Rédigé par des étudiants ayant réussi Disponible immédiatement après paiement Lire en ligne ou en PDF Mauvais document ? Échangez-le gratuitement 4,6 TrustPilot
logo-home
Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 165 pages
Resume

Samenvatting - Dringende zorgverlening OLF3

Document preview thumbnail
Aperçu 4 sur 165 pages

Dit is een volledige samenvatting van het vak dringende zorgverlening, inclusief mijn eigen notities en de powerpoint. Ik heb deze gemaakt aan de hand van de leerdoelen en accenten die aangehaald werden tijdens de lessen. Adhv deze samenvatting heb ik 16/20 behaald. Het zijn veel pagina's maar alles staat er dus zeker in :))

Aperçu du contenu

ADEQUAAT HANDELEN BIJ VESTORING VAN
DE VITALE PARAMETERS (HFST 1)
OPVANG VAN DE (VITAAL) BEDREIGDE ZORGONTVANGER

BESCHRIJF DE C-ABCDE BENADERING EN VERKLAAR HET BELANG

C-ABCDE
= control bleeding – airway – breathing – circulation – disability – exposure
= wordt gebruikt bij de herkenning, benadering en opvang van een kritiek verslechterende patiënt

• Het falen van respiratoir, cardiovasculair stelsel of neurologische systemen zal zich weerspiegelen in
ABCDE-problemen
• Juiste prioriteiten zullen gesteld worden en de meest levensbedreigende problemen worden eerst
herkend en behandeld

DOEL FOCUS
= adequaat denken en te handelen bij alarmerende Korte termijn aanpak
symptomen
Voorbereiden van de volgende fase van
gespecialiseerde zorg




1

,BLEEDING CONTROL (C) – CATASTROFALE BLOEDINGEN

DE VERSCHILLENDE SOORTEN BLOEDINGEN BENOEMEN EN UITLEGGEN

We onderscheiden drie soorten bloedingen

Veroorzaakt door beschadiging van de capillairen
CAPILLAIRE BLOEDING → schaafwonde
→ niet levensbedreigend
Veroorzaakt door een scheur in een ader

Kenmerken
VENEUZE BLOEDING • Donkerrood bloed die gestaag naar buiten loopt
• Vaak niet levensbedreigend tenzij het om een grote ader gaat of
de bloeding langdurig aanhoudt
• Bloeding stoppen door directe druk uit te voeren
Veroorzaakt door beschadiging van een slagader

ARTERIËLE BLOEDING Kenmerken
• Helderrood bloed en loopt pulserend naar buiten
• Zelfs kleine arteriële bloedingen kunnen levensbedreigend zijn

DE VERSCHILLENDE MANIEREN OM EEN BLOEDING TE STELPEN BENOEMEN EN
UITLEGGEN


DIRECTE DRUK

= dit is het toepassen van directe druk op de plaats van de bloeding

→ zo plaatselijk mogelijk
→ adhv een verband of hemostatisch gaas

VERBAND HEMOSTATISCH GAAS
Minimaal 10 minuten druk geven alvorens te Minstens 3 minuten of de aangeven tijd volgens de
controleren of bloeding gestopt is. instructies van de fabrikant.

Belangrijk om deze tijd vol te houden
→ weerstaan aan neiging om eerder los te maken

Aandachtspunten
• Gaas moet voldoende en rechtstreekse
druk op wonde geven
• Eventueel tijdens procedure omzwachtelen
met elastisch verband
• Eventueel erna drukverband aanbrengen


GEBRUIK VAN EN TOURNIQUET

Tourniquet
= een drukverband dat om een ledemaat (been of arm) aangelegd wordt om een slagaderlijke bloeding te
stoppen.

Redenen

• Bloeding aan extremiteit waarbij directe druk onvoldoende is
• Onvoldoende hulpverleners aanwezig om directe druk toe te passen

→ aangelegd in lies of oksel
→ blokkeren arteriële bloedstroom (arteria femoralis of iliaca)



2

, Duur

Eenmaal aangelegd moet deze ter plaatse blijven tot aankomst in
het ziekenhuis, de operatiekamer of tot wanneer het niet meer
nodig is.

→ tijdens operatie ongeveer voor 120 – 150 minuten
→ voorkomen dat er schade optreedt aan spieren of zenuwen




DE VERSCHILLENDE AANDACHTSPUNTEN BIJ HET AANLEGGEN VAN EEN TOURNIQUET
KENNEN

Het aanleggen van een tourniquet is pijnlijk, denk daarom aan pijnstilling!

Aandachtspunten bij aanleggen van een tourniquet

• Wordt aangelegd ter hoogte van de oksel of lies
• Wordt aangedraaid tot de bloeding is gestopt en wordt daarna vastgezet
• Het tijdstip van aanleggen wordt geschreven op de tourniquet
• Mag niet worden bedekt, zodat hij constant kan gecontroleerd worden. Indien één tourniquet niet
voldoende is kan een tweede, juist erboven aangelegd worden
• Aandacht voor pijnstilling
• Zo snel mogelijk transport naar traumacentrum/ziekenhuis voor operatie

DE GEWENSTE SYSTOLISCHE DRUK BIJ EEN BLOEDING KENNEN EN DEZE KUNNEN
VERKLAREN

Bij een majeure bloeding zal de bloeddruk gedaald zijn. Belangrijk hierbij is om deze niet volledig te herstellen
naar het normale niveau.

→ bloeddruk hanteren die net genoeg is om de vitale organen te voorzien van bloed
→ streefwaarde: systolische waarde van 80 tot 90 mmHg




