HOOFDSTUK 1. SETTING THE SCENE: Plantkunde s.L.
1.1. GROEPEN VAN LEVENDE WEZENS IN DE BIOSFEER
botanische nomenclatuur: binomiale namen (genusnaam + soortepitheton)
systematiek
monofyletisch - parafyletisch - polyfyletisch
creationisme en dichotomisch denken
Linaeus Haeckel Whittaker Cavalier-Smith
2 rijken 3 rijken 5 rijken 2 domeinen en 6 rijken
Prokaryot
Monera Bacteria
a
(niet behandeld) Protista
Chromista
Protista
Protozoa
Fungi Eukaryota Fungi
Vegetabilia Plantae
Plantae Plantae
Animalia Animalia
derde botanische rijk: CHROMISTA met daarin de PSEUDOFUNGI - vooral unicellulair en filamenteus
- meestal FOTOTROOF
- flagellae
PROTOZOA - unicellulair, plasmodiaal of koloniaal
- phagotrofen
1.2. ZWAMMEN, SCHIJNZWAMMEN EN SLIJMZWAMMEN
Definitie Fungi
- heterotroof
- eukaryoot
- absorberen voedsel
- diffuus lichaam: thallus of mycelium
- chitine en cellulose in wand van hyfen
- voortplanting: sporen
Ecologie
- saprotrofen op dood organisch materiaal
- parasitair: op levende organismen
- symbiose: positieve samenwerking
1.3. PROTISTEN EN ALGEN
Algemeen
- niet-systematische verzamelnaam
- een aantal groepen relatief eenvoudige, fotosynthetiserende organismen die niet tot de Landplanten of
Embryophyta behoren
- eukaryoot
- eencellig of meercellig
- typisch waterorganismen in diverse types water
Indeling
,Groenwieren, Bruinwieren, Roodwieren
1.4. LANDPLANTEN, PLANTEN S.S.
belangrijke sprong in de evolutie 1. water land
2. sporen zaad
Definitie Landplanten (= Embryophyta)
(1) meercellige organismen
(2) cellulose in celwand en zetmeel als reservestof
(3) chlorofylbevattend en foto-autotroof
(4) vastgehecht en wortelend
(5) aseksuele vermenigvuldiging = vegetatieve voortplanting = cloneren
(6) digenetische cyclus: generatiewisseling
(7) vorming van een embryo
(8) aangepast aan landleven
(9) open groeisysteem: onbepaalde groei, grote, oude individuen, fenotypisch heel plastisch
Fotosynthese en het nut van de landplanten
producenten
onbeweeglijk farmacie, psychoactieve bestanddelen, genotsmiddelen
rol van de planten in de atmosfeer: productie van O 2 + vorming van ozonschild + bufferen van CO 2-gehalte
modelorganismen
1.5. GENERATIEWISSELING EN VOORTPLANTING
, HOOFDSTUK 2. MORFOLOGIE VAN DE LANDPLANTEN: BASISORGANEN
2.
2.1. MORFOLOGIE VAN DE WORTEL
Functies van de wortel
1) opname
2) verankering en stabilisatie
3) opslaan van reservestoffen
Opbouw van een wortelsysteem
ALLORHIZISCH: hoofdwortel en zijwortels radicula: sterk uitgegroeide primaire hoofdwortel
HOMORHIZISCH: bijwortels
Bijzondere vormen en structuren
steltwortels en wortelmutsje Schroefpalm
wortelknollen Dahlia, Orchis, Dactylorhiza,
Speenkruid
allogene wortelknollen
Els
ectomycorrhiza
fotosynthetiserende wortels: groen
orchideeën
klemwortels
Ficus
wortelknoppen
Framboos, Zoete patat
ademwortel – kniewortel – pneumatofoor
Moerascypres
zuigwortel – haustorium
Maretak
worteldoorns
trekwortel – contractiele wortel
hechtwortels Klimop
plankwortels
1.1. GROEPEN VAN LEVENDE WEZENS IN DE BIOSFEER
botanische nomenclatuur: binomiale namen (genusnaam + soortepitheton)
systematiek
monofyletisch - parafyletisch - polyfyletisch
creationisme en dichotomisch denken
Linaeus Haeckel Whittaker Cavalier-Smith
2 rijken 3 rijken 5 rijken 2 domeinen en 6 rijken
Prokaryot
Monera Bacteria
a
(niet behandeld) Protista
Chromista
Protista
Protozoa
Fungi Eukaryota Fungi
Vegetabilia Plantae
Plantae Plantae
Animalia Animalia
derde botanische rijk: CHROMISTA met daarin de PSEUDOFUNGI - vooral unicellulair en filamenteus
- meestal FOTOTROOF
- flagellae
PROTOZOA - unicellulair, plasmodiaal of koloniaal
- phagotrofen
1.2. ZWAMMEN, SCHIJNZWAMMEN EN SLIJMZWAMMEN
Definitie Fungi
- heterotroof
- eukaryoot
- absorberen voedsel
- diffuus lichaam: thallus of mycelium
- chitine en cellulose in wand van hyfen
- voortplanting: sporen
Ecologie
- saprotrofen op dood organisch materiaal
- parasitair: op levende organismen
- symbiose: positieve samenwerking
1.3. PROTISTEN EN ALGEN
Algemeen
- niet-systematische verzamelnaam
- een aantal groepen relatief eenvoudige, fotosynthetiserende organismen die niet tot de Landplanten of
Embryophyta behoren
- eukaryoot
- eencellig of meercellig
- typisch waterorganismen in diverse types water
Indeling
,Groenwieren, Bruinwieren, Roodwieren
1.4. LANDPLANTEN, PLANTEN S.S.
belangrijke sprong in de evolutie 1. water land
2. sporen zaad
Definitie Landplanten (= Embryophyta)
(1) meercellige organismen
(2) cellulose in celwand en zetmeel als reservestof
(3) chlorofylbevattend en foto-autotroof
(4) vastgehecht en wortelend
(5) aseksuele vermenigvuldiging = vegetatieve voortplanting = cloneren
(6) digenetische cyclus: generatiewisseling
(7) vorming van een embryo
(8) aangepast aan landleven
(9) open groeisysteem: onbepaalde groei, grote, oude individuen, fenotypisch heel plastisch
Fotosynthese en het nut van de landplanten
producenten
onbeweeglijk farmacie, psychoactieve bestanddelen, genotsmiddelen
rol van de planten in de atmosfeer: productie van O 2 + vorming van ozonschild + bufferen van CO 2-gehalte
modelorganismen
1.5. GENERATIEWISSELING EN VOORTPLANTING
, HOOFDSTUK 2. MORFOLOGIE VAN DE LANDPLANTEN: BASISORGANEN
2.
2.1. MORFOLOGIE VAN DE WORTEL
Functies van de wortel
1) opname
2) verankering en stabilisatie
3) opslaan van reservestoffen
Opbouw van een wortelsysteem
ALLORHIZISCH: hoofdwortel en zijwortels radicula: sterk uitgegroeide primaire hoofdwortel
HOMORHIZISCH: bijwortels
Bijzondere vormen en structuren
steltwortels en wortelmutsje Schroefpalm
wortelknollen Dahlia, Orchis, Dactylorhiza,
Speenkruid
allogene wortelknollen
Els
ectomycorrhiza
fotosynthetiserende wortels: groen
orchideeën
klemwortels
Ficus
wortelknoppen
Framboos, Zoete patat
ademwortel – kniewortel – pneumatofoor
Moerascypres
zuigwortel – haustorium
Maretak
worteldoorns
trekwortel – contractiele wortel
hechtwortels Klimop
plankwortels