VERLOSKUNDE PATHOLOGIE
H1: ABNORMALE DUUR VAN DE ZWANGERSCHAP
Vroeggeboorte:
- één van belangrijkste oorzaken van perinatale morbiditeit en mortaliteit
- risico op hypoxische beschadiging en intracerebrale bloedingen (cerebral palsy)
Oorzaken en risicofactoren van vroeggeboorte (13)
- overrekking van uterus
- congenitale afwijkingen van uterus
- cervixinsufficiëntie
- maternele infecties met koorts
- infecties van urogenitale tractus
- abnormale placentatie
- aandoeningen waarvoor partus geïnduceerd moet worden (bv pre-eclampsie)
- voortijdig breken van vliezen
- congenitale afwijkingen bij kind
- roken
- partnergeweld
- fysieke arbeid
- lage SES
Bijkomende onderzoeken
- maternele parameters: temperatuur, pols, bloeddruk
- urinekweek
- kweek van vaginale en cervicale secreties
- echografie vaginaal: cervixlengte meten
- echografie abdominaal: foetus en placenta bekijken
- leucocytose en CRP: infectie uitsluiten
- eventueel bijkomende testen (bv foetale fibronectinetest = negatief voorspellend)
- GEEN INWENDIG ONDERZOEK BIJ VERMOEDEN VAN GEBROKEN VLIEZEN
- testen om vruchtwater op te sporen: Amnisure test (PAMG-1), Actim PROM test
(IGFBP-1)
Behandeling
- bedrust
- antibiotica: preventie bij p-PROM, behandeling bij chorioamnionitis
- tocolyse BEHALVE bij
o < 24 weken of > 34 weken (32 bij meerling)
o (pre-)eclampsie die partus vereist
o chorioamnionitis
o abruptio/solutio placentae
o IUGR met afwijkend Doppler/CTG
o intra-uteriene vruchtdood
,o foetale aandoeningen die onverenigbaar zijn met leven
, Tocolyticum Prototype Toedieningswijz Bijwerkingen
e
Calciumantagonisten Nifedipine Peroraal VD: hypotensie, hoofdpijn, duizeligheid, flushes
Geen ernstige maternele hypotensie of verminderde uteroplacentaire
doorbloeding
Oxytocine-antagonisten Atosiban IV Weinig: hoofdpijn, misselijk, braken, pijn op borst
Beta- Ritodrine IV - Cardiovasculair: tachycardie (mag max 120/min), stijging systolische
sympathicomimetica Fenoterol BD, ritmestoornissen
- Antidiuretisch: overvulling, longoedeem
- Glucosehuishouding en elektrolytenbalans: hypokaliëmie
Prostaglandinesynthetas Indomethacin Rectaal FOETAAL
e remmers e 1) Vroege sluiting ductus van Botal: pulmonale hypertensie,
tricuspidalisklep insufficiëntie
2) Verminderde nierdoorbloeding
3) GI-complicaties
MATERNEEL
1) GI: ulcus, maagdarmbloeding, gastritis
2) Anti-inflammatoir: maskering infectie
3) Remming trombocytenaggregatie: postpartum hemorrhagie
ANDERE
- Glucocorticoïden (IM): stimuleert productie surfactant in longen minder postnatale atelectase, minder IRDS
- Magnesiumsulfaat (IV): reductie van hersenverlamming (cerebral palsy)
- Cerclage: vanaf 12 weken preventief bij cervixinsufficiëntie
- Progesteron: bij voorgeschiedenis van vroeggeboorte of verkorte cervix
POST-TERME PARTUS (SEROTINITEIT)
- oorzaak onbekend
- soms postmaturity syndrome: weinig vruchtwater (vaak groen door meconium), uitgedroogd kind, verhoogde kans op foetale nood en
intra-uteriene sterfte
, - beleid: tussen 40 en 41 weken 2x per week controle met echo en CTG, inductie tussen 41 en 42 weken
H1: ABNORMALE DUUR VAN DE ZWANGERSCHAP
Vroeggeboorte:
- één van belangrijkste oorzaken van perinatale morbiditeit en mortaliteit
- risico op hypoxische beschadiging en intracerebrale bloedingen (cerebral palsy)
Oorzaken en risicofactoren van vroeggeboorte (13)
- overrekking van uterus
- congenitale afwijkingen van uterus
- cervixinsufficiëntie
- maternele infecties met koorts
- infecties van urogenitale tractus
- abnormale placentatie
- aandoeningen waarvoor partus geïnduceerd moet worden (bv pre-eclampsie)
- voortijdig breken van vliezen
- congenitale afwijkingen bij kind
- roken
- partnergeweld
- fysieke arbeid
- lage SES
Bijkomende onderzoeken
- maternele parameters: temperatuur, pols, bloeddruk
- urinekweek
- kweek van vaginale en cervicale secreties
- echografie vaginaal: cervixlengte meten
- echografie abdominaal: foetus en placenta bekijken
- leucocytose en CRP: infectie uitsluiten
- eventueel bijkomende testen (bv foetale fibronectinetest = negatief voorspellend)
- GEEN INWENDIG ONDERZOEK BIJ VERMOEDEN VAN GEBROKEN VLIEZEN
- testen om vruchtwater op te sporen: Amnisure test (PAMG-1), Actim PROM test
(IGFBP-1)
Behandeling
- bedrust
- antibiotica: preventie bij p-PROM, behandeling bij chorioamnionitis
- tocolyse BEHALVE bij
o < 24 weken of > 34 weken (32 bij meerling)
o (pre-)eclampsie die partus vereist
o chorioamnionitis
o abruptio/solutio placentae
o IUGR met afwijkend Doppler/CTG
o intra-uteriene vruchtdood
,o foetale aandoeningen die onverenigbaar zijn met leven
, Tocolyticum Prototype Toedieningswijz Bijwerkingen
e
Calciumantagonisten Nifedipine Peroraal VD: hypotensie, hoofdpijn, duizeligheid, flushes
Geen ernstige maternele hypotensie of verminderde uteroplacentaire
doorbloeding
Oxytocine-antagonisten Atosiban IV Weinig: hoofdpijn, misselijk, braken, pijn op borst
Beta- Ritodrine IV - Cardiovasculair: tachycardie (mag max 120/min), stijging systolische
sympathicomimetica Fenoterol BD, ritmestoornissen
- Antidiuretisch: overvulling, longoedeem
- Glucosehuishouding en elektrolytenbalans: hypokaliëmie
Prostaglandinesynthetas Indomethacin Rectaal FOETAAL
e remmers e 1) Vroege sluiting ductus van Botal: pulmonale hypertensie,
tricuspidalisklep insufficiëntie
2) Verminderde nierdoorbloeding
3) GI-complicaties
MATERNEEL
1) GI: ulcus, maagdarmbloeding, gastritis
2) Anti-inflammatoir: maskering infectie
3) Remming trombocytenaggregatie: postpartum hemorrhagie
ANDERE
- Glucocorticoïden (IM): stimuleert productie surfactant in longen minder postnatale atelectase, minder IRDS
- Magnesiumsulfaat (IV): reductie van hersenverlamming (cerebral palsy)
- Cerclage: vanaf 12 weken preventief bij cervixinsufficiëntie
- Progesteron: bij voorgeschiedenis van vroeggeboorte of verkorte cervix
POST-TERME PARTUS (SEROTINITEIT)
- oorzaak onbekend
- soms postmaturity syndrome: weinig vruchtwater (vaak groen door meconium), uitgedroogd kind, verhoogde kans op foetale nood en
intra-uteriene sterfte
, - beleid: tussen 40 en 41 weken 2x per week controle met echo en CTG, inductie tussen 41 en 42 weken