1. Inleiding
Psychologie =
Wetenschap die gedrag v mensen bestudeert
---> studie individuele gedrag + mentale processen die daarnaar leiden
---> kijkt nr algemene kenmerken v menselijk gedrag
---> menselijk functioneren onderzoeken + verklaren
Verschil psychiatrie + psychologie =
Psychologie Psychiatrie
Humane wetenschap Medische wetenschap
Bestuderen Mind (& brain) Bestudeert Brain (& mind)
- Mentale processen + percepties + aandacht + - structuur + neurobiologische processen
geheugen + interpretaties + leren
- Mentale inhouden ---> cognities + emoties +
gedrag
Normaliteit en ziekte Ziekte
Medische psychologie =
- Diagnostiek + behandeling ---> Begrijpen medische klachten + hanteringsgedrag
− Relatie tussen gedrag en gezondheid/ziekte
− Begrijpen hoe + waarom patiënten klachten formuleren + hanteringsgedrag begrijpen
- Vanuit medische psychologie ---> onderzoek + behandelingen psychologische problemen/klachten die
geassocieerd zijn met lichamelijke aandoeningen
− problemen bij leren omgaan met chronische ziektes
− verwerken acute + levensbedreigende aandoening
− geheugenproblemen dr hersentrauma/depressie
− ongewenst eetgedrag bij overgewicht
- Visie =
Ziekte ---> belangrijke stressor met psychologische gevolgen ---> medische psychologie = focust op
onderzoek + behandeling vd psychologische problemen/klachten/gevolgen
2. Informatieverwerking
---> achtergrond = cognitieve psychologie =
Heel de dag prikkels opnemen ---> hersenen prikkels selecteren + opnemen + info verwerken + interpreteren + deel
opslaan in geheugen ---> iedereen zal andere dingen waarnemen
Ontstaan =
1. psychoanalyse v Freud ---> geen wetenschappelijke basis
2. gedragspsychologie ---> reactie op psychoanalyse ---> enkel kijken nr gedrag = evht waarneembaar
3. Rond jaren 50 ---> reactie op gedragspsychologie = cognitieve psychologie ---> alles wat in ons hoofd
gebeurd beïnvloed gedrag
Essentie =
Waarnemen ---> verwerking + interpretatie ---> geheugen = Iedereen andere info opslaan
---> cognitieve = bestuderen mentale processe + mentale inhouden (bv gevoelens + gedrag + gedachten)
,Belangrijke termen + concepten =
- Cognities =
Verzameling mentale processen + activiteiten ---> worden gebruikt bij waarnemen + interpreteren +
onthouden + begrijpen ---> informatieverwerking
Denken =
Merendeel verloopt automatisch = onbewust ---> bv beeld vormen bij woorden ---> vb denken =
− waarden + normen
− bewuste feitenkennis
− herinnering
− selectie in waarnemingen
- Informatieverwerking =
Processen die rol spelen bij verwerving + opslag + reproductie v kennis/info =
− 3 mentale processen die rol spelen binnen infoverwerking =
• waarneming
• geheugen
• verwerking
− Cognitieve psych = invloed v infoverwerking op emoties + gedrag + fysiologische processen +
omgekeerd
- Schema =
geheugenstructuren waarin relatief stabiele kennisrepresentaties zijn opgeslagen ---> geheel v kennis over
bepaald onderwerp
− = In de loop v leven gevormd op basis v vroege ervaringen
− Kennis in vorm v taal, visuele informatie, handelingen, ritme en lichamelijke sensaties
• Bv schema ‘eten’ = smaak opslaan
− Veel kennis niet in woorden uit te drukken of zelfs onbewust
− Zonder schema’s ---> geheugen zou bestaan uit losse herinneringen + gedachten = zonder verband
Werking =
− Informatie van buitenaf of mentale gebeurtenissen kunnen een schema activeren ---> gebeurt
automatisch = zonder bewustzijn
• vb.’s nachts geluid horen
− Volgens cogn psy ---> informatieverwerking wordt gestuurd door onze schema’s:
• Schema’s beïnvloeden welke info wordt waargenomen en welke wordt genegeerd
• Vb. je eigen naam horen op feest
• Vb. waarnemen van negatieve info
• Schema’s beïnvloeden hoe waargenomen info wordt geïnterpreteerd + verwerkt tot nieuwe
betekenissen
• Vb. interpretatie van geeuwen
− Schema’s zijn dus normaal, functioneel en maken onderdeel uit van de G-ketting/schema
, G-ketting = Gebeurt hele dag =
Gebeurtenissen/gewaarwordingen ---> triggeren cognitief proces = gedrag
---> prikkelt gevoelens
---> zorgt ervoor dat we bepaald gedrag stellen
---> dat gedrag heeft een gevolg
bv. in les ---> maag doet lastig ---> verwerken ---> denken = gisteren te
veel gedronken ---> reactie = hangt van schema af --->
- Rustig bij blijven ---> colaatje zal wel helpen
Gevoel = rustig blijven
Gedrag = colaatje kopen + drinken
- Niet rustig blijven ---> ooit al eens op publieke plaats overgeven
Gevoel = jezelf opjagen + beginnen stressen + focussen op maag
Gedrag = naar toilet gaan en overgeven
Hele andere reactie ---> bepaald door heel ander schema = andere
ervaringen + verleden
---> alles dat uit cogn proces = leiden tot bewust gedrag
---> alles uit gevoelens = onbewust automatisch gedrag
ketting van G & G & G & G & G =
Besluit cogitieve psychologie =
Niet de situatie op zich bepaalt wat we voelen, maar de wijze waarop we deze interpreteren ---> schema bepaald
hoe we zaken interpreteren (kan + of – zijn) ---> schema wordt bepaald door vorige ervaringen + linken met andere
schema’s
Fouten in infoverwerking ---> vertekende beelden geven ---> psychische stoornissen = fouten in G-schema --->
disfunctionele denkgewoontes ---> beïnvloed emoties + gedrag