Specifieke zorgverlening: geestelijke gezondheidszorg:
1. Hoofdstuk 1: Uitgangspunten van dit OPO
1. DSM V
* DSM = Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders
* Voordelen DSM: - Uniforme taal
- Duidelijke structuur
* Nadelen DSM: - Je verliest het individu en zijn individueel verhaal
2. Categoriaal en/of dimensioneel denken
* Voorkeur geven aan dimensioneel denken
* Categoriaal denken: - Indelen in normaal en abnormaal
- Heel zwart-wit, je hebt er geen marge tussen
- Voordelen: ● Het is duidelijk
● Het is uniform
- Nadelen: ● Zeer zwart-wit
● Zijn reducerend, focus ligt vooral op de problemen
* DSM is eigenlijk categoriaal
* Dimensioneel denken: - Er kan meer rekening gehouden worden met context factoren
- Minder diagnostisch gericht
,2. Hoofdstuk 2: Oe ist? … Goed! … Echt?
1. Inleiding
* Stemming: - Een bepaalde gemoedstoestand van zekere duur,
die geen betrekking heeft op een specifieke ervaring
* Emotie: - Intens, overheersend gevoel van korte duur
dat te maken heeft met een specifieke ervaring
* Stemmingsstoornis: - Een gemoedstoestand die niet past bij de situatie
en waarbij gedrag wordt vertoond dat niet past bij de betreffende persoon
2. Classificatie van stemmingsstoornissen
* Geclassificeerd in 7 hoofdcategorieën
* In de eerste plaats gericht op stellen van een diagnose
3. Depressieve stoornis
1. Klinisch beeld
* DSM: - Minstens 5 van de 9 symptomen zijn bijna elke dag aanwezig
binnen eenzelfde periode van 2 weken
en weerspiegelen een verandering ten opzichte van eerdere functioneren
- Symptomen: 1. Depressieve of sombere stemming of prikkelbaarheid bij kinderen
2. Interesseverlies
3. Gewichtsverlies of -toename
4. Insomnia of hypersomnia
5. Psychomotore agitatie of retardatie
6. Energieverlies
7. Gevoelens van waardeloosheid of schuld, bijna elke dag
8. Concentratieverlies of besluiteloosheid
9. Suïcidale gedachten
1. Neerslachtigheid
* Subjectief waarneembaar: - Somber
- Lusteloos, leeg
- Neerslachtig
- Hopeloos
- Moedeloos
- Koud
, * In extreme gevallen verdwijnen alle gevoelens: - = Melancholia
= Beleefde levensloosheid
- Wordt als pijnlijk beleefd
* Objectief waarneembaar: - Houding en gang: ● Motoriek
● Ingezakte houding, atoon
● Afhangende schouders
● Gebogen rug
● Stappen met kleine sloffende passen
- Gelaatsuitdrukking: ● Mimmiek
● Somber
● Mondhoeken mlaag
● Verticale frons tussen wenkbrauwen
● Oogleden hangen neer, starende blik
- Spraak: ● Zacht en monotoom
● Langzaam/vertraagd met weinig en korte woorden
● Onderbroken door lange pauzes of diep zuchten
● Weinig articulatie en moeilijk verstaanbaar mompelen
- Uiterlijk: ● Moeilijk tot basale zelfzorg onverzorgd voorkomen
- Neiging zich terug te trekken en dikwijls in bed blijven liggen
- Gebrek aan energie (futloos), weinig tot niet tot activiteit komen
2. Anhedonie
* Het niet meer kunnen genieten
3. Vitaal syndroom
* Eetlust: - Geen lust meer tot eten en/of geen plezier meer van eten gewichtsverlies
- Soms vluchten in eten gewichtstoename
* Ontlasting: - Zeer dikwijls last van obstipatie of moeilijke stoelgang
- Soms spreekt men van potloodstoelgang
* Seksualiteit: - Libido/ zin in seks vermindert of verdwijnt
- Bij mannen kunnen erectie- en ejaculatiestoornissen optreden
- Bij vrouwen kan er een veranderde menstruatiecyclus zijn
* Slaap: - Problemen bij inslapen
- Stoornissen in doorslapen
- Klagen dikwijls van vervroegd ontwaken
* Dagritme: - Duidelijke dagschommelingen treden op
- Ze zien vreselijk tegen de dag op
- ’s Ochtends voelen ze zich het slechtst, ’s avonds is de stemming gewoonlijk iets beter
4. Angst
* Machteloosheidsgevoelens
* Angst kan omslaan in agitatie gejaagde of geagiteerde depressie
5. Formele denkstoornissen
