PATHOLOGIE II: DOKTER
CASSIMAN
HET NEURO-OFTALMOLOGISCH ONDERZOEK
1. Visusmeting + Kleurenvisus
2. Amsler
3. Pupilreflexen
4. Oogstand en Motiliteit
5. Onderzoek van de overige craniale zenuwen
6. Biomicroscopie
7. Funduscopie
8. Technische onderzoeken
DOEL: lokaliseren van het probleem
o hoe onderzoeken?
o wat leren we indien de test afwijkend is?
Belang van goede anamnese
o Monoculair versus Binoculair
o Tijdsverloop – ontstaan (plots, traag progressief)
o Geassocieerde fenomenen: hoofdpijn; vertigo…
o Systeemanamnese
o Medische voorgeschiedenis
o Medicatie
Bloedvoorziening: plots, tumor: traag progressief
VISUSMETING
Variabiliteit:
o Letters, cijfers, ..
o Single optotype, op lijn, piramide…
o Crowding effect (amblyopie! - CVI)
o Hoog contrast
BCVA (steeds dezelfde meetwijze voor vergelijking)
Hoe onderzoeken?
o Veraf
o Kortbij: respecteer leesafstand (30cm) en vlotheid (vermelden)
o Monoculair (BCVA)
o Binoculair
o Effect van accommodatie (+3 en -3D)
o Kleurenvisus (Ishihara, Hardy rand Rittler test, Farnsworth Panel D15)
, *WAT LEREN WE INDIEN DE VISUS AFWIJKEND IS?
o Aspecifiek: van oog tot occipitale cortex en verder
o Allereerst correcte refractie! BCVA
o Wat helpt ons het probleem te lokaliseren?
Uni- of bilateraal
Vermindering veraf en/of kortbij
Presbyopie
Cataract
Stenopeïsch gaatje
! Zegt niets over gezichtsveld !
Stenopeisch gaatje: multipele gaatjes
o Verbetert visus bij ametropie
bij troebele media: (cornea, lens, vitreum)
bij grote pupil
o Steeds benaderende correctie gebruiken !
o Visus verbetert niet bij neuro-sensoriële oorzaken
*WAT LEREN WE INDIEN DE KLEURENVISUS AFWIJKEND IS?
o Bilateraal symmetrisch: congenitale kleurziensstoornis
o Pathologie:
Nervus opticus
Centraal
(Erfelijke) retinale pathologie
o Eerder niet bij: refractie afwijking – cataract – AMD
o Roodsaturatie
TO HAVE GOOD VISION X TO HAVE GOOD SIGHT
Sommigen kunnen niet interpreteren, zonder dat er een oogprobleem is
Neurovisuele stoornissen
= Stoornissen in het visueel system zonder structural ocular abnormalities
Hersenprobleem: stoornis van hogere orde visueel functioneren
Good vision, but poor ‘seeing’
Functionele stoornissen:
o !uitsluitingsdiagnose!
CASSIMAN
HET NEURO-OFTALMOLOGISCH ONDERZOEK
1. Visusmeting + Kleurenvisus
2. Amsler
3. Pupilreflexen
4. Oogstand en Motiliteit
5. Onderzoek van de overige craniale zenuwen
6. Biomicroscopie
7. Funduscopie
8. Technische onderzoeken
DOEL: lokaliseren van het probleem
o hoe onderzoeken?
o wat leren we indien de test afwijkend is?
Belang van goede anamnese
o Monoculair versus Binoculair
o Tijdsverloop – ontstaan (plots, traag progressief)
o Geassocieerde fenomenen: hoofdpijn; vertigo…
o Systeemanamnese
o Medische voorgeschiedenis
o Medicatie
Bloedvoorziening: plots, tumor: traag progressief
VISUSMETING
Variabiliteit:
o Letters, cijfers, ..
o Single optotype, op lijn, piramide…
o Crowding effect (amblyopie! - CVI)
o Hoog contrast
BCVA (steeds dezelfde meetwijze voor vergelijking)
Hoe onderzoeken?
o Veraf
o Kortbij: respecteer leesafstand (30cm) en vlotheid (vermelden)
o Monoculair (BCVA)
o Binoculair
o Effect van accommodatie (+3 en -3D)
o Kleurenvisus (Ishihara, Hardy rand Rittler test, Farnsworth Panel D15)
, *WAT LEREN WE INDIEN DE VISUS AFWIJKEND IS?
o Aspecifiek: van oog tot occipitale cortex en verder
o Allereerst correcte refractie! BCVA
o Wat helpt ons het probleem te lokaliseren?
Uni- of bilateraal
Vermindering veraf en/of kortbij
Presbyopie
Cataract
Stenopeïsch gaatje
! Zegt niets over gezichtsveld !
Stenopeisch gaatje: multipele gaatjes
o Verbetert visus bij ametropie
bij troebele media: (cornea, lens, vitreum)
bij grote pupil
o Steeds benaderende correctie gebruiken !
o Visus verbetert niet bij neuro-sensoriële oorzaken
*WAT LEREN WE INDIEN DE KLEURENVISUS AFWIJKEND IS?
o Bilateraal symmetrisch: congenitale kleurziensstoornis
o Pathologie:
Nervus opticus
Centraal
(Erfelijke) retinale pathologie
o Eerder niet bij: refractie afwijking – cataract – AMD
o Roodsaturatie
TO HAVE GOOD VISION X TO HAVE GOOD SIGHT
Sommigen kunnen niet interpreteren, zonder dat er een oogprobleem is
Neurovisuele stoornissen
= Stoornissen in het visueel system zonder structural ocular abnormalities
Hersenprobleem: stoornis van hogere orde visueel functioneren
Good vision, but poor ‘seeing’
Functionele stoornissen:
o !uitsluitingsdiagnose!