Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 6 sur 68 pages
Resume

Samenvatting per leerdoel - (PB0522) Inleiding in de gezondheidspsychologie ,

Document preview thumbnail
Aperçu 6 sur 68 pages

Samenvatting gebaseerd op de gegeven leerdoelen. Alle leerdoelen zijn uitgewerkt.

Aperçu du contenu

Uitwerking per leerdoel
cursus PB0522-242511B




1

, Leerdoelen Thema 1
Inleiding en achtergrond


Verschillende visies op het begrip ‘gezondheid’ beschrijven.
Kernwoorden: ziekte, gezondheid, symptomen, ziekte-
gezondheidscontinuüm, biomedisch model, biopsychosociaal
model
Wat is gezondheidspsychologie:
Gezondheidspsychologie is een relatief nieuw gebied binnen de
psychologie. De gezondheidspsychologie houdt zich bezig met de relatie
tussen psychische, biologische en sociale factoren enerzijds en
gezondheid en ziekte anderzijds.

Ziekte: een lichamelijke of psychische aandoening die een levend wezen
belemmert in het normale functioneren.

Gezondheid: ‘een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal
welbevinden en niet slechts de afwezigheid van ziekte of andere
lichamelijk gebreken’ (WHO, 1948).
Symptomen

Ziekte-gezondheidscontinuüm: gezondheid is een variabele, een
eigenschap die kan variëren. Iemand kan meer of minder gezond zijn,
mensen zijn in bepaalde mate ziek of gezond. Sarafino spreekt dan ook
over illness-wellnesscontinuüm. Sarafino beschouwt gezondheid dus als
een positieve status van fysiek, mentaal en sociaal welzijn, dat door de tijd
heen fluctueert volgens een continuüm.




Biomedisch model: Dit model zegt kortweg dat ziekte en gezondheid
(uitsluitend) een gevolg is van fysiologische processen. Dit model werd
in de 20e eeuw ter discussie gesteld

Biopsychosociaal model: Er kwam meer aandacht voor de rol van
psychologische factoren (gedrag, persoonlijkheid) bij het ontstaan, de
preventie en de behandeling van ziekte. Een nieuwe kijk op gezondheid en
ziekte werd voorgesteld: het biopsychosociaal model. Volgens deze visie is
2

,er zowel de rol voor biologische factoren, psychologische factoren als
sociale factoren in de vatbaarheid voor, het ontstaan van de behandeling
van, en het omgaan met ziekte. Grondlegger is Engel (1977). (verderop
hoofdstuk 1)




3

, Beschrijven hoe de begrippen ‘gezondheid’ en ‘ziekte’ in
verschillende perioden in de geschiedenis werden opgevat
Verschillende visies op gezondheid:
- afwezigheid van ziekte of gebrek
- ‘Een toestand van volledig lichamelijk, geestelijk en sociaal
welbevinden en niet slechts de afwezigheid van ziekte of andere
lichamelijk gebreken’ (WHO, 1948).
- Symptomen
- ‘Gezondheid als het vermogen om je aan te passen en je eigen
regie uit te voeren in het licht van sociale, fysieke en emotionele
uitdagingen van het leven” (Machteld Huber, 2009)

In het begin van de 20e eeuw waren vooral infectieziekten zoals tyfus,
tuberculose, difterie een belangrijke doodsoorzaak. Door betere voeding,
hygiëne en betere preventie en medische voorzieningen vond er een
sterke daling plaats in het aantal infecties, daardoor trad een enorme
stijging op in de levensverwachting.
Opvallend is dat er pas vaccinaties of werkende medicijnen ontwikkeld
werden nadat de sterfte al enorm was gedaald. De dalende lijn kwam dus
niet door de ontwikkeling van de vaccinaties/medicijnen. Verandering in
levensomstandigheden zoals hygiëne en voeding is een belangrijke
oorzaak geweest in de verandering in doodsoorzaak.

De belangrijkste ziektematen beschrijven en gebruiken.
Kernwoorden: morbiditeit, prevalentie, incidentie
Morbiditeit: Het aantal mensen dat in een jaar door de ziekte wordt
getroffen
Prevalentie: Het voorkomen op een bepaald moment van een
ziekteverschijnsel, aandoening of disfunctie in een bepaalde populatie
Incidentie: Het aantal nieuwe gevallen (ziekten) per duizend personen
per jaar

Aangeven welke wetenschappen aan gezondheidspsychologie
verwant zijn en wat het verschil is tussen de verschillende
vakgebieden. Kernwoorden: psychosomatische geneeskunde,
sociale geneeskunde, epidemiologie, medische sociologie en
antropologie, gezondheidswetenschappen
Er zijn veel raakvlakken tussen genoemde wetenschapsgebieden, maar er
zijn ook verschillen. Er is vooral sprake van accentverschillen,
verschillende wetenschapsgebieden leggen net weer een andere nadruk
op bepaalde onderwerpen en gezichtspunten uit hun onderzoeksveld.

Medische psychologie (behavioral medicine): richt zich voornamelijk op
ziektegedrag. Gezondheidspsychologie ook op bevorderen en bewaken
van gezondheids(preventie).

Gezondheidspsychologie: Richt zich op de interactie tussen ‘lichaam’
en ‘geest’, terwijl andere vakgebieden meestal alleen aandacht hebben


4

,voor het zenuwstelsel. De rest van het lichaam wordt in mindere mate
behandeld.

Beschrijven wat gezondheidspsychologie inhoudt, wat haar
aandachtsgebieden zijn en wat de achterliggende visie is.
Kernwoorden: biopsychosociaal model.
Gezondheidspsychologie: ‘het bevorderen en het handhaven van de
gezondheid en de preventie, de behandeling en de verwerking van ziekte,
de identificatie van etiologische en diagnostische factoren bij gezondheid
en ziekte, en de analyse en verbetering van gezondheidszorg en
gezondheidsbeleid’.

Doelstelling gezondheidspsychologie:
- Gezondheidsbevordering en handhaving van de gezondheid
- Preventie van ziekte, behandeling van ziekte en ‘goed’ omgaan
met ziekte
- Identificatie van oorzaken en diagnostische factoren van
gezondheid, ziekte en gerelateerde disfunctioneren
- Het analyseren en verbeteren van gezondheidszorg en het
gezondheidsbeleid.

Aandachtsgebieden
- De rol van psychologische factoren (gedrag, persoonlijkheid) bij
het ontstaan, preventie en behandeling van ziekte.

Achterliggende visie
Door de toename van de prevalentie van chronische ziekten en de relatie
met gedrag als roken, eten en bewegen, is onze kijk op gezondheid en
ziekte veranderd. Het ontstaan van gezondheidspsychologie als vakgebied
kan worden gezien als een direct gevolg van die veranderende visie. In de
renaissance (1400-1600) ontstond een visie op gezondheid en zeikte die
tot voor kort gemeengoed was en nog steeds wel wordt gehanteerd, maar
die door de gezondheidspsychologie en verwante vakgebieden ter
discussie is gesteld: het biomedisch model. Dit model zegt kortweg dat
ziekte en gezondheid (uitsluitend) een gevolg is van fysiologische
processen. Dit model werd in de 20e eeuw ter discussie gesteld.

Biopsychosociaal model
Er kwam meer aandacht voor de rol van psychologische factoren (gedrag,
persoonlijkheid) bij het ontstaan, de preventie en de behandeling van
ziekte. Een nieuwe kijk op gezondheid en ziekte werd voorgesteld: het
biopsychosociaal model. Volgens deze visie is er zowel de rol voor
biologische factoren, psychologische factoren als sociale factoren in de
vatbaarheid voor, het ontstaan van de behandeling van, en het omgaan
met ziekte. Grondlegger is Engel (1977).




