4.1 Structuren
4.1.1 Structuur skeletspier
4.1.2 Structuur spiervezel
4.1.3 Structuur filamenten
Myosinefilament (= dik filament)
Bestaat uit 6 polypeptideketens
- 2 heavy chains (bestaande uit een staart- en
kopdomein)
o Kopgedeelte = belangrijkst
- 2 regulatory light chains en 2 esstential light chains
(deze vormen de nekregio)
Actinefilament (= dun filament)
- Actine monomeren
- Tropomyosine
- Troponine
1
, 4.2 Actomyosine ATPase
Binding aan actine: ATP + H2O ADP + Pi
Pi komt vrij krachtige beweging van hoofd
Einde beweging ADP komt vrij + nieuw ATP bindt
Crossbridge (hoofd) komt terug los van actine
10 stappen-proces spiercontractie
1) Acetylcholine komt vrij
o Bindt aan de receptoren op het sarcolemma
o Depolarisatie
2) Depolarisatie veroorzaakt een influx van Na+ en een efflux van K+
3) Door depolarisatie tot in de T-tubules zal Ca+ worden vrijgelaten uit het SR
4) Ca+ concentratie in het cytoplasma stijgt ongeveer 100 keer
o Dit komt door een te hoge concentratie in het SR
2+
5) Ca bindt op troponine van het dunne filament
6) Conformatieverandering dunne filament binding tussen myosinehoofdje en actinemonomeer
7) ATP binding op het actomyosine ATPase krachtbeweging tussen beide filamenten
8) Miljoenen van crossbridges bewegen tegelijk spiercontractie
9) Ca2+ wordt teruggepompt in het SR door SERCA (= sarcoplasmatisch endoplasmatisch reticulum
calcium ATPase)
o Verbruikt ATP om actief 2 Ca2+ tegelijk binnen te pompen
10) Ondertussen zal de Na+-K+ ATPase op het sarcolemma 3 Na+ naar buiten en 2 K+ naar binnen pompen
o Herstel van membraanpolarisatie
2