* Denken wordt sterk vertraagd
* Concentratie en geheugen verloopt moeizaam
* Lezen levert problemen op
* In ernstige gevallen kan het lijken op dementie = pseudodementie
* Er kunnen ook dwanggedachten optreden (in extreme gevallen)
, 6. Inhoudelijke denkstoornissen
* Gaat puur over de inhoud van het denken
* Kenmerkt zich door veelvuldig piekeren en negatieve gedachten
* Denkfouten: - = Automatische gedachten
- Zich zorgen maken over soms onbenullige details, sterke twijfelzucht, gevoelens van
waardeloosheid, uitgesproken negatief zelfbeeld
- Vaak ook negatieve waardering van actualiteit, selectieve negatieve herinneringen
- Vb.: ● Overgeneralisatie (niets lukt me)
● Alles of niets denken (ik ben helemaal alleen in de wereld)
● Uitvergroting (ik zie er niet uit, ik kan dit niet aan)
● Labeling en mislabeling (ik denk gewoond at ik een echte kneus ben)
● Toekomstvoorspeller (ik weet dat ik zal zakken voor het examen)
● Uitvergroting (het zou verschrikkelijk zijn als hij me afwijst)
● Personalisering (Ik weet dat Jans problemen mijn fout zijn. Het is mijn schuld)
* Wanneer depressie ernstige afmetingen aanneemt kunnen waangedachten ontstaan
* Psychotische kenmerken: - Hypochondrische wanen (het lichaam is slecht)
- Ziektewanen (ik heb kanker)
- Zonde- en schuldwanen (de duivel zit in mij)
- Armoedewanen (ik heb niets meer)
- Nihilistische wanen (ik ben niets waard op deze wereld)
* Bij psychotische depressie is er steeds een reëel suïcidegevaar aanwezig
7. Veralgemeende remming
* Van de lichamelijke en psychische functies
* Niet enkel vertraagd denken, ook verstrijken van de tijd
* Kan extreme vormen aannemen: depressieve stupor
* Depressieve stupor = Patiënt is zich goed bewust, maar bewegingsloos
8. Lichamelijke klachten
* Depressie kan zich uiten via veranderde lichaamsbeleving of via lichamelijke klachten
* Men spreekt van een somatische maskering van de depressie
9. Afkeer van het leven
* Besluiteloosheid, passiviteit en afhankelijkheid liggen in het verlengde hiervan
* De meesten staan onverschillig tegenover het leven, zijn dikwijls bezig met de dood
* Er ontstaan doodsgedachten en wensen suïcideplannen suïcidevoorbereidingen
suïcidepogingen
* Bij oudere mannen het hoogst. Risico neemt toe met de leeftijd,
aantal pogingen neemt onder ouderen af
* Thema suïcide ter sprake brengen blijkt een krachtig preventief effect te hebben het doorbreekt
de isolatie waarin de patiënt veelal terechtgekomen is
2. Soorten depressieve stoornissen
* Exogene depressie: - Wordt toegeschreven aan psychosociale factoren
- Variant hierop is reactieve depressie die volgt op ingrijpende gebeurtenis
vb. overlijden, relatiebreuk
- Symptomatische depressie, kan een reactie zijn op allerlei lichamelijke
aandoeningen of ziekten
- Iatrogene depressie wordt uitgelokt door bepaalde geneesmiddelen
wordt gezien als nevenwerking
* Endogene depressie: - = Vitale depressie
- Wordt toegeschreven aan de erfelijkheid en biologische factoren
1. Hoofdstuk 1: Uitgangspunten van dit OPO
1. DSM V
* DSM = Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders
* Voordelen DSM: - Uniforme taal
- Duidelijke structuur
* Nadelen DSM: - Je verliest het individu en zijn individueel verhaal
2. Categoriaal en/of dimensioneel denken
* Voorkeur geven aan dimensioneel denken
* Categoriaal denken: - Indelen in normaal en abnormaal
- Heel zwart-wit, je hebt er geen marge tussen
- Voordelen: ● Het is duidelijk
● Het is uniform
- Nadelen: ● Zeer zwart-wit
● Zijn reducerend, focus ligt vooral op de problemen
* DSM is eigenlijk categoriaal
* Dimensioneel denken: - Er kan meer rekening gehouden worden met context factoren
- Minder diagnostisch gericht
,2. Hoofdstuk 2: Oe ist? … Goed! … Echt?
1. Inleiding
* Stemming: - Een bepaalde gemoedstoestand van zekere duur,
die geen betrekking heeft op een specifieke ervaring
* Emotie: - Intens, overheersend gevoel van korte duur
dat te maken heeft met een specifieke ervaring
* Stemmingsstoornis: - Een gemoedstoestand die niet past bij de situatie
en waarbij gedrag wordt vertoond dat niet past bij de betreffende persoon
2. Classificatie van stemmingsstoornissen
* Geclassificeerd in 7 hoofdcategorieën
* In de eerste plaats gericht op stellen van een diagnose
3. Depressieve stoornis
1. Klinisch beeld
* DSM: - Minstens 5 van de 9 symptomen zijn bijna elke dag aanwezig
binnen eenzelfde periode van 2 weken
en weerspiegelen een verandering ten opzichte van eerdere functioneren
- Symptomen: 1. Depressieve of sombere stemming of prikkelbaarheid bij kinderen
2. Interesseverlies
3. Gewichtsverlies of -toename
4. Insomnia of hypersomnia
5. Psychomotore agitatie of retardatie
6. Energieverlies
7. Gevoelens van waardeloosheid of schuld, bijna elke dag
8. Concentratieverlies of besluiteloosheid
9. Suïcidale gedachten
1. Neerslachtigheid
* Subjectief waarneembaar: - Somber
- Lusteloos, leeg
- Neerslachtig
- Hopeloos
- Moedeloos
- Koud
, * In extreme gevallen verdwijnen alle gevoelens: - = Melancholia
= Beleefde levensloosheid
- Wordt als pijnlijk beleefd
* Objectief waarneembaar: - Houding en gang: ● Motoriek
● Ingezakte houding, atoon
● Afhangende schouders
● Gebogen rug
● Stappen met kleine sloffende passen
- Gelaatsuitdrukking: ● Mimmiek
● Somber
● Mondhoeken mlaag
● Verticale frons tussen wenkbrauwen
● Oogleden hangen neer, starende blik
- Spraak: ● Zacht en monotoom
● Langzaam/vertraagd met weinig en korte woorden
● Onderbroken door lange pauzes of diep zuchten
● Weinig articulatie en moeilijk verstaanbaar mompelen
- Uiterlijk: ● Moeilijk tot basale zelfzorg onverzorgd voorkomen
- Neiging zich terug te trekken en dikwijls in bed blijven liggen
- Gebrek aan energie (futloos), weinig tot niet tot activiteit komen
2. Anhedonie
* Het niet meer kunnen genieten
3. Vitaal syndroom
* Eetlust: - Geen lust meer tot eten en/of geen plezier meer van eten gewichtsverlies
- Soms vluchten in eten gewichtstoename
* Ontlasting: - Zeer dikwijls last van obstipatie of moeilijke stoelgang
- Soms spreekt men van potloodstoelgang
* Seksualiteit: - Libido/ zin in seks vermindert of verdwijnt
- Bij mannen kunnen erectie- en ejaculatiestoornissen optreden
- Bij vrouwen kan er een veranderde menstruatiecyclus zijn
* Slaap: - Problemen bij inslapen
- Stoornissen in doorslapen
- Klagen dikwijls van vervroegd ontwaken
* Dagritme: - Duidelijke dagschommelingen treden op
- Ze zien vreselijk tegen de dag op
- ’s Ochtends voelen ze zich het slechtst, ’s avonds is de stemming gewoonlijk iets beter
4. Angst
* Machteloosheidsgevoelens
* Angst kan omslaan in agitatie gejaagde of geagiteerde depressie
5. Formele denkstoornissen
* Denken wordt sterk vertraagd
* Concentratie en geheugen verloopt moeizaam
* Lezen levert problemen op
* In ernstige gevallen kan het lijken op dementie = pseudodementie
* Er kunnen ook dwanggedachten optreden (in extreme gevallen)
, 6. Inhoudelijke denkstoornissen
* Gaat puur over de inhoud van het denken
* Kenmerkt zich door veelvuldig piekeren en negatieve gedachten
* Denkfouten: - = Automatische gedachten
- Zich zorgen maken over soms onbenullige details, sterke twijfelzucht, gevoelens van
waardeloosheid, uitgesproken negatief zelfbeeld
- Vaak ook negatieve waardering van actualiteit, selectieve negatieve herinneringen
- Vb.: ● Overgeneralisatie (niets lukt me)
● Alles of niets denken (ik ben helemaal alleen in de wereld)
● Uitvergroting (ik zie er niet uit, ik kan dit niet aan)
● Labeling en mislabeling (ik denk gewoond at ik een echte kneus ben)
● Toekomstvoorspeller (ik weet dat ik zal zakken voor het examen)
● Uitvergroting (het zou verschrikkelijk zijn als hij me afwijst)
● Personalisering (Ik weet dat Jans problemen mijn fout zijn. Het is mijn schuld)
* Wanneer depressie ernstige afmetingen aanneemt kunnen waangedachten ontstaan
* Psychotische kenmerken: - Hypochondrische wanen (het lichaam is slecht)
- Ziektewanen (ik heb kanker)
- Zonde- en schuldwanen (de duivel zit in mij)
- Armoedewanen (ik heb niets meer)
- Nihilistische wanen (ik ben niets waard op deze wereld)
* Bij psychotische depressie is er steeds een reëel suïcidegevaar aanwezig
7. Veralgemeende remming
* Van de lichamelijke en psychische functies
* Niet enkel vertraagd denken, ook verstrijken van de tijd
* Kan extreme vormen aannemen: depressieve stupor
* Depressieve stupor = Patiënt is zich goed bewust, maar bewegingsloos
8. Lichamelijke klachten
* Depressie kan zich uiten via veranderde lichaamsbeleving of via lichamelijke klachten
* Men spreekt van een somatische maskering van de depressie
9. Afkeer van het leven
* Besluiteloosheid, passiviteit en afhankelijkheid liggen in het verlengde hiervan
* De meesten staan onverschillig tegenover het leven, zijn dikwijls bezig met de dood
* Er ontstaan doodsgedachten en wensen suïcideplannen suïcidevoorbereidingen
suïcidepogingen
* Bij oudere mannen het hoogst. Risico neemt toe met de leeftijd,
aantal pogingen neemt onder ouderen af
* Thema suïcide ter sprake brengen blijkt een krachtig preventief effect te hebben het doorbreekt
de isolatie waarin de patiënt veelal terechtgekomen is
2. Soorten depressieve stoornissen
* Exogene depressie: - Wordt toegeschreven aan psychosociale factoren
- Variant hierop is reactieve depressie die volgt op ingrijpende gebeurtenis
vb. overlijden, relatiebreuk
- Symptomatische depressie, kan een reactie zijn op allerlei lichamelijke
aandoeningen of ziekten
- Iatrogene depressie wordt uitgelokt door bepaalde geneesmiddelen
wordt gezien als nevenwerking
* Endogene depressie: - = Vitale depressie
- Wordt toegeschreven aan de erfelijkheid en biologische factoren