5

, Het zenuwstelsel. Kernwoorden: cerebrum, thalamus,
hypothalamus, cerebellum, hersenstam, ruggenmerg, somatisch
en autonoom zenuwstelsel, (para-)sympatisch zenuwstelsel,
neurotransmitters
Centrale zenuwstelsel: bestaat uit de hersenen, het ruggenmerg en kan
worden gezien als het centrale sturingssysteem. Via het ruggenmerg staat
het in verbinding met het perifere stelsel.

Perifere zenuwstelsel: een zeer uitgebreid netwerk van zenuwcellen
door het hele lichaam. Het perifere stelsel kan onderverdeeld worden in
het somatische en autonome zenuwstelsel

Somatische zenuwstelsel: Autonome systeem: verzorgt de
verzorgt de communicatie tussen communicatie tussen het centrale
enerzijds het centrale zenuwstelsel en verschillende
zenuwstelsel en anderzijds de interne organen. Het regelt
zintuigen en motorische functies. belangrijke lichaamsfuncties zoals
Dit stelsel speelt dus een de hartslag en de spijsvertering.
belangrijke rol bij het zien, horen, Dit stelsel kan worden
proeven, ruiken, voelen en onderverdeeld in het sympatische
bewegen. en parasympatische systeem.


Sympatische zenuwstelsel: Parasympatische
speelt een belangrijke rol in het zenuwstelsel: belangrijk in
mobiliseren en gebruiken van processen die energie proberen te
energie. Het sympatische stelsel conserveren en op te slaan, in het
reageert vrij direct op emoties. weer kalmeren van het lichaam na
stimulatie via het sympatische
stelsel.




6

Table des matières

  1. 01 Verschillende visies op het begrip ‘gezondheid’ beschrijven. Kernwoorden: ziekte, gezondheid, symptomen, ziekte-gezondheidscontinuüm, biomedisch model, biopsychosociaal model 2
  2. 02 Beschrijven hoe de begrippen ‘gezondheid’ en ‘ziekte’ in verschillende perioden in de geschiedenis werden opgevat 4
  3. 03 De belangrijkste ziektematen beschrijven en gebruiken. Kernwoorden: morbiditeit, prevalentie, incidentie 4
  4. 04 Aangeven welke wetenschappen aan gezondheidspsychologie verwant zijn en wat het verschil is tussen de verschillende vakgebieden. Kernwoorden: psychosomatische geneeskunde, sociale geneeskunde, epidemiologie, medische sociologie en antropologie, gezondheidswetenschappen 4
  5. 05 Beschrijven wat gezondheidspsychologie inhoudt, wat haar aandachtsgebieden zijn en wat de achterliggende visie is. Kernwoorden: biopsychosociaal model. 5
  6. 06 Het zenuwstelsel. Kernwoorden: cerebrum, thalamus, hypothalamus, cerebellum, hersenstam, ruggenmerg, somatisch en autonoom zenuwstelsel, (para-)sympatisch zenuwstelsel, neurotransmitters 6
  7. 07 Het endocriene systeem. Kernwoorden: hormonen, klieren 7
  8. 08 Het spijsverteringssysteem. Kernwoorden: maagdarmkanaal, enzymen, voedingsstoffen, absorptie, metabolisme, lever, alvleesklier 7
  9. 09 Het ademhalingsapparaat. Kernwoorden: longen, bronchiën, zuurstof, kooldioxide 8
  10. 10 Het hart- en vaatstelsel. Kernwoorden: hart, hartkamers, hartboezem, bloedplasma, bloedcellen, slagaders, aders, haarvaten, bloeddruk 9
  11. 11 Het immuunsysteem. Kernwoorden: antigenen, antilichamen, lymfocyten, niet-specifieke en specifieke afweer, humorale en cellulaire afweer. 10
  12. 12 De interventiecyclus en de onderdelen daarvan beschrijven 11
  13. 13 Een beschrijving geven van de fasen van de interventiecyclus en de activiteiten die tot elk van deze fasen behoren 11
  14. 14 Beschrijven wat er onder ‘stress’ wordt verstaan en aangeven wat de rol van cognitieve beoordeling/waardering (appraisal) daarbij is. Kernwoorden: stressoren, strain, transacties, cognitieve beoordeling (appraisal), primaire en secundaire appraisal, threat, challenge 13
  15. 15 De belangrijkste fysiologische, psychologische en sociale reacties op stress benoemen. Kernwoorden: general adaptation syndrome, angst, depressie, boosheid, agressie 15
  16. 16 Beschrijven wat de belangrijkste bronnen voor stress zijn, zowel gerelateerd aan de persoon zelf als aan de interactie met de omgeving. Kernwoorden: approach-avoidance-conflicten, familie, werk, omgeving 16
  17. 17 De mogelijke methoden om stress te meten benoemen, met de voor- en nadelen van de verschillende methoden. Kernwoorden: arousal, polygraaf, corticosteroïden, catecholaminen, life events, alledaagse problemen (daily hassles). 16
  18. 18 De psychosociale factoren benoemen die het effect van stress kunnen beïnvloeden, en heb je inzicht in mogelijke onderliggende mechanismen. Kernwoorden: sociale steun, persoonlijke controle, locus of control, learned helplessness, attributies, hardiness, Type A (en B) gedragspatroon 18
  19. 19 De belangrijkste ideeën beschrijven over de vraag hoe stress gezondheid kan beïnvloeden. Kernwoorden: directe route, indirecte route, psychoneuro-immunologie 20
  20. 20 Een aantal lichamelijke ziekten noemen waarbij stress een rol zou kunnen spelen en aangeven op welke manier dit proces plaats kan vinden. Kernwoorden: astma, coronaire hartziekten, essentiële hypertensie, kanker. 21
  21. 21 Heb je inzicht in de belangrijkste manieren van omgaan met stress. Kernwoorden: emotion-focused coping, problem-focused coping 21
  22. 22 Ben je op de hoogte van enkele preventieve manieren om met stress om te gaan. Kernwoorden: control, fitness, hardiness, social support, time management 22
  23. 23 Ben je op de hoogte van strategieën om stressreacties te beperken en heb je kennis van de belangrijkste inzichten tot nu toe aangaande hun effectiviteit (zowel psychologisch als fysiologisch). Kernwoorden: biofeedback, modeling, cognitieve herstructurering, multimodale therapie, relaxatie, stressmanagement, systematische desensitisatie. 23
  24. 24 Beschrijven welke leefgewoonten en gedragingen gezondheidsrisico’s met zich meebrengen of juist de gezondheid kunnen helpen behouden of bevorderen. Kernwoorden: gezondheidsgedrag, gezondheidsbevordering, preventie (primair, secundair, tertiair) 25
  25. 25 De belangrijkste determinanten van gezondheidsgerelateerd gedrag benoemen en toelichten, evenals modellen en/of theorieën, waarin die determinanten zijn opgenomen. Kernwoorden: beliefs, cognities, determinanten, Health Belief Model, Beredeneerd Gedrag Model (voorheen Theorie van Gepland Gedrag), ASE-model, Protectie Motivatie Theorie, Sociaal Cognitieve Theorie & Stages of Change model 26
  26. 26 De omvang en ernst van de problematiek rond roken, alcohol- en drugsgebruik beschrijven en toelichten. Kernwoorden: prevalentie, verslaving, tolerantie 31
  27. 27 De determinanten van gebruik van tabak, alcohol en drugs beschrijven en toelichten. Kernwoorden: psychosociale determinanten, afhankelijkheid, genetische aanleg 32
  28. 28 De relatie tussen enerzijds gezondheid en anderzijds rookgedrag, alcohol- en drugsgebruik uitleggen. Kernwoorden: kanker, hart- en vaatziekten, COPD, verkeersongelukken, cirrhosis 32
  29. 29 De strategieën die worden gebruikt in preventie en terugdringen van gebruik van tabak, alcohol en drugs beschrijven en toelichten. Kernwoorden: sociale invloeden, aversiestrategieën, self-management, relapse, beleid. 33
  30. 30 De belangrijkste bestanddelen van de voeding benoemen en toelichten. Kernwoorden: koolhydraten, vetten, eiwitten, vitamines, mineralen, voedingsvezel 34
  31. 31 De belangrijkste relaties tussen voeding en gezondheid benoemen en toelichten. Kernwoorden: hart- en vaatziekten, hypertensie, kanker 35
  32. 32 Uitleggen hoe overgewicht kan ontstaan en benoemen wat belangrijke preventieve en behandelingstechnieken zijn voor overgewicht. Kernwoorden: obesitas, quetelet-index, lichaamsvet, erfelijkheid, voorlichting, beweging, dieet, zelfhulpgroepen, medische benadering, lapse & relapse 36
  33. 33 Uitleggen wat anorexia nervosa en boulimia nervosa inhouden en wat risicofactoren zijn voor het ontstaan ervan. Kernwoorden: eetstoornissen, psychiatrisch ziektebeeld 37
  34. 34 De gezondheidsconsequenties van lichaamsbeweging beschrijven en toelichten. Kernwoorden: fitheid, ziektepreventie, blessures 37
  35. 35 Problematiek rond veiligheid en preventie van ongevallen beschrijven en toelichten. Kernwoorden: verkeersongevallen, omgevingsgevaren. 38
  36. 36 Beschrijven wat pijn is, wat de gevolgen van pijn zijn, welke verschillende soorten pijn onderscheiden worden, hoe pijn ervaren wordt. Kernwoorden: organisch, psychogeen, acuut, chronisch, zintuigen, fysiologie, perceptie 39
  37. 37 Beschrijven wat de belangrijkste pijntheorieën inhouden. Kernwoorden: specificiteitstheorie, patroontheorie, poorttheorie 40
  38. 38 Aangeven welke biologische, psychologische en sociale aspecten van invloed zijn op pijn. Kernwoorden: neurochemische stoffen, cognitieve processen, coping-mechanismen, emoties, anticipatie, beïnvloeden van pijngedrag 42
  39. 39 Beschrijven welke methoden en instrumenten er zijn om pijn te meten. Kernwoorden: zelfrapportage, gedragsmaten, psychofysiologische metingen 43
  40. 40 Aangeven wat specifiek is aan pijn bij kinderen. Kernwoorden: pijnbeleving, zintuiglijke en cognitieve ontwikkeling. 45
  41. 41 Beschrijven wat onder klinische pijn wordt verstaan en waarom klinische pijn behandeling behoeft. Kernwoorden: klinische pijn 46
  42. 42 Beschrijven wat de verschillende medische behandelingen van pijn inhouden en hoe effectief ze zijn. Kernwoorden: chirurgie, chemische stoffen (verdovende middelen), placebo 46
  43. 43 Beschrijven wat de gedragsmatige en cognitieve methoden van pijnbehandeling inhouden en hoe effectief ze zijn. Kernwoorden: operante conditionering, ontspanning, biofeedback, afleiding, verbeelding, herdefiniëring 47
  44. 44 Beschrijven wat de overige methoden van pijnbehandeling inhouden en hoe effectief ze zijn. Kernwoorden: hypnose, psychotherapie, stimulatietherapieën, fysiotherapie 47
  45. 45 Welke factoren bepalen hoe mensen symptomen ervaren en hoe mensen symptomen verklaren. Kernwoorden: common-sense models, lay referral system 49
  46. 46 Welke factoren bepalen waarom mensen medische voorzieningen misbruiken, gebruiken, niet gebruiken of het gebruik ervan uitstellen. Kernwoorden: gezondheidstoestand, opvattingen over gezondheid, (non-)consultatiegedrag, hypochonders 50
  47. 47 Welke factoren van invloed zijn op de relatie tussen patiënt en arts. Kernwoorden: voorkeuren en stijl van de patiënt, stijl en gedrag van de arts 52
  48. 48 Welke factoren bepalen waarom patiënten medische adviezen opvolgen en de methoden om het opvolgen van adviezen te vergroten. Kernwoorden: compliance, adherence (therapietrouw), rational nonadherence 52
  49. 49 Uitleggen wat het voor mensen betekent om opgenomen te worden in een ziekenhuis. Kernwoorden: depersonalization, reactance, coping, separation distress 54
  50. 50 Uitleggen hoe patiënten voorbereid kunnen worden op een opname of operatie en hoe gezondheidspsychologen ziekenhuispatiënten kunnen ondersteunen. Kernwoorden: controle, psychologische voorbereiding 55
  51. 51 Benoemen hoe de Nederlandse gezondheidszorg globaal gezien is ingedeeld en welke soorten zorg daarbij horen. Kernwoorden: zorg naar respectievelijk zorgbehoefte, plaats van behandeling, behandelingsniveau, doelgroep 57
  52. 52 De basisstructuur van het Nederlandse zorgstelsel beschrijven. Kernwoorden: zorgdriehoek, systeemdoelen, stelselwetten 58
  53. 53 De belangrijkste wetten rondom het primaire proces van zorg in Nederland benoemen en toelichten. Kernwoorden: Wet Geneeskundige Behandelingsovereenkomst (WGBO), Kwaliteitswet zorginstellingen, Wet BIG 60
  54. 54 Globaal omschrijven wat de in de hoofdstukken 13 en 14 behandelde chronische ziekten (astma en COPD, epilepsie, ziekten aan het zenuwstelsel, diabetes, artritis, alzheimer, hart- en vaatziekten (waaronder beroerte) en kanker inhouden 61
  55. 55 Uitleggen hoe mensen over het algemeen reageren op het hebben van een chronische ziekte, welke factoren van invloed zijn op het (kunnen/leren) omgaan met zo’n ziekte. Kernwoorden: crisistheorie, aanpassing, kwaliteit van leven 62
  56. 56 Uitleggen hoe mensen zich aanpassen aan een levensbedreigende chronische ziekten en welke factoren die aanpassing beïnvloeden. Kernwoorden: coping, betekenis zoeken, controle, zelfwaardering, fasen van aanpassing bij sterven 63
  57. 57 Benoemen en omschrijven welke psychosociale interventies er beschikbaar zijn voor mensen met een chronische ziekte en wat deze interventies beogen. Kernwoorden: voorlichting, ondersteuning, therapie 64
  58. 58 Globaal omschrijven wat (terminale) zorg in de palliatieve fase van een ziekte inhoudt. Kernwoorden: palliatief, terminale zorg, medische zorg, psychologische zorg 65
  59. 59 Omschrijven wat mogelijke psychologische gevolgen zijn van het sterven van een naaste voor de achterblijvers. Kernwoorden: bereavement (verlies door sterfgeval), rouw(verwerking). 67

Livre connecté
 image
Edward P. Sarafino, Timothy W. Smith Health Psychology
Éditeur: Inconnu ISBN: 9781119577805 Édition: Inconnu

Infos sur le Document

Cours
Livre entier ?
Oui
Publié le
25 septembre 2024
Fichier mis à jour le
25 septembre 2024
Nombre de pages
68
Écrit en
2024/2025
Type
Resume
€7,40

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
DemiNoor
3,9
(8)
Vendu
73
Abonnés
0
Éléments
6
Dernière vente
1 mois de cela

Avis d'acheteurs vérifiés

11 mois de cela

All learning objectives are broadly answered. However, not in detail enough to pass your exam without extra study.




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions