1,2 EN 3 IN DE READER
HOOFDSTUK 1: JEUGDCRIMINALITEIT: WETENSCHAP, MEDIA EN POLITIEK (WEIJERS &
ELIAERTS)
Jeugdcriminaliteit: vaak verschillende vormen (en vaak ook samen voorkomend):
Veelplegers
Spijbelaars
Andere vormen van overlast
…
Opmerkelijk: gemeentelijke administratieve sancties (GAS) mogelijke als alternatieve sanctie:
Sinds 2013: mogelijk vanaf de leeftijd van 14 jaar
Aantal mogelijke procedures: ouderlijke betrokkenheid, bemiddeling, boete,
gemeenschapsdienst
PANIEK EN URGENTIE
Algemeen: aanhoudende paniekstemming dat het de verkeerde kant op gaat met de jeugd ->
als roep naar ingrijpen
Maar wel voldoende aanwijzingen voor globaal afnemende jeugddelinquentie in
Vlaanderen
Reactie van politic: gaan vaak meteen gaan reageren en met voorstellen afkomen
Zonder: de ernst te kennen
Zonder: resultaten van eerder beleid en interventies bekend zijn
Opmerkelijk: jeugdcriminaliteit en overlast van jongeren van ALLE tijden
Maar gewoon ander karakter
Media en politiek
Nederlands onderzoek: verschillende biases bij de Nederlandse media
Biases:
o 1: jeugdcriminaliteit neemt af, maar berichtgeving hieronder daalt niet op de
gelijke manier
o 2: disproportionele aandacht op high impact crime
o 3: associatie tussen Marokkaanse jeugd en ‘straatterreur’
o 4: berichtgeving wordt overgenomen door het Minister van Veiligheid en Justitie
BRONNEN
Bij onderzoek maakt men gebruik van verschillende bronnen:
Cijfers van de politie
Gerechtelijke gegevens
Zelfrapportage onder jongeren
Slachtofferenquêtes
PENDELBEWEGING IN DE CRIMINOLOGIE
1
,Pendelbeweging: door de verschillende paradigma’s -> nieuwe inzichten en nieuwe
onderzoeksaccenten en soms oudere ideeën die onder de aandacht komen
Is samen met bredere maatschappelijke en politieke veranderingen:
o Na Tweede Wereldoorlog: criminaliteit als gevolg van een verstoord
aanpassingsproces aan de hersenonderzoek waarden en cultuur
o Jaren 60/70: kritische en radicale criminologie:
Empirisch onderzoek waren soms vertekend
Overheidsingrijpen waren stigmatiserend -> wat kan bijdragen aan de
deviante carrière
o Eind jaren 70: kritiek op beschermingsmiddel: door opkomst van law and order-
beweging + gebrekkige effectiviteit van de behandelingsprgramma’s
MAAR: op internationaal niveau is er wel veel steun voor jongeren (vb:
aanname van het IVRK)
o Eind jaren 80: aandacht voor sociale achtergronden
Vb: bindingstheorie van Hirschi
o Eind jaren 90: meer kritiek op de werking van politie en justitie -> gevolg: meer
beleidsnota’s waar men ‘evidence-based’ wil werken -> risicofactoren
onderzoeken
LEVENSLOOP
Age-crime-curve: een snelle toename van delinquent gedrag onder jongeren laten zien,
gevolgd door een daling daarvan rond de 18 jaar of in de jaren daarna (halflege de
jongvolwassenheid)
Adolescenten: 12-18 jaar -> maar: verschillende ontwikkelingen:
1) Langer afhankelijk van bijvoorbeeld ouders
- Vb: langer naar school gaan
- Vb: geen zelfstandig inkomen
2) Meer weten over biologische, cognitieve, morele en emotionele ontwikkeling
- Vb: men weet dat de hersenen niet volledig zijn volgroeid op 18 jarige leeftijd
Context en levensstijl
Kritiek op ‘klassieke’ ontwikkelingsbenaderingen: gebrek aan oog voor de omgeving
DUS: nu ook meer accent op de context leggen
o Macroniveau -> vb: historische context, tijdperk, voor- of tegenspoed, rampen,
oorlogen, economische crisis
o Micro- en mesoniveau -> vb: op niveau van de school, de buurt, de
vriendenkring, directe gezinsomgeving (zoals werkloosheid van de ouders),
verhuizing, ruzies tussen ouders, echtscheiding, verslaving, geweld …
Levensstijl van jongeren:
Visie: ontwikkelingspychopathologie: hierbij heeft men meer oog voor verschillende
ontwikkelingstrajecten
2
, o + oog voor balans tussen risico- en beschermingsfactoren ! -> meer
inzicht in samenspel tussen individu en omgeving
Voorbeeld: een opeenstapeling van verschillende situaties: een
verandering van school, verhuizing, echtscheiding + de vele
spanningen die hier mee gepaard gaan
Om hier zonder kleerscheuren uit te geraken: nood aan
continuïteit bij ten minste één levensdomein (vb: solide
band met een ouder, betrouwbare vriend, kunnen leren met
steun van school of thuis)
PROBLEEM: grote complexiteit van de factoren -> moeilijk te voorspellen van de
interacties en gewicht van vele risicofactoren -> moeilijk om in te grijpen
Visie: sociologisch georiënteerd: sociaal-economische context waarin jeugdcriminaliteit
tot stand komt
o Vb: gezinnen met een zwakke sociale positie
o Risico op recidive en escalatie van conflicten
o Men gaat doen aan selfulfilling prophecy
GEWELD
Geweld: meest besproken onderwerp -> dus: is een zorgelijke maatschappelijke ontwikkeling
Wie?: jongeren tussen 15 en 17 jaar met:
o Gebrekkige scholing
o Zwakke gezinsachtergrond
o Onvoldoende toezicht, veel leven op straat
o Slecht ontwikkeld geweten
Is een zorgelijke tendens
DE RELATIE MET HET STRAFRECHT
Discrepantie bij de jeugd: spanning tussen:
Langdurige afhankelijkheid
Toegenomen inbrengen en autonomie = maturity
gap
Waarom jeugdrecht een aparte plek geven?:
1) Kennis en inzicht in ontwikkelingsfase en bijkomende problemen
2) Bij wetenschappelijke bestudering: een strafrechtelijke, heldere definities van het
onderzoeksobject hebben
o Belangrijk ! : verhinderen dat minder aangename kanten van de jongeren
onder criminaliteit zal vallen
HOOFDSTUK 2: ADOLESCENTIE EN DELINQUENTIE (DONKER & SLOTBOOM)
Hoe kan worden verklaard waarom zoveel adolescenten beginnen met het plegen
van delicten?
3
, Vele verschillende theorieën:
Leer- en interactieprocessen van Sutherland
Sociale-controletheorie van Hirischi
o Probleem: verklaart niet waarom sommige mensen wel en ander enige in staat
zijn om bindingen aan te gaan
Zelfcontroletheorie: gebrek aan zelfcontrole -> criminaliteit en ander deviant gedrag,
zoals ongezond eten, gevaarlijk rijden, risicovol seksueel gedrag, alcohol- of andere
drugsverslavingen
Developmental criminology van Loeber en LeBlanc
o Zegt dat men meer naar de ontwikkelingsprocessen moeten kijken
Career criminals / criminele carrière
o Hier nood aan prospectieve longitudinale studies
The three development pathway model van Loeber -> 3 verschillende paden
o 1: authorative pathway: opstandig met voornamelijk zelfdestructief gedrag voor
12e jaar
o 2: overt pathway: openlijk agressief confrontationeel gedrag
o 3: covert pathway: heimelijk destructief gedrag
ACTUELE BENADERINGEN
Dual Taxonomy-theorie van Moffitt
Schoof 2 groepen naar voor: Eerste theorie waarin expliciet
1) Life-course persistent delinquent: getracht werd te beschrijven
- Oorzaak: opeenstapeling van op elkaar
inwerkende negatieve factoren (=
waarom juist adolescenten
cumulative risk factors) beginnen met het plegen van
o -> neuropsychologische factoren delicten
(vb: lage verbale vaardigheden, hoge impulsiviteit en agressieproblemen)
o -> antisociaal gedrag verergert
- Nadelen:
o Is een term dat suggereert dat het al vroeg duidelijk is dat het kind
levenslang antisociaal gedrag zal vertonen
o Verandering lijkt niet mogelijk
2) Adolescent-limited / adolescence-onset:
- Oorzaak: maturity gap (= de discrepantie tussen fysiek en maatschappelijk
volwassen zijn)
- Mimicry: gaan het gedrag van de life-course-persistent delinquent gaan nabootsen
- Soms pas na 20e levensjaar stoppen -> betere benaming: adolescence-onset
- Nadelen:
o Begrip ‘adolescentie’ is geen helder omschreven periode
o Gaat niet over elke adolescent -> vaak enkel een verklarend iets voor
adolescenten die ernstige delinquente gedragingen rapporteren
Groepsprocessen van Mark Waar
Uitgangspunt: jeugdcriminaliteit bestaat over het algemeen uit groepsdelinquentie
Adolescenten zijn opzoek naar identiteit -> gaan hiervoor bij groepen aansluiten
Men pleegt delinquentie dus in groep -> bepaalde basiselementen:
4