BIJZONDERE VOEDING
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
Bijzondere voeding
= voedingsmiddelen voor een welbepaald doel, specifieke doelgroep
- Die afwijken van de normale voeding
- Bijvoorbeeld
o Eiwitsamenstelling (glutenvrij, fenylketonurie)
Gluten = eiwitten aanwezig in graansoorten vb tarwe. Bepaalde
mensen zijn glutenintolerant
Fenylketonurie (aangeboren) = probleem van aminozuren. Sommige
mensen zijn niet in staat om het fenylalanine te gaan metaboliseren
o Vetsamenstelling (MCT-vetten)
Medium-chain-triglyceriden = groep vetten die sneller en
gemakkelijker worden opgenomen
o Koolhydraatsamenstelling (diabetes)
o Mineralensamenstelling (natriumbeperkt dieet/zoutloos dieet)
o Zuigelingen, bejaarde, sporters, vermagering
o Allergenen
- Grootste deel van deze producten die nodig zijn kun je gewoon in de supermarkt
kopen, dat maakt het heel belangrijk dat er een goede reglementering is
- Toch zijn er producten die door mazen van het net glippen en toch aangeboden
worden
HOOFDSTUK 2: WETGEVEND KADER
- Basis is “koninklijk besluit van 18/02/1991”
- Warenwetgeving —> Filter: bijzondere —> wettekst zoeken —> opendoen
- Wettekst is dynamisch door al die wijzigingen
- Verschillende artikels
1.1. Bijzondere voeding wettekst
Artikel 1
- Def: van voedingsmiddelen voor bijzondere voeding
o Bijzondere samenstelling/bijzondere fabricatie
o Geschikt voor bijzondere voeding
1
, o Er wordt aangegeven dat zij geschikt zijn (moet op etiket staan dat voeding
bestemd is voor een bijzonder doel)
- Def: bijzondere voeding
o Personen met verstoord metabolisme (fenylketonurie)
o Personen met bijzondere fysiologische omstandigheden —> nood aan
gecontroleerde inname van voedingsstoffen (diabetes)
o Zuigelingen en kleuters in goede gezondheid
Dieet: enkel als het over 1 en 2 gaat, niet over zuigelingen
Artikel 4
- Onderscheid tussen voedingsmiddelen voor bijzondere voeding en geneesmiddelen
- Bijzondere voeding: geen ziektevermelding!!
o Als je dit inneemt zal je darminfectie kunnen verminderen
- Er zijn veel uitzonderingen!!
- Sommige gevallen mag je wel een ziekte vermelden
o Technische voorlichtingsfiches = bestemd voor apotheek, diëtist, verpleger
—> hier mag wel op staan dat dat gebruikt kan worden tegen bepaalde
ziektes maar niet mag niet doorgegeven worden aan de patiënt
o Als een voedingsmiddel niet geschikt is, soort van contra-indicatie
Sommige middelen mag je niet innemen bij bepaalde ziektes vb
aspartaan is tegenaangewezen bij fenylketonurie
Artikel 7
- Voedingsmiddelen (VM) moeten genotificeerd worden bij de overheid
- VM heeft geen registratie nodig zoals geneesmiddelen (GM)
- Maar overheid vindt het nodig om te weten wat voor VM er op de markt is
- Verschil: moet niet op voorhand ingediend worden zoals bij GM maar mag gebeuren
op het moment dat je product op de markt brengt
- Wat moet erin?
o Fabrikant: etiket, lidstaat waar het eerst op de markt kwam
o Afwijking op samenstellingsnormen: ingrediëntenlijst (kwal en kwan)
nutritionele analyse (inhoud energie, vet, eiwit,…), aantonen dat afwijking
noodzakelijk is voor het doel
Europese verordening 609/2013
- Er is niet heel veel veranderd, wat wel: minder categorieën
o Zuigelingen en peuters
o Voeding voor medisch gebruik vb sondevoeding
o Producten voor gewichtsbeheersing
- Waarom die wijzigingen?
- Toenemend aantal levensmiddelen in handel geëtiketteerd
- Verschillen tussen lidstaten
2
, -Nood aan vereenvoudigde regelgeving
o Te veel afzonderlijke wetteksten
- Verordening = rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat
Artikel 1
- Volledige zuigelingen en opvolgzuigelingenvoeding
o Eerste leeftijdsmelk voor baby’s tot 4 maand
o Opvolg: 4 à 6 maand
- Bewerkte levensmiddelen op basis van granen
- Voeding voor medisch gebruik
- Vervangende producten voor gewichtsbeheersing
- Er is een lijst toegevoegd met stoffen die toegevoegd mogen worden in 1 van die 4
categorieën
o Vitaminen
o Mineralen
o Aminozuren
o Carnitine, taurine
o Nucleotiden
o Choline en inositol
- Vb: vitamine A in de vorm van retinol mag toegevoegd worden aan alle 4 de groepen
- Vb: beta-caroteen mag niet toegevoegd worden aan groep 1
1e wettekst: bijzondere voeding 18/02/1991
2e wettekst: nutrientenwet 03/03/1992
3e wettekst: planten wet 1997
1.2. Nutriëntenwettekst
- 03 maart 1992
- Filter: nutriënten
Artikel 1
- Def nutriënten:
o = Voedingsstoffen die mens nodig heeft maar zelf niet kan aanmaken
o Essentiele voedingsstoffen = VS die mens nodig heeft maar lichaam kan dat
niet zelf aanmaken
- Vitaminen
- Mineralen
- Oligo-elementen
- Aminozuren
- Vetzuren
3
, Artikel 2
- Er zijn 2 types nutriënten
o Verkocht in een voorgedoseerde vorm (art 2)
Voedingssupplementen (capsules, gelulen, druppels, poeder)
Zien eruit als geneesmiddelen
o VM waaraan we nutriënten toevoegen (art 3)
- Vitamines, mineralen en oligo-elementen
o Moeten genotificeerd zijn
Heeft te maken met de hoeveelheid dat erin zit
o Wat je inneemt
Niet minder dan 15% van referentie-inname (er moet voldoende
hoeveelheid inzitten om te kunnen verkopen)
Niet hoger dan de maximumwaarden opgenomen in bijlage 1
(wettekst)
- Aminozuren en vetzuren
o Moeten genotificeerd worden
Referentie-inname
- Als je supplement aanmaakt moet er bepaalde hoeveelheid in zitten
- Dat is gebaseerd op de aanbevolen hoeveelheid: zie grafiek
- Hoe bepaalt men hoeveel vitaminen men dagelijks moet innemen?
o Verschilt per individu
- Behoefte van de mens is Gaussiaans verdeeld: sommigen hebben minder nodig en
anderen meer
- Gemiddelde behoefte: 50% van de bevolking nood aan
- De aanbevolen hoeveelheid = hoger dan individuele behoefte van grootste deel volk
o Ligt wel nog heel ver van de toxische hoeveelheid
4
HOOFDSTUK 1: INLEIDING
Bijzondere voeding
= voedingsmiddelen voor een welbepaald doel, specifieke doelgroep
- Die afwijken van de normale voeding
- Bijvoorbeeld
o Eiwitsamenstelling (glutenvrij, fenylketonurie)
Gluten = eiwitten aanwezig in graansoorten vb tarwe. Bepaalde
mensen zijn glutenintolerant
Fenylketonurie (aangeboren) = probleem van aminozuren. Sommige
mensen zijn niet in staat om het fenylalanine te gaan metaboliseren
o Vetsamenstelling (MCT-vetten)
Medium-chain-triglyceriden = groep vetten die sneller en
gemakkelijker worden opgenomen
o Koolhydraatsamenstelling (diabetes)
o Mineralensamenstelling (natriumbeperkt dieet/zoutloos dieet)
o Zuigelingen, bejaarde, sporters, vermagering
o Allergenen
- Grootste deel van deze producten die nodig zijn kun je gewoon in de supermarkt
kopen, dat maakt het heel belangrijk dat er een goede reglementering is
- Toch zijn er producten die door mazen van het net glippen en toch aangeboden
worden
HOOFDSTUK 2: WETGEVEND KADER
- Basis is “koninklijk besluit van 18/02/1991”
- Warenwetgeving —> Filter: bijzondere —> wettekst zoeken —> opendoen
- Wettekst is dynamisch door al die wijzigingen
- Verschillende artikels
1.1. Bijzondere voeding wettekst
Artikel 1
- Def: van voedingsmiddelen voor bijzondere voeding
o Bijzondere samenstelling/bijzondere fabricatie
o Geschikt voor bijzondere voeding
1
, o Er wordt aangegeven dat zij geschikt zijn (moet op etiket staan dat voeding
bestemd is voor een bijzonder doel)
- Def: bijzondere voeding
o Personen met verstoord metabolisme (fenylketonurie)
o Personen met bijzondere fysiologische omstandigheden —> nood aan
gecontroleerde inname van voedingsstoffen (diabetes)
o Zuigelingen en kleuters in goede gezondheid
Dieet: enkel als het over 1 en 2 gaat, niet over zuigelingen
Artikel 4
- Onderscheid tussen voedingsmiddelen voor bijzondere voeding en geneesmiddelen
- Bijzondere voeding: geen ziektevermelding!!
o Als je dit inneemt zal je darminfectie kunnen verminderen
- Er zijn veel uitzonderingen!!
- Sommige gevallen mag je wel een ziekte vermelden
o Technische voorlichtingsfiches = bestemd voor apotheek, diëtist, verpleger
—> hier mag wel op staan dat dat gebruikt kan worden tegen bepaalde
ziektes maar niet mag niet doorgegeven worden aan de patiënt
o Als een voedingsmiddel niet geschikt is, soort van contra-indicatie
Sommige middelen mag je niet innemen bij bepaalde ziektes vb
aspartaan is tegenaangewezen bij fenylketonurie
Artikel 7
- Voedingsmiddelen (VM) moeten genotificeerd worden bij de overheid
- VM heeft geen registratie nodig zoals geneesmiddelen (GM)
- Maar overheid vindt het nodig om te weten wat voor VM er op de markt is
- Verschil: moet niet op voorhand ingediend worden zoals bij GM maar mag gebeuren
op het moment dat je product op de markt brengt
- Wat moet erin?
o Fabrikant: etiket, lidstaat waar het eerst op de markt kwam
o Afwijking op samenstellingsnormen: ingrediëntenlijst (kwal en kwan)
nutritionele analyse (inhoud energie, vet, eiwit,…), aantonen dat afwijking
noodzakelijk is voor het doel
Europese verordening 609/2013
- Er is niet heel veel veranderd, wat wel: minder categorieën
o Zuigelingen en peuters
o Voeding voor medisch gebruik vb sondevoeding
o Producten voor gewichtsbeheersing
- Waarom die wijzigingen?
- Toenemend aantal levensmiddelen in handel geëtiketteerd
- Verschillen tussen lidstaten
2
, -Nood aan vereenvoudigde regelgeving
o Te veel afzonderlijke wetteksten
- Verordening = rechtstreeks toepasselijk in elke lidstaat
Artikel 1
- Volledige zuigelingen en opvolgzuigelingenvoeding
o Eerste leeftijdsmelk voor baby’s tot 4 maand
o Opvolg: 4 à 6 maand
- Bewerkte levensmiddelen op basis van granen
- Voeding voor medisch gebruik
- Vervangende producten voor gewichtsbeheersing
- Er is een lijst toegevoegd met stoffen die toegevoegd mogen worden in 1 van die 4
categorieën
o Vitaminen
o Mineralen
o Aminozuren
o Carnitine, taurine
o Nucleotiden
o Choline en inositol
- Vb: vitamine A in de vorm van retinol mag toegevoegd worden aan alle 4 de groepen
- Vb: beta-caroteen mag niet toegevoegd worden aan groep 1
1e wettekst: bijzondere voeding 18/02/1991
2e wettekst: nutrientenwet 03/03/1992
3e wettekst: planten wet 1997
1.2. Nutriëntenwettekst
- 03 maart 1992
- Filter: nutriënten
Artikel 1
- Def nutriënten:
o = Voedingsstoffen die mens nodig heeft maar zelf niet kan aanmaken
o Essentiele voedingsstoffen = VS die mens nodig heeft maar lichaam kan dat
niet zelf aanmaken
- Vitaminen
- Mineralen
- Oligo-elementen
- Aminozuren
- Vetzuren
3
, Artikel 2
- Er zijn 2 types nutriënten
o Verkocht in een voorgedoseerde vorm (art 2)
Voedingssupplementen (capsules, gelulen, druppels, poeder)
Zien eruit als geneesmiddelen
o VM waaraan we nutriënten toevoegen (art 3)
- Vitamines, mineralen en oligo-elementen
o Moeten genotificeerd zijn
Heeft te maken met de hoeveelheid dat erin zit
o Wat je inneemt
Niet minder dan 15% van referentie-inname (er moet voldoende
hoeveelheid inzitten om te kunnen verkopen)
Niet hoger dan de maximumwaarden opgenomen in bijlage 1
(wettekst)
- Aminozuren en vetzuren
o Moeten genotificeerd worden
Referentie-inname
- Als je supplement aanmaakt moet er bepaalde hoeveelheid in zitten
- Dat is gebaseerd op de aanbevolen hoeveelheid: zie grafiek
- Hoe bepaalt men hoeveel vitaminen men dagelijks moet innemen?
o Verschilt per individu
- Behoefte van de mens is Gaussiaans verdeeld: sommigen hebben minder nodig en
anderen meer
- Gemiddelde behoefte: 50% van de bevolking nood aan
- De aanbevolen hoeveelheid = hoger dan individuele behoefte van grootste deel volk
o Ligt wel nog heel ver van de toxische hoeveelheid
4