1. CONTROLE VAN DE BEWEGING DOOR HET RUGGENMERG
Elke spiervezel is geïnnerveerd door 1 enkel axon
Flexoren & extensoren die antagonistisch gaan werken, zodat de beweging
sneller + efficiënter gebeurt
Ventrale hoorn RM: lower motor neuronen à maken contact met spieren
= Rechtsreeks contact
Hersenen: upper motor neuronen à input naar RM
= Niet in contact met spieren
Hoe meer spiervezels door 1 neuron worden geïnnerveerd, hoe minder precies de
bewegingen
Spinale zenuw die wervelkolom verlaat is combinatie van ventrale & dorsale wortel
à Zowel sensorisch als motorisch
Motorneuronen niet gelijk verdeeld over het lichaam
(Net als de skeletspieren)
2 verbredingen:
- Tussen C3 en T1
o Gezwollenheid van dorsale + ventrale hoorn
o Vanuit deze spinale zenuwen alle zenuwen naar
spieren van arm + schouder
- Tussen L1 en S3
o Gezwollenheid van dorsale + ventrale hoorn
o Alle zenuwen voor het been
à Verdikkingen waar veel neuronen zijn!
Somatopie:
In ruggenmerg zitten type van bewegingen samen op dezelfde
plaats.
- Dorsaal: flexoren
- Ventraal: extensoren
- Mediaal: axiale spieren
- Lateraal: distale spieren
2019-2020 Inne Verhoeven 1
,Motorische eenheid:
a-motor neuron + spiervezel
Grootte varieert
Collectie van alle motorneuronen die enkele spier innerveren
= Motorneuron pool
A. Controle van de kracht
Af en toe vuren: twitch
Meer vuren: sommatie
- Individuele contracties gaan opbouwen
Tetanus: volgehouden contractie v/d spier
Volle kracht:
Alle motorische eenheden worden geactiveerd. Progressief opbouw van minder
naar meer motorische eenheden gaat gepaard met minder controle.
Belangrijk dat er exacte controle is over hoeveel kracht we gebruiken bij contractie.
Controlemechanisme nodig voor het regelen van aantal AP’s
à Firing rate aanpassen
- Twitch
- Temporele sommatie
- Tetanus
Regelen van kracht kan ook door rekrutering van additionele synergetische
motorunits.
Extra kracht die hierdoor bijkomt is afh van hoeveel spiervezels er in 1 motorunit zit
Spieren die zorgen voor recht opstaan
à Meer dan 1000 spiervezels per a-motorneuron
Spieren die zorgen voor fijne motoriek
à 2-3 spiervezels per a-motorneuron
Spieren hebben altijd range van grootte motorunits.
Contractie: altijd eerst kleinste motorunits geactiveerd, dan pas de grote
à Fijnere controle mogelijk als we onder kleine kracht zitten
à Kleine motorunits hebben kleine a-motorneuronen en omgekeerd
à Kleine a-motorneuronen zijn sneller + makkelijker geëxciteerd
B. Input in het ruggenmerg
3 soorten inputs voor een a-motorneuronen in het RM:
- Interneuronen van het ruggenmerg
o Liggen in ventrale hoorn
o Verantwoordelijk voor motorische programma’s
- Upper motorneuronen
2019-2020 Inne Verhoeven 2
, o Van de hersenstam + motorcortex
o Zorgt voor initiatief + controle van gewilde bewegingen
- Dorsale wortel ganglioncellen
o Bezenuwen met hun axonen de spierspoelen
o Geeft info over lengte van de spier
o Sensorische info
C. Spieren
Verschillende soorten spieren
- Wit = snel
- Rood = traag
Verschillende soorten a-motorneuronen
- Snel
o Wit
o Grootste neuronen
o Snelste geleiding van axonen
o Grootste diameter
o Hoge frequentie van spikes, eerder occasioneel
- Intermediair
o Intermediair in grootte
- Traag
o Rood
o Traagste geleiding
o Kleinste diameter
o Lage frequentie van spikes, eerder constant
Verandering van fenotype:
Afh van welk a-motorneuron de spier bezenuwd. De proteïne die de spier bevat, worden
veranderd door de verschillende innervatie.
Dus als een snelle a-motorneuron een rode spier gaat bezenuwen, zal deze spier ook snel
kunnen samentrekken, en wordt de spier uiteindelijk een witte, snelle spier.
à Hypertrofie of atrofie
2019-2020 Inne Verhoeven 3