleid
HOOFDSTUK 1: INLEIDENDE BEGRIPPEN
Definiëring
Wordt nooit gevraagd op examen, gewoon om te begrijpen welk vak we studeren
EPI = over, tussen
DEMOS = volk, mensen
LOGOS= leer
Opsporen en in kaart brengen van nieuwe ziekte
Geneeskunde (gezondheid van individuen) VS epidemiologie (gezondheid van populatie)
Doelstelling
,Gezondheidsproblemen te controleren/ gezondheid verbeteren door:
Beschrijving van gezondheidstoestand van/tussen populatie
Oorzaken van de ziekte
Evaluatie van interventies
Prognose van ziekte
Factoren
1. PERSOONLIJKE FACTOREN: demografisch, levensstijl, genetisch, …
2. OMGEVINGSFACTOREN: klimaat, gezin, bedrijf,…
3. TIJDSFACTOREN: impact van tijd/evolutie risicofactoren
Epidemiologie
Epidemie= sterk verhoogde frequentie van ziekte
Hoe vaak komt ziekte voor/in welke groepen/ waarom? -> strategie ontwikkelen
Who/What/Where
Vb: Covid-19 -> door de social distance werd er geprobeerd om de link tussen “wie” en “waar” te
doorbreken
Vragen voor de epidemiologie
, Ethiologische vraag: oorzaak/ontstaan van ziekte
Diagnostische vraag: vaststellen
Prognostische vraag: hoe gaat ziekte evolueren
Therapeutische vraag: interventie
We gaan groepen gaan vergelijken en dan kunnen we uitspraken doen over het verband tussen
verschillende groepen
OBSEVATIONELE epidemiologie vs EXPERIMENTELE epidemiologie
Natuurlijk experiment:
Hier komt onderzoeker wel tussen
veranderingen die om een of
andere reden zijn ontstaan
Onderzoeker komt niet tussen
Enkele historische voorbeelden
1. Scheurbuik (1747)
Na 4-6 weken op zee kwam het voor
Zwelling/bloeding tandvlees, slappe/pijnlijke ledematen, inwendige bloedingen
Wisten niet wat het was en waarom kwam het voor
Experimentele epidemiologie
: 6 groepen van elk 2 mensen
Gaf aan elke groep een andere iets (bv: azijn, zeewater, cider,…)
Groep die citroen en 2 sinaasappelen (vitamine C) kreeg -> werd beter -> besluit:
oorzaak van scheurbuik is een tekort aan vitamine C
2. Cholera in Londen (1854)
Cholera- epidemie: 500 sterfgevallen in 10 dagen
Oorzaak? Miss ‘Miasma’ (gifwolk) of waterbedeling
J. snow ging kijken waar de meeste mensen cholera hadden en bracht dit in kaart
(= spot map) -> rond een waterpomp in Broadstreet waren er veel gevallen van
cholera
3. Fluor en Cariës (1993)
Verkleuring van tandglazuur door hoge concentratie fluor in drinkwater
Eerder al ontdekt: verkleurd tandvlees zorgt voor minder gaatjes (cariës)
Onderzoek: fluorconcentratie bij kinderen in 13 verschillende steden
Hoe meer fluor, hoe minder gaatjes
4. Roken en longkanker (1950)
< 1930: weinig longlanker
>1930: sterke stijging bij westerse mannen en later vrouwen
1950: eerste epidemiologisch onderzoek waarbij longkankersterfte werd vergeleken
tussen rokers en niet-rokers
5. Risicofactoren voor hart- en vaatziekten (1948)
Vrouwen krijgen later hart- en vaatziekte -> hormonale bescherming tot de
menopauze
Begrippen
, Endemie= normale schommelingen van ziektefrequentie
Epidemie= plots sterk verhoogde ziektefrequentie
Pandemie= epidemie op wereldschaal
Morbiditeit= ziekte of invaliditeit
Mortaliteit= sterfte
Letaliteit= sterftegraad bij ziekte
Preventieniveaus:
- Primaire preventie: activiteiten die het voorkomen van ziekte tot doel
hebben
- Secundaire preventie: verloop van ziekte gunstig beïnvloeden door
vroegtijdige diagnostiek
- Tertiaire preventie : verbeteren van de gezondheidstoestand van
personen de reeds de aandoening hebben
Groepsimmuniteit: voldoende vaccinatie -> ziekte overdracht stoppen
Hoe besmettelijker de ziekte -> hoe hoger de groepsimmuniteit
moet zijn
R0= aantal mensen dat 1 ziek persoon kan besmetten
Herd immunity threshold (%)= 100-100/R 0
HOOFDSTUK 2: FREQUENTIEMATEN
Natuurlijk verloop van ziekte
Epidemiologie houdt zich bezig met de frequentie van een ziekte, maar hoe meten we die
frequentie?
Enkele begrippen
Gesloten cohorte= gesloten groep die over de tijd wordt gevolgd, er kan niem bij,
maar er kunnen wel nog mensen weg (bv studierichting)
Open cohorte/dynamische populatie= open populatie die over de tijd wordt gevolgd.
Er komen continue mensen bij en gaan weg (aantal blijft constant)
Population at risk= populatie die vatbaar is voor een bepaalde aandoening
Follow-up= opvolging over de tijd
Lost-to-follow-up= uit het oog verloren zonder verder info
Time at risk= periode waarin individuen de ziekte kunnen krijgen
Censored= geen volledige follow-up mogelijk
Ratio= verhouding tussen 2 getallen (bv geslachtsratio) = a/b
Proportie= aantal met karakteristiek/ totaal aantal = (a/(a+b))
Cijfer (rate)= aantal per tijdseenheid/ totaal aantal = a*/(a+b) (a*= aantal gedurende
bepaalde tijd)