• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 40 pages
Resume

Nieuwe (2024) tentamen samenvatting de organisatie als hulpmiddel, Klaas schermer, 6e druk, compacter dan normaal

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 40 pages

Dit is een tentamen samenvatting, compacter dan een normale samenvatting, gemaakt voor het tentamen. HST 1 tm 10 zijn samengevat en gemakkelijk en snel te lezen. gebruikt door onze studiegroep.

Aperçu du contenu

,Ik heb de belangrijkste plaatjes uit boek ook toegevoegd btw

Organisatiekunde
§1.1 Kenmerken van een organisatie
Organisatie is een hulpmiddel om iets te bereiken. Een gezamenlijke poging een
doel te bereiken. Het is een doelgericht samenwerkingsverband.

Een organisatiedoel geeft richting aan het werk van de leden van de organisatie. Om
dit doel te bereiken heb je niet allen elkaar maar ook andere middelen nodig:
gebouwen, geld, etc.

✓ Een organisatie is een min of meer duurzaam samenwerkingsverband
van mensen en middelen om een gemeenschappelijk doel te bereiken.

- De duurzaamheid van een organisatie kan variëren van enkele weken tot vele jaren.
- Er is een organisatiedoel.
- Het samenwerkingsverband bestaat uit mensen die zich daarvoor hebben
aangemeld of zijn aangetrokken en de hulpmiddelen die zij daarbij nodig hebben.

o Organisatie is de algemene, brede term die te gebruiken is voor alle
mogelijke doelgerichte samenwerkingsverbanden.
o Instelling verwijst naar het feit dat er ooit iets is opgericht met een specifiek
doel. Bijvoorbeeld een school, een instelling voor onderwijs.
o Inrichting verwijst ook naar het doel, het is zo ingericht of georganiseerd dat
het doel bereikt kan worden.

Indelingscriterium Kenmerk Voorbeeld
Doelstelling Sociaal-cultureel Museum
Economisch Bedrijf
Politiek Politieke partij
Maatschappelijk Ziekenhuis
Hulpmiddelen/ Commercieel: for profit Commercieel bedrijf
financiering
Subsidie: non-profit/not- Museum
for-
profit
Grootte Klein Peuterspeelzaal
Groot Philips NV
Leeftijd Jong Partij 50+
Oud VVD
Complexiteit Eenvoudig Roeivereniging
Complex Mitsubishi
Invloed van Horizontaal Patiëntenvereniging
medewerkers/leden
Verticaal Het leger
Rechtsvorm Nv, bv, vof Commercieel bedrijf
Stichting Stichting voor
Maatschappelijk Werk
Vereniging Woningbouwvereniging

,Een rechtspersoon is een organisatie die kan optreden alsof het een natuurlijk persoon is.

§1.2 Profit: winst als doel
Profitorganisaties = ondernemingen die goederen of diensten verkopen aan
klanten met het doel er winst aan over te houden.

Dienstverlenende organisatie = een duurzaam samenwerkingsverband van
mensen en middelen dat als gemeenschappelijk doel heeft diensten te verlenen aan
klanten die daar behoefte aan hebben.

Monopolie = één ondernemer beheerst de

markt. Rechtsvormen voor ondernemingen:
- Eenmanszaak, ook wel zzp’er. Ondernemer is hier zelf aansprakelijk.
- Vof, vennootschap onder firma. Aantal ondernemers bezitten samen
een onderneming.
- Bv, besloten vennootschap. Deelnemers hebben een aandeel in de
onderneming en zijn niet persoonlijk aansprakelijk.
- Nv, naamloze vennootschap. Beleggers kunnen een aandeel nemen in de
onderneming,

§1.3 Non-profit en not-for-profit: ideëel doel
Non-profitorganisatie = een organisatie die zonder winstoogmerk ideële doelen
nastreeft.

Hier ontbreekt de directe ruil tussen bedrijf en klant. De klant betaalt niet voor de
gebruikte diensten, of alleen een kleine bijdrage, een zogenaamde retributie, die
alle kosten dekt.

Niet-gouvernementele organisaties = vooral belangen- en pressiegroepen zoals
Greenpeace of Amnesty International.

Not-for-profitorganisatie = organisaties die een ideëel doel proberen te realiseren
aan de hand van bedrijfseconomische principes.

§1.4 Rechtsvormen van een ideële organisatie
Commerciële organisaties streven naar winst -> advocatenkantoor, privékliniek.
Ideële organisaties proberen een maatschappelijk doel te realiseren.

Stichting = een rechtspersoon waarin een bestuur een vermogen of andere
middelen aanwendt voor een ideëel doel.

Vereniging = een samenwerkingsverband van leden die een gemeenschappelijk
ideëel doel nastreven.
Een bijzondere vorm van een vereniging is coöperatie, en samenwerkingsverband
met economisch doel. Als die coöperatie winst maakt wordt die uitgekeerd aan de leden.


§1.5 Professionalisering van dienstverlenende organisaties


2

, Oorspronkelijk hadden stichtingen en verenigingen een eenvoudige structuur, maar
in de loop van een aantal eeuwen werd deze steeds complexer. Meer mensen
raakten bij het werk betrokken en hun werk vereiste meer kennis. Dit is een proces
van geleidelijke professionalisering.

Professionalisering = de ontwikkeling van vrijwillige inspanning om een ideëel doel
te bereiken naar betaald werk van schoolde hulpverleners binnen een instelling.

§1.6 Organisatieleer en organisatiekunde
Organisatieleer = de tak van wetenschap die iets zegt over de feitelijke structuren
van organisaties en de processen binnen organisaties.

Organisatiekunde = de leer die zich richt op de vaardigheden die nodig zijn om
goed te kunnen organiseren of goed te kunnen werken in een organisatie.

Verbanden
Een organisatie kan alleen bestaan als er mensen zijn die een gemeenschappelijk doel willen
realiseren.
▪ Om de doelen van de organisatie te bereiken zijn er –behalve medewerkers- ook
andere hulpmiddelen nodig: geld, tijd, werkruimte en apparatuur.
▪ Het streven naar winst kan zowel leiden tot een ruim aanbod bij lage prijzen als
tot het negeren van de belangen van de klant.
▪ Bij massaproducten is de communicatie van de fabrikant met de klant beperkt tot
marktonderzoek en reclame.
▪ Dienstverlening vereist een directe, min of meer hechte relatie tussen klant en
beroepskracht.
▪ Dienstverlening streeft verandering na bij de klant.


Hoofdstuk 2: De instelling als sociaal systeem
§2.1 De kenmerken van een systeem
Systeem = een geheel van samenhangende delen dat zichzelf in wisselwerking met
de omgeving in stand houdt.
Het functioneert in een omgeving, de buitenwereld.
De onderdelen van een systeem zijn zo samengesteld dat ze de interne processen
kunnen regelen waardoor het systeem kan voortbestaan.

Sociaal systeem = een samenwerkingsverband dat effecten op de omgeving nastreeft en
daarvoor gebruikmaakt van invloeden uit die omgeving.

Alle medewerkers van de instelling met hun hulpmiddelen vormen de binnenwereld van
het systeem.
De organisatie als sociaal systeem streeft doelen na die gelegen zijn in die
buitenwereld, door het werk van de medewerkers binnen het sociale systeem.

§2.2 De keten van input, transformatie, output en feedback
De wisselwerking tussen een actief mechanisme en zijn omgeving wordt bestudeerd in de
systeemleer.



3

Table des matières

  1. 01 §1.1 Kenmerken van een organisatie 2
  2. 02 §1.2 Profit: winst als doel 3
  3. 03 §1.3 Non-profit en not-for-profit: ideëel doel 3
  4. 04 §1.4 Rechtsvormen van een ideële organisatie 3
  5. 05 §1.5 Professionalisering van dienstverlenende organisaties 3
  6. 06 §1.6 Organisatieleer en organisatiekunde 4
  7. 07 Hoofdstuk 2: De instelling als sociaal systeem 4
    1. §2.1 De kenmerken van een systeem 4
    2. §2.2 De keten van input, transformatie, output en feedback 4
    3. Input = de informatie en hulpmiddelen die het systeem gebruikt. 5
    4. Throughput of transformatie = de verwerking van input tot output. 5
    5. §2.3 De input 5
    6. §2.4 De transformatie: taakverdeling en samenwerking als middel 6
    7. §2.5 De output 6
    8. §2.6 De feedback 6
    9. §2.7 De grens tussen organisatie en omgeving 6
    10. §2.8 De levensfasen van een organisatie 7
  8. 08 Hoofdstuk 3: De doelen van de instelling 7
    1. §3.1 Het kenmerk van een doel 7
    2. §3.2 Externe doelen 7
    3. §3.3 Interne doelen 7
    4. §3.4 Doelbepalers 8
    5. §3.5 Hulpverlening als hoofddoel 9
    6. §3.6 Hulpverlening als nevendoel 9
    7. §3.7 Feitelijke doelen 9
    8. §3.8 Jouw motieven en doelen 9
  9. 09 Hoofdstuk 4: Organisatiestructuren 10
    1. §4.1 Kenmerken van een structuur 10
    2. §4.2 Taakverdeling in de organisatie 10
    3. §4.3 Organisatiestructuur 10
    4. §4.4 De leiding 11
    5. §4.5 De horizontale of platte organisatie 11
    6. §4.6 De verticale of lijnorganisatie 13
    7. §4.8 De lijn-stafstructuur 14
    8. §4.12 De professionele organisatie 16
    9. §4.13 Het organisatieschema of organogram 16
    10. §4.14 Formeel en informeel 18
  10. 10 Hoofdstuk 5: Organisaties en soorten instellingen 18
    1. §5.1 Deelnemers aan duurzame samenwerking 18
    2. §5.2 Solliciteren 18
    3. §5.3 Inwerkperiode en begeleiding 18
    4. §5.4 Plaatsbepalende factoren 19
    5. §5.5 Motivatie en arbeidssatisfactie 19
    6. §5.6 Samenwerking 20
    7. §5.7 Teams en teamrollen 20
    8. Een voorzitter. 20
    9. De vormer. 20
    10. De plant. 20
    11. De monitor. 20
    12. De bedrijfsman/-vrouw. 20
    13. De groepswerker. 21
    14. De zorgdrager. 21
    15. De specialist. 21
    16. De brononderzoeker. 21
    17. §5.8 Zelfsturend team 21
  11. 11 Hoofdstuk 6: Rechtspositie van personeel 22
    1. §6.1 Rechten en plichten 22
    2. §6.2 Variatie in rechtspositie 23
    3. §6.3 Arbeid op contractbasis 23
    4. §6.4 Arbeidsomstandigheden 24
  12. 12 Hoofdstuk 7: Communicatie in de organisatie 24
    1. §7.1 Communicatie 24
    2. §7.2 Loopbaangesprekken 24
    3. §7.5 Omgaan met kritiek 25
  13. 13 Hoofdstuk 8: Organisatiecultuur 27
    1. §8.1 De kenmerken van een cultuur 27
    2. §8.2 Cultuur aanleren 27
    3. §8.3 Cultuurtypen 28
    4. §8.4 Cultuur en structuur 28
    5. §8.5 Werken in een multiculturele samenleving 28
    6. §8.6 De multiculturele organisatie 31
  14. 14 Hoofdstuk 9: Macht en besluitvorming 31
    1. §9.1 Macht, invloed en gezag 31
    2. §9.2 Besluitvorming 33
    3. E = K * A 33
    4. Besluit met meerderheid van stemmen. 33
    5. Besluit bij unanimiteit. 33
    6. Besluit bij delegatie. 34
    7. Besluit door een autoriteit. 34
    8. Besluit bij loting. 34
    9. Besluit bij consensus. 34
    10. §9.3 Conflicten 35
    11. §9.4 Het aanpakken van conflicten 35
  15. 15 Hoofdstuk 10: Management 35
    1. §10.1 Het kenmerk van management 35
    2. §10.2 Lagen in het management 35
    3. §10.3 Functioneel management 36
    4. §10.4 Multicultureel management 36
    5. §10.5 Span of control en depth of control 36
    6. §10.6 De linking-pin 37
    7. §10.8 Type organisatie en leiderschap 39
    8. 1) Laag taakvolwassen: 39
    9. 2) Gering taakvolwassen: 39
    10. 3) Redelijk taakvolwassen: 39
    11. 4) Hoog taakvolwassen: 40
    12. §10.11 De managementmythe 40

Livre connecté
 image
Éditeur: maart 2017 ISBN: 9789036817059 Édition: 6

Infos sur le Document

Cours
Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
Hst 1 tm 10
Publié le
29 septembre 2024
Nombre de pages
40
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€7,66

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
Vendu
8291
Abonnés
2695
Éléments
2814
Dernière vente
1 heure de cela



Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions