Arbeidssociologie Begrippen
Actoren = partijen die vormgeven aan de maatschappelijke tegenstelling tussen arbeid en kapitaal
Primaire arbeidsvoorwaarden = voorwaarden over de belangrijkste kenmerken van je jon, bv loon
Secundaire arbeidsvoorwaarden = voorwaarden over de arbeidstijden en vakanties
Tertiaire arbeidsvoorwaarden = voorwaarden rond personeelsbeleid en andere inspanningen van de
onderneming
Taakverschuiving = nieuwe technologie zorgt voor automatisering bepaalde werktaken en stijgende
vraag naar andere werktaken binnen beroep
Rekwalificatie = nieuwe technologie heeft nieuwe mogelijkheden en dus ook nieuwe vaardigheden
nodig
Polarisering = nieuwe technologie zorgt voor minder gemiddelde werknemers, maar meer hoog en
laaggeschoolde arbeiders
Regulering = in welke mate de werknemers beschermd worden
Beneficial costraints = werkgever aanzetten tot kwaliteit en innovatie, maar niet door voordeel te
halen uit verlagen arbeidsvoorwaarden
Activering = in welke mate en hoe worden individuen toegeleid naar de arbeidsmarkt
Baanzekerheid = zekerheid om dezelfde baan te kunnen blijven uitoefenen
Tewerkstellingszekerheid = zekerheid om een job te hebben
Outsourcing = productie uitgevoerd door ander bedrijf
Offshoring = productie gebeurt door oorspronkelijk bedrijf, maar deels in ander land
On-shoring = productie terugbrengen naar locatie bedrijf
Near-shoring = delokalisatie van productie beperken tot naburige landen
Friend-shoring = delokalisatie van productie beperken tot bevriende landen
Dwangarbeid = diensten die van een persoon geëist worden onder bedreiging of zonder vrije wil
Precariaat = aanhouden op zoek moeten naar een nieuwe job
Werkende armen = werken, maar hebben een inkomen onder de armoedegrens
Hybride werken = tijd- en plaats onafhankelijk werken
Decent work = waardig werk
Schaduwwerk = werk dat je zelf kan doen, maar aangeboden wordt op arbeidsmarkt (bv; poetsen)
Loonarbeid = een formeel arbeidscontract en een werkgever
Zelfstandige arbeid = bezit zijn eigen productiemiddelen
Actoren = partijen die vormgeven aan de maatschappelijke tegenstelling tussen arbeid en kapitaal
Primaire arbeidsvoorwaarden = voorwaarden over de belangrijkste kenmerken van je jon, bv loon
Secundaire arbeidsvoorwaarden = voorwaarden over de arbeidstijden en vakanties
Tertiaire arbeidsvoorwaarden = voorwaarden rond personeelsbeleid en andere inspanningen van de
onderneming
Taakverschuiving = nieuwe technologie zorgt voor automatisering bepaalde werktaken en stijgende
vraag naar andere werktaken binnen beroep
Rekwalificatie = nieuwe technologie heeft nieuwe mogelijkheden en dus ook nieuwe vaardigheden
nodig
Polarisering = nieuwe technologie zorgt voor minder gemiddelde werknemers, maar meer hoog en
laaggeschoolde arbeiders
Regulering = in welke mate de werknemers beschermd worden
Beneficial costraints = werkgever aanzetten tot kwaliteit en innovatie, maar niet door voordeel te
halen uit verlagen arbeidsvoorwaarden
Activering = in welke mate en hoe worden individuen toegeleid naar de arbeidsmarkt
Baanzekerheid = zekerheid om dezelfde baan te kunnen blijven uitoefenen
Tewerkstellingszekerheid = zekerheid om een job te hebben
Outsourcing = productie uitgevoerd door ander bedrijf
Offshoring = productie gebeurt door oorspronkelijk bedrijf, maar deels in ander land
On-shoring = productie terugbrengen naar locatie bedrijf
Near-shoring = delokalisatie van productie beperken tot naburige landen
Friend-shoring = delokalisatie van productie beperken tot bevriende landen
Dwangarbeid = diensten die van een persoon geëist worden onder bedreiging of zonder vrije wil
Precariaat = aanhouden op zoek moeten naar een nieuwe job
Werkende armen = werken, maar hebben een inkomen onder de armoedegrens
Hybride werken = tijd- en plaats onafhankelijk werken
Decent work = waardig werk
Schaduwwerk = werk dat je zelf kan doen, maar aangeboden wordt op arbeidsmarkt (bv; poetsen)
Loonarbeid = een formeel arbeidscontract en een werkgever
Zelfstandige arbeid = bezit zijn eigen productiemiddelen