• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 72 pages
Resume

Samenvatting - Juridische argumentatieleer

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 72 pages

Samenvatting van JAL. Staat alles in zelfs met voorbeelden

Aperçu du contenu

JO




SAMENVATTING
1STE BAC. 2022-2023JAL
Elise Goossens

, 1.1: De mens als dier met sterke cognitieve capaciteiten..................................................2
2.2: Systeem 1- en Systeem 2- denken..............................................................................3
2.3: Het brein als verbandenleggende machine.................................................................4
Hoofdstuk 2: Bouwstenen van redeneringen..........................................................................6
2.1: Basisbegrippen...........................................................................................................6
2.2: Soorten voorwaarden (bij voorwaardelijke uitspraken).............................................7
Hoofdstuk 3: Soorten redeneringen........................................................................................8
3.1: Deductief redeneren....................................................................................................8
3.3: Abductief redeneren.................................................................................................11
3.4: Verhouding tussen deductief, inductief en abductief redeneren...............................12
Hoofdstuk 4: Geldig en correct deductief redeneren (geldigheid is noodzakelijk voor
correctheid en correctheid is voldoende voor geldigheid)...................................................13
4.1: Logica en haar drie voornaamste soorten.................................................................13
4.2: Modus ponens en modus tollens...............................................................................14
4.3: Twee diepgewortelde redeneerfouten.......................................................................15
4.4: Beperkingen van geldig redeneren...........................................................................15
4.5: Het welwillendheidsprincipe toegepast....................................................................16
Hoofdstuk 5: Structurele redeneerfouten.............................................................................16
5.1: Enkele kernbegrippen...............................................................................................16
5.2: Enkele structurele redeneerfouten............................................................................17
5.3: Waarom maken we structurele redeneerfouten?......................................................21
Hoofdstuk 1: Begripsomschrijving......................................................................................21
1.1: Het begrip ‘argumenteren’.......................................................................................21
Hoofdstuk 2: Opbouw van argumentaties............................................................................24
Hoofdstuk 3: Deugdelijk argumenteren...............................................................................28
3.1: Wat is deugdelijk argumenteren?.............................................................................28
3.2: Drie voorwaarden.....................................................................................................31
3.3: Tien regels voor een productief verloop...................................................................31
Hoofdstuk 4: Argumentatieschema’s → p. 194 - 231 + zie p. 257......................................34
4.1: Argumenten op basis van bijzondere geplaatstheid = een ander persoon is beter
geschikt om de nodige info te bezorgen en de waarheid van de stelling te bevestigen
o.b.v. bijzondere geplaatsheid.........................................................................................34
4.2: Argumenten op basis van (inhoudelijke) deskundigheid = een ander persoon is
beter geschikt om de nodige info te bezorgen en de waarheid van de stelling te
bevestigen o.b.v. deskundigheid, gespecialiseerde kennis → vergaard op ordelijke en
gestructureerde wijze.......................................................................................................34
4.3: Argumenten op basis van de persoon = stelling bekritiseren door de steller te
bekritiseren (op de man spelen).......................................................................................35
4.4: Argumenten op basis van gedeelde overtuiging.......................................................36
4.5: Argumenten op basis van gevolgen..........................................................................37
4.6: Argumenten op basis van regelmaat.........................................................................38
4.7: Argumenten op basis van gelijkenis.........................................................................38
4.8: argumenten op basis van verschil.............................................................................39
4.9: Argumenten op basis van vertrouwen......................................................................40
4.10: Argumenten op basis van regels.............................................................................40
4.11: Argumenten op basis van testresultaten.................................................................41
4.12: Argumenten op basis van gebrek aan informatie...................................................42
Hoofdstuk 5: Enkele argumenten die vaak onterecht overtuigen: ‘drogredenen’................42
5.1: Bevestigende drogredenen........................................................................................43
5.2: Weerleggende drogredenen......................................................................................46

1

, 5.3: Ontwijkende drogredenen........................................................................................47
Deel 3: Juridisch argumenteren.................................................................................................48
Hoofdstuk 1: Begripsomschrijving......................................................................................49
Hoofdstuk 2: Juridische betogen (in het Belgische recht)....................................................49
2.1: Het betoog van de partijen........................................................................................50
1.2: Het betoog van de rechter.........................................................................................52
1.3: Overtuigen en bewijzen: feiten in het recht..............................................................54
Hoofdstuk 3: Twee visies op de voorstelling van de samenhang van bronnen van het recht
..............................................................................................................................................56
3.1: Proloog: 18de-eeuwse problemen..............................................................................56
3.2: De bronnen van het recht als piramide.....................................................................56
3.3: de opgang van de bronnen van het recht als netwerk...............................................58
Hoofdstuk 4: Juridische argumentatieschema’s...................................................................60
4.1: Juridische argumenten op basis van gezag...............................................................62
4.2: Juridische argumenten op basis van regels...............................................................63
4.3: Juridische argumenten op basis van systematische overwegingen..........................65
4.4: Juridische argumenten op basis van doelstellingen..................................................68
4.5: Juridische argumenten op basis van waarden...........................................................69
4.6: Juridische argumenten op basis van gevolgen..........................................................69
4.7: Juridische argumenten op basis van intentie............................................................70
4.8: Juridische argumenten op basis van testresultaten...................................................70
4.9: Onderlinge verhouding.............................................................................................71
Deel 1 Redeneren
Hoofdstuk 1: Cognitieve achtergrond
= context voor inferenties/gevolgtrekkingen
1.1: De mens als dier met sterke cognitieve capaciteiten

Evolutionaire wortels van onze manier van denken = Theorie van het ‘drievuldig brein’ ofwel
Triune brain.
1. ‘Reptielachtig brein’: Oudste laag (ook wel ‘basaal brein’).
Obsessief, compulsief, paranoïde gedrag wordt gestuurd door
dit brein. Controleert spieren, evenwicht, hartslag, ademhaling.
(= instincten) → systeem 1

2. ‘Oud zoogdierenbrein’: tweede laag (ook wel ‘limbisch brein’).
Emoties, kennisverwerving, geheugen, geuren, … wordt
gestuurd door dit brein. (= emotie en gevoel) → systeem 2

3. ‘recent zoogdierenbrein’: derde laag (ook wel ‘neocortex’ of ‘neopalium’). Cognitieve
functies waarover bijna enkel de mens beschikt: Inventiviteit, abstract
redeneervermogen. → systeem 2
- Linker hersenhelft: lineair, rationeel en verbaal
- Rechter hersenhelft: ruimtelijk, abstract, muzikaal en artistiek.

Deze theorie is niet wetenschappelijk nauwkeurig!



2

, ⇒ wel handig om de illusie van de mens als rationele economische actor te doorprikken.
Veel van onze gedragingen zijn nog gestuurd door de meest basale delen van ons brein. (de
eerste 2 lagen)

(Humans ⬄ Econs)
Humans zijn echte mensen.
Econs zijn zuiver rationele actoren.

Op onze emoties en behoeften kan worden ingespeeld, iedereen is dus vatbaar voor
manipulatie (ook ten goede) = Nudging.

2.2: Systeem 1- en Systeem 2- denken

Mensen kunnen in essentie op 2 manieren nadenken wanneer ze info verwerken.

2.2.1: Algemeen kader

‘Snel’ denken, bv. Als je naar een foto van een gezicht kijk zie je meteen dat iemand blij,
boos,… is.

‘Traag’ denken, bv. Wanneer je een rekensom moet oplossen, je merkt dat je een keuze hebt
om deze wel of niet op te lossen en je zal hierbij moeite moeten doen en het gaat niet
vanzelf.
Systeem-1 denken: snel, intuïtief denken, als het ware op automatische piloot. Het grootste
deel van onze handelingen en gedragingen wordt hierdoor gestuurd.

Systeem-2 denken: traag, rationeel, analytisch, schiet in actie om orde in de chaos te
brengen. De ideeën die voortkomen uit het Systeem-1 denken worden door Systeem-2
denken geordend.

Omzetting systeem 2 naar systeem 1
⇒ Wat aanvankelijk Systeem-2 denken is omdat het moeite en aandacht kost kan door
studie en oefening meer en meer automatisme worden en dus Systeem-1 denken.
⇒ Curse of Knowledge: hoe meer automatisch iets wordt voor iemand hoe moeilijker het is
voor deze persoon om te begrijpen dat het voor een ander veel meer tijd en moeite vergt.
(bv: ouders leren kind autorijden)
⇒ Systeem-2 activiteiten vereisen aandacht en worden onderbroken als de aandacht
verslapt!
⇒ Systeem-1 maakt al snel verhalen rond informatie (bv: facebook of twitterpost) daarom
soms nodig om Systeem-2 te activeren en kritisch te denken.

Juridisch argumenteren = Systeem-2 denken. Belangrijk is het onderscheid tussen 1 en 2 te
kennen om redeneerfouten te herkennen en fouten te vermijden.

2.2.2: Ter verduidelijking, 2 testen en een filmpje

CRT (Cognitive Reflection Test)

3

Table des matières

  1. 01 1: De mens als dier met sterke cognitieve capaciteiten 2
  2. 02 2: Systeem 1- en Systeem 2- denken 3
  3. 03 3: Het brein als verbandenleggende machine 4
  4. 04 Hoofdstuk 2: Bouwstenen van redeneringen 6
  5. 05 1: Basisbegrippen 6
  6. 06 2: Soorten voorwaarden (bij voorwaardelijke uitspraken) 7
  7. 07 Hoofdstuk 3: Soorten redeneringen 8
  8. 08 1: Deductief redeneren 8
  9. 09 3: Abductief redeneren 11
  10. 10 4: Verhouding tussen deductief, inductief en abductief redeneren 12
  11. 11 correctheid en correctheid is voldoende voor geldigheid) 13
  12. 12 1: Logica en haar drie voornaamste soorten 13
  13. 13 2: Modus ponens en modus tollens 14
  14. 14 3: Twee diepgewortelde redeneerfouten 15
  15. 15 4: Beperkingen van geldig redeneren 15
  16. 16 5: Het welwillendheidsprincipe toegepast 16
  17. 17 Hoofdstuk 5: Structurele redeneerfouten 16
  18. 18 1: Enkele kernbegrippen 16
  19. 19 2: Enkele structurele redeneerfouten 17
  20. 20 3: Waarom maken we structurele redeneerfouten? 21
  21. 21 Hoofdstuk 1: Begripsomschrijving 21
  22. 22 1: Het begrip ‘argumenteren’ 21
  23. 23 Hoofdstuk 2: Opbouw van argumentaties 24
  24. 24 Hoofdstuk 3: Deugdelijk argumenteren 28
  25. 25 1: Wat is deugdelijk argumenteren? 28
  26. 26 2: Drie voorwaarden 31
  27. 27 3: Tien regels voor een productief verloop 31
  28. 28 Hoofdstuk 4: Argumentatieschema’s → p. 194 - 231 + zie p. 257 34
  29. 29 o.b.v. bijzondere geplaatsheid 34
  30. 30 gestructureerde wijze 34
  31. 31 bekritiseren (op de man spelen) 35
  32. 32 4: Argumenten op basis van gedeelde overtuiging 36
  33. 33 5: Argumenten op basis van gevolgen 37
  34. 34 6: Argumenten op basis van regelmaat 38
  35. 35 7: Argumenten op basis van gelijkenis 38
  36. 36 8: argumenten op basis van verschil 39
  37. 37 9: Argumenten op basis van vertrouwen 40
  38. 38 10: Argumenten op basis van regels 40
  39. 39 11: Argumenten op basis van testresultaten 41
  40. 40 12: Argumenten op basis van gebrek aan informatie 42
  41. 41 Hoofdstuk 5: Enkele argumenten die vaak onterecht overtuigen: ‘drogredenen’ 42
  42. 42 1: Bevestigende drogredenen 43
  43. 43 2: Weerleggende drogredenen 46
  44. 44 5.3: Ontwijkende drogredenen 47
  45. 45 Deel 3: Juridisch argumenteren 48
  46. 46 Hoofdstuk 1: Begripsomschrijving 49
  47. 47 Hoofdstuk 2: Juridische betogen (in het Belgische recht) 49
  48. 48 1: Het betoog van de partijen 50
  49. 49 2: Het betoog van de rechter 52
  50. 50 3: Overtuigen en bewijzen: feiten in het recht 54
  51. 51 Hoofdstuk 3: Twee visies op de voorstelling van de samenhang van bronnen van het recht 56
  52. 52 1: Proloog: 18de-eeuwse problemen 56
  53. 53 2: De bronnen van het recht als piramide 56
  54. 54 3: de opgang van de bronnen van het recht als netwerk 58
  55. 55 Hoofdstuk 4: Juridische argumentatieschema’s 60
  56. 56 1: Juridische argumenten op basis van gezag 62
  57. 57 2: Juridische argumenten op basis van regels 63
  58. 58 3: Juridische argumenten op basis van systematische overwegingen 65
  59. 59 4: Juridische argumenten op basis van doelstellingen 68
  60. 60 5: Juridische argumenten op basis van waarden 69
  61. 61 6: Juridische argumenten op basis van gevolgen 69
  62. 62 7: Juridische argumenten op basis van intentie 70
  63. 63 8: Juridische argumenten op basis van testresultaten 70
  64. 64 9: Onderlinge verhouding 71
  65. 65 CRT (Cognitive Reflection Test) 3
  66. 66 dingen met elkaar 4
  67. 67 Bv: ‘Dat idee is moeilijk verteerbaar’ = ideeën in termen van voedsel 5

Infos sur le Document

Cours
Publié le
30 septembre 2024
Nombre de pages
72
Écrit en
2023/2024
Type
Resume
€8,96

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
2
Abonnés
0
Éléments
1
Dernière vente
1 année de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions