Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 6 pages
Resume

Napoleon en Franse revolutie 5de jaar samenvatting ASO

Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 6 pages

Deze samenvattingen bieden een overzicht van cruciale historische ontwikkelingen vanaf de vroegmoderne tijd tot en met de Napoleontische periode en de restauratie na zijn val. Belangrijke thema’s zijn de transitie van een feodale naar een moderne samenleving, de impact van de boekdrukkunst, ontdekkingsreizen en religieuze hervormingen zoals de Reformatie. Politieke veranderingen, zoals de Franse Revolutie, de opkomst van Napoleon en de herinrichting van Europa tijdens het Congres van Wenen, worden uitvoerig besproken. Daarnaast komen economische innovaties, culturele bewegingen en wetenschappelijke revoluties aan bod. Deze samenvattingen leggen verbanden tussen historische gebeurtenissen en hun blijvende invloed op hedendaagse structuren.

Aperçu du contenu

Samenvatting aparte bladeren geschiedenis
Inleiding
Geschiedenis verleden
- oneindig aantal ‘feiten’ (13.8 miljard (licht) jaar)
v v- onveranderlijk
Een verhaal over het verleden met bronnen uit het verleden en dat vanuit een specifiek standpunt
Nieuwe bronnen (materiële/archeologisch – schriftelijk – oraal/mondeling)
veranderlijk
Nieuw standpunt door: - ‘wiens brood men eet, wiens worden men spreekt’
Standplaatsgebondenheid - ideologie
- samenleving  verschillende culturen

V.M.T (continuïteit) late 15e eeuw – mid 15e eeuw NIEUWE TIJD (discontinuïteit)
MODERNE TIJD 2e helft 18e eeuw – 1914/1918 NIEUWSTE TIJD

Tot 1990 : middeleeuwen  nieuwe tijd (discontinuïteit)
1990-2019 : middeleeuwen  nieuwe tijd (ancien regime , continuïteit)
2019-… nieuwe tijd  vroeg moderne tijd (continuïteit)
De vroegmoderne tijd (ca. 1450 – ca. 1750)
1450: Boekdrukkunst
1492: ontdekking Amerika
1517: Maarten Luther publiceert de stellingen (aflaten)  daardoor reformatie
1750: hoogtepunt verlichting
Politiek domein
 Extern  machtsverhouding tussen staten
 Intern
o wie heeft de macht binnen een ‘staat’ en hoe word die verworven en verantwoord?
o Frankrijk: vorstelijk absolutisme Engeland: constitutionele parlementaire monarchie (republiek)
o Spelers om de macht in Europa?:
 kerk (clerus) (hoogopgeleide mensen)
 adel (platteland/lokaal)
 3de stand (burgerij in de steden)
 vorst (centrale macht)
Frankrijk:
vorst burgerij/steden
+ +
Kerk adel  dus adel word tijdelijk uitgeschakeld
Engeland:
Vorst  anglicaanse kerk - adel  magna carta
- burgerij
- rooms katholieke kerk
- puriteinen
Hierdoor is de macht van de vorst meer beperkt en word het dus een constitutionele parlementaire monarchie
Theorie achter die monarchie: John Locke (eind 17de eeuw) (verdragstheorie  volkssoevereiniteit)

Axioma: (aanname/wij accepteren dat dit de waarheid is maar daardoor is het nog niet voor alle culturen juist)  elk individu
beschikt over een aantal onvervreemdbare rechten en vrijheden (autonome individu)
Maar: elke mens zoekt bestaanszekerheid en veiligheid  nood aan een samenleving/staat/leider
 vrijheden afstaan aan een staat, een machthebber/leider
 contract tussen volk en de machthebbers = grondwet/constitutie
economisch domein
landbouwsamenleving
maar: evolutie
 landbouw: - 3-slagstelsel  wisselbouw (mest)
- open-field  enclosure (privatisering van de grond) alle veranderingen
- aardappel
productie
demografisch effect  bevolking (in steden) stijgen
 nijverheid: - ambachtelijke daalt  putting-out (thuisarbeid op het platteland vanuit de steden bestuurt)
doel: bestaanszekerheid koopman – ondernemer
doel: winst  handels kapitalisme
- atelier  oprichting van manufacturen (koninklijke manufacturen) (werkhuis/fabriekshuis dus groter als een atelier)
gevolg: massaproductie
- staatsinterventie (alles wat de staat doet dat een impact heeft op de economie) = mercantilisme
(Frankrijk: colbertisme)

, o.a. tolmuren (invoerrechten)
infrastructuurwerken (jobs want mensen moeten bouwen)
maximum graanprijs (lonen kunnen naar beneden of gezinnen hebben meer geld over voor andere dingen (waar ze
belastingen op betalen)
cultureel domein
kunst  esthetica
religie  reformatie (woord) / contrareformatie (beeld)
wetenschap (nieuwe wetenschapsmethode)
 16e eeuw: humanisme / antropocentrisme (de mens centraal)  waarneming
 17e eeuw: empirisme (experiment + observatie) – rationalisme (R. Descartes) (onze zintuigen bedriegen ons, ik denk dus ik
besta/verstand (ratio)
 gebruik van wisk – analyse (natuur uit elkaar halen tot zijn kleinste component  atoomtheorie)

Natuurwetten (I. Newton)
Maar: Descartes moet GOD uit de schepping zetten (anders kloppen de natuurwetten niet, bv. Door het water lopen)
 ‘grote uurwerkmaker’
 Ontgoddelijking
 Mechanistisch mens- en wereldbeeld (god is eruit, de natuur is een machine)
Dit leid tot de industriële revolutie
Hoofdstuk 5 conflicten (politiek) p.204
5.0 de Franse revolutie (1789-1815) = laboratorium  apart blad
47 de Franse revolutie, een breuk met het ancien régime (1789-1791)
1. Spanningen in Frankrijk aan de vooravond van de revolutie p.121
 verklarende factoren
Fernand Braudel (een structuralist, de structuren zijn belangrijker dan het individu): gelaagdheid van de geschiedenis
Lange termijn: geografische tijd  meer dan een mensenleven (diep genoeg teruggaan in de tijd)
 Verlichting (1680-1780): traditie word in vraag gesteld
verband tussen een deel v.d. adel en de burgerij  nieuwe elite: meritocratische elite
ze vinden dat ze die plek verdien omdat ze meer talent hebben: - geld
- juist denken
- lezen/schrijven
Half lange termijn: conjuncturele tijd  tussen 70 en 1 jaar
 Economische crisis:
o 7 jarige oorlog (1756-1763): oorlog tussen Engeland en Frankrijk  Frankrijk verliest en het was ook een hele dure
oorlog voor Fra, ze verliezen veel kolonies en hebben 0 inkomsten, ze hebben de oorlog betaalt met belastingen en
leningen
o Engeland dwong een vrijhandelsverdrag af met Frankrijk  mercantilisme (tolheffing) gaat dus allemaal weg
Begin 18e Eeuw: industriële revolutie  mechanisatie van de nijverheid (Engelse producten waren
goedkoper dan de Franse waardoor de Franse markt overspoelt word met goedkope Engelse producten)
 Franse nijverheid gaat achteruit  werkgelegenheid neemt af  inkomen en belastingen dalen
Rond 1780: - schatkist leef, Frankrijk insolvabel (bankiers willen nog wel lenen aan Frankrijk maar willen
het risico verlagen door hoge rentes waardoor niemand nog wil gaan lenen)
- in Versailles kwamen de Staten-Generaal bij een
1780: misoogsten  graanprijzen in de steden stijgen extreem
2. Het einde van het ancien régime in 1789
 verklarende factoren
Korte termijn: evenement  < 1 jaar
 Lodewijk 16de moet de Staten-Generaal (voor de 1ste keer in 175 jaar) samenroepen, hij wil namelijk nieuwe belastingen
heffen  standenvergadering (Clerus, Adel en 3de stand)
Er word gestemd over dat we de koning nieuwe belasting gaan toestaan  er word gestemd per stand
De 3de stand wilt:
o Dat er niet per stand word gestemd maar de Clerus en Adel houden zich daar aan vast
o dat de belastingen ook betaald word door de Clerus en Adel
o constitutionele monarchie
o blauw op tekening nieuwe elite ( deel v.d. clerus en adel doen mee met de burgerij )
 nieuwe vergadering: assemblee nationale

probeert bestuur over te nemen
constituante (nationaal congres)
o 14/07/1789 bestorming van de Bastille (door honger)
 Symbool van machtswillekeur
 Bastille was de opslagplaats van munitie
Consolideren (vasthouden) van de macht
 Nieuwe elite gaat proberen de volksmassa’s ‘warm’ houden (aan hun kant houden)
o Sportprenten

Infos sur le Document

Cours
3e graad
Année scolaire
5
Publié le
30 novembre 2024
Nombre de pages
6
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€5,46

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
0
Abonnés
0
Éléments
1
Dernière vente
-



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions