• Mauvais document ? Échangez-le gratuitement
  • Rédigé par des étudiants ayant réussi
  • Disponible immédiatement après paiement
  • Lire en ligne ou en PDF
Vendre
Où étudie-tu ?
La langue
Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 13 pages
Resume

Samenvatting Biologie Nectar vwo 6 H19, 20 en 21

Document preview thumbnail
Aperçu 2 sur 13 pages

Deze samenvatting bevat informatie van Biologie Nectar vwo 6 H19, 20 en 21.

Aperçu du contenu

Bio SE3 vwo 6

19.1

 Pezen
- Bindweefsel dat bijvoorbeeld organen op hun plek houdt
- Tussencelstof = gelachtig materiaal rond de cellen met veel eiwitten en het verbindt bindweefsels
- Bindweefsel kan stugger of soepeler zijn
- Vezels trekken aan je botten, ze zijn opgebouwd uit collageen gemaakt door pees cellen
- 3 collageenketens draaien door H-bruggen in elkaar tot quatenaire structuur (3 voudige helix)
- Collageenfibril = meerdere 3 voudige helix vormen een keten
- Collageenvezel bestaat uit meerder collageenfibrillen en vele collageenvezels een collageenbundel
- Pees is nauwelijks uittrekbaar, anders scheurt hij
- Gedraaide collageenstrengen kunnen ook indeuken en veerenergie opslaan dat bij het sprinten kan
vrijkomen bijvoorbeeld
- Pezen verbinden skeletspieren met botten
- Bindweefsel van pezen hebben cellen in tussenvloeistof ver uit elkaar die verbonden zijn met uitlopers
- Connexons-eiwitten verbinden cellen waardoor er een gap-junction ontstaat tussen de twee
celmembranen
- Hierdoor kunnen stoffen lopen en hangen de cellen van elkaar af
 Spieren
- Skeletspieren die samentrekken laten botten bewegen
- Spiervezels = samensmelting van honderden spiercellen met meerder kernen
- Eromheen bindweefsel met bloedvaten voor de doorbloeding van de spier
- Myofibrillen zijn lange eiwitfilamenten waardoor spieren samentrekken
 Dunne filamenten = 2 in elkaar gedraaide ketens van het eiwit actine
 Dikke filamenten = veel ketens eiwit myosine
- Spieren = dwarsgestreept door de 2 filamenten met verschillende kleuren
- Midden elke l-band = membraan z-lijn
- Sarcomeer = ruimte tussen twee z-lijnen (kleinste eenheid)
- Axonen van motorneutronen vertrekken en eindigen in een paar neuromusculaire synapsen waar
acetylcholine vrijkomt dat de spieren activeert
- Myosine en actine schuift in elkaar waardoor sacromeren verkorten waardoor axonen reageren op
eerdere spiervezels = motorische eenheid
- Hartspierweefsel = dwarsgestreept, met onderling verbonden vezels
- Gap-junctions zorgen ervoor dat het hart gecoördineerd samentrekt
- Gladspierweefsel = wanden bloedvaten, bronchiën, maag, darmen, baarmoeder en blaas, doordat
myofibrillen minder geordend liggen

19.2

 Rond myofibrillen zit het sarcoplasmatisch reticulum (SR) dat veel ca2+ bevat, een netwerkt van membranen
 Daar tegen zitten T-buisjes die beginnen bij het membraan rond spierweefsel, sarcolemma en dringen tot
diep in de spiervezel door ze zijn gevuld met vloeistof en bevatten veel ionkanalen
 Acetylcholine zorgt als neurotransmitter voor depolarisatie van het sarcolemma en T-buisjes -> ca2+ poorten
open -> Ca spiervezel in -> myosine moleculen schuiven tussen actine moleculen en sarcomeren verkorten ->
ca wordt terug naar SR gebracht
 In rust kunnen myosine en actinefilamenten niet binden, blokkade
 Blokkade komt door eiwit tropomyosine dat om actine gaat zitten
 Door Ca2+ verschuift tropomyosine en kunnen ze weer koppelen
 Myosine = motoreiwit dat ATP gebruikt om organellen of cel onderdelen te laten bewegen en kan ATP in ADP
en pi omzetten
 ADP leidt tot kleine buiging van de kop

,  Als myosine en actine koppelt laat ADP los en vervormt de kop terug waarbij Z-lijn naar het midden van het
sacromeer gaat en het verkort
 Nieuw ATP-molecuul komt de kop los van actine filament -> ATP splitst -> buiging terug -> proces kan
opnieuw
 Maximale spierverkorting = 30%
 Spier gespannen als ca2+ niet meer vrijkomt
 Antagonist zorgt dat de tegenovergelegen spier verlengt
- Buig en strekspier
 Ruggenmerg vangt signalen op van pezen en spieren die zijn samengetrokken en laat antagonist
samentrekken waardoor de andere ontspant
 Gladde spieren werken ook samen door kring en lengtespieren
 Bij de hartspier zorgt het instromende bloed voor druk op de hartspier
 Snelle spiervezels = ATP splitst snel op myosine koppen en er ontstaan meer bindingen tussen de koppen en
actinefilamenten
- Korte en snelle inspanning
 Langzame spiervezels = ATP splitst langzamer
- Rood van kleur door veel myoglobine en haarvaten
- Vergroten mitochondriën en bloedvaten wat aanvoer van glucose en zuurstof vergroot

19.3

 ATP is redelijk instabiel waarbij de buitenste fosfaatgroepen snel breken (overblijven = ADP en Pi)
 Myosine los van actine zorgt ervoor dat RNA en eiwitsynthese en actief transport kan plaatsvinden
 Spieren genoeg ATP voor enkele seconde inspanning dus:
- Spieren maken opnieuw ATP (koppeling ADP en Pi) (750x per dag)
- Pi halen uit creatinefosfaat (CP) in de spiercel zelf (25 seconde inspanning)
- STP en CP = fosfaataccu
- Grote activiteit is ATP uit dissimilatie van brandstoffen, glucose, vet of eiwit (glucose is het makkelijkste =
glycolyse)
- Glycolyse = ATP 2x verbruiken waardoor glucose fructose-1,6-difosfaat wordt -> splitst in 2 c3-moleculen
met Pi groep -> extra Pi binden -> 4 ATP ontstaat -> netto 2 ATP extra -> rest blijft over in pyrodruivenzuur
 Er komt 2 H+ en 2 e- vrij die koppelen aan NAD+ en wordt NADH,H+
 Bij de ATP productie moet NAD+ teruggewonnen worden uit NADH,H+ waarbij het de elektronen en
protonen aan pyrodruivenzuur geeft waarbij melkzuur ontstaat, c3 en NAD+
 Melkzuur bevat energie en komt via het bloed de lever en hart in die er glucose van maken (kost 6 ATP, levert
meer op)
 Cortisol zorgt dat melkzuur zich omzet tot glucose (stimulans)
 Einde proces = melkzuurgisting
 Alcoholische gisting = gistcellen van pyrodruivenzuur splitsen af en vormen ethanal en neemt H+ en e- open
wordt ethanol
 Gistingen zijn anaerobe processen

19.4

 Intensief sporten = longventilatie hoog, veel toevoer O2-rijk bloed, spiercellen bevatten veel mitochondriën
 Pyrodruivenzuur (uit glycolyse) bevat nog energie, waarbij enzymen in het mitochondrium pyrodruivenzuur
verder afbreken
- aeroob proces
 transporteiwit brengt pdz een mitochondrium in
 mitochondrium heeft een dubbel membraan
- glad buitenmembraan
- sterk geplooid binnen membraan
 pdz gaat door membranen naar binnen, de matrix -> complex van enzymen zorgt voor afbraak pdz ->
afsplitsen Co2 van pdz (de carboxylering) -> pdz = C2-molecuul en Co2 -> co2 via bloed in longen naar buiten

Livre connecté
 image
Éditeur: Inconnu ISBN: 9789001885977 Édition: 4

Infos sur le Document

Type
Année scolaire
6
Livre entier ?
Non
Quels chapitres sont résumés ?
Hoofdstuk 19, 20 en 21
Publié le
28 juin 2024
Nombre de pages
13
Écrit en
2023/2024
Type
Resume
€6,56

Mauvais document ? Échangez-le gratuitement Dans les 14 jours suivant votre achat et avant le téléchargement, vous pouvez choisir un autre document. Vous pouvez simplement dépenser le montant à nouveau.
Rédigé par des étudiants ayant réussi
Disponible immédiatement après paiement
Lire en ligne ou en PDF

Vendu
6
Abonnés
0
Éléments
36
Dernière vente
9 mois de cela




Pourquoi les étudiants choisissent Stuvia

Créé par d'autres étudiants, vérifié par les avis

Une qualité sur laquelle compter : rédigé par des étudiants qui ont réussi et évalué par d'autres qui ont utilisé ce document.

Le document ne convient pas ? Choisis un autre document

Aucun souci ! Tu peux sélectionner directement un autre document qui correspond mieux à ce que tu cherches.

Paye comme tu veux, apprends aussitôt

Aucun abonnement, aucun engagement. Paye selon tes habitudes par carte de crédit et télécharge ton document PDF instantanément.

Student with book image

“Acheté, téléchargé et réussi. C'est aussi simple que ça.”

Alisha Student

Foire aux questions