Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 27 pages
Resume

Samenvatting - algemene didactiek 2

Document preview thumbnail
Aperçu 3 sur 27 pages

Volledige samenvatting van Algemene Didactiek 2. PowerPoint, syllabus en uitleg van leerkracht zijn hierin allemaal verwerkt. Ik heb enkel dit document geleerd en had een 19/20.

Aperçu du contenu

Observeren
Inleiding
Als we naar iets kijken of luisteren, gebruiken we onze ogen, oren en hersenen
Hersenen veranderen door wat en hoe we waarnemen = plasticiteit
Hersenen beïnvloeden wat en hoe we waarnemen
 filmpje blinde jongen die door echolocatie kan zien (door trainen en herprogrammeren van de
hersenschors = plasticiteit)

Verschil tussen gewaarwording en waarneming
Gewaarwording: we worden iets gewaar door prikkels uit onze omgeving (buitenwereld) of ons lichaam
(binnenwereld), prikkels opgevangen door zintuigen en doorgestuurd naar hersenen
Waarneming: interpretatie, herkenning, betekenisgeving van info in hersenen
 om iets te kunnen waarnemen, moeten we het eerst gewaarworden bv. om gebouw te kunnen zien,
moeten onze ogen geprikkeld worden door het licht


Sensation: wat je gewaarwordt, het vermogen om een stimulus te detecteren en om te zetten naar een
persoonlijke ervaring
Perception: wat je doet met wat je gewaarwordt
Voorbeeld van sensorische aanpassing: bepaalde dingen wegfilteren bv. werken in frituur dus
gewendraken aan de geur of geluid van je eigen hond onderscheiden van andere honden

Wat is een zintuig?
Zintuigen leveren info aan hersenen  hersenen worden georganiseerd  we kunnen waarnemen wat
belangrijk is voor ons functioneren
Evolutie zorgde voor ontwikkeling van zintuigen die van belang zijn bij overleven in de omgeving
Verandering omgeving  verandering werking van zintuigen bv. blind dan betere werking tast


Zintuigen bestaan uit receptoren = cellen die gevoelig zijn voor specifieke prikkels bv. visuele receptoren
in oog, tastreceptoren in vingertopjes
Zintuigen worden aangestuurd door hersenen
5 zintuigsystemen: gezicht (ogen), reuk (neus), smaak (tong), gehoor (oren), tast (huid)


Sociale betekenis van tast
Van bij de geboorte al volledig ontwikkeld
Baby heeft aanraking of strelingen heel hard nodig  ontwikkeling, hechting


Waarnemen
Betekenisvolle waarneming = interpreteren, we verbinden een woord met iets wat we zien
Culturele achtergrond van individu speelt een grote rol bv. als je niet weet hoe een hond eruitziet, zal je
in een wolk geen hond zien
We leren uit de waarneming en het geleerde beïnvloedt ook weer onze waarneming bv. muzikant zal
beter liedje kunnen onderscheiden dan iemand die weinig weet van muziek
1

,Spiegeltheorie
Waarneming is afspiegeling van de werkelijkheid
Waarnemer is passief  iedereen ziet/registreert hetzelfde  wat je waarneemt is objectief
Onjuistheden: wat we waarnemen is geen exacte afspiegeling van werkelijkheid, onze behoeften en
motieven vervormen wat we zien

Sleuteltheorie
Interpretatie van de buitenwereld door de waarnemer staat centraal
Wat we waarnemen wordt bepaald door kenmerken van de werkelijkheid en van de waarnemer 
kenmerken vormen één geheel, nl. de waarneming
Waarnemer is actief  verschillende waarnemingsprocessen want iedereen interpreteert de
waarneming op zijn eigen manier  wat je waarneemt is subjectief


3 processen spelen een rol bij het tot stand komen van onze waarneming
- Selectiviteit: het vermogen (en noodzaak) om binnenkomende prikkels te ordenen en
naargelang het belang, er aandacht aan te besteden of juist te negeren
- Adaptatie: zintuigen passen zich aan aan prikkels, we zijn extreem gevoelig voor veranderingen
in de prikkels die we ontvangen
- Relativiteit: we nemen geen objectieve aspecten van de werkelijkheid waar, maar maken telkens
vergelijkingen tussen objecten of situaties bv. het is kouder dan gisteren

Observeren
Observeren is meer dan waarnemen
Problemen bij observeren
- Onvolledigheid: we kunnen niet alles zien
- We moeten gericht kijken: focussen op bepaalde aspecten
- Observaties zijn subjectief gekleurd
- De observator beïnvloedt het geobserveerde: wees zo onopvallend mogelijk


Grondregels voor een correcte observatie
- Doelgericht: vooraf bepalen wat geobserveerd moet worden, observatievraag formuleren (wie,
wat, waar, wanneer)
- Nauwkeurig: exact aangeven wat er precies gebeurt en hoe vaak een gedrag zich stelt
- Objectief: geen persoonsgebonden houdingen/visies/emoties/interpretatie
- Systematisch: gebruik een checklist/observatieschema


Aandachtspunten voor breed observeren
- Stel je op als lerende
- Probeer het vreemde bekend te maken en het bekende als vreemd te bekijken
- Stel jezelf vragen
- Laat je niet leiden door je eigen doelen en verwachtingen
- Vermijd onmiddellijk te interpreteren: eerst kijken en interpreteren, dan pas reageren

2

, Motiveren
Inleiding
Prestatiedrang = wens van persoon om een zeer moeilijk, maar wenselijk doel te bereiken
Motivatie = beweegredenen (behoefte, wens, doel…) die een persoon drijven tot bepaald gedrag, er
speelt altijd een bepaalde emotie mee




Wat moet een social professional weten over motivatie?
Belangrijke behoeftes waar ‘social professionals’ mee werken
1. Behoefte aan controle
- Primaire controle: vermogen om je omgeving te beheersen (aanpassen zodat het goed is voor
jezelf), ‘assimilatie’
Bv. kamer zelf inrichten, kiezen wat je eet, kiezen welke studierichting je zal doen
- Secundaire controle: beheersing van jezelf, coping (= een strategie), ‘accommodatie’
Bv. zwijgen als de leerkracht praat, je concentreren en stilzitten in de les
- Voorspellingscontrole: secundaire controle lukt beter als je de gebeurtenissen kan voorspellen
en je erop kan voorbereiden bv. wanneer je partner terminaal ziek is
- Begripscontrole: secundaire controle lukt beter als je de oorzaak van gebeurtenissen begrijpt en
je onzekerheid vermindert bv. als je weet waarom je je ontslag krijgt, als je begrijpt waarom een
bepaalde opleiding te hoog gegrepen is voor jou
2. Behoefte om erbij te horen
- Mensen zijn sociale wezens, zijn gericht op het bevorderen en behouden van sociale contacten
 behoefte aan contact en positieve aandacht
- Relaties maken ons gelukkig en daardoor zullen we meer positieve emoties ervaren
3. Agressie
- Opzettelijk gedrag om de andere fysiek en/of psychisch schade te berokkenen
 product van zowel aanleg als leerprocessen
- Onderliggend motief bv. controle willen, macht uitoefenen, frustraties afreageren
- Vanaf 1 jaar is fysieke agressie mogelijk (loopt gelijk met ontwikkeling boosheid)
- Kinderen worden ouder  fysieke agressie neemt af, verbale agressie neemt toe (schelden en
beledigen)
- Indirecte agressie
o Wanneer sociaal-cognitieve vaardigheden toenemen
o Roddels, vals beschuldigen, anderen zwart maken, uitsluiten (psychisch)  pestgedrag
kan anoniem gebeuren en wil relaties beschadigen
o Komt meer voor bij meisjes en neemt af vanaf de adolescentie

3

Table des matières

  1. 01 Observeren 1
    1. Inleiding 1
    2. Verschil tussen gewaarwording en waarneming 1
    3. Wat is een zintuig? 1
    4. Spiegeltheorie 2
    5. Sleuteltheorie 2
    6. Observeren 2
  2. 02 Motiveren 3
    1. Inleiding 3
    2. Wat moet een social professional weten over motivatie? 3
    3. Behoeftehiërarchie van Maslow 4
    4. Verschil tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie 4
    5. Relatie tussen verwachting en motivatie 4
    6. Zelfdeterminatietheorie (ZDT) of zelfbeschikkingstheorie 5
    7. Andere kijk op onderscheid tussen intrinsieke en extrinsieke motivatie 5
  3. 03 Leren door ervaren en nadoen 6
    1. Leerproces 6
    2. Visies op leren: behaviorisme 6
    3. Klassieke conditionering (Pavlov) 7
    4. Operante conditionering 8
    5. Leren door observatie 9
    6. Experimenten van Bandura 9
    7. Wat beïnvloedt de mate van imitatie? 9
    8. Wanneer doen wij modellen na? 9
    9. Kenmerken van sociaal leren 9
    10. Belangrijke strategieën 9
    11. Spiegelneuronen 10
  4. 04 Denken en leren 11
    1. Inzichtelijk leren 11
    2. Wat is denken? 11
    3. The Theory of Mind (ToM) 11
    4. Twee denksystemen 11
    5. Cognitieve schema’s 12
    6. Vijf vormen van denken 12
    7. Sociaalpsychologisch onderzoek (Rosenthal en Jacobson) 13
  5. 05 Intelligentie 14
    1. Wat is intelligentie en wat is de relatie met denken en leren? 14
    2. Vormen van intelligentie 14
    3. Meervoudige intelligentie (Gardner) 14
  6. 06 Onthouden en vergeten 15
    1. Structuur 15
    2. Stadia/werking 15
    3. Technieken om beter te onthouden 15
    4. Soorten langetermijngeheugen 16
    5. Hoe vergeten wij? 16
    6. Welke werkvormen gebruiken tijdens lesgeven? 17
    7. Soorten geheugenverlies 17
    8. Waar in onze hersenen zit ons geheugen 17
  7. 07 Evaluatie 18
    1. Wat is evaluatie? 18
    2. Functies van evaluatie 18
    3. Vormen van evaluatie 18
    4. Fasen in het evaluatieproces 19
    5. Feedback 20
    6. Hoe feedback? 20
    7. Kwaliteitseisen bij evaluatie 20
    8. Klassenraden 21
  8. 08 Hoe wij met elkaar omgaan 22
    1. Wat is het belang van groepen? 22
    2. Wat is de functie van een groep? 22
    3. Soorten groepen 22
    4. Welke processen kunnen binnen een groep spelen? 22
    5. De-individualisatie 24
    6. De macht van de situatie 24
    7. Een humanistisch mensbeeld 24
    8. Welke processen kunnen tussen groepen spelen? 25
    9. Ingroup bias en outgroup bias 25
    10. Vooroordelen 25
    11. Stereotypen 25
    12. Discriminatie 26
    13. Hoe voorkom en bestrijd je vooroordelen en discriminatie? 26
    14. Wanneer helpen wij andere mensen? 26
    15. Altruïsme 26
    16. Hoe kan een team zo optimaal mogelijk functioneren? 26

Infos sur le Document

Publié le
27 octobre 2024
Nombre de pages
27
Écrit en
2023/2024
Type
Resume
€6,98

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Vendu
11
Abonnés
0
Éléments
5
Dernière vente
8 mois de cela

Avis d'acheteurs vérifiés




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions