Het proces waarbij verschillen tussen mensen of groepen worden verminderd,
bijvoorbeeld in inkomen of status. In filosofische context verwijst het naar het
gelijktrekken van waarden en normen.
**2. Pro Autarchie**
Een systeem waarin een gemeenschap of staat economisch zelfvoorzienend is en
onafhankelijk van externe handel.
**3. Sofisten**
Rondtrekkende leraren in het oude Griekenland die lesgaven in retoriek en filosofie, vaak
tegen betaling. Ze stonden bekend om hun relativistische benadering van waarheid.
**4. Aletheia**
Een Grieks begrip dat 'onthulling' of 'waarheid' betekent, waarbij waarheid wordt gezien
als het zichtbaar maken van wat verborgen is.
**5. Doxa**
Meningen of opvattingen die worden gedeeld binnen een gemeenschap, vaak zonder
diepere kritische onderbouwing. Tegenovergestelde van aletheia.
**6. Desacralisering**
Het proces waarbij iets zijn heilige of religieuze betekenis verliest. In filosofie verwijst dit
naar het loslaten van traditionele, religieuze verklaringen.
**7. Oikonomia**
Grieks voor 'huishoudkunde'. Het beheer van huishoudelijke zaken en economie in
functie van het goede leven binnen de polis.
**8. Telos**
Het uiteindelijke doel of de bestemming van iets. In Aristotelische filosofie heeft alles in
de natuur een telos.
**9. Praxis**
Handelen waarbij de handeling zelf het doel is. Het staat tegenover poiesis, waar een
extern doel wordt nagestreefd.
**10. Poiesis**
Creatieve activiteit waarbij een product of resultaat wordt voortgebracht. Het draait om
productie in plaats van intrinsieke waarde.
**11. Materiële oorzaak**
De fysieke stof waaruit iets is opgebouwd (bv. hout voor een tafel).
**12. Formele oorzaak**
De vorm of structuur die iets zijn identiteit geeft (bv. de vorm van een standbeeld).
, **13. Efficiënte oorzaak**
De directe oorzaak van een verandering of actie, vaak de maker of uitvoerder (bv. een
beeldhouwer).
**14. Doeloorzaak**
De reden of het doel waarom iets bestaat of gebeurt (bv. een beeld maken ter ere van
iemand).
**15. Regressus ad infinitum**
Een oneindige terugkeer in verklaringen, waarbij elke oorzaak weer een oorzaak nodig
heeft, wat leidt tot een oneindige keten.
**16. De onbewogen beweger**
Aristoteles' concept van een eerste oorzaak die zelf niet bewogen wordt, vaak gezien als
God.
**17. Teleologisch verklaringsmodel**
Een verklaring waarbij processen en fenomenen worden begrepen in termen van hun
doel of eindbestemming.
**18. Het absurde**
Het conflict tussen de menselijke zoektocht naar betekenis en de betekenisloze wereld.
Dit idee is vooral uitgewerkt door Albert Camus.
**19. Instrumentele rationaliteit**
Het rationeel inzetten van middelen om een bepaald doel te bereiken, zonder ethische
overwegingen.
**20. Ascetisme**
Een levenswijze van zelfdiscipline en onthouding om spirituele of morele doelen te
bereiken.
**21. Middel-doel omkering**
Een situatie waarin middelen het doel worden, zoals geld verdienen als doel in plaats
van een middel voor een goed leven.
**22. Hedonisme**
De levenshouding waarbij genot en plezier als hoogste goed worden beschouwd.
**23. Eudaimonia**
Het streven naar een gelukkig en geslaagd leven, zoals beschreven door Aristoteles.
**24. Calvinistische predestinatie**
De overtuiging binnen het calvinisme dat God vooraf heeft bepaald wie gered wordt en
wie niet.