Kritisch denken, inferenties en validiteit
Categorieën van inferenties/aannames:
Inferenties over constructen
Statistische inferenties
Causale inferenties
Inferenties over generaliseerbaarheid
Typen validiteit
Construct validiteit
Construct validiteit is van toepassing bij zowel het meten en manipuleren van variabelen.
De construct validiteit houdt in dat de constructen die onderzoekers bestuderen, ook daadwerkelijk de
onderliggende constructen zijn die meten en manipuleren.
De construct validiteit wordt beïnvloed door hoe trouw de operationele definities van een onafhankelijke
en afhankelijke variabele, de constructen die de onderzoeker wil bestuderen, representeert.
Statistische conclusie validiteit
De statistische conclusie validiteit houdt in dat je je conclusie kan onderbouwen met statistisch bewijs.
Deze validiteit zorgt ervoor dat we mogen aannemen dat er een associatie is tussen de onafhankelijke en
afhankelijke variabele en dat deze relatie niet toevallig voorkomt.
Assumpties voor het gebruik van de juiste toets op een valide manier:
- Minimale hoeveelheid observaties
- Schaal van meting
- Verdeling van de scores in een data set
Interne validiteit
Interne validiteit is de mate waarin we zeker kunnen zijn dat een studie laat zien dat 1 variabele causaal
effect heeft op een andere variabele.
De vraag is of we kunnen concluderen dat de blootstelling aan verschillende condities van de
onafhankelijke variabele, de veranderingen in de afhankelijke variabele heeft veroorzaakt.
De interne validiteit is laag wanneer er confounding variabelen aanwezig zijn, die een alternatieve
verklaring kunnen bieden voor de resultaten.
Externe validiteit
Externe validiteit gaat over de generaliseerbaarheid van de bevindingen buiten de eigen studie.
Voorbeelden van vragen:
- Generalisatie tussen populaties
- Generalisatie tussen settings
- Generalisatie tussen soorten
Ecological validity is de mate waarin de antwoorden uit een onderzoek generaliseerbaar zijn voor het
gedrag in een natuurlijke setting.
Bewijs voor of tegen externe validiteit komt over tijd wanneer onderzoekers ‘replicate’ en de originele
studie maken.
Replication is het proces van het herhalen van een studie om te bepalen of de originele bevindingen
bevestigd worden.
Basisgevaren voor interne validiteit
, Geschiedenis refereert naar de gebeurtenissen die voorkomen bij het ontwikkelen van een studie en geen
onderdeel zijn van de experimentele manipulatie of behandeling.
Volwassenheid is de manier waarop mensen natuurlijk veranderen over tijd, onafhankelijk van de
participatie van een studie.
Testen betreft de vraag of het meten van de antwoorden van deelnemers van invloed is op hoe zij
reageren op volgende maatregelen
Instrumentatie is de verandering die voor kan komen in het meten van een instrument tijdens het
verzamelen van data.
Regressie tot het gemiddelde is het statistische concept dat wanneer 2 variabelen niet perfect gecorreleert
zijn, extremere scores op 1 variabele over het algemeen geassocieerd zal zijn met minder extreme scores
op de andere variabele.
Attrition komt voor wanneer participanten falen om een onderzoek te voltooien.
Selectie refereert naar situaties waarin participanten in verschillende condities al verschillen in een
karakteristiek dat deels of volledig kunnen zorgen voor eventuele resultaten.
Andere problemen met betrekking tot experimentele controle
Demand characteristics zijn cues die geloofsovertuigingen beïnvloeden over hypotheses die getest worden en
de gedragingen die daarbij verwacht worden.
Oplossen door:
Suspicion probes zijn strategieën waarbij gepraat wordt met de participant over hun geloofsovertuigingen over
de studie en hypothese.
Deze manier wordt het meeste gebruikt om te kijken of demand characteristics beïnvloed worden door het
gedrag van de participant.
Andere benaderingen:
Psychologisch realisme verhogen participanten worden zo meer betrokken bij de situatie en zullen zich
spontaner gedragen
Vooraf het experiment testen om mogelijke demand characteristics te identificeren
Afhankelijke metingen gebruikten waarbij het voor de participanten moeilijker is om te
verdraaien/verstoren
Vermijden van within-subject design wanneer blootstelling aan alle condities ervoor kan zorgen dat de
participanten een idee krijgen van de hypothese.
Identificeren van participanten die zeggen dat ze wel en niet bewust zijn van de hypothese en analyseren
of dit inzicht invloed had op hun resultaten
Kennis over de hypothese bij participanten manipuleren
Red herring technique is de aandacht afleiden van een echt probleem door een irrelevant probleem te
verheffen.
Verwachting effect van onderzoeker
Experimenter expectancy effect zijn onbedoelde manieren waarop onderzoekers hun participanten beïnvloed
om te reageren op een manier wat consistent is met hun hypothese.
Oplossen door:
Het volgen van een script onderzoeksprotocol
Standaardisatie verder trekken door de instructies en procedures voor de taken en verzamelen van data te
automatiseren.
Masking is een procedure waarbij de partijen die bij het experiment betrokken zijn niet bewust zijn van de
hypothese die getest wordt en/of de conditie waarin de participant zit.
Placebo effect en placebo control groepen