- Comfort = de afwezigheid van stoorfactoren
- Comfort is afhankelijk van
o Mens tot mens
o Van dag/moment van het jaar
- Comfort heeft grenzen, je kan niet voor iedereen goed doen
- Comfort heeft te maken met
o Geluid / akoestiek
o Lichttechniek
o Luchtkwaliteit / ventilatie
Ventilatie volgend EPB is het strikte minimum
EPB is voor woningen
o Thermisch comfort
o Beheersing luchtvochtigheid
- Airconditioning
o Luchtfiltering
o Lucht zowel verwarmen als koelen
o Een woning zo ontwerpen dat er geen airconditioning nodig is
o Huizen beschermen tegen de zon en beschermen tegen opwarming
o Als er gevaar is tot oververhitting is dit de schuld van de ontwerper
1. Thermisch comfort - invloedsfactoren
- Verschillend per gebruiker
o Kleding
Voorbeeld van kantoren in VS (mannen in wollen pakken vs vrouwen in
korte kleedjes)
Vrijheid geven om comfort zelf te regelen -> meer tevredenheid
Clothing index (CLO) = gemiddelde isolatiewaarde van onze kleding per
m² lichaamsoppervlak: 1 CLO = 0,155m²K/W
Kleding is isolerende laag
Vb: dikketruiendag
o Activiteit
Stil zitten, rondlopen,…
Tabel kunnen begrijpen
1
, o Leeftijd
o Geslacht
o Karakter
o Levensstijl
o …
- Verschillen in omgeving
o Luchtsnelheid
Vb: tocht & wind waarvan de temperatuur koud is (= koude
luchtbeweging)
Grafiek met luchtsnelheid – luchttemperatuur -> gevoelstemperatuur
o Stralingstemperatuur
Van de omgeving (vb: zon)
o Luchtvochtigheid
- Theorie van Fanger
o Koppelde al deze elementen aan elkaar om zo te kunnen voorspellen welke
temperatuur mensen in een bepaalde situatie comfortabel zouden vinden
o Soort van ‘warmteverliesberekening’ voor het lichaam
o = P.M.V. = Predicted Mean Vote = voorspelde gemiddelde voorkeur
Met 95% tevreden klanten
o P.D.D. = Predicted Percentage of Dissatisfied wordt ook berekend
2. Luchtcomfort
- CO2 is niet enkel een probleem in de atmosfeer maar ook in een afgesloten ruimte
o Mens ademt 0,04% CO2 in en ademt 4% CO2 uit
o Het is heel belangrijk om lucht te gaan verversen
o -> Vlaamse Codex Welzijn op het Werk zegt: 40m³/u lucht per persoon (& ruimte
mag max 800ppm CO2 bevatten)
- Veel verschillende wetten -> we moeten aan ze allemaal voldoen
o De strengste wet geldt
- Enkele minimale eisen door wetgever (EPB)
o Algemeen: 3,6m³/u/m²
o Voor woningen: minimum 22m³/u per persoon
Enkele slaapkamer = 22m³/u per persoon
Dubbele slaapkamer = 44m³/u per persoon
Woonkamer = mag afgetopt worden op 150m³/u
Plaatsen waar veel wordt gewerkt: 40m³/u lucht per persoon
- Info uit tabel (tabel bezetting ventilatie op Toledo)
- IDA klasse debieten vanbuiten kennen
o IDA 1: 72m³/u
o IDA 2: 45m³/u
o IDA 3: 29m³/u
2
, - Snelheid van lucht door kanaal:
o Hoger of gelijk aan 3,5m/s = lawaai
o Verhouding van kanaal:
1/3 = ideaal
1/4 = grens
- Speciale gevallen
o Auditorium
Snelheid moet naar beneden (geluid moet stil zijn)
= /2
Kanaal moet dubbel zo groot worden (=x2)
o Technisch lokaal
Snelheid 2x
Kanaal doorsnede /2
COMFORT EN HUID - WARMTEVERLIES
1. Inleiding
1.1 Waarom warmteverliesberekening?
- Om te kunnen bepalen welke verwarmingsketel/warmtepomp/radiator/vloerverwarming
we gaan gebruiken om de ruimte te kunnen verwarmen
- = het dimensioneren van de verwarmingsinstallatie
- Hoe groter het vermogen = hoe groter de radiatoren
- Hoe beter we isoleren = hoe kleiner het warmteverlies = hoe kleiner de convectoren
1.2 Wanneer warmteverliesberekening?
- Koudste nacht van de winter
- Op die moment willen we het ook nog altijd warm willen krijgen in ons gebouw
1.3 Hoe warmteverliesberekening?
- We gaan geen positieve dingen meerekenen – enkel rekening houden met verliezende
temperatuur
- We gaan uit van worst case
- We maken de berekening per ruimte -> voor heel het gebouw = alle ruimtes optellen
o Ruimtes worden gemeten in x,xm (meters met 1 cijfer na de komma)
o Idem voor m²
o Bij Watt geen cijfer na de komma (‘hou je daar niet mee bezig’)
o Van zodra het mogelijk is -> naar kilowatt omzetten
- Binnen met buiten vergelijken -> altijd zoeken naar wat is mijn binnen en wat is mijn
buiten
1.4 Termen
Lambdawaarde (=warmtegeleidingscoëfficiënt) = λ
- Eenheid = W/mK = (Watt / meterKelvin)
- Materiaaleigenschap
- Hoe lager de Lambdawaarde hoe beter de weerstand
3
, Weerstand (R-waarde)
- = we mate waarin een wand warmte kan tegenhouden
- R = d / λ (dikte / Lambdawaarde)
- Eenheid = (m²K)/W (m²Kelvin / Watt)
Warmtedoorgangscoëfficiënt (U-waarde)
- = de mate waarin warmte door een wand stroomt = materiaaleigenschap
- 1/R
- Eenheid = W/(m²K) (Watt / m²Kelvin)
2. Vormen van warmteverlies
Warmteverlies = geleidingsverlies + ventilatieverlies + in- en exfiltratie + opwarmvermogen
2.1 Geleidingsverlies = transmissieverlies
- = som van de geleidingsverliezen door alle wanddelen
- = oppervlakte x U-waarde x tempverschil -> voor 1 wanddeel
- Beter isoleren = minder warmteverlies
2.2 Ventilatieverlies
- Volgens regelgeving bepaalde vereiste om ruimtes te ventileren
- In praktijk = warmte lucht naar buiten blazen
- Kan vermeden worden met warmtewisselaar (draagt de warmte van de binnenlucht over
naar de buitenlucht) -> 50%-95% van we warmte binnen houden = ventilatieverlies
beperken
- = 0,34 W / [(m³/u).K] x ∆T x debiet (=luchtstroom)
2.3 In- en exfiltratie
- Gebouw is nooit luchtdicht -> kieren, spleten, deuren, ramen,.. waar afdichting niet
perfect is
- Zorgen voor luchtuitwisseling = warmteoverdracht
- = 0,1 x 2 x debiet bij 50 Pa x volume x 0,34 W/m³/u x ∆T
o Debiet = aantal luchtverversingen x volume ruimte
o Aantal luchtverversingen = afhankelijk van luchtdichtheid
2.4 Opwarmvermogen
- Een verwarmingsvermogen dat we extra gaan inrekenen in onze verwarmingsinstallatie
- Voor reserve te kunnen hebben in extreme gevallen (vb thuiskomen van vakantie)
- = fRH x vloeroppervlak van het lokaal
3. Bepalende factoren warmteverlies
- Het warmteverlies wordt altijd bepaald door het verschil tussen binnen- en
buitentemperatuur
- En: opbouw constructie, isolatiepakketten, thermische inertie, grootte luchtdebieten
4