3

, 4

Table des matières

  1. 01 opvang van de (vitaal) bedreigde zorgontvanger 1
    1. Beschrijf de C-ABCDE benadering en verklaar het belang 1
  2. 02 bleeding control (C) – catastrofale bloedingen 2
    1. de verschillende soorten bloedingen benoemen en uitleggen 2
    2. de verschillende manieren om een bloeding te stelpen benoemen en uitleggen 2
    3. de verschillende aandachtspunten bij het aanleggen van een tourniquet kennen 3
    4. de gewenste systolische druk bij een bloeding kennen en deze kunnen verklaren 3
  3. 03 Primary survey en de airway (A) 5
    1. de verschillende fasen van een verstikking in eigen woorden uitleggen 5
    2. de adequate handelingen bij verstikking opnoemen en uitleggen 5
    3. de symptomen van een partiële en een totale verstikking herkennen bij zowel een bewust als een bewusteloos slachtoffer 6
    4. aan de hand van een anatomische tekening uitleggen op welke plaatsen in de luchtwegen een obstructie kan voorkomen 6
    5. benoem de verschillende maatregelen die genomen dienen te worden bij zowel een partiële als volledige obstructie van de luchtwegen, zowel bij een volwassenen als bij een baby/kind. Houdt hierbij rekening met de ERC-richtlijnen 7
    6. enkele bijzondere vormen van verstikking opnoemen en uitleggen 9
  4. 04 Breathing (B) 11
    1. de ademhaling gericht observeren in het kader van de spoedeisende hulp 11
    2. kennis hebben in ademgeluiden en verschillende ademgeluiden herkennen 11
    3. kennis hebben van de symptomen bij problemen/pathologie van het respiratoire stelsel en deze herkennen 13
    4. een slachtoffer met ribfracturen herkennen in een casus. Som daarbij de juiste eerste hulp maatregelen op 18
    5. de mogelijkse verdere behandelingen van ribfracturen opnoemen 19
    6. aangeven of het gaat over een gesloten of een open pneumothorax, een haemothorax of een spanningspneumothorax adhv de symptomen 20
    7. beschrijf bij een gesloten of een open pneumothorax, een haemothorax of een spanningspneumothorax de gepaste eerste hulp, bewaking van het slachtoffer inbegrepen 21
    8. de initiële opvang van een CO-slachtoffer kunnen organiseren. Hij kan het slachtoffer bewaken en ondersteunen 22
    9. de symptomen van een CO-intoxicatie herkennen en benoemen in een casus 23
    10. de algemene principes van de hyperbare zuurstoftherapie kennen 23
    11. de indicatie voor hyperbare zuurstoftherapie opnoemen, aan de hand van een casus. gebruikt hierbij de ECCHM- classificatie 23
    12. het toepassingsgebied van veelvoorkomende farmaca die een invloed hebben op het respiratoire stelsel in de dringende zorgverlening kennen 24
    13. adequate handelingen bij CPR door verdrinking opnoemen en uitleggen 25
    14. de problemen bij hypothermie en de behandeling ervan uitleggen 28
    15. problemen rond osmolariteit in functie van zout-, zoet- en chloorwater uitleggen 29
    16. enkele bijzondere omstandigheden van verdrinking en onderdompeling opnoemen en uitleggen 30
    17. Beschrijf het stappenplan bij het beoordelen van de “breathing” (B) 31
  5. 05 circulation (C) 33
    1. de 4 verschillende vormen van een circulatiestilstand kennen en deze herkennen op een ritmestrook 33
    2. mogelijke oorzaken van een circulatiestilstand kunnen benoemen aan de hand van een casus 34
    3. de symptomen en eerste hulp-handelingen bij acute coronaire syndromen in eenvoudige termen uitleggen aan slachtoffer en/of familie, aan de hand van de pathofysiologie 34
    4. de symptomen die wijzen op angor of een infarct in een geschreven of uitgebeelde casus herkennen 35
    5. de mogelijke verwikkelingen van een infarct opnoemen en verklaren aan de hand van de vooropgestelde/uitgevoerde EHBO-acties 36
    6. de initiële behandeling van acute coronaire syndromen uitleggen aan de hand van mona 37
    7. de algemene en specifieke shocksymptomen opsommen 38
    8. De verschillende soorten shock uitleggen aan de hand van de respectievelijke oorzaken en ontstaansproces + de specifieke shocksymptomen uitleggen 39
    9. de algemene en specifieke maatregelen die dienen genomen te worden bij een shock, opnoemen en verklaren 40
    10. Het verschil uitleggen tussen shock en syncope 41
    11. De gepaste maatregelen nemen ter bewaking en behandeling van een syncope 41
    12. een evaluatie van de perifere circulatie maken aan de hand van de kleur van de huid, de pulsaties en de capillaire refill, aan de hand van een specifieke casus in de dringende hulpverlening 42
    13. Beschrijf het stappenplan bij het beoordelen van de “circulation” (c) 42
  6. 06 Disability (D) 43
    1. in een casus het bewustzijn beoordelen van een zorgontvanger met de WAPA/AVPU-schaal en/of de Glasgow Coma Schaal 43
    2. de verschillen manieren benoemen om een pijnprikkel toe te dienen 43
    3. de observaties van een pupilcontrole linken aan het juiste ziektebeeld in een casus 44
    4. beschrijven hoe in een primary survey gecontroleerd wordt op neurologische uitval 44
    5. ‘acute verwardheid’ of ‘delier’ definiëren 45
    6. de oorzaken en behandeling van delier kennen en deze in een casus kunnen herkennen 45
    7. het verschil tussen primaire en secundaire hersenletsels uitleggen 46
    8. in eigen woorden zeggen wat een coup à contrecoup is en welk effect dit heeft op de hersenen 46
    9. in een casus de symptomen van overdruk en inklemming herkennen 47
    10. de waarden van ICP en CPP interpreteren 47
    11. de verschillende soorten schedelbreuk herkennen in casussen en fotomateriaal 48
    12. de verschillende letsels aan hersen- en zenuwweefsel herkennen en omschrijven, aan de hand van casuïstiek 49
    13. de verschillende hersenbloedingen herkennen en benoemen aan de hand van een tekening of foto 50
    14. beschrijven wat een cerebraal aneurysma en AVM is 52
    15. uitleggen wat het intervallum lucidum is en binnen welke pathologie dit te verwachten valt 52
    16. met een casus de mogelijke symptomen van CVA omschrijven en herkennen aan de hand van de (BE) FAST-test 52
    17. systematisch de eerste hulp en behandeling omschrijven bij een mogelijks CVA. Heb hierbij ook aandacht voor de vitale functies 53
    18. de algemene neurologische aandachtspunten toepassen op de neurologische urgenties in een casus 54
    19. omschrijven wat de penumbra is 54
    20. de symptomen van hypo- of hyperglycemie herkennen in een casus 55
    21. de behandeling van hypo- of hyperglycemie toepassen op een casus 55
    22. het verschil tussen een intoxicatie en een overdosering in eigen woorden uiteggen 55
    23. de belangrijkste oorzaken van intoxicatie en de opnamewegen benoemen 56
    24. de algemene maatregelen en specifieke handelingen bij de verschillende soorten intoxicaties kennen 56
    25. kan het verdere verloop van de behandeling van een intoxicatieslachtoffer op spoedgevallen en IZ beschrijven 58
    26. een aantal specifieke antidota van de beschreven toxische producten benoemen 58
    27. de eerste hulp maatregelen bij epilepsie en koortsstuipen in eigen woorden verantwoorden 59
    28. de uitlokkende factoren, symptomen en behandeling van epilepsie omschrijven en herkennen in een casus 60
  7. 07 Exposure en environment (E) 61
    1. aan de hand van een casus, foto of andere omschrijving aangeven welke aspecten van een huidletsel bij de aangegeven wonde de ernst van deze wonde kunnen beïnvloeden 61
    2. de verschillende stappen van de basisbenadering van een eenvoudig huidletsel opsommen en verklaren 61
    3. aan de hand van een casus, foto of andere omschrijving aangeven welke specifieke maatregelen zullen noodzakelijk zijn, naast de basisbenadering 62
    4. aangeven hoe een bloedneus verzorgd moet worden 62
    5. omschrijven wanneer een bloedneus gespecialiseerde hulp nodig heeft 62
    6. de verschillende oorzaken van brandwonden kennen 62
    7. de ernst van een brandwonde bepalen aan de hand van de bepalende factoren (diepte en oppervlakte, oorzaak, leeftijd, plaats…) 62
    8. de verschillende lokale en algemene pathofysiologische veranderingen in het lichaam kennen. Je kan het belang ervan uitleggen aan de hand van een voorbeeld 64
    9. de lokale (brandwonde) en algemene maatregelen die te nemen zijn bij een zwaar verbrand slachtoffer kennen. Je kan een gepaste opsomming maken bij een uitgeschreven casus 65
    10. specifieke maatregelen bij specifieke brandwonden zoals circulaire, chemische verbranding, inhalatieletsels…) opnoemen en uitleggen 67
    11. omschrijf de pre hospitaalopvang van een slachtoffer met zware brandwonden 68
    12. som de criteria op om een zwaar verbrande patiënt over te brengen naar een Brandwondencentrum 71
    13. de algemene eerst hulp maatregelen bij een insectenbeet kennen 71
    14. uitleggen wat een teek is en welk specifiek risico zich kan ontwikkelen 72
    15. nauwkeurig uitleggen wanneer, hoe en waarom een teek verwijderd moet worden 72
    16. de verschijnselen van de ziekte van Lyme opsommen 72
    17. de verschillende koude-letsels, koude-aandoeningen en hitte-aandoeningen benoemen en omschrijven 73
    18. de eerstehulp-maatregelen bij koude-letsels, koude-aandoeningen en hitte-aandoeningen aangepast omschrijven bij een uitgeschreven casus 76
    19. de verschillen en gelijkenissen tussen de symptomen en pathofysiologie van een verstuiking en een ontwrichting uitleggen aan de hand van voorbeelden 77
    20. de gepaste eerste hulp aanbieden bij verstuiking en ontwrichting 78
    21. De student kan de symptomen en gevaren van de diverse fracturen benoemen en verklaren 78
    22. de eerste hulp maatregelen bij fracturen en ruggengraatletsels kennen. Je kan de juiste keuze maken bij een uitgeschreven casus 79
    23. een mogelijkse fractuur herkennen aan de hand van een casus 79
    24. letsels aan weke delen herkennen en de gepaste eerste zorg toedienen 79
    25. aangeven hoe eerste hulp te bieden bij de aanwezigheid van een vuiltje in het oog of wanneer een bijtende stof in het oog terecht kwam 80
    26. de potentiële symptomen van een netvliesloslating opsommen 81
    27. weten hoe een acuut abdomen in eerste opvang aan te pakken en te herkennen. Je kan, uit een geschreven casus, de symptomen benoemen en een eerste hulp plan uitschrijven 81
    28. op basis van locatie en intensiteit van pijn, een voorlopige diagnose maken. Je doet dit aan de hand van een anatomische tekening 83
    29. de eerste hulpmaatregelen opsommen bij de diverse intestinale bloedingen en traumata 84
    30. de diverse mogelijke intestinale bloedingen benoemen en lokaliseren op een anatomische tekening 85
    31. de symptomen van een acute appendicitis en cholecystitis herkennen in een uitgeschreven casus 85
    32. bij de diverse urologische traumata een gepaste houding aannemen 86
    33. in eigen woorden uitleggen wat torsio testis is en omschrijven welke complicaties er kunnen optreden 87
    34. torsio testis herkennen in een uitgeschreven casus 87
    35. de eerste hulp maatregelen bij een torsio testis benoemen 87
  8. 08 Immobilisatietechnieken 89
    1. Weten wat het belang is van spinale immobilisatie 89
    2. weten welke de indicatiestelling is voor spinale immobilisatie 89
    3. kennis hebben van volgende technieken en deze kunnen uitvoeren 90
  9. 09 8 Immobilisatietechnieken
    1. 8.1 Inleiding
    2. BEVRIJDING 92
    3. VERVOER 92
  10. 10 Immobilisatietechnieken
    1. INLEIDING 113
    2. rampenmanagement 113
    3. Ziekenhuisnoodplan – ZNP 115
    4. Triage op de spoedgevallen dienst 116
  11. 11 Begrippen “mishandeling” en “huiselijk geweld” 119
    1. De student kan de criteria voor huiselijk geweld benoemen en toelichten 119
  12. 12 indeling + Gevolgen/signalen van de verschillende vormen van mishandeling 121
    1. De student kan de verschillende vormen van mishandeling weergeven 121
    2. De student kan de signalen beschrijven van de verschillende vormen van mishandeling 121
    3. De student kan de specifieke gedragssignalen beschrijven die kunnen ontstaan bij kinderen ten gevolge van mishandeling 122
    4. De student kan de signalen van verwaarlozing beschrijven 122
    5. De student kan de impact van mishandeling op de ontwikkeling van het kind benoemen en toelichten 123
  13. 13 Risicofactoren 125
    1. De student kan van volgende factoren verklaren waarom ze een risico vormen op misbehandeling: 125
  14. 14 Intentionele en niet intentionele mishandeling 126
    1. De student kan het verschil aangeven tussen intentioneel en niet-intentioneel geweld en het verband leggen met gesloten en open systemen 126
  15. 15 Mishandeling blijf in het onbekende 127
    1. De student kan de redenen waardoor mishandeling ongekend blijft opsommen en toelichten, zowel deze bij het slachtoffer als bij de hulpverlening 127
  16. 16 Dieper ingaan op partnergeweld, kindermishandeling en oudermis(be)handeling 129
    1. De student kan de fasen en dynamieken in de ‘geweldspiraal ‘ opsommen en toelichten 129
    2. De student kan de impact op de kinderen van het getuige zijn van partnergeweld beschrijven 129
    3. De student kan uitleggen wat het syndroom van Münchhausen by proxy en het shaken infant syndroom zijn en deze herkennen in een praktijkcasus 130
    4. De student kan toelichten wat ontspoorde zorg is en hoe deze kan aanleiding geven tot mishandeling 130
    5. De student kan verklaren hoe partnergeweld tussen oudere koppels kan ontstaan en zich in stand kan houden 131
  17. 17 Aanpak van huiselijke geweld 133
    1. De student kan uitleggen wanneer een hulpverlener gebruik mag maken van de aangifteplicht en het spreekrecht en kan dit plaatsen binnen het beroepsgeheim van de hulpverlener 133
    2. De student kent het bestaan van de ‘meldcode partnergeweld’ en kan de drie stappen toelichten 134
  18. 18 suïcidepreventie 137
  19. 19 crisis en crisisontwikkeling 138
    1. JE KAN DE ROL VAN PREVENTIE IN DE BEHANDELING VAN SUÏCIDAAL GEDRAG BEARGUMENTEREN AAN DE HAND VAN HET CRISISONTWIKKELINGSMODEL 138
  20. 20 suïcidaliteit 139
  21. 21 visie op suïcidaal gedrag 139
  22. 22 het suïcidaal proces 140
    1. JE KAN HET SUÏCIDAAL PROCES WEERGEVEN EN CONCLUSIES TREKKEN VOOR DE VERPLEEGKUNDIGE BEGELEIDING. (EX) 140
  23. 23 de belevingswereldn van de suïcidale zorgontvanger 141
    1. JE KAN DE INZICHTEN IN DE BELEVINGSWERELD VAN EEN SUÏCIDALE PERSOON WEERGEVEN EN DEZE HERKENNEN IN EEN CONCRETE CASUS. 141
  24. 24 RISICOFACTOREN EN BESCHERMENDE FACTOREN BIJ SUÏCIDALITEIT 142
    1. VOORBEELDCASUS 143
  25. 25 GOOD PRACTICES BIJ SUÏCIDAAL GEDRAG 145
    1. JE KAN DE GOOD PRACTICES BIJ SUÏCIDAAL GEDRAG WEERGEVEN EN GEPASTE STRATEGIEËN TOEPASSEN IN EEN CONCRETE CASUS 145
  26. 26 Definiëring en situering 149
    1. situaties die het wegloopgevaar vergroten herkennen (criteria) 149
    2. Onderkennen van wegloopgedrag als een betekenisvol gedrag en hoe verpleegkundige hierop belevingsgericht kan op inspelen 149
  27. 27 Aanleiding en risicofactoren 150
    1. Factoren kunnen identificeren die het risico op weglopen vergroten of verkleinen en gericht hierop inspelen 150
  28. 28 Gevolgen 151
  29. 29 Safewards 151
    1. De waarde van zorgverlening volgens het Safewards-model bij absconding benoemen en toelichten met voorbeelden 152
  30. 30 Bejegening en aanpak bij weglopen/vermissing 153
    1. Belangrijke interventies in procedures kennen en actief toepassen in situaties wanneer er zich een onrustwekkende verdwijning voordoet 153
    2. Geargumenteerd benoemen en verantwoorden van de rol en taak van de verpleegkundige in situaties wanneer zorgontvangers plots vermist zijn 154
  31. 31 Begripsverheldering 155
  32. 32 Prevalentie van zelfverwondend gedrag 155
    1. Prevalentie 155
  33. 33 Vormen van zelfverwonding 156
    1. drie vormen 156
    2. zichtbare vormen van zelfverwonding 156
    3. minder of niet zichtbare vormen van zelfverwonding 156
  34. 34 Hoe moeten we zorgverwonding bergrijpen? 157
    1. De student verwerft inzichten over de functies van zelfbeschadigend gedrag 157
  35. 35 Het proces van zelfverwonding 159
    1. De student (h)erkent het proces van zelfverwonding 159
    2. De student heeft inzicht in hoe de verpleegkundige in positieve zin van betekenis kan zijn bij mensen met zelfverwondend gedrag, en welke rollen/taken als verpleegkundige hiertoe bijdragen 160
  36. 36 Zelfverwonding en het benutten van de relatie als medium tot herstel 161
    1. De student kan concrete “tools” aanreiken om makkelijker, plezieriger en effectiever om te gaan met zelfbeschadiging 161
    2. Geef weer wat er bedoeld wordt met een spanningsveld binnen de zelfverwonding en VPK-zorgontvanger-relatie 162
  37. 37 Wondzorg bij mensen met zelfverwondend gedrag 163
    1. De student onderkent reële dillema’s die bestaan rond bejegening, aanpak, begeleiding en wondzorg van mensen die zichzelf verwonden en kan deze passend hanteren 163
  38. 38 Good practices in het omgaan met zelfverwondend gedrag 165
    1. De student kan de good practices bij zelfverwondend gedrag onderkennen alsook onderscheiden van niet-effectieve (of zelfs schadelijke) strategieën 165

Infos sur le Document

Publié le
23 septembre 2024
Nombre de pages
165
Écrit en
2023/2024
Type
Resume
€15,99

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Seller avatar
Les scores de réputation sont basés sur le nombre de documents qu'un vendeur a vendus contre paiement ainsi que sur les avis qu'il a reçu pour ces documents. Il y a trois niveaux: Bronze, Argent et Or. Plus la réputation est bonne, plus vous pouvez faire confiance sur la qualité du travail des vendeurs.
ankevereecke
4,5
(15)
Vendu
123
Abonnés
25
Éléments
21
Dernière vente
2 semaines de cela


Avis d'acheteurs vérifiés




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions