• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 38 pages
Resume

Samenvatting Politiek en politicologie - Bestuur, Politiek en Beleid

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 38 pages

Dit document bevat een samenvatting van het boek Politiek en Politicologie, voor het vak Bestuur, Poltiek en Beleid. Dit vak wordt gegeven in het eerste jaar van de opleiding Bestuurskunde/ Overheidsmanagement. het bestand is een uitgebreide samenvatting met aantekeningen van hoorcolleges en het gehele boek (Hoofdstuk 1 t/m 9). Ik verkoop ook een concrete versie hiervan, met echt de allerbelangrijkste informatie

Aperçu du contenu

Samenvatting Bestuur, Politiek en Beleid – Herkansing
Hoofdstuk 1 – Problemen, Politiek en politicologie
Paragraaf 1.1 – Politieke problemen
Politiek probleem: Een als ongewenst en veranderbaar beschouwde situatie, waarbij de overheid betrokken
is of zou moeten zijn.

Politiek (Deth & Vis): Een situatie waarbij de overheid betrokken is of zou moeten zijn.

Politiek kan omschreven worden in termen van de overheid, verdelingsvraagstukken en collectieve
actieproblemen.

Probleem: Een situatie die als ongewenst en veranderbaar wordt beschouwd.
Een situatie is een probleem als het aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:
 Mensen beschouwen de situatie als ongewenst.
 Mensen denken de situatie te moesten en te kunnen veranderen.
Bij een probleem zien mensen ten eerste een discrepantie, een verschil, tussen een bepaalde (feiten of
ervaren) situatie en een bepaalde norm of waarde.
Problemen kennen twee aspecten:
 De feitelijke werkelijkheid (objectief aspect)
 Werkelijkheid zoals die wordt ervaren (subjectief aspect, ook wel percepties)
Object van de politicologie: de politiek
Er zijn diverse voorbeelden van politieke problemen, zowel op lokaal, regionaal, nationaal als
internationaal niveau:
 Lokaal: het aanleggen van een speel- en hangplek voor kinderen en jongeren die overlast kunnen
geven.
 Nationaal niveau: het bestrijden van jeugdwerkloosheid.
 Internationaal: de opvang van vluchtelingen door oorlogen zoals die in Syrië.
Paragraaf 1.2 – Politiek en de overheid
Politiek (Hoogerwerf): is het overheidsbeleid, en ook de totstandkoming en effecten ervan.
Politiek (Laver): elke mengeling van conflict en samenwerking. (De rol van de overheid komt hier niet in voor.

Paragraaf 1.3 – Politiek en het verdelingsvraagstuk

Verdelingsvraagstuk: de vraag op welke manier waarden verdeeld moeten worden (zoals geld, rechten
en plichten)
 Extra geld voor de een betekent vaak minder geld voor de ander.
 Het verdelingsvraagstuk beperkt zich niet tot financiën, in de politiek worden b.v. ook rechten en
plichten verdeeld.
Politiek (Lasswell): wie krijgt wat, wanneer en hoe?
Politiek (Lasswell & Kaplan): het vormen en verdelen van macht.
Politiek (Easton): de gezaghebbende toedeling van waarden voor een samenleving.
Nachtwakersstaat  Verzorgingsstaat  participatiesamenleving


Pagina 1 van 38

,Mensen streven naar twee soorten waarden:
 Materiele waarden, zoals voedsel en huisvesting
 Immateriële waarden, zoals vrijheid van meningsuiting en een gevoel van veiligheid op straat.
Waarden: alles wat mensen belangrijk vinden, zoals materiaal (inkomen) als immaterieel (vrijheid).
Paragraaf 1.4 – Politiek en collectieve-actieprobleem
Collectieve-actieprobleem: Het probleem waarbij op eigenbelang gerichte keuzes van individuen leiden
tot een collectief resultaat dat in strijd is met het eigenbelang.




Ondeelbaarheid: het goed vermindert niet bij gebruik.
Niet uitsluitbaar: niemand kan van het gebruik worden uitgesloten.
Tragedy of the commons: zonder coördinatie en sturing snel uitgeput of beschadigd zullen raken (Bv
vissen).
Publieke goederen: goederen (ook wel collectieve goederen) die gekenmerkt worden door
ondeelbaarheid en niet-uitsluitbaarheid.
*collectieve-actieproblemen kunnen zich voordoen bij vrij toegankelijke goederen, zoals de weide.
Daarnaast treden ze op bij publieke goederen, b.v. dijken.
Waarom betalen mensen als ze er toch niet van uitgesloten kunnen worden? Daarom worden publieke
goederen niet door de markt tot stand gebracht. Mensen zijn het liefst profiteurs ook wel free-riders.
Free-riders: mensen die een publiek goed consumeren zonder eraan bij te dragen.
Collectieve-actieproblemen doen zich ook voor bij semipublieke goederen/ quasi publieke goederen.
Deze goederen zijn in een bepaalde mate deelbaar een uitsluit baar. (Openbaar vervoer)
Politiek (Taylor): het oplossen cab collectieve-actieproblemen.
Drie manieren om collectieve-actieproblemen op te lossen:
 Overheidsingrijpen
 De verleiding om te free-riden verkleinen
 Moraal, normen, waarden en tradities.

1. Overheidsingrijpen
Bij het oplossen van collectieve-actieproblemen kan de overheid verschillende instrumenten
inzetten:
 Fysieke instrumenten: door zelf het publieke goed te produceren of te kopen, zoals de dijken of de
straatlantarens.
 Juridische en handhavingsinstrumenten: door te normeren met wetgeving, regulering en
handhaving, zoals het verbod om huishoudelijk afval op straat te gooien. Ook wel Command and
Control, overheid hij kan burgers met geweld dwingen.
 Financieel-economische instrumenten: doorsubsidies te geven, belastingen en accijnzen te
heffen of boetes op te leggen.
 Communicatieve of informatieve instrumenten: door burgers of bedrijven te beïnvloeden en te
informeren, zoals overheidscampagnes voor energiebesparing.
2. De verleiding tot free-riden verkleinen.

Pagina 2 van 38

,Kosten-baten analyse (e.g. parkeerboetes)
Het institutionele Analysis and Development (IAD) Framework: helpt om te verklaren wanneer met
succes collectieve-actieproblemen opgelost kunnen worden zonder dat overheidsinterventie nodig is.
 Economen bekijken collectieve-actieproblemen in termen van kosten en baten.
 De verleiding om te free-riden mag niet te groot zijn.
 De overheid wordt vaak ingeschakeld om de verleiding tot free-riden door economische prikkels te
verkleinen.
3. Moraal: Je moreel verplicht voelen om een treinkaartje te kopen. Burgers kunnen om morele
redenen vrijwillig samenwerken, of omdat bepaalde tradities dat voorschrijven. Dit is een
sociologische benadering van collectieve-actieproblemen.
Levert twee problemen op:
 Diverse problemen die door sommige als politieke kwesties worden beschouwd, zijn geen
collectieve-actieproblemen.
 Diverse problemen die door niemand politiek genoemd worden, kunnen als collectieve-
actieproblemen worden aangemerkt
Paragraaf 1.5 - Enkele kenmerken van politiek
Zeven dilemma's rondom waarden bij het maken van beleid (Hogewerf):
 Publiek vs privaat: Wat zijn publieke taken, wat zijn private taken? (E.g. marktwerking in de zorg,
privatisering)
 Democratie vs leiding: Macht bij burgers of bij staat
 Vrijheid vs gelijkheid: Hoe moeten middelen verdeeld worden? Hoeveel gelijkheid moet er zijn?
(Inkomensnivellering)
 Eenheid vs verscheidenheid: Staat individuele vrijheid voorop of eenheid in de samenleving.
(Zondagsrust, school met religieuze identiteit + homoseksuele leraar)
 Idealisme vs realisme: Streven naar het goede of staan idealen voorop of streven naar
haalbaarheid? (Klimaatdoelstellingen)
 Doelmatigheid vs aanvaarbaarheid: Moet beleid doelmatig en rationeel zijn of is draagvlak het
belangrijkste? (Passend onderwijs, stikstofbeleid corona?)
 Orde vs Verandering: Moet de samenleving de bestaande maatschappij orde handhaven en zich
langzaam aanpassen of is juist verandering nodig om tot een andere soort samenleving te komen,
zoals zwarte pieten
*de politiek moet evenwicht weten te vinden tussen deze verschillende dilemma's.
De politiek heeft onder meer betrekking op:
 De overheid (Van Deth & Vis, Hoogerwerf)
 Conflict en samenwerking (Laver)
 De verdeling van geld (Lasswell)
 De verdeling van macht (Kaplan)
 De toedeling van waarden (Easton)
 Collectieve-actieproblemen (Taylor)
Niet compleet zo heeft de politiek ook betrekking op:
 Besluitvormingsprocedures en instituties
 Markt en handel
 Opvattingen
 Geschiedenis
 Machtsverschillen tussen mannen en vrouwen
 Internationale relaties tussen staten.


Pagina 3 van 38

, Paragraaf 1.6 – Politicologie
Politicologie kan omschreven worden door 4 centrale vragen:
1. Hoe moet het object van de politicologie gedefinieerd worden?
- het object is politiek
2. Hoe moeten de centrale begrippen van de politicologie gedefinieerd worden
 Centrale begrippen van de politicologie: de te definiëren begrippen die relevant zijn voor het
bestuderen van politiek.
 Staat en overheid, macht en invloed, democratie en vrijheid, rechten en plichten
3. Welke wetenschappelijke strategie moeten worden gebruikt om de beoogde kennis te verwerven.
 Wetenschappelijke strategie: een manier om de beoogde kennis te verwerven.
 Welke strategie moet men gebruiken voor dit onderzoek
4. Welke wetenschappelijke benadering moet gebruikt worden om de beoogde kennis te verwerven.
 Theoretische politicologie (zuivere theorieën)
 Empirische politicologie (toetsen van theorieën aan
gegevens)
 Normatieve politicologie (gewenste politieke orde)
 Vergelijkende politicologie (vergelijken naar tijd
en/of plaats)

Paragraaf 1.7 – Wetenschappelijke benaderingen
Wetenschappelijke benadering: een specifieke
invalshoek voor het bestuderen van verschijnselen.
Wetenschappelijke benaderingen van de politicologie:
de theoretische, empirische, normatieve en vergelijkende
benaderingen van de politicologie.

1.7.1 Theoretische politicologie
Theoretische politicologie: wetenschappelijke benadering van de politicologie die gekenmerkt wordt door
zuivere theorieën van politieke verschijnselen.
Zuivere theorie: Theorie waarin verschijnselen vereenvoudigd, geabstraheerd en gegeneraliseerd worden.
Een zuivere theorie kent de volgende elementen:
 Vereenvoudiging: een zuivere theorie brengt het politieke verschijnsel terug tot de meest
wezenlijke onderdelen.
 Abstrahering: een zuivere theorie gebruikt een beperkte hoeveelheid gegevens over degenen die
bij het politieke verschijnsel betrokken zijn.
 Generalisatie: een zuivere theorie richt zich op de algemene elementen van het politieke
verschijnsel.

Trias politica: zuivere theorie van machtenscheiding van De Montesquieu, waarin de wetgevende
functie van de staat opgedragen wordt aan de volksvertegenwoordiging, de uitvoerenden functie aan de
regering en de rechtsprekende functie aan onafhankelijke rechters.
Voor evenwichtige machtsverhoudingen in de staat zou deze machtenscheiding onontbeerlijk zijn. De trias
politica kent alle elementen van een zuivere theorie.

1.7.2 Empirische politicologie
Empirische politicologie: wetenschappelijke
benadering van de politicologie die gekenmerkt wordt
door het toetsen van theorieën aan feitelijke gegevens.

Empirische cyclus: het proces in empirisch
onderzoek waarbij de theorie wordt verschijnselen door
de tijd heen worden bestudeerd.
 Probleemstelling: de definitie van het
probleem bepaalt welke delen van de
werkelijkheid wel en welke niet in het onderzoek worden meegenomen. De probleemstelling wordt

Pagina 4 van 38

Table des matières

  1. 01 Samenvatting Bestuur, Politiek en Beleid – Herkansing 1
  2. 02 Hoofdstuk 5 – Politieke opvattingen, ideologieën en stromingen 20
    1. Paragraaf 5.1 - Politieke opvattingen en politieke cultuur 20
    2. Paragraaf 5.2 – Politieke socialisatie 21
    3. Paragraaf 5.3 – Dimensies van politieke oriëntaties 21
    4. Paragraaf 5.4 – Denken over ideologie 22
    5. Paragraaf 5.5 – Kenmerken van ideologieën 22
    6. Paragraaf 5.6 – Ideologische tradities 22
    7. Paragraaf 5.7 – Opkomst van het populisme 22
    8. Paragraaf 5.8 – Het einde der ideologieën? 22
  3. 03 Hoofdstuk 6 – Politieke partijen en belangengroepen 23
    1. Paragraaf 6. 2 – Definities politieke stroming, partij en belangengroep 23
    2. Paragraaf 6.3 – De partij in het politieke proces 23
    3. Paragraaf 6.4 – De belangengroep in het politieke proces 23
    4. Paragraaf 6.5 – Partijen en belangengroepen: concurrentie en coalitie 24
    5. Paragraaf 6.6 – Partijen- en belangengroependemocratie 24
    6. Paragraaf 6.7 – Nederlandse politieke partijen: toen en nu 25
  4. 04 Hoofdstuk 7 – Politieke participatie, stemmen en lobbyen 25
    1. Paragraaf 7.1 – Kenmerken en vormen van politieke participatie 25
    2. Paragraaf 7.2 – Participatie theorieën 26
    3. Paragraaf - 7.3 ongelijkheid in politieke participatie 26
    4. Paragraaf 7.4 - Stemmen 27
    5. Paragraaf 7.5 – Lobbyen 27
  5. 05 Hoofdstuk 8 – Macht, invloed en legitimiteit 29
    1. Paragraaf 8.1 – Macht en invloed gedefinieerd 29
    2. Paragraaf 8.2 – Legitimiteit, dwang en geweld 30
    3. Paragraaf 8.3 – Macht, waarden en belangen 30
    4. Paragraaf 8.4 – Soorten en aspecten van macht 30
    5. Paragraaf 8.5 – Analyseren van macht en invloed 31
    6. Paragraaf 8.6 – Meten van macht en invloed 31
    7. Paragraaf 8.7 – Elitisme en pluralisme 31
    8. Paragraaf 8.8 – Macht van de media 32
  6. 06 Hoofdstuk 9 – Democratie, coalitievorming en politieke vernieuwing 33
    1. Paragraaf 9.1 – Moderne democratie 33
    2. Paragraaf 9.2 – Directe en representatieve democratie 33
    3. Paragraaf 9.3 – Theorieën over democratie 34
    4. Paragraaf 9.4 - Theorieën over politieke representatie 35
    5. Paragraaf 9.5 – stabiliteit van de democratie 35
    6. Paragraaf 9.6 – relativistisch of weerbare democratie 35
    7. Paragraaf 9.7 - Evenredige vertegenwoordiging en districtenstelsel 36
    8. Paragraaf 9.8 - Soorten kabinetten 36
    9. Paragraaf 9.9 - Theorieën over coalitievorming 37
    10. Paragraaf 9.10 – Politieke, bestuurlijke en sociale vernieuwing 37
    11. Paragraaf 9.11 – Democratisering van de Europese Unie 37

Livre connecté
 image
Edwin Woerdman Politiek en politicologie
Éditeur: juni 2009 ISBN: 9789001763688 Édition: 3

Infos sur le Document

Cours
Livre entier ?
Oui
Publié le
16 octobre 2024
Nombre de pages
38
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€7,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Vendu
13
Abonnés
1
Éléments
10
Dernière vente
4 mois